Sleepers'-Reign-KBL1

Sleepers’ Reign

“Regels zijn er om aan je laars te lappen.”

Afgelopen. Gedaan. Schluss damit. Het zijn de gedachten die de laatste jaren bij ondergetekende opdoken toen de naam Sleepers’ Reign viel. Zilveren medaille en de KBC Publieksprijs op HUMO’s Rock Rally 2012. In plaats van snel-snel een plaat op te nemen, sloot Sleepers’ Reign zich op. ‘Four Dots’ was een teaser en voorspelde veel goeds, maar toen werd het stil. Nu en dan staken Lukas Hermans en de zijnen eens de neus aan het venster. Bedachtzaam kropen ze uit hun zolderstudio voor een try-out, zonder er veel ruchtbaarheid aan te gegeven. Net op het moment dat we dachten dat Sleepers’ Reign de hemel van de muzikale vergetelheid had opgezocht, lossen ze hun debuut. We zetten ons alvast schrap, want met ‘King Into Delight’ staan ze gewoon meteen tussen de big boys.

Antwerpen. 12 januari 2016. Mark the date. Het is niet enkel de dag na het overlijden van David Bowie, maar ook de dag waarop de ultieme mastering de mailbox van Lukas Hermans en Orson Wouters binnendendert. En de dag waarop Hermans – tussen de acts door studeert-ie geneeskunde – zijn belangrijkste examen had. Neus, keel, oren. Dat hij later, maar glunderend, op de afspraak verschijnt, nemen we voor lief. Wouters, de minzaamheid zelve, vertelt. Hij zen, Hermans kolerieker.

“Het album is af. Het is nu zaak om ze live te leren spelen. Sleepers’ Reign telt vandaag zes leden, twee meer dan tijdens de Rock Rally. Een drummer en een gitarist. Die extra paar handen zijn nodig, want we krijgen onze muziek anders nooit gespeeld. Tom (drums, red.) heeft een heel eigen stijl en voelde meteen aan wat onze songs nodig hadden: subtiliteit met een jazzfeel. Een absolute meerwaarde. Zijn minimale invulling past perfect.”

Lukas: “Hij heeft zijn plek snel gevonden. In het begin gaven we wel instructies, maar die heeft hij gelukkig meteen naast zich neergelegd.”

Orson: “De gitarist is een vriend van Tom; hij is er pas sinds kort bij. De laatste tijd hebben we ons toegelegd op live spelen. Tijdens de preproductie in de AB Club stonden we op het podium zoals we het live zouden aanpakken en hebben we al doende aan de livebeleving gewerkt. Voordien zaten we voortdurend in onze homestudio te prutsen aan onze songs. Maniakaal, bijna.”

Lukas: “Het komt er nu op neer om twee maanden van ’s ochtends tot ’s avonds te repeteren. De proefrepetities klonken alvast veelbelovend. Goed is niet goed genoeg, het moet echt af zijn.”

Orson: “Op dit moment moeten we nog oplossingen zoeken voor bepaalde stukken. Op plaat staan soms drie synths boven elkaar of twee drumkits. Dat krijgen we live niet gebolwerkt.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Jullie hebben tussen 2012 en nu vier jaar de tijd genomen om een album te maken, met het fantastische ‘Four Dots’ als tussendoortje. Zijn jullie op die vier jaar tijd betere muzikanten geworden?
Orson: “Het zou kunnen. We hebben rustig onze tijd genomen om de plaat te maken die we in ons hoofd hadden. Ik denk wel dat we gegroeid zijn. De centen van de Rock Rally waren ideaal om ons plan uit te voeren: een producer huren, instrumenten bijkopen … niets gehaast doen. Poppunt heeft ons daarbij trouwens goed begeleid, zeker ten tijde van onze eerste single.”

Lukas: “Als muzikanten hebben we onze tijd erg nuttig kunnen gebruiken. We zijn nog niet waar we willen zijn, maar ik voel alvast wel dat we betere muzikanten geworden zijn.”

Even naar de plaat: er staan songs op die al dateren van 2012. ‘Crushed Before Collision’, bijvoorbeeld, in een ietwat ander arrangement. Jullie spelen dat nummer ondertussen al vier jaar. Dat is lang.
Orson: “Ja. We waren het eventjes beu gespeeld, maar Justin (Gerrish, producer, red.) heeft ons kunnen overtuigen om het opnieuw op te pikken. Hij gaf een paar interessante alternatieve invalshoeken. Een aantal songs hebben de plaat niet gehaald, maar van de oude die er wel op staan, zijn we nog steeds heel erg overtuigd. ‘King Into Delight’ is de eerste song die we ooit geschreven hebben.”

