Tom De Clercq (Keremos)

Zoeken & boeken

Waar zouden bands als Absynthe Minded, Sioen, Barbie Bangkok, Fence, Das Pop en consorten staan zonder een bookingsagent? Langs de kant van de weg, liftend naar het volgende optreden in een achterafzaaltje in Poelkapelle-Nete-Zuid. Niemand staat er echt bij stil, maar als Sioen op Werchter speelt en Thou op Pukkelkop, heeft dat niet enkel te maken met de kwaliteit van de muziek die ze spelen of het talent van de artiest, maar ook met de booker waarmee ze werken, de mens (of mensen) die hemel en aarde – en als het even kan meteen ook het universum – bewegen om hun pappenheimers op interessante podia te krijgen. Onze poppuntaat trok naar Keremos, het bookingskantoor van o.m. Sioen en Absynthe Minded, en legde fondateur Tom De Clercq het vuur aan de schenen.

“Het verhaal van Keremos loopt eigenlijk synchroon met dat van Sioen,“ zegt Tom De Clercq, de man die aan de wieg stond van het label-bookings-en managementkantoor Keremos. “Voor ik met Keremos begon, werkte ik voor het NTG (nu Publiekstheater nvdr.). In 2000 liep Frederik Sioen er stage, als student van de marketing hogeschool. Kort daarna, tijdens een feestje bij mij thuis, bleek dat hij piano kon spelen. Iedereen was toen redelijk onder de indruk, want niemand had ooit vermoed dat hij zelfs maar kon spelen. Het is dan dat het idee ontstaan is om samen iets te beginnen. Ik werkte nog steeds voor het NTG, maar al mijn vrije tijd ging naar Sioen: we namen een demo op, kochten een digitale piano en begonnen zonder enige voorkennis van de muziekwereld optredens te zoeken. Eerst in kleine cafeetjes in Gent, dan via adressen in de RIF RAF, de site van Poppunt etc. En na een paar maanden kwamen we bij Debuutrock terecht. Sioen bracht het in een korte periode vrij ver, in die mate zelfs dat we in april 2001 beslist hebben de VZW Keremos op te richten, om alles toch een zekere structuur te geven. Nadat ik in datzelfde jaar mijn ontslag gekregen had bij het NTG, ben ik me nog meer op Sioen gaan toeleggen. Het eerste jaar dat hij optrad – toen nog solo – speelde hij iets van een zestig optredens.”

’t Is wellicht geen boude stelling als ik zeg: geen Keremos zonder Sioen, en geen Sioen zonder Keremos.
“Zo kan je het wel stellen. We waren beiden zo intensief met Sioen bezig dat er na een tijdje ook andere groepen kwamen polsen of we hen ook aan optredens konden helpen. En voor we het wisten, hadden we een klein boekingskantoor.  Op een bepaald moment ben ik beginnen samenwerken met Tom Van Dingenen, die toen al drie jaar boekingsagent was bij de VZW Boom of Art. Hij specialiseerde zich vooral in groepen uit het  alternatieve segment: Klezmer folk, roots, world, een paar Noorse en Ijslandse bands. Toen bleek dat Sioens violist Bert Ostyn kende, de auteur-componist van Absynthe Minded, hebben we hen ook onder onze vleugels genomen. Dat is nu ongeveer twee jaar geleden. Keremos werd door het succes van Sioen en het feit dat het ook met Absynthe Minded de goeie kant op ging echt een fulltime job. Iets later kwam ook Bolchi in onze stal. Het was aanvankelijk onze bedoeling om voor Sioen een platencontract te vinden, maar dat lukte niet al te best: heel veel groepen werden bij grote firma’s aan de deur gezet. Het was dus als kleine band niet echt vanzelfsprekend een platencontract te versieren. Na veel wikken en wegen hebben we besloten zelf een plaat uit te brengen. Sioen liep goed, er was al een redelijke fanbase…we wilden die sprong wel wagen, ook al omdat het een logische stap was. We hebben dan een studio en een producer gezocht en met een degelijk budget een plaat opgenomen. Later hebben we met Absynthe Minded en Bolchi hetzelfde gedaan.”

