Jochem-KBL1

Videoclips

Low budget – high impact

Play more damn videos!”, brulde Justin Timberlake toen hij in 2007 een MTV Video Music Award in ontvangst mocht nemen. Maar helaas, JT’s oproep was kennelijk aan dovemansoren gericht: in 2000 kon je op MTV acht uur per dag naar clipjes gapen, in 2008 werd nog slechts drie uur zendtijd voor muziekvideo’s gereserveerd, en anno 2014 hebben franchises als ‘Cribs’ en ‘Jersey Shore’ het ooit legendarische muziekkanaal voorgoed ingepalmd. Video killed the radio star. ‘Pimp my Ride’ killed the music channel … 

Het MTV-tijdperk stierf een zachte dood, en werd haast geruisloos naar de uitgang verwezen omdat de méér dan waardige opvolger al luid op de deur stond te bonken. ‘Total Request Live’? ‘Unplugged’? ‘Headbanger’s Ball’? Op videowebsites als YouTube en Vimeo kan iedereen – op élk moment van de dag – zijn hoogstpersoonlijke ‘Alternative Nation’ samenstellen, met een simpele muisklik.

Videoclips zijn hét vehikel geworden waarmee beginnende groepen een groter publiek kunnen aanboren. En het allerbeste nieuws is dat zo’n extra promotioneel duwtje helemaal niet duur hoeft te zijn. Door de groeiende technologische mogelijkheden is een prachtig visueel visitekaartje voor iedereen binnen handbereik. Maar … hoe boks je als kleine garnaal op tegen de gelkoppen van Arctic Monkeys, het geoliede lijf van Rihanna en al het andere geruis op sociale media? Poppunt snelt ter hulp, en gaat te rade bij opvallende en opvallend vindingrijke filmpjesmakers met één prangende vraag op de lippen: hoe maak je met een klein budget een videoclip met maximale impact?

Jonas Wellens

Jonas Wellens is opperhoofd van de band JFJ, en zijn regisseurscarrière is nauw verweven met zijn groep. “Na mijn master animatie aan Sint-Lucas had ik geen flauw idee wat ik wou doen. Aangezien JFJ toen net bestond, had ik het plan opgevat om een monsterclip te maken voor één van onze liedjes: ‘Suckerpunch Coffee’. Daarin zou ik alle trucjes steken die ik op dat moment onder de knie had. En nog een beetje méér, bij wijze van portfolio. Uiteindelijk ben ik acht maanden aan dat project bezig geweest …”

“Maar uit die eerste clip zijn er andere opdrachten gevolgd, en mensen gebruiken ‘Suckerpunch Coffee’ nog steeds als referentie: ‘Kun je voor ons óók zoiets maken? Eh, nee … Maar mag ik iets anders voor jullie in elkaar boksen?’ En zo is de bal voor mij aan het rollen gegaan.”

Jonas-Wellens-KBL1
Jonas-Wellens-KBL2
Jonas-Wellens-KBL3
Jonas-Wellens-KBL4

Een Gouden Formule voor de ultieme videoclip bestaat niet. Maar wat is jouw eerste stap om het lege blad te vullen?
Jonas: “Eerst luister ik héél goed naar het nummer, tien à twintig keer om me in de muziek te kunnen inleven. Waar gaat het nummer over? Dat is het beginpunt. Maar ik probeer wel altijd iets te doen dat een meerwaarde biedt ten opzichte van de tekst. Beeld en muziek moeten elkaar aanvullen: als de tekst handelt over ‘a boy walking in the woods’, dan laat ik zeker géén jongetje door het bos wandelen.”

“Eigenlijk werk je voor de muziekvideo een eigen, op zichzelf staande wereld uit, een nieuwe structuur die het liefst van al ook ergens naartoe gaat. Iemand vroeg me onlangs hoe de perfecte videoclip er zou moeten uitzien. Ik heb my two cents in een soort van curve uitgetekend. Popmuziek is relatief voorspelbaar: het is opgedeeld in strofes, refreinen en bruggetjes en het zit vol herhalingen – zelfs het onvoorspelbare is in een popsong vrij voorspelbaar. Een videoclip moet daar volledig tegenin gaan: met de ideeën of standpunten uit de eerste scènes creëer je een verwachtingspatroon. Dat bouw je in daaropvolgende scènes weer af, om het vervolgens wéér te bevestigen, wéér te ontkennen, enzovoort, enzoverder. De kijker steeds op het verkeerde been zetten, dat is volgens mij het geheime recept.”

