Simon-Segers-KBL2

Simon Segers

“Ik kan niets weggooien. In alles zit muziek.”

Van de mensen die het meest te zeggen hebben, zijn diegenen die het vaakst zwijgen meestal de meest interessante. Spreek als je gehoord wil worden. Het geldt niet enkel voor mensen, maar zeker voor muzikanten. Want muziek vult de ruimte en in de stilte tussen twee noten zit vaak meer verhaal dan in een virtuoze solo. Wie dat goed begrepen heeft, is Simon Segers. Bij het grote publiek misschien minder bekend, maar Simon Segers is zo een van die muzikanten – een drummer – die de juiste tik geeft op het juiste moment. Je kon hem al loos zien gaan bij het ter ziele gegane Members Of Marvelas of als stand-in bij Lady Linn, maar vandaag neemt Segers de honneurs waar bij Absynthe Minded, Black Flower, Stadt en De Beren Gieren. Verschillende stijlen, met één verbindende factor: een tomeloze passie voor all things drums. Of hem dat tot een gearslut maakt? We vroegen het hem.

Plaats van afspraak: de stek van Eefje de Visser. Gent is een kleine stad, en gelijkgestemde zielen lopen elkaar al eens tegen het lijf. Segers deelde lange tijd een huis met de Visser, en heeft er nu nog steeds een repetitiehok. Een muzikale hub, want naast Segers’ speeltuin vind je er ook de ROBOT-studios van Pieterjan Coppejans, de man van Eefje de Visser. De plek ademt muziek.

“Let niet op de rommel”, zegt Simon wanneer we naar zijn ‘kot’ stappen. We vallen haast over de drumonderdelen. “Ja, dit is mijn eerste drum,” lacht hij, wanneer we langs een verzameling oude toms stappen, “een groene Pearl Masters Custom met gouden lugs. Zou ik nooit meer kopen. (lacht) Al moet ik wel toegeven dat de basdrum me nog steeds kan bekoren. Een paar jaar geleden heb ik van de 14” tom een snaredrum gemaakt. Boeiend experiment, maar ik gebruik hem vrijwel nooit meer. Ik heb door de jaren heen wel wat kits verzameld. Drie ervan gebruik ik nu regelmatig: de rode Ludwig die hier staat, met een 14” Supraphonic snare, en dan nog twee andere.”

Sound!

“Ik hecht enorm veel belang aan sound en sound maken. Waar ik bijvoorbeeld nog steeds niet uit ben: hoe kreeg Led Zeppelins drummer John Bonham zo’n sound uit zijn drums? Die kick, die diepte, die attack en die warmte? Het is sowieso een combinatie van materiaal, tuning en zijn manier van spelen, maar ik heb die sound nog nergens anders gehoord. Of kunnen recreëren.”

Fenonemaal, inderdaad. YouTube geeft, zoals zo vaak gebeurt, het antwoord.
Simon: “Maakt die interesse mij tot een gearslut?”

De vraag stellen is ze …
Simon: “… beantwoorden, ja. (lacht) Ik denk het niet. Ik ben er wel dagelijks mee bezig, en wil dat mijn gerief in orde is. Ik ben niet iemand die alle nieuwigheden wil uittesten of een drumstel van amper een jaar oud verkoopt, omdat er een nieuwe serie op de markt is. Ook de tweedehandsmarkt bezoek ik zelden. Ik ben blij met wat ik heb. In het nieuwe hybrid drummen heb ik me enkel nog maar de basics aangeschaft. Elektronisch drummen is niet mijn stiel.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Een elektronische kit, met gaasvellen, is anders wel de oplossing voor mensen die én klein behuisd zijn én niet al te veel lawaai mogen maken.
Simon: “Ja, dat wel, maar ik heb er weinig voeling mee. Voor mij gaat er niets boven een akoestische drum. Ik wil met mijn handen kunnen spelen, sound maken door licht met mijn vingers op het vel te tappen. Elektronische drums mogen dan wel aanslaggevoelig zijn, de samples die gebruikt worden zijn allemaal dezelfde, ook al heb je wellicht de keuze uit duizenden sounds. Geef mij maar een echt, fysiek drumstel. Daar kan je op oefenen om je sound te vinden. En je bouwt een persoonlijke relatie op met je instrument. Op een gaasvel kan je bij wijze van spreken een patat laten vallen en nog altijd zal je dezelfde sound krijgen. Het is makkelijk en efficiënt, maar ik vind het geen uitdaging.”