Keremos doet dus meer dan alleen maar boekingen.
“Voor Sioen, Bolchi en Absytnhe Minded wel, ja. Concreet betekent het dat Tom de optredens voor zijn rekening neemt en dat ik de rest doe: het labelmanagement, zijnde promotie van de plaat zowel in binnen-als in het buitenland en contacten met de pers. Het management houdt in dat ik de groepen begeleid en Tom bijvoorbeeld niet in het wilde weg laat boeken, maar dat zou hij sowieso niet doen. Waar en wanneer speelt Sioen? Waarom op de ene plaats niet en op de andere wel? Het komt erop neer alert te blijven. Vandaar dat we ook voortdurend gesprekken hebben met de groepen over de richting die we ze willen sturen. Er zit achter elke groep een zekere planning. Het is niet echt eenvoudig om een welomlijnde omschrijving te geven van wat het labelmanagement precies inhoudt. Alles wordt een beetje gebundeld.”

Lopen jullie elkaar dan niet voor de voeten?
“Neen, want we trachten onze taken toch wat gescheiden te houden. Tom werkt nu wel voltijds voor Keremos, maar hij had al een pak ervaring voor hij hier kwam. We hebben zijn boekingsportfolio erbij genomen. Het is niet zo dat we enkel met bands werken die bij ons een plaat opgenomen hebben, in het geheel niet. Kijk naar Barbie Bangkok: zij hebben Kinky Star als label, maar wij nemen hun boekingen voor onze rekening. Niet het management, want het zou ons anders boven het hoofd groeien. Fifty Foot Combo zat ook een tijdje bij ons, enkel voor boekingen. En nu hebben we een aantal Scandinavische en Ijslandse bands, omdat Tom daar een heel goeie connectie heeft. Op vraag van die bands gaat hij op zoek naar optredens in België.”

In principe is elke beginnende band – of een lid ervan – zijn eigen booker en manager. Is er een moment dat een groep het zelf niet meer kan bolwerken en een externe booker moet inschakelen?
“De vraag is natuurlijk of je kunt spreken van management of booker als een band geen plaat uitheeft, want dan houdt management niet echt veel meer in dan optredens zoeken. In het geval van Sioen kwam het aanvankelijk alleen daar op neer. Omdat we wilden dat heel veel mensen zijn muziek zouden leren kennen, hebben we hem echt overal laten spelen. Hetzelfde voor Absynthe Minded: voor er nog maar sprake was van een plaat, was het de bedoeling ze zoveel mogelijk te laten optreden. Om toch al wat exposure te krijgen. Eens de plaat er is, heb je die troef al in handen en kan je de bands meer optredens bezorgen. En dan begint ook het managementluik: je moet de groep sturen, onderhandelen over de gage etc. Op den duur lopen de dingen zo vlot dat je zelf niet meer naar optredens moet zoeken, maar dat de verenigingen zelf komen vragen of je wil komen spelen. Ik vind het alleszins een zeer boeiende job. Kijk, als je met een externe booker in zee gaat, loop je als band het risico dat die alleen naar zijn portemonnaie kijkt en elk voorstel zal aanvaarden, gewoon omdat hij er een commissie op heeft. En dat is nooit goed: bij Sioen moeten we op dit moment een beetje letten op overkill en ervoor zorgen dat hij hier deze zomer niet al te veel speelt. De grote festivals willen we zeker doen, maar we moeten ook ons daarnaast ook op Nederland en Duitsland concentreren.

