De kunstenaar en zijn sociaal statuut: sprookjeshuwelijk of ‘Blind Getrouwd’?

Onderwijsinstelling: KU Leuven
Studierichting: Rechten
Promotor: Prof. dr. Bert Demarsin
Student: Louis Swennen

Filosoof Gilbert Boss poneerde ooit dat een samenleving zonder kunst niet kan bestaan aangezien kunst het zelfbewustzijn van een samenleving is. Deze samenleving blijkt er echter maar moeilijk in te slagen om de kunstenaar te voorzien van een passend sociaalrechtelijk statuut, aangepast aan de specifieke noden van deze beroepscategorie.

Het “sociaal statuut van de kunstenaar” omvat: de sociale bescherming die de kunstenaar, zoals iedereen die arbeidsprestaties levert, moet en kan genieten. Een persoon die behoort tot een sociaal statuut geniet bescherming tegen een aantal “sociale risico’s” zoals: ziekte en invaliditeit, pensioenen etc. Dit statuut vormt sinds jaar en dag een heikel punt binnen het Belgische socialezekerheidsrecht. Verscheidene wetswijzigingen in de laatste decennia ten spijt, blijft de Nationale Arbeidsraad diverse onvolkomenheden vaststellen.

Concreet kan een kunstenaar anno 2017 op vier manieren worden tewerkgesteld: i) als werknemer ii) als werknemer – uitzendkracht iii) als zelfstandige en iv) via de kleine vergoedingsregeling.

De meesterproef beschrijft de moeilijke relatie tussen de voltijdse kunstenaar en diens sociaal statuut en poogt de tekortkomingen en lacunes van de huidige regeling bloot te leggen aan de hand van enkele relevante parameters. Hierbij gaat bijzondere aandacht uit naar de recente wetswijzigingen van 26 december 2013 en 20 juli 2015. Uit grondig onderzoek zal blijken dat deze wetswijzigingen niet onvoorwaardelijk slagen in één van hun voornaamste bedoelingen namelijk het bestrijden van misbruik en zwartwerk binnen de sector.

Een ander punt waarbij deze thesis stilstaat is het gebrek aan specifieke kunstenaarsregels in het zelfstandigenstatuut. Deze meesterproef onderzoekt of dit onderscheid in behandeling gerechtvaardigd is. Daarnaast zal blijken dat de artistieke sector nood heeft aan een vlotte toegang van de kunstenaar tot het zelfstandigenstatuut. De meesterproef licht toe op welke wijze deze problematiek wordt aangepakt in Duitsland. Het Duitse sociale zekerheidssysteem voorziet in een specifiek statuut voor de zelfstandige kunstenaar. Hoewel de invalshoek van dit Duitse systeem totaal verschillend is van het Belgische, zal blijken dat het toch minstens als inspiratie kan dienen ter optimalisering van de Belgische regelgeving op dit vlak.

Recent werd de bevoegdheid en samenstelling van de Commissie Kunstenaars gevoelig uitgebreid. De nieuwe Commissie Kunstenaars is sinds kort operationeel. Het ideale moment voor een evaluatie van dit vernieuwde orgaan. Op basis van dit onderzoek blijkt dat de Commissie Kunstenaars meer dan ooit een spilfiguur is die kan zorgen voor meer rechtszekerheid binnen de sector. Voorts wordt onderzocht wat de impact van de recente bevoegdheidsuitbreiding van de Commissie is op haar andere bevoegdheden en of deze Commissie Kunstenaars in haar nieuwe gedaante voldoende efficiënt functioneert en optreedt.

Al deze elementen gecombineerd geven een globaal beeld van de sociaalrechtelijke situatie van de kunstenaar anno 2017.

Op basis van deze analyse worden tot slot enkele aanbevelingen aangereikt voor de Belgische regelgeving inzake de sociale positie van de kunstenaar.

Louis Swennen

De kunstenaar en zijn sociaal statuut: sprookjeshuwelijk of ‘Blind Getrouwd’?