DSC_1702

The Bony King Of Nowhere

“In zekere zin ben ik steeds muziek aan het schrijven.”

Na vier uitstekende albums wist Bram Vanparys even niet meer of het bestaan van The Bony King Of Nowhere nog waarde had. Hij hing zijn gitaar voor maanden aan de haak en verhuisde naar de Vlaamse Ardennen. Op zijn prachtige vijfde plaat ‘Silent Days’ kan je horen hoe hij zijn artistieke zelf daar te midden van de groene natuur stukje bij beetje heeft teruggevonden. Het uitgelezen moment om de kunst van een doorgewinterde singer-songwriter te doorgronden. “Ik ben mijn mooie stem beu.”

We spreken af in het hoofdkwartier van het Gentse platenlabel Unday Records, in 2011 opgericht door Tim Beuckels. Aan de muur achter de lederen zetel waar Bram op me wacht, hangen de hoezen van belpopklassiekers van onder meer Het Zesde Metaal, Millionaire, Trixie Whitley, Flying Horseman en Intergalactic Lovers. In september komt The Bony King Of Nowhere voor het eerst aan deze muur te hangen, zijn vorige albums verschenen namelijk bij PIAS.

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Bram: “Ik ben per toeval Tim tegen het lijf gelopen. Ik woonde toen nog in mijn caravan en speelde een korte set in een klein cafétje in de buurt. Na mijn optreden geraakten we aan de praat en het klikte meteen. Ik had nog nooit iemand in de sector ontmoet waarmee een gesprek zo natuurlijk verliep. Hij voelde mijn muziek en begreep me als artiest. Ik wist dat Tim en Unday Records voor de omkadering konden zorgen die mijn nieuwe album verdient.”

“Het leven werpt je constant kansen toe. Een goede artiest heeft een goed instinct: hij voelt wat juist is en wat niet. Zelfs al ben je enorm getalenteerd, als je je laat omringen door de verkeerde mensen dan kun je nog altijd belemmerd worden.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Merk je een groot verschil tussen PIAS en Unday Records?
Bram: “PIAS heeft me altijd in mijn waarde gelaten als artiest. Maar mijn contract was afgelopen en ik voelde me aangetrokken tot Unday Records, een label met een eigen gezicht en een unieke sound, een zeldzaamheid in deze tijd. Ik ben trots dat ‘Silent Days’ op het label van Trixie Whitley en Flying Horseman zal verschijnen, twee artiesten waarmee ik me wel kan identificeren.”

Jouw vorige album ‘Wild Flowers’ nam je op in Los Angeles, in het spoor van Neil Young en Joni Mitchell, onder de naam Bony King. Nu heet je weer The Bony King Of Nowhere en heb je al je nieuwe songs geschreven in een caravan. Hoe kom je van het zonnige L.A. naar de groene Vlaamse Ardennen?
Bram: “Een nieuw album is altijd een reactie op de voorganger, dat houdt me fris. Ik was met mijn vierde plaat helemaal classic gegaan. In de traditie van mijn grote helden heb ik in L.A. opgenomen met sessiemuzikanten die ook al met Bruce Springsteen en B.B. King hadden samengespeeld. Ik was trots op ‘Wild Flowers’. Maar na de tournee begon ik te twijfelen aan mijn muzikale richting. Ik vind het gezond om jezelf in vraag te stellen, maar dit was de eerste keer in mijn muzikale carrière dat ik met zo’n existentiële vragen zat. Is dit wel wat ik moet doen? Hoe dicht ligt mijn muziek nog bij wie ik ben? Is dit allemaal wel relevant?”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

“Na de tournee met ‘Wild Flowers’ ben ik gestopt met muziek, niet wetende wat zou komen. Ik wou de stad uit, dus kocht ik een lap grond in de Vlaamse Ardennen en zette daar mijn caravan. Ik heb maandenlang geen gitaar aangeraakt. En opeens schoten er nieuwe ideeën in mijn hoofd die ik stuk voor stuk heb opgenomen in mijn koude caravan. Als ik luister naar mijn eerste twee albums dan hoor ik veel eigenheid. Ik had een unieke wereld gecreëerd die helemaal van mij was. Ik weet niet of ik dat ten volle heb gedaan op ‘Wild Flowers’. Daarom heet ik nu ook weer The Bony King Of Nowhere: ‘Silent Days’ is een volwassen versie van wat ik op mijn eerste platen heb uitgevoerd.”