Jullie bands profiteren eigenlijk allemaal van het succes van Sioen en Absynthe Minded…
“Ze zitten in de slipstream van…ja. Sioen geniet toch een zekere bekendheid en zorgt op die manier ook voor promotie voor de andere groepen. Toen ik pas met Sioen begon, heb ik echt vaak moeten strijden om optredens vast te krijgen. Volhouden, volharden en veel het deksel op de neus krijgen. Nu ligt dat enigszins anders: een groep die nu bij Keremos terechtkomt, heeft eigenlijk een streepje voor, omdat de organisatoren ons al kennen. Dat scheelt. Als we een nieuwe band aan optredens willen helpen, sturen we een mailtje met een korte bio naar een aantal organisatoren, met een prijsindicatie en de vermelding dat we ze een full-cd of singletje kunnen bezorgen. Eigenlijk krijgen we daar vrij snel een aantal optredens door: kijk naar Barbie  Bangkok. Nu begint het voor hen ook te lopen, maar toen ze vlak voor de Rock Rally bij Keremos terechtkwamen en de lijst met optredens voor Sioen en Absynthe Minded zagen, dachten ze meteen ook aan dat aantal te zitten. Zo werkt het niet, natuurlijk. Het is niet omdat wij een mailtje sturen dat een band plots veertig keer kan gaan spelen. Er gaan dikwijls een paar maanden over voor een organisator alle nieuwe cd’s heeft kunnen beluisteren. Beter nog is een organisator naar een optreden uit te nodigen, want een beginnende groep kan niet steeds een  kwaliteitsdemo afleveren. Dan is het natuurlijk kwestie van mensen te lokken, …en daar kruipt ook heel veel tijd in. Zelfs al komen ze niet kijken, dan nog heeft de uitnodiging effect gehad: organisatoren lopen elkaar voortdurend tegen het lijf en polsen naar de zaken die ze net gezien hebben. Er is heel veel mond tot mond reclame. Vandaar dat het ook een paar maanden duurt voor het nieuws verspreid is. Eigenlijk is dat het stadium waar Barbie Bangkok nu in zit: hoe meer ze spelen, hoe meer mensen ze kunnen zien en hoe meer optredens dat oplevert.”

Bestaat er voor jonge groepen eigenlijk één duidelijke te volgen weg
“Een echt afgelijnd parcours bestaat niet, neen. Ik denk dat je best start met de kleinere plaatsen en dat je de inspanning naar grotere zalen doseert, al heeft het wel zin om de mensen van pakweg de AB te laten weten dat je groep bestaat.  Ik wou Sioen bijvoorbeeld in het Kultuurcafé van de VUB laten spelen, maar de organisator liet niets van zich horen, tot ik hem tegen het lijf liep en hij me vertelde dat hij al mijn mails over Sioen had bijgehouden. Hij wou eerste zien wat er met Sioen zou gebeuren, of het een blijvertje was of niet, voor hij hem bookte. Ik snap dat wel, want ook Keremos wil zich niet inzetten voor een band die er na zes maanden de brui aan geeft. De Ancienne Belgique werkt op dezelfde manier: bands in de gaten houden en ze een kans geven op het moment dat ze het echt verdienen.”

Van de kleinere achteraf zaaltjes komt een band op steeds grotere podia terecht. Sioen speelt dit jaar op Werchter. Is daarmee het plafond niet bereikt dan? Wat komt daarna?
“Dit jaar opent Sioen niet alleen de Marquee in Werchter, maar staat hij ook op een aantal andere festivals, zoals Dranouter. De volgende stap is de tweede plaat en als die goed ontvangen wordt, hopen we op een hogere plaats op de festivals, al vind ik niet dat Sioen per se een hogere plaats moet krijgen. Het kan evengoed zijn dat we volgend jaar enkel op een paar grote festivals staan, maar dan op een goeie plaats en dat daarnaast weinig gebeurt.”