“Op de klassieke muziekkanalen kun je niet meteen terugspoelen, maar op YouTube gaat dat natuurlijk wel. Daarom steek ik in mijn clips ook altijd zogenaamde easter eggs – iets wat sméékt om nog eens te zien. De coolste reactie, vind ik: ‘Wow, ik heb jouw clip al tien keer bekeken, en nog ontdek ik nieuwe verrassingen!’”

Is het moeilijk om in de gigantische videovijver op het internet boven te drijven?
Jonas: “Het argument van overaanbod steekt vaak de kop op. Maar ik denk niet dat de spelregels fundamenteel veranderd zijn. Net als in de conventionele media heb je op sociale media gatekeepers die een selectie maken – bepaalde mensen in bepaalde sociale cirkels die de goeie stuff oppikken, en delen of niet delen. Als iets écht goed is, zal het wel de aandacht krijgen die het verdient.”

“De kijker steeds op het verkeerde been zetten, dat is volgens mij het geheime recept.”

“Zonder sociale media zou er simpelweg geen platform zijn: ‘Suckerpunch Coffee’ heeft een luttele twee weken op TMF gedraaid, in de nachtprogrammatie. Maar op YouTube hebben we zo’n 25.000 hits gehaald. Peanuts in vergelijking met wat sommige andere bands halen, maar voor een compleet onbekend nummer is dat toch wel een verwezenlijking.”

Een klein budget baart vaak creativiteit. Kun je ons – bij voorkeur gratis – een paar goedkope oplossingen voor bepaalde problemen van de hand doen?
Jonas: “Voor de clip van Polaroid Fiction wou ik shots maken met heel veel diepte, maar we hadden het geld niet om rails te huren. Dus hebben we een skateboard gebruikt als dolly, en heb ik op mijn knieën zélf voor steadycam gespeeld. (lacht) Belachelijk gezicht, maar het resultaat mocht er wezen. Voor de rest kun je op een set nooit genoeg bezemstelen hebben, om korte statieven te verlengen.”

“Mag ik trouwens de markt van de DSLR’s bedanken? Dat zijn digitale spiegelreflexcamera’s – fototoestellen – waarmee je ook kan filmen. De beelden zien er even goed als uit van een dure camcorder, en ze zijn te huur voor zestig euro per dag. Dat is dé grote aardverschuiving geweest voor onze generatie.”

Tot slot: zijn videoclips kunst of reclame?
Jonas: “Eerst kunst, en dan reclame – in die volgorde. Het imago van een band heeft er alleen maar baat bij als een video artistiek verantwoord is. En niet getreurd als het clipje flopt: de échte crap zie je online wel passeren, maar na een dag is iedereen het toch weer vergeten. Nog zo’n voordeel van de sociale media.”

jonasfj.be 

Filip Sterckx

’t Heeft niet veel gescheeld of de muziekindustrie was een groot talent, en een boel interessante filmpjes, minder rijk. Filip Sterckx – de man achter spraakmakend videowerk voor Willow, Bodyspasm en Steak Number Eight – twijfelde lang om industrieel ingenieur te worden, maar werd plots van hogerhand geroepen en besloot om aan Sint-Lucas animatie te gaan studeren. “De combinatie van beeld en muziek heeft me altijd geboeid. Tijdens mijn studie maakte ik al live visuals op feestjes. Mijn eerste clipje is later gevolgd: mijn beste vriend en toenmalige buurjongen speelde in Bodyspasm. In de zomer zijn we met een camera de straat opgegaan en hebben we dansende mensen op het dorpsfeest gefilmd. ‘Man bijt hond op speed’, dat was het idee. Het heeft ons welgeteld nul euro gekost.”

Filip-Sterckx-KBL1
Filip-Sterckx-KBL2
Filip-Sterckx-KBL3

Wat zou je een beginnende band aanraden die absoluut géén budget heeft en toch een goeie videoclip wil?
Filip: “Ik zou toch altijd proberen er iemand bij te halen met enige kennis van zaken. Benader filmstudenten, laatstejaars op Sint-Lucas, en geef ze volledig carte blanche. Clips maken kan voor beginnende filmmakers een speeltuin zijn om toffe ideeën uit te proberen. Een persoonlijk project waar je op eigen houtje aan werkt, zonder deadline en hulp, is vaak heel moeilijk tot een goed einde te brengen. Maar bij videoclips wordt je omringd door een gemotiveerde band. En meestal betekent de release van een videoclip ook mooie publiciteit en kan het een springplank zijn voor de videomaker. Voor mij is het in ieder geval zo gegaan: toen Bodyspasm bij EMI werd getekend, mocht ik videoclips voor ze maken waarvoor wél een mooi budget voorzien was.”

