EVOLUTIE VAN ANALOGE VERSUS DIGITALE SYNTHESE

Onderwijsinstelling: Hogent
Studierichting: Master Muziekproductie
Promotor: Maarten Weyler
Student: Simon Vanden Bogaerde

Met dit onderzoek tracht ik te achterhalen of er een waarneembaar verschil is tussen analoge en digitale synthesizers. Er zijn meerdere onderzoeken gevoerd naar het verschil tussen analoge en digitale audio; zij het bij de weergave ervan, zij het bij de opname. Dit onderzoek wil echter terug gaan naar de bron van het geluid en kijkt of hier een waarneembaar verschil is tussen digitaal en analoog. De synthesizer is hiervoor een voor de hand liggende keuze omdat het zowel zeer eenvoudige golfvormen als complexe transiënte geluiden kan genereren.

De uitkomst van dit onderzoek kan licht werpen in hoeverre digitale instrumenten hun analoge tegenhangers hebben benaderd. Blijven digitale reproducties van oudere analoge elektronische producties overeind? Merkt het publiek een verschil op wanneer zij onbevooroordeeld naar een onbekende productie luisteren waar een analoge elektronische partij door een digitale wordt vervangen? Kunnen zij analoge en digitale versies onderscheiden van een productie waarvan zij al voorkennis hebben van het originele klankbeeld?

Naast het aangeven of zowel ongeschoolde als geschoolde mensen in de muziek effectief digitale en analoge synthesizers van elkaar kunnen onderscheiden, zal ook getoetst worden in hoeverre zij beïnvloedbaar zijn voor suggestie over klankbeelden, en of een foutieve suggestie doorslaggevender is dan hun waarneming.

In eerste instantie voert deze scriptie een kort historisch en technisch onderzoek naar zowel analoge als digitale synthesizers. Dit om een context te scheppen in het onderzoek, en om eventuele waarneembare verschillen technisch te kunnen onderbouwen.

In tweede instantie vindt er een luisterproef plaats. Deze bestaat uit twee luiken. Het eerste luik betreft een bekende en volledig analoge productie uit 1984; ‘Smalltown Boy’ van Bronski Beat. Er zal getoetst worden of de ondervraagden aldanniet bekend zijn met de productie, en of zij dit (on)bekende klankbeeld kunnen onderscheiden van een volledig digitale reproductie.

Het tweede luik zal bestaan uit een controlevraag die toetst in hoeverre de proefpersonen twee identieke synthesizersfragmenten als dusdanig kunnen identificiëren. De luisteraar krijgt tweemaal een fragment van een onbekend en onuitgegeven nummer te horen en zal gevraagd worden of er verschillen te horen zijn, en zo ja, welke.

De resultaten van de twee fragementen zullen gekoppeld worden aan het aantal jaar muzikale ervaring van de proefpersonen om te achterhalen of er een link is tussen het vermogen om objectief te luisteren en (foutieve) randinformatie te filteren.

Dit onderzoek kan, indien het wordt opgevolgd in de toekomst, een kijk geven op de evolutie van digitale en analoge instrumenten en de luisterervaring bij het publiek. Het kan bijvoorbeeld binnen enkele jaren worden overgedaan om zo na te gaan of de luisteraar meer of minder in staat is het verschil aan te geven, en of er bijgevolg een trend is naar het conformeren van digitaal en analoog, of juist diversifiëren.

Mogelijke uitkomsten van deze bevraging kunnen zijn dat zowel onervaren als ervaren luisteraars een verschil opmerken, enerzijds omdat zij het analoog en digitaal klankbeeld herkennen, anderzijds omdat zij onbekend zijn met een van beide klankbeelden en deze dan van het originele kunnen discrimineren in de eerste luisterproef. Een mogelijke evolutie in de toekomst is dat digitale en analoge synthesizers minder van elkaar te ondserscheiden zullen zijn. Enerzijds omdat actief de anomaliën van een analoge weergave worden onderzocht en digitaal nagebootst, anderszijds omdat de technische beperkingen om analoge signalen digitaal te captureren en achteraf weer te convergeren naar analoog signaal zullen wegvallen. (Rekenkracht en digitale opslagruimte die de samplingfrequency en bit-diepte beperken.)

Simon Vanden Bogaerde

Evolutie van analoge versus digitale synthese. Onderzoek naar de verschillende componenten in analoge synthesizers, de technische aspecten van hun digitale replicatie en de perceptie van zowel ervaren als onervaren luisteraars.