Pierre-Vreven-42Head

Spelen in Wallonië

Een brug te ver?

De verhouding tussen Vlaanderen en Wallonië vormt al decennialang een politiek communautair twistpunt waaraan menig federale regering een zware valpartij, blauwe plekken en zelfs onherstelbare breuken overhield. De cultuurkloof beperkt zich helaas niet tot de Wetstraat: ook als muzikant is het verdomd moeilijk enig gehoor te vinden aan de andere kant van de taalgrens. Natuurlijk is er Arno, natuurlijk is er Axelle Red, natuurlijk is er Adamo, voor wie het midden van dit land slechts een horde betekent die ze blindelings en gezwind nemen. Maar voor de overgrote meerderheid van de jonge Vlaamse en Waalse muzikanten is het keihard werken om ook maar één spatje her- of erkenning te oogsten bij de respectievelijk Frans of Vlaams sprekende muziekliefhebbers en -professionals. Wij doken de taalgrens over en gingen op bezoek bij drie key players uit de Brussels-Waalse muziekscene. Welke zijn de pijnpunten en zijn ze te omzeilen?

Landelijke bekendheid, dat is het eerste wat rockbands of danceformaties ambiëren nadat ze de plaatselijke jeugdhuizen en parochiezalen ontgroeid zijn. Een nobel en logisch streven maar in een gespleten land als België lang geen sinecure. In de eerste plaats omdat we verschillende talen spreken, maar ook omdat de cultuurpolitiek, de media-aanpak en het infrastructurele muzieklandschap volledig anders oogt in Wallonië dan in Vlaanderen. “Voor ons blijft Vlaanderen toch een beetje het buitenland, maar dan wel één met een voorsprong van tien jaar op diverse terreinen”, vertelt Pierre Vreven, die ooit nog programmator was in de Hallen van Schaarbeek en de vzw Court Circuit oprichtte (de Waalse tegenhanger van Poppunt, red.). Momenteel is hij aan de slag als manager van zowel Frans- als Engelstalige Belgische artiesten. Onlangs startte hij met L’Art Scene een organisatie op die artiesten op diverse vlakken ondersteunt. Daarnaast werkt deze bezige bij ook nog mee aan een managersopleiding. “Anderzijds merk ik ook een stukje jaloezie ten opzichte van Wallonië omdat wij meer vrijheid en minder regels hebben. Maar het Vlaamse publiek ondersteunt haar lokale artiesten veel meer. Jullie staan veel minder onder invloed van Nederland zoals wij dat wel hebben met Frankrijk. Bovendien zit met Live Nation ook de grootste organisator in Vlaanderen en beschikken jullie over veel meer middelen en een betere organisatie. De vorming van de rockschool in Hasselt is daar een mooi voorbeeld van. Poppunt is jonger dan Court Circuit maar beschikt wel over driemaal meer middelen. De dynamiek in Vlaanderen is veel groter. In Wallonië geraken we stilaan vermoeid door een gebrek aan middelen.”

“VRT en RTBF zitten in hetzelfde gebouw en moeten maar een deur openen om bij elkaar de neus aan het venster te steken, maar om een of andere reden gebeurt dat niet.”

Diepe mediakloof

Deze ‘overmacht’ betekent echter niet dat elke Vlaamse band Wallonië zomaar moeiteloos inpakt, integendeel. Vreven wijst erop hoe belangrijk het is om de Franstalige media te bereiken, maar waarschuwt tegelijk dat dit absoluut niet eenvoudig is. “Wallonië wordt cultureel erg sterk beïnvloed door media die hun blik vooral richten op wat er in Frankrijk gebeurt. Wil je dat doorbreken, dan moet je als band gekend zijn in Wallonië. Zoniet, geraak je er nooit doorheen. Het gevolg is dat slechts een beperkt aantal Vlaamse artiesten hier kansen krijgen. In feite is het hemeltergend want VRT en RTBF zijn letterlijk buren. Ze zitten in hetzelfde gebouw en moeten maar een deur openduwen om bij elkaar de neus aan het venster te steken. Maar om een of andere reden gebeurt dat niet.”

Als artiest moet je al een bepaalde status verwerven over de taalgrens, vooraleer de studiopoorten van een Franstalig Brussels of Waals radiostation zich voor je openen. En ook al heb je in Vlaanderen al een aanzienlijke schare fans bij elkaar gesprokkeld, de teller moet onverbiddelijk terug op nul. In die zin is Wallonië eigenlijk een even groot buitenland als alle andere. Fabrice Lamproye programmeert al jaren concerten – o.a. in Soundstation en l’Escalier – en festivals – Les Ardentes en Les Transardentes – in Luik. Daarnaast is hij artistiek directeur van het onafhankelijke label Soundstation (Superlux, Hollywood Porn Stars, Zop Hopop …). Hij illustreert de situatie: “Wanneer A Brand – toch een succesverhaal in Vlaanderen – voor het eerst in Luik op het podium stond, was dat voor amper veertig mensen. Dat zegt meer dan genoeg. Er bestaat helaas geen stappenplan dat bij voorbaat succes garandeert. Als programmatoren kiezen we voor bands die we zelf al gezien en gehoord hebben; Vlaams of Waals is dan niet zo belangrijk. Ze moeten gewoon veel spelen en het liefst over een ijzersterke podiumprésence beschikken. En interactie aangaan met het publiek is de beste manier om je fanbase zo snel mogelijk uit te bouwen. De vraagprijs is van secundair belang, alhoewel hij natuurlijk wel in ons budget moet passen, dat spreekt voor zich.”