Wat onderscheidt een geslaagde van een minder geslaagde videoclip?
Filip: “Ten eerste moet er arbeid in gekropen zijn, en dat moet je zién. Er zijn veel regisseurs die met een televisiereeks bezig zijn en – bij wijze van spreken – tussen de soep en de patatten ook een videoclip zitten te maken. Dat is een tussendoortje, en dat voel je. De clips die ik heel neig vind, vooral uit het buitenland, zijn meestal gemaakt door mensen die er zich écht op toeleggen. Een middelmatige standaardclip, daar heeft niemand iets aan.”

“Een middelmatige standaardclip, daar heeft niemand iets aan.”

“Ten tweede moet een clip ook van begin tot einde interessant blijven: in mijn eigen werk probeer ik er altijd een soort van verloop, of climax in te steken. Dat zorgt ervoor dat je de clip een aantal keer na elkaar wil bekijken. Als ik naar muziekvideo’s zit te kijken, betrap ik mezelf vaak op de neiging om te beginnen scrollen, om te spieken of er een evolutie zit in de beelden of het verhaal.”

Wat is jouw all-time favoriete clip?
Filip: “Die voor ‘The Greeks’ van Is Tropical, gemaakt door een collectief van regisseurs: Megaforce. De beelden zijn heel simpel vanuit de hand geschoten: jongetjes spelen soldaatje, gewoon bij hen thuis, en uit hun plastic geweren schieten voortdurend animaties tevoorschijn. Dat is een fris idee, én het maakt een statement over kinderen en geweld. Echt een topclip, die op veel vlakken inspirerend werkt.”

Een ijzersterk idee kan dus het verschil maken. Ik denk aan jouw clip voor ‘Sweater’ van Willow waarin een loopband en videoprojectie beweging evoceren.
Filip: “Dat is een gouden tip: doe iets speciaals! Gebruik een techniek die nog niet eerder werd gebruikt. En zorg ervoor dat die techniek van begin tot einde blijft boeien. Nu, een goed idee of concept is vaak niet genoeg: ook als je een goed idee hebt, krijg je met ups and downs te maken zoals in ieder creatief proces. Bij ‘Sweater’ had de groep en de platenfirma het nogal moeilijk met het feit dat die loopband overduidelijk in beeld komt. En ze waren aanvankelijk ook niet opgezet met de schaduw op de muur die de projectie veroorzaakte.”

“Grote producties gaan zulke foutjes altijd proberen weg te werken, maar in dit geval wilde ik net de nadruk leggen op de echtheid: ik zie graag de ambacht en de hand van de mens áchter de camera gereflecteerd in het eindresultaat. Zo’n ongepolijste stijl bij een beperkt budget vind ik net een zegen.”

Tot slot: vind jij dat een videoclip een reclamefilmpje moet zijn of een uiting van kunst?
Filip: “Kunst zou ik het niet noemen. En reclame is ook een vies woord: muzikanten doen het niet om geld te verdienen. Des te beter als hun muziek wél verkoopt natuurlijk, maar geld is nooit hun initiële drijfveer. Het zal ergens tussenin liggen, tussen kunst en reclame. Mij lijkt het een persoonlijke expressie met beeld en muziek, zowel door band als filmmaker.”

filipsterckx.be

Jochem Baelus 

Jochem Baelus is muzikant, installatiekunstenaar én filmmaker en maakt – naast werk voor theater en film – ook videoclips, voor zijn eigen muzikale exploten (onder meer Echo Beatty) en voor projecten van vrienden. “Ik heb documentairefilm gestudeerd, maar doordat ik altijd omging met muzikanten ben ik ook videoclips gaan maken. Mijn stijl is op dit moment eigenlijk heel hard aan het evolueren en mijn werk voor bands bevindt zich op twee domeinen: stop motion en documentairestijl. In den beginne was mijn werk heel lofi en bruut, omdat ik de stop motion-techniek niet helemaal beheerste. Maar intussen ben ik geëvolueerd naar heel trage, suggestieve clips.”