Hoe zorg je er als artiest voor dat je je kunst zo eigen mogelijk houdt?
Bram: “Door niet te proberen maar gewoon te doen. Je moet jezelf onder ogen durven te zien: hoe je in elkaar zit en hoe je naar de wereld kijkt. Iedereen is uniek, dus omarm jezelf, zelfs al had je bepaalde zaken liever anders gezien. Je moet daarbij aanvaarden dat je bepaalde dingen kan en andere niet. Ik vind poëzie bijvoorbeeld een wonderlijke kunst: hoe magisch is het niet dat je met pen en papier een universum kan bouwen? Maar ik ben zelf geen poëet. Ik probeer mezelf wel op een poëtische manier uit te drukken, maar de inhoud van mijn teksten komt op de eerste plaats.”

“Het was mijn ambitie om de spontane schrijfstijl van Bob Dylan te combineren met de doordachte manier waarop Radiohead albums maakt.”

“Steel gerust van je helden, maar doe er je eigen ding mee. Want hoe meer je jouw instinct volgt, hoe dichter je kunst bij je persoonlijkheid komt te liggen. De grootste artiesten zijn altijd in staat om hun eigenheid in hun werk te steken. Denk maar aan Nick Cave of Patti Smith: zij kunnen hun persoonlijkheid zelfs overbrengen voor een cameralens. En het voordeel is: als persoon verander je constant, dus zolang je in verbinding staat met jezelf zal je muziek ook interessant blijven.”

Jouw gelaagde single ‘Every Road’ klinkt niet als een nummer dat je zomaar, zonder al te veel nadenken, hebt opgenomen. Hoe volg je jouw instinct zonder de song uit het oog te verliezen?
Bram: “Het was mijn ambitie om de spontane schrijfstijl van Bob Dylan te combineren met de doordachte manier waarop Radiohead albums maakt. Hoe ik dat deed? Héél veel opnemen en nadien de beste takes eruit pikken. Ik geloof dat ik zo’n negentig procent van mijn opnames heb geschrapt. Ik heb veel geprutst en geknoeid. Ik heb met broodmessen mijn gitaarsnaren bespeeld, of mijn gsm op de pick-up van mijn in een open akkoord gestemde gitaar gelegd. Ik heb ook akoestische sounds van een gitaar of een harmonium zwaar behandeld met effecten, waardoor geluiden ontstonden die klonken als synths maar het niet zijn. In ‘Every Road’ heb ik geen enkele synthesizer gebruikt, al zou je op het eerste gehoor denken van wel.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

“Ik heb ook een heleboel vrienden hun ding laten doen, om achteraf slechts te behouden wat bij het nummer paste. Simon Segers drumde, Jasper Hautekiet baste, Hendrik Lasure van Schntzl speelde wat piano en ook Tim Vandenbergh, Milan Warmoeskerken, Filip Wauters en Steven De Bruyn kun je op ‘Silent Days’ horen.”

Hoe kies je jouw gastmuzikanten uit?
Bram: “Op basis van hun werk. Ik vind het jazztrio Backback van Filip Wauters heel sterk. Simon Segers is een geweldige drummer waarmee ik al lang wil samenwerken: van Stadt tot De Beren Gieren, zijn spel is uniek. Koen Gisen, een zeer goede vriend, heeft mijn vocals, de bas en de drums in zijn studio opgenomen en het album ook gemixt: hij heeft zijn stempel gedrukt op het resultaat. Koen raadde me ook gitarist Milan Warmoeskerken van Flying Horseman aan. Ik stuur die gastbijdragen nauwelijks, want ik vind het tof om iedereen zijn eigen ding te laten doen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

‘Silent Days’ verschijnt in september: de perfecte timing voor de herfstkleurige muziek. Hebben jullie dat bewust gepland?
Bram: “Als ik een plaat heb afgewerkt, dan breng ik die het liefst zo snel mogelijk uit. Het is dus toeval, maar ik vind de timing inderdaad tof want de eerste nummers van ‘Silent Days’ heb ik in augustus geschreven en de laatste in februari. Ik denk dat de plaat het best tot z’n recht zal komen in de herfstmaanden.”

