Definitief standpunt RVA taakloon

Het voorbije half jaar was er heel wat te doen rond de herinterpretatie door de RVA van het begrip ‘taakloon’ in de context van het kunstenaarsstatuut. Er was heel wat commotie omdat de nieuwe interpretatie de voordelen van het kunstenaarsstatuut in het gedrang zou brengen.
Op de site van t-heater vind je een grondige analyse van de zaak. Als Sociaal Bureau voor Kunstenaars stellen zij namelijk geregeld artiesten te werk via taakloon.
Enkele dagen geleden nam de RVA over de hele kwestie een definitief standpunt in. En de kunstensector kan opgelucht ademhalen: het taakloon en de bijhorende voordeelregels in het kunstenaarsstatuut blijven behouden. We schetsen nog even de context.

Het kunstenaarsstatuut brengt voor artiesten belangrijke voordelen mee in het kader van de reglementering over werkloosheid. Om toegang te krijgen tot een werkloosheidsuitkering moet je normaal een bepaald aantal dagen gewerkt hebben binnen een bepaalde periode (referentieperiode). Een basisregel van de sociale zekerheid is namelijk: lever je een bijdrage aan het potje (doordat je werkgever en jijzelf sociale zekerheidsbijdragen betalen), dan kan je ook van de voordelen van het sociaal vangnet genieten. Wanneer je bij de RSZ een aanvraag doet voor een werkloosheidsuitkering, zal je daarom eerst bewijs van sociale bijdragen moeten voorleggen.

Normaal moet je 312 dagen gewerkt hebben binnen een periode van 21 maanden om aanspraak te maken op een uitkering. Maar muzikanten en andere artiesten zijn vaak niet zo werkzeker als andere werknemers of zelfstandigen. Er zijn namelijk periodes waarin artiesten effectief inkomsten verzamelen (bv. een drukke festivalzomer) en periodes waarin ze nagenoeg geen inkomsten hebben (bv. als ze zich concentreren op de opnames van een nieuwe plaat). Als antwoord op dit probleem werd de cachetregel in het leven geroepen om ervoor te zorgen artiesten sneller aan het aantal ‘gelijkgestelde dagen’ kunnen komen. Wanneer artiesten met een ‘taakloon’ tewerkgesteld worden, mogen zij het aantal gewerkte dagen als volgt berekenen:

Totaal brutoloon van de laatste 21 maanden gedeeld door bruto dagloon van € 60,10 is gelijk aan aantal gewerkte dagen

Concreet: wanneer een artiest jonger is dan 36 jaar, moet hij/zij bruto minstens € 18.751,20 verdiend hebben in de voorbije 21 maanden (want € 18.751,20 / € 60,10 = 312 dagen). De bedragen en referentieperiode verhogen bij de leeftijd van 36 en 50 jaar.

Er is één grote MAAR: de voorwaarde om van deze gunstige regeling te kunnen genieten is dat de artiest via een taakloon werkt. Van een taakloon is sprake wanneer er geen rechtstreeks verband bestaat tussen loon en aantal arbeidsuren. Het is heel duidelijk dat dit voor vele muzikanten het geval is. Zij werken soms dagen of weken toe naar een optreden en krijgen dan een vergoeding voor dat korte moment op het podium.

De RVA zorgde eind 2017 voor ophef met een nieuwe interpretatie van wat volgens hen het taakloon precies is:
“Wanneer in de barema’s van het paritair comité waarin de prestatie plaatsvindt uurtarieven vermeld staan, impliceert dit een rechtstreeks verband tussen het loon en de arbeidsuren. In dat geval kan er dus geen sprake zijn van een taakloon.”

Dit betekende dat de RVA de kwalificatie als taakloon zou kunnen weigeren wanneer met de opdrachtgever een termijn wordt afgesproken om een bepaalde taak te vervullen. De RVA stelde dus dat een taakloon enkel en alleen kan worden toegepast als in de algemene (loon)afspraken voor de sector van de podiumkunsten (de zgn. CAO of Collectieve Arbeidsovereenkomst) het begrip taakloon expliciet vermeld wordt. Aangezien dat in onze sectoren nooit het geval is, kon er dus nooit sprake zijn van een taakloon en kon het bijhorende voordeel van de cachetregeling nooit toegepast worden.

Na heel wat protest uit de sector, is de RVA nu bijgedraaid: het taakloon blijft behouden. Als je als individuele kunstenaar in je arbeidscontract (bv. met het SBK) de afspraak maakt om vergoed te worden via een taakloon, dan mag dat, zelfs als de CAO geen melding maakt van het begrip taakloon. Helemaal definitief is het nog niet, want de sociale partners zitten op vrijdag 30 maart pas samen met minister van werk Kris Peeters, maar veel zal er normaal gezien niet meer veranderen.

Toegegeven, het is allemaal erg technisch, maar wel van heel groot belang voor elke artiest die ‘aan het sparen is’ voor het kunstenaarsstatuut. Het is dan ook een goede zaak dat de RVA op die eerdere beslissing is teruggekomen.