Jochem-KBL1
Jochem-KBL2
Jochem-KBL3
Jochem-KBL4

Wat is jouw vertrekpunt als je aan een clip begint?
Jochem: “Ik heb altijd ideeën in mijn hoofd, niet per se voor een muziekvideo, maar bijvoorbeeld voor video-installaties. Vaak zijn videoclips een excuus om bepaalde ideeën ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren. Voor Brzzvll heb ik ooit een clip gemaakt met kartonnen structuren, gewoon omdat ik zélf heel graag iets wou maken met kartonnen structuren. En voor een volgend project wil ik roofvogels laten rondvliegen met GoPro’s op hun rug tijdens een soort gekostumeerde happening. Uit zulke ideeën ontstaan mijn meeste clips. Terwijl ik film, heb ik dus geen scenario en het grootste werk gebeurt achteraf als ik de beelden zit te compileren. Het toeval is heel belangrijk.”

Is dat ook een beetje uit noodzaak, omdat er meestal geen budget is?
Jochem: “Het is gewoon een werkwijze waar ik vertrouwd mee ben: ik vind het heel fijn om onwetend te filmen, en achteraf te distilleren en te beeldhouwen. Zo kom ik op een ander pad terecht dan hetgene dat ik aanvankelijk voor ogen had.”

“Sowieso ben ik geen verhalenverteller, en om het nummer helemaal tot zijn recht te laten komen, vind ik de beeldende aanpak ook wel beter. Ik houd mijn clips het liefst zo open en suggestief mogelijk: daarmee wil ik mysterie opwekken. Trouwens, mensen denken vaak dat ik met acteurs werk, maar dat is meestal niet het geval: mijn laatste werkstukken zijn eigenlijk registraties van niet in scène gezette situaties. Voor mijn laatste clip ‘Tightrope Walker’ ben ik bijvoorbeeld vijf dagen lang simpelweg in een manège gaan filmen. En voor Echo Beatty heb ik ooit een larping game (live action role playing, red.) geschoten: ridders en scifi-figuren die vechten op een soort battlefield. We verbleven in die periode in Montreal en elke zondag vond daar een soort rollenspel plaats. Zonder dat de ‘spelers’ het doorhadden – in ware fly-on-the-wall-stijl – heb ik ze gefilmd. Achteraf licht ik die mensen wel in dat ze in een videoclip zullen verschijnen, hé.”

“Vaak zijn videoclips een excuus om bepaalde ideeën ook daadwerkelijk te gaan uitvoeren.”

“Daarom werk ik ook altijd alleen, vanuit een bewuste stijlkeuze. Ik heb geen grote camera’s bij en film meestal vanop borsthoogte: de mensen mogen zich niet bewust zijn van mijn aanwezigheid.”

YouTube is een gigantische jukebox waarin alle filmmateriaal terechtkomt. Heeft dat een impact op je werk?
Jochem: “Ik zou liever hebben van niet, maar ik merk dat ik er wél mee bezig ben. Alleen al qua formaat: je moet er toch wel vanuit gaan dat mensen je clips op een klein schermpje zullen bekijken. Maar tegelijk ga ik ook tegen de geplogenheden van het medium in: mijn clips zijn vrij cinematografisch en worden gekarakteriseerd door traagheid. Ik verwacht dus wel dat kijkers hun tijd nemen om ze te bekijken.”

Goedkope en kwalitatief hoogstaande camera’s zijn voor iedereen bereikbaar. Hoe probeer je op te vallen in de massa?
Jochem: “Het blijft een conventie dat muzikanten zélf in beeld moeten komen, vanuit een soort commerciële gedachte. Dat probeer ik meestal te vermijden. En mijn fly-on-the-wall-aanpak zie ik ook niet zo heel vaak opduiken: Stromae of Fatboy Slim hebben weleens clipjes op straat gemaakt, maar veel andere voorbeelden ken ik niet.”

En waar bevind jij je op het continuüm: moet een videoclip reclame of kunst zijn?
Jochem: “Een videoclip moet wel de identiteit van de band vertolken, en in die zin zal het altijd een beetje reclame blijven. Maar het beeld moet volledig één worden met de muziek. Dat is voor mij hét uitgangspunt, en waarschijnlijk is dat een eerder arty visie.”

thelostrodeorider.com