‘Four Dots’ ontbreekt.
Orson: “Bewust, ja. Dat was een totaal ander hoofdstuk en past qua sound niet bij ‘King Into Delight’; het is veel elektronischer.”

“We hadden in de afgelopen vier jaar best wel twee platen kunnen maken, maar je kan als band maar één keer met je debuut naar buiten komen.”

Op een bepaald moment dacht ik dat jullie niet meer bestonden.
Lukas: “Je bent niet de enige. Wie ons een beetje volgde, zag wel dat we hier en daar een concert speelden, maar veel lawaai hebben we daar toch nooit over gemaakt. Voor social media hadden we te weinig tijd. We hebben nooit gedacht dat het niet zou gebeuren, al zijn er wel wat hindernissen geweest. Timing, studies … maar niets onoverkomelijk.”

Ik las ergens dat ‘King Into Delight’ de allure heeft van “het derde album van een band”. Heeft Sleepers’ Reign album één en twee gewoon overgeslagen?
Lukas: “We hadden in de afgelopen vier jaar best wel twee platen kunnen maken. Het is een paar keer ter sprake gekomen, maar we hebben er toch voor gekozen om het niet te doen. Je kan als band maar één keer met je debuut naar buiten komen. Het moet dus goed zijn.”

Jullie hebben samengewerkt met Justin Gerrish, bekend van zijn werk met onder andere Vampire Weekend. Ook de naam Nigel Godrich is ooit ter sprake gekomen. De man achter ‘Kid A’ van Radiohead en de fantastische ‘From The Basement’-sessies.
Orson: “We hadden Nigel Godrich gezien met zijn band Ultraísta, in café Video. Puik concert. We hebben hem toen een USB-stick met demo’s meegegeven, maar er achteraf niets meer van gehoord. Ik denk dat hij geen tijd had. Of hij betaalbaar was, dat weten we niet. Zo ver zijn we niet geraakt. Het is uiteindelijk Justin geworden. We zijn grote fan van de platen van Vampire Weekend, zeker van hoe de drums opgenomen zijn. Aangezien het voor ons de eerste keer was dat we met live drums zouden opnemen, leek hij de beste keuze. Wat achteraf ook bleek, want we hadden meteen een heel erg goeie klik. Al tijdens de voorbereidende Skype-gesprekken zaten we op dezelfde lijn. We zijn samen op zoek gegaan naar de beste manier om de songs op te nemen. Het was een mooi organisch proces. Van de veertien songs die we hadden zijn er in totaal tien op de plaat beland.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Jullie hebben ‘King Into Delight’ in Gent en Brooklyn opgenomen. Hoe was dat?
Orson: “Cool.”

Dat zegt genoeg.
Orson: “Ja. (lacht) We hebben in Brooklyn heel veel synths opgenomen. Het waren lange, intense nachten. Het was wel een droom die uitkwam, hoor. De sfeer tijdens de opnames was opperbest: het leek bijwijlen alsof we op een andere planeet zaten, ver weg van de wereld.”

Lukas: “Toch iets anders dan de Bijloke. (lacht) We hebben er wel tijd genomen om wat plekken te bezoeken, snel tussendoor. We moesten er ook repeteren voor de show die we er gespeeld hebben.”

Er is lang sprake geweest om de plaat zelf te producen …
Orson: “Ja, maar uiteindelijk was het de juiste keuze om er iemand met frisse oren bij te halen. Justin was een godsgeschenk, een New Yorkse doener die meteen van de luchthaven naar de studio ging en begon te werken. Niks geen jetlag. Het was echt stelen met de ogen: hoe hij sound maakt, bijvoorbeeld! Fantastisch. Heel gretig, met bij momenten een stuk of twintig microfoons voor de drums alleen.”

Lukas: “Het heeft toch even geduurd voor het besef kwam dat een externe producer onze muziek beter kon maken. Ik vond het een uitdaging om in onze homestudio zelf zo ver mogelijk te gaan, maar op den duur zaten we aan ons plafond. Met Justin was het meteen dikke mik en vanaf het moment dat we in de flow zaten, ging het vrij snel. Los van de preproductie hebben we de plaat op drie weken tijd opgenomen. We zijn er wel volop voor gegaan. Veel rust hebben we niet gehad.”

“Bij Sleepers’ Reign houden we geen rekening met wat de mensen verwachten. We leggen ons geen beperking op.”