Ik kan me voorstellen dat Sioen deze zomer aardig wat zal verdienen. Hoe verdelen jullie de centen eigenlijk? Gaat Sioen voor de poen?
“Standaard zitten bookers aan 15 %, omdat uit ervaring blijkt dat dat een fee is die de kosten van de booker dekt. Tussen Keremos en Sioen bestaat een andere afspraak: Sioen en ik zijn gestart van nul en omdat we maar met z’n tweeën waren, hebben we altijd alles verdeeld. We hanteren dat principe nog steeds, omdat ik vind dat een booker of een manager niet belangrijker is dan een muzikant. Ik zou het zeer vreemd vinden mocht Keremos meer verdienen dan Sioen zelf. Concreet komt het hierop neer: als we 500 euro verdienen, gaat 200 euro naar de mixer, 100 naar een huurwagen, 75 euro naar elke muzikant,… een kleine rekensom maakt dat er van die gage niet echt veel meer overblijft, of dat we soms zelfs geld moeten investeren. Voor een aantal optredens kan dat ook niet anders: als we naar Nederland moeten, zien we dat als een investering in de toekomst. Maar we kunnen niet verwachten van onze bassist, drummer en violist – die eigenlijk “huurlingen” zijn – genoegen nemen met het feit dat ze niet betaald worden. We investeren in Sioen en betalen hen ook. Als de gage bijvoorbeeld 3000 euro bedraagt, dan betalen we de muzikanten 200 euro,…Na aftrek van de andere kosten blijft 1500 euro over die verdeeld worden tussen Sioen en Keremos. Dan oogsten Sioen en Keremos wat ze voordien geïnvesteerd hebben en hebben we afzonderlijk meer dan de muzikanten. Het is wel zo dat we dat effect maar vanaf deze zomer zullen krijgen. In België zitten we aan een vrij gezonde gage, zodat we iedereen behoorlijk kunnen betalen. Maar er zijn evenveel optredens buiten Vlaandern die financieel niets opgebracht hebben, en waar we zelfs geld hebben moeten investeren.”

Hoe zit het eigenlijk met Wallonië? Dat lijkt voor Vlaamse bands wel totaal ontoegankelijk terrein…
“Dat is ook zo. Wallonië is een moeilijk te penetreren gebied. We hebben eerst geprobeerd om Sioen in Wallonië wat voet aan de grond te laten krijgen, maar achteraf bleek dat het veel makkelijker was om eerst naar Nederland te trekken. Wallonië voelt vreemd genoeg meer als het buitenland aan dan Nederland. Ik heb dat eigenlijk een beetje te laat ingezien, maar nu hebben we wel een Waalse booker. Nederland heeft sowieso een positieve interesse voor wat in Vlaanderen gaande is. Eigenlijk lukt het voor Sioen nu pas in Wallonië: we staan op een vrij groot festival – Francofolies in Spa – op een goeie plaats,…Werken met mensen uit die sector maakt ook wel een groot verschil, omdat je anders veeleer als buitenstaander beschouwd wordt en je na de groepen van eigen bodem komt. Vandaar dat onze aanpak van de Waalse markt overeenkomt met die van het buitenland. Dankzij groepen als Mudflow, Sharko, Girls in Hawai staat Wallonië tegenwoordig ook ferm in de belangstelling. Met Mudflow – de hype in Wallonië – zijn we beginnen samenwerken, omdat zij in Wallonië dezelfde booker hebben. Er bestaat een goeie verstandhouding tussen beide bands: zo speelt Mudflow een aantal keer in ons voorpogramma en wij in het hunne.”

Hebben jullie eigenlijk nog tijd om er nog bands bij te nemen. Ik kan me inbeelden dat er heel wat jonge groepen staan te springen voor een plek in de Keremosstal…
“Wat het label en management betreft, hebben we onze grens bereikt. Het is nu heel druk, omdat het heel goed gaat met Absynthe Minded en Sioen,….en de plaat van Bolchi is net uit. Voor bookingen ligt dat wel enigszins anders: we moeten er meer dan drie doen om het leefbaar te houden. Ik denk dat het nu vooral om het beheer van de plaat gaat, om distributie, videoclips…”

Als ik het zo hoor, boeren Sioen en Absynthe Minded zeer goed. Moeten we daaruit opmaken dat jullie de uitzondering zijn op de malaise in de muziekindustrie? En dat het  allemaal zo erg niet is…
“Onze werking vloeit net voort uit die malaise. Sioen heeft nu meer dan tienduizend cd’s verkocht. Vroeger zou er zeker interesse geweest zijn van een platenfirma, maar nu is dat aantal veel te weinig. Er zijn groepen die meer verkopen, veel bekender zijn, maar toch aan de deur gezet worden. Vandaar dat heel wat bands een plaat in eigen beheer uitbrengen, niet alleen omdat er geen platenfirma is, maar ook omdat het de enige manier is om iets bij het publiek te krijgen. Keremos heeft eigenlijk niet te klagen, omdat wij niet met supergrote budgetten werken, geen grote kosten hebben en alles makkelijk kunnen incalculeren.”