Over vellen kunnen we een boom opzetten. Welke verkies jij?
Simon: “Ik ben een Remo Ambassador-liefhebber. Het ligt alvast op mijn snare en op mijn toms. Die Ambassador is een standaardvel waar je heel veel kanten mee uit kan. Zonder treatment klinkt het briljant en open, maar je krijgt het evengoed dof en droog door er wat prullen op te plakken. Voor mijn basdrum gebruik ik een Powerstroke 3, omdat dat uit zichzelf al wat laag heeft en voldoende punch. Je zou ervoor kunnen kiezen om alle grote merken uit te proberen, maar ik vrees dat je dan ergens in een straatje-zonder-eind belandt. Er is zoveel op de markt …”

Je zou zweren dat een jazzliefhebber als jij gaat voor de reissue vintage vellen, de Remo Renaissance.
Simon: “Neen, toch niet. Weet je wie lang op echte dierenvellen gespeeld heeft? Art Blakey. Tot diep in de jaren 1960. Je kan ze nog wel vinden, maar het is zoals de darmsnaar van een contrabassist: zeer duur en vrij fragiel. In het geniep zou ik het toch eens willen proberen. Als ik luister naar Blakey’s opnames, dan kan ik jaloers worden van die oerenergie en zijn Afrikaanse, percussieve sound. Hij zit dicht tegen de roots van het drummen. Wat ik niet doe, is mijn vellen om de vijf stappen vervangen. Ik vind dat niet nodig: een nieuw vel klinkt lang niet zo warm als een vel dat al wat ingespeeld is.”

Nochtans, ik interviewde een paar jaar geleden Wallace Vanborn, toen ze in de studio zaten met producer David Botrill (zie Poppunt Magazine 52). Botrill wou voor elke nieuwe track een nieuw snaredrumvel. Omdat het net die crispy sound had …
Simon: “Ja, dat kan. Het heeft dan nog een zekere spark. Ik ken evengoed drummers die hun vellen vrijwel nooit vervangen. Die krijgen een heel aparte klankkleur, zeker als het gaat om iemand die vaak live speelt. Die voortdurende temperatuurschommelingen, het vuil, het bier, de luchtvochtigheid … het heeft allemaal een invloed op je sound en de patina van je vel.”

Ben jij iemand die je kit samenstelt naargelang de gelegenheid: een 22” Ludwig basdrum, met een Slingerland tom, een Rogers floor en een Craviotto snare …
Simon: “Neen. Meestal gebruik ik een matching kit, omdat bij goede kits de dynamiek helemaal klopt. Als ik meer zoek naar een klankenpallet dan naar een klassieke drumsound, dan raap ik allerlei dingen bij elkaar en zoek ik tot het klopt. Bij MDCIII, een nogal percussieve band met Mattias De Craene, gebruik ik bijvoorbeeld geen cymbalen maar wel rototoms, koebellen en andere troep. Ik probeer wel elke keer te tunen, waar ik ook ben. Een zaal, in het repetitiehok of de studio, bij verschillende songs … Elke ruimte heeft een andere sound en daarop kan je maar beter inspelen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Het tunen van drums: het is nooit exacte wetenschap. Zeker niet omdat een drummer nooit echt weet hoe zijn drumstel werkelijk klinkt. De projectie van de sound gaat naar voren, de drummer zit achter zijn instrument. Hoe een kit in de zaal klinkt, weet je eigenlijk niet.
Simon: “Dat is waar, maar als ik tevreden ben met de sound op het podium, dan is het goed. En je moet de geluidsman vertrouwen. Het gebeurt dat ik tijdens een soundcheck niet de gewenste drumsound krijg, door de akoestiek van de ruimte of doordat ikzelf te kritisch ben. Als de geluidsman zegt dat het toch goed klinkt in de zaal, dan leg ik me daarbij neer.”

Bijzonder aan je huidige De Bieren Gieren set-up is dat je met een prepared drum speelt. Je hebt er verschillende effecten op aangesloten – delay, distortion – wat je een wel heel eigenzinnig geluid geeft. Bij De Beren Gieren werkt het wonderwel, en onlangs, op Winter Ghost in Gent, gaf je een zeer gesmaakt solo-optreden.
Simon: “Ja, ik ben daar toch al een tijdje mee aan de slag. Het heeft redelijk wat tijd en wat hoofdbrekens gekost om die set-up helemaal op punt te stellen. En het is nog steeds een work in progress. Wat De Beren Gieren betreft, houden we ons wat effecten betreft aan een paar dogma’s: het is steeds een parallelle vervorming van een akoestisch instrument en we moeten ermee kunnen improviseren. We gaan bijvoorbeeld geen loops maken die onze muzikale vrijheid beperken. Alle effecten, zowel op piano als op drum, moeten op het moment zelf ontstaan, in de muziek. Ze vormen een real-time bevreemdend laagje bij wat we aan het spelen zijn. De effecten zijn vrij lo-fi. Die beperkingen geven vaak verassingen die zeer welkom zijn bij een groep als De Bieren Gieren, omdat we niet altijd willen weten wat er gaat gebeuren. Effecten kunnen uitvallen of zich plots anders gedragen. Dat avontuurlijke aspect trekt me erg aan.”