Tot gisteren, want de plaat moest op tijd gemasterd. Moeilijk om los te laten?
Lukas: “Best wel, maar we moesten wel. Onze tijd was echt op. We hadden wel het gevoel dat we er niets meer aan konden verbeteren. Op een bepaald moment heb je alle mogelijkheden benut die er zijn, alles geprobeerd. Dat zegt toch al wat. Trouwens, we moesten tijdens het finale mixen alle comments digitaal doorgeven. Het is makkelijker als je samen in de studio zit en enkel hoeft te zeggen ‘dit wat luider’, ‘daar wat meer galm’ … Via mail, sms of Skype gaat het allemaal wat trager.”

Voor jullie ‘King Into Deligh’ gingen opnemen, hebben jullie vier jaar lang alle hoeken van het muzikale spectrum verkend. Een echte studio is nog iets anders dan een homestudio: werkten de eindeloze mogelijkheden niet beklemmend?
Orson: “Niet echt. Het is zoals je zegt: we hadden zelf al veel studioverkenning gedaan. Het was niet helemaal onontgonnen terrein. We wisten vooraf wel wat we wilden doen. En dat was niet ‘alle duizenden effecten’ uitproberen. Al zijn we wel ver weg gebleven van less is more. Het was te interessant om de mogelijkheden niet te onderzoeken. Van sommige songs hebben we vijftien versies gemaakt, of ze tien keer gearrangeerd … Een zeer boeiende trip. Bij Sleepers’ Reign is de regel: als één van ons het niet goed vindt, dan doen we het niet. En, mocht het ons tien jaar gekost hebben om de plaat te maken, dan hadden we die tijd ook genomen.”

Of tien minuten witte ruis op de plaat gezet …
Orson: “Ja, we hebben dat ooit eens gezegd. Als het binnen het concept past, waarom niet? Trouwens, op ‘King Into Delight’ staat stilte, helemaal op het eind. We hebben woord gehouden.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Jullie manier van aanpak doet me ergens wel aan die van The Germans denken: wars van alles je ding doen. De muziek klinkt helemaal anders, de filosofie is dezelfde.
Orson: “Regels zijn er om aan je laars te lappen. Bij Sleepers’ Reign houden we geen rekening met wat de mensen verwachten. We leggen ons geen beperking op. Een album maken met singles op? Waarom zouden we dat doen en onze fantasie beknotten?”

‘Leafhunter’ zou een single kunnen zijn.
Orson: “Of onze eigenste Motown-song: het eerste nummer op de plaat met een Bee Gee-achtige zanglijn.”

Ja, een zeer verrassende keuze om het album mee te openen. In een interview met David Bowie vroeg Luc De Vos ooit: wat doe je het liefst, optreden of in de studio zitten en schrijven. Bowie antwoordde dat hij het na een paar weken altijd wel gehad had met live spelen. Performen was ondanks zijn fantastische shows toch minder zijn ding. Hoe zit dat bij jullie?
Orson: “Tot nu toe hebben we ons vooral toegelegd op de producerskant, al staat live spelen wel even hoog aangeschreven. We willen dat absoluut ontdekken. Begin maart starten de liveconcerten. De songs zullen live niet veel verschillen met de versies op het album. Misschien komen er wel visuals bij.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Over shows gesproken: jullie spelen op het befaamde SXSW-festival, in Austin, Texas, zowat het belangrijkste showcasefestival ter wereld.
Lukas: “Daar kijken we toch erg naar uit. We hebben al in de States gespeeld, en de commentaren waren toen wel overweldigend. We gaan er met veel plezier terug. Het wordt alleszins spannend. Niet dat het erop of eronder is, maar spelen in de VS, dat wil toch iedereen?”

Orson: “Toen we er de eerste keer speelden, hadden we geen budget om een FOH-mixer mee te nemen. We kregen er een toegewezen en die begon ons meteen de les te spellen. Dat zal nu toch anders zijn.”

Lukas: “Ja, de geluidstechnicus is erg belangrijk, want onze songs klinken allemaal anders. De ene keer staat de gitaar erg op de voorgrond, de andere keer de synth. Iemand die daar niet mee vertrouwd is, kan dat zo om zeep helpen.”

Orson, jij bent zelf nogal passioneel met techniek bezig …
Orson: “Ja. Ik ben nu onze mengtafel aan het restaureren, een geval van 2,5 meter lang. Op de kop getikt bij iemand die ze in zijn garage had staan, onder het stof. Het is een werk van lange adem, maar we hebben ze ondertussen al kunnen gebruiken. Het was wel geen sinecure om ze in onze zolderstudio te krijgen. We hebben ze helemaal moeten ontmantelen om ze via de draaitrap tot boven te krijgen. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om ze terug naar beneden te brengen. Althans, voorlopig toch niet.”

sleepersreign.be