Jonge bands kunnen in de toekomst maar best een plaat in eigen beheer uitbrengen dan. Alleen, lopen ze dan niet het gevaar enkel in België gehoord te worden? De kracht van een major is toch niet te onderschatten, zeker wat de ‘verovering’ van het buitenland betreft.
“Ik denk wel dat het uitbrengen in eigen beheer of via een klein label nog wel een tijdje zal doorgaan, maar dat dat de stap naar het buiteland wel extra moeilijk maakt. Voor Sioen hebben we in Nederland wel een distribiteur en een promotiekanaal en dat valt allemaal wel te overschouwen, maar eens je daarbuiten gaat, wordt het toch iets moeilijker. Duitsland is een markt die we helemaal niet kennen. En dat geldt voor heel veel andere landen: we zoeken overal naar een kanaal om Sioen en de andere bands voet aan de grond te laten krijgen, maar dat is een zeer tijdrovend werk. Je moet rekenen dat niemand in Duitsland op Sioen zit te wachten: het is niet omdat we in België wat succes kennen, dat het daarbuiten ook zal lukken. Als klein label mis je natuurlijk wel wat slagkracht, maar het is wel zo dat we stilaan onze weg aan het vinden zijn. “

Ten bewijze daarvan, de showcase op het SXSW festival in Texas. Heeft dat iets opgeleverd?
“Moeilijk om daar nu al een uitspraak over te doen, maar er is alleszins interesse van een booker in de US. Ook Columbia records heeft een singletje gevraagd, maar het zal wel nog een tijdje duren voor er iets concreets gebeurt. Hetzelfde geldt voor Nederland: de plaat is er een tijdje geleden uitgebracht en nu begint het te lopen…Voor de Duitse markt zijn we beginnen zoeken in januari, de plaat verschijnt er op 21 juni. Je merkt dat er heel veel tijd over gaat. Het is zelfs zo dat we onszelf soms aan het inhalen zijn. Tegen de tijd dat de plaat in Duitsland in de rekken ligt, is het alweer tijd om hier aan het tweede album te beginnen. Andere groepen plukken daar dan ook weer de vruchten van. “

Wat als Sioen jullie boven het hoofd groeit?
“Dan moeten we hem laten gaan. Als er ooit een wereldmanager interesse heeft in Sioen, dan zou het van zeer slechte wil getuigen, mochten we hem willen houden. Je moet werken met wat je aangeboden wordt, maar het moet wel een goeie stap zijn. Ik denk wel dat ikzelf steeds Sioens manager zal blijven, omdat Frederik ook een van mijn beste maten is. Nu ja, dat is allemaal toekomstmuziek natuurlijk. Nu moeten we ons concentreren op België en Nederland. Dat kan Keremos best aan.  Het is maar als je daarbuiten gaat dat je andere partners nodig hebt.”

Tot slot: wat moet een jonge band doen als we bij een booker terecht willen komen?
“Wel, wij zijn van nul begonnen. Ik denk dat je eerst een contactenbestand moet opbouwen, via e-mail. Dat kost niets, en je bereikt er heel wat mensen mee. Tracht via Poppunt, Rif Raf en Stage te achterhalen waar groepen van jouw kaliber spelen en contacteer die mensen. Je mag er niet lui in zijn en blijven achteraan gaan. Een goeie demo, met een knappe hoes doet natuurlijk ook veel. Ik denk dat een mooie hoes een vorm van ambitie verraadt. En je moet natuurlijk zorgen dat je er live staat en niet door de mand valt, want anders zijn al je inspanningen voor niets geweest.”