picture
Fabrice Havenne © Patsy Borgers

Dat het inderdaad niet vanzelfsprekend is om je populariteit in Vlaanderen naar Wallonië door te trekken, ondervindt ook Fabrice Havenne. Hij werkt al meer dan drie jaar als boeker voor het ‘Belgische’ Sunday Morning, dat zowel Vlaamse als Waalse groepen onder zijn hoede heeft. “Ik verzorg onder meer de boekingen voor Motek in Wallonië, met beperkte resultaten. Het enige wat ik al lospeuterde, was een interview op Pure FM dankzij mijn aanwezigheid begin dit jaar op EuroSonic, het showcase festival in Groningen. Ik heb zelf om dat interview gevraagd, anders was er niets van gekomen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de platenlabels op dit vlak promotioneel tekort schieten. Maar als de radiostations zich wat meer grensoverschrijdend opstelden, zou dat ook al een forse stap vooruit zijn. Helaas oogt de realiteit heel anders. Zo kiest Pure FM voor zijn rubriek Fresh wekelijks vijf nieuwe tracks die zowel van Belgische als van internationale origine kunnen zijn. Als daar al Belgische bands tussen zitten, zijn dat telkens gevestigde namen genre Sharko of Ghinzu. Kleine Franstalige groepen, laat staan Vlaamse, halen de playlist zelden. Gelukkig zijn er nog wel kleinere, alternatieve radiostations – Radio Campus en Radio Paniek in Brussel of Radio Equinox in Luik – waar je gemakkelijker een kans krijgt.”

Podium-gps?

Wallonië beschikt net als het Vlaamse Clubcircuit over een aantal clubs die zich verenigen onder de noemer Club Plasma. Maar ook die programmeren slechts af en toe Vlaamse bands. “Vergeet het als jonge, onbekende band om daar aan de bak te komen”, aldus een vrij ontnuchterende maar gedecideerde Fabrice Havenne. Maar geen nood, elke stad beschikt over alternatieve clubs waar je terecht kan. De websites van Court Circuit en de organisatie Wallonie-Bruxelles Musiques beschikken over een hele goede database met gegevens van clubs, managers, labels … Wanneer je als Vlaamse band in een Waalse jeugdclub kan spelen, moet je wel even checken in welke omstandigheden je terecht zal komen. Van een slechte geluidsinstallatie wordt geen enkele band beter. Amateurisme is hier nog geregeld troef, alhoewel er een positieve evolutie is op dat vlak. Check ook eens wat er qua promotie gedaan wordt. De trip naar Wallonië maken om voor tien man te spelen is niet echt interessant, me dunkt. Via MySpace vind je vaak al een heleboel relevante informatie.”

Het advies van Fabrice Lamproye is duidelijk: “Zorg ervoor dat je als band zo veel mogelijk aan spelen toe komt, in de meest diverse clubs. Ideaal zijn voorprogramma’s van bekendere bands waarmee je ineens meer volk bereikt. Mond-tot-mondreclame blijft ook anno 2009 nog steeds een van de beste en goedkoopste promotietools. Een mooi voorbeeld is The Hickey Underworld, een band die dit jaar via goeie supports in Wallonië een plaats veroverde op de affiche van Les Ardentes.”

“Zorg ervoor dat je op het podium bewijst wat je waard bent, want daar wordt de wedstrijd gewonnen of verloren”

Het is nooit eenvoudig om een strategie uit te dokteren wanneer je over geen of onvoldoende terreinkennis beschikt. Kan een Franstalige manager of boeker de gids zijn die je doorheen dit labyrint leidt? De meningen bij onze gesprekspartners zijn lichtjes verdeeld. Vreven: “Voor onbekende bands kan het eventueel aangewezen zijn een kleine Franstalige agent te raadplegen maar verwacht geen wonderen. Bovendien beschikt Vlaanderen zelf over uitstekende mensen.” Havenne: “Een lokale agent verhoogt wellicht de kansen. Organisatoren moeten of je band of je vertegenwoordiger kennen vooraleer ze over de brug zullen komen.” Een mening die grotendeels wordt gedeeld door Fabrice Lamproye: “Je verhoogt alleszins je kansen omdat we met de meeste boekers en managers reeds langere tijd samenwerken. Bovendien geeft het ook de indruk dat de band in kwestie professioneel wordt omkaderd en tenminste de ambitie heeft om ergens te geraken.”