Doedelzak

In 2006 stond The Bony King Of Nowhere voor het eerst in Poppunt Magazine, drie jaar vóór je debuutplaat ‘Alas My Love’. Je was toen al een tijdje aan het schrijven. Herinner je nog je allereerste nummer?
Bram: “Dat schreef ik op mijn gitaar toen ik zeventien was. Een jaartje eerder had ik een klooster bezocht waar een kerel gitaar zat te spelen. Blijkbaar deed hij dat zowat elke dag, alsof hij bij het decor hoorde. Ik was gefascineerd door zijn spel en overgave en heb toen zelf naar een gitaar gegrepen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Heb je gitaarles gevolgd?
Bram: “Nee. Ik zie mezelf ook niet als een gitarist: mijn instrument is een middel om een song te schrijven. Ik zou zweten als ik in een jamsessie zou terechtkomen en iemand naar me roept: ‘En nu jij, Bram, solo!’ (lacht) Ik denk daarbij altijd aan Miles Davis die ooit zei: ‘Iedereen kan spelen. De noten zijn slechts twintig procent, de attitude is er tachtig.’ Neem nu Neil Young: hij is een klungel op gitaar, maar hij speelt met zo’n overtuiging dat zijn muziek altijd binnenkomt. Zo benader ik ook mijn liveoptredens.”

Heb je dan nooit muziekles gevolgd?
Bram: “Jawel, toen ik zes was. Ik had iemand doedelzak zien spelen. Ik was daar zo door geboeid dat ik naar de muziekschool wou om dat ook te kunnen. Maar vooraleer je een instrument mocht leren, moest je eerst een jaar notenleer volgen. Ik was daar blijkbaar goed in: ik haalde over de hele lijn tien op tien. Enthousiast begon ik aan mijn tweede jaar. De secretaresse vroeg me: ‘Voor welk instrument mag ik je inschrijven?’ Ik zei: ‘Doedelzak!’ Ze keek verward en zei: ‘Maar dat kun je hier niet studeren. Dwarsfluit, ja, en viool en piano en gitaar. Maar we hebben hier geen doedelzakleerkracht.’ Tja, dan hoefde het niet meer voor mij. Ik heb uiteindelijk nog nooit een doedelzak aangeraakt (lacht).”

“‘We hebben hier geen doedelzakleerkracht.’ Tja, dan hoefde het niet meer voor mij.”

Wanneer heb je beseft dat je een mooie stem hebt waarmee je zonder gêne kan optreden?
Bram: “Geen idee. Het is nooit een bewuste beslissing geweest, ik vond het gewoon tof om te zingen terwijl ik gitaar speelde. Mensen zeggen me vaak: ‘Wat heb jij een mooie stem, zeg!’ Maar dat betekent evenveel voor mij als een compliment krijgen over mijn mooie gitaar. Mijn stem is niet mijn verdienste. Wat je doet met jouw stem, dát maakt het verschil.”

“Ik ben mijn mooie stem soms beu. Een stem hoeft niet mooi te zijn om mij te raken. Een artiest als PJ Harvey klinkt zo wild en vuil, dat trekt me aan. Ik zoek die lelijkheid de laatste jaren steeds bewuster op. Ik heb het ook gehad met lijzig en hoog zingen. Mijn teksten zijn ritmischer en puntiger geworden, en ik zing ook veel lager op ‘Silent Days’. Ik wou mezelf niet herhalen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Als je aan een album werkt, ben je dan constant aan het schrijven of baken je het schrijfproces af?
Bram: “Ik zorg ervoor dat ik steeds ontvankelijk ben voor nieuwe ideeën. Je kiest er namelijk niet voor wanneer inspiratie op je pad komt, dus stel je je best zeven dagen op zeven open. In zekere zin ben ik steeds aan het schrijven, ja.” 

Dus je beste song kan tot jou komen bij de bakker?
Bram: “(lacht) Dat is niet de eerste plek waar ik aan zou denken, maar waarom niet. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat mensen best wel interessant zijn. Ze kunnen mij al inspireren door gewoon te bestaan. En natuurlijk interesseert het me als mensen iets maken. Ik zag onlangs ‘La Porte de l’Enfer’, de poort van de hel, van beeldhouwer Auguste Rodin: een chaotisch werk met vele kleine tafereeltjes vol seks en moord. Heel indrukwekkend. Ik laat me inspireren door de mens in al zijn schoonheid en lelijkheid.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Als je je laat inspireren door de mensen om je heen, ben je dan niet terughoudend om expliciet over hen te zingen?
Bram: “Nee. Ik leef graag in de illusie dat mensen aandachtig naar mijn teksten luisteren. Ik gebruik het Engels ook niet om mijn woorden te verschuilen, integendeel. Hoe persoonlijker de song, hoe liever ik ze zing. En als je het zelf voelt, dan zal je publiek het ook voelen. Alles geven, meer kun je als artiest niet doen.”

facebook.com/thebonykingofnowhere