Partners in crime

Bloed, zweet en tranen … Zo kun je het bekijken, maar dat hoeft niet. Wanneer avontuur, spelplezier en creativiteit je drijfveer blijven en je niet onmiddellijk een grote zak geld vanuit Wallonië wil meebrengen, kan je best een heleboel leren ten zuiden van Komen en Voeren. “Waarom geen package aangaan met enkele andere bands om op die manier meer speelkansen te creëren?”, oppert Vreven. “Als je zoiets opzet met een groep die al enige lokale bekendheid geniet, kun je elkaars carrière een duwtje in de rug geven.” Cohabitation musicale is ook hét toverwoord dat Havenne uit zijn hoed tovert: “Ga op zoek naar gelijkwaardige groepen over de taalgrens en probeer samen iets op touw zetten, zoals bijvoorbeeld Absynthe Minded en Venus dat deden. Eden is een grote club in Charleroi die enkele malen per jaar een Waals-Vlaamse muzikale kruisbestuiving op poten zet.”

“Een serieuze handicap is wel dat concertorganisatoren via organisaties zoals Programme Rock of Art et Vie subsidies krijgen wanneer ze bands programmeren die door een van deze twee organen erkend zijn. Aangezien dat enkel Waalse groepen zijn, is een programmator natuurlijk minder snel geneigd een Vlaamse band op de affiche te zetten. En dan worden er ook nog eens quota opgelegd aan Franstalige festivals die een minimum aantal Franstalige groepen op de affiche moeten plaatsen om subsidies te ontvangen. Een scheefgetrokken situatie die zo snel mogelijk aangepast moet worden. Een samenwerkingsakkoord over de gemeenschapsgrenzen heen dringt zich op.”

picture
Fabrice Lamproye © Patsy Borgers

Verder zijn er natuurlijk de virtuele sociale netwerken. Dat de online promokanalen wel degelijk nut hebben, bevestigt ook Fabrice Lamproye: “Weinig programmatoren nemen nog de tijd om demo’s te gaan beluisteren. Via MySpace, Facebook, vi.be, een goede website … verloopt een eventuele kennismaking veel sneller en efficiënter. Je verkleint de afstand tussen programmator en groep aanzienlijk en dat is voor beide partijen een voordeel.”

Havenne: “Hoe je er uiteindelijk ook in slaagt je kenbaar te maken, vaak zal het erop aankomen om elke minieme kans die je krijgt te grijpen, en het liefst zonder al te hoge gages te vragen. In de opstartfase zouden bands bijna gratis moeten spelen, wat natuurlijk niet evident is want alleen al de verplaatsingskosten liggen vaak een stuk hoger wanneer je richting Wallonië moet.”

Je zou je kunnen afvragen of een eventuele verovering van Wallonië al deze moeite waard is. Uiteindelijk spreken we over een vrij beperkt afzetgebeid. Succes over de taalgrens zal je carrière niet richting wereldfaam katapulteren. Een stelling waar Havenne het slechts deels mee eens is: “Voor een aantal bands kan je ongetwijfeld die conclusie trekken. Maar als er voldoende talent en doorzettingsvermogen aanwezig is, kan naamsbekendheid in Wallonië wel een rode loper uitrollen richting Frankrijk en Luxemburg. Programmatoren uit die landen geraken vaak nog wel in de Waalse clubs maar veel minder in Vlaanderen. Daarom alleen al is het de moeite waard om de oversteek toch te wagen.” Lamproye beaamt: “Er bestaan inderdaad veel contacten tussen professionals uit de Franse muziekwereld en die van Wallonië. De Fransen komen ook geregeld langs op onze concerten en festivals. Dat zijn heel mooie opportuniteiten voor een jonge band om de deur naar de Franse markt te openen. Maar zorg er opnieuw voor dat je op het podium bewijst wat je waard bent, want daar wordt de wedstrijd gewonnen of verloren, zowel ten opzichte van die professionals als van het publiek.”

“Als je voldoende talent en doorzettingsvermogen hebt, kan naambsbekendheid in Wallonië een rode loper uitrollen richting Frankrijk en Luxemburg.”

“Ik ben trouwens van mening dat de opdeling Vlaanderen-Wallonië minder sterk speelt dan pakweg vijftien jaar geleden, toen dEUS en nadien Soulwax de Vlaamse muziekscene op een internationaal niveau tilden. Met Ghinzu en Girls in Hawaii beschikt het zuiden van het land vandaag ook over dergelijk talent. Ik krijg ook de indruk dat we opnieuw meer het label ‘Belgisch’ dragen. Dat is een goede evolutie en zeker geen nadeel om internationaal succes te bereiken.”

Courtcircuit.be
Wbm.be