Niet vanzelfsprekend, omdat je met verschillende dingen tegelijk moet bezig zijn: muziek maken en je effecten bedienen. Dat vraagt toch enorm veel concentratie?
Simon: “En oefening, ja. (lacht) In het begin was het echt moeilijk, maar ik maak het me niet altijd gemakkelijk: zo bedien ik de feedback van mijn delay-effect met mijn dijbeen, en pas ik de rate van de delay aan door tijdens het spelen nog wat aan de knoppen te draaien. Ik heb het ondertussen wel onder de knie, en ben erg tevreden met het resultaat, omdat het een zekere bevreemding toevoegt aan de sound. Ik heb al vaak de vraag gekregen wat dat ‘vreemde geluid’ was tijdens een optreden. Dat ben ik, voor een stuk.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Topschijf!

“Ik gebruik al heel lang dezelfde ride-cimbalen,” zegt Simon, “een Istanbul jazz ride en een Bosphorus master. En ik heb als sinds mijn veertiende dezelfde hi-hat. Die Istanbul heeft een mooie wash en die Bosphorus een heldere tik. Soms gebruik ik drie rides, die ook mooi crashen, zoals bij De Bieren Gieren. Helaas zit er in die Istanbul een scheur. Het zorgt ervoor dat hij wat doffer klinkt, maar ik vind dat-ie nog steeds veel karakter heeft. Ik heb verder nog een stel vreemdsoortige cimbalen. Een daarvan heb ik ooit gekregen van een vriend. Het is wellicht van Turkse makelij, maar het merk is onleesbaar. Ik gebruik het soms als het erg ‘kraut’ mag klinken.”

En je stokken?
Simon: “Ook daar is het vooral een kwestie van verschillende soorten uit te proberen. Ik heb erg lang met Bolero-stokken gespeeld, de SD2. Ik vind die heel erg mooi en laag klinken op cimbalen, maar ben onlangs overgeschakeld op Vater Recorder, nu voor mij de standaard-stok. Stokken hebben vooral veel effect op cimbalen. Ook nieuw in mijn collectie is de Modern Jazz Collection van Vic Firth; ze klinken iets aangenamer wat attack betreft. Ik gebruik ze vaak live, omdat ze het juiste gewicht hebben en je er makkelijk rimshots mee kan geven. In studiosessies zoek ik altijd naar de juiste stok. Er zit voor mij een volgorde in sound maken: eerst het instrument, dan de vellen en dan de stokken. Ik bestel soms stokken waarmee ik nog nooit gespeeld heb, omdat ik vooral de mogelijkheden van de ride-sound wil ontdekken. Met elke stok is dat weer anders. Chopsticks gebruik ik ook soms. (lacht) (geen grap, red.)”

Je lijkt me niet iemand die snel stokken stuk speelt …
Simon: “Neen, ik breek nooit stokken. Ik gooi ze altijd weg op het moment dat ik merk dat ze te veel beginnen te veren. Dan krijg je nog maar een halve sound op je cimbalen. Dat is voor mij het teken om ze te wisselen.”

absyntheminded.beblackflower.bedeberengieren.bestadtmusic.com


Simons set-ups

Rock kit

Ludwig Super Classic, red sparkle van 1967 (22” BD, 13” racktom, 16” floor) met Supraphonic snare. Deze kit is lekker in balans. Elk deel heeft een mooie, ronde attack en een korte sustain, maar toch veel toon. Een typische Ludwig-sound. Ik gebruik dit kitje bij Stadt en Absynthe Minded; het is een goed begin bij opnamesessies.

Jazz kit

Rogers Holiday, champagne sparkle van 1964 (20” BD, 12” racktom, 14” floor) met een Slingerland 40’s Radio King Gene Krupa snare. De toms zijn vrij standaard open trommels, maar de kick is uniek. Hij geeft laag zoals je het niet kent bij een basdrum (hier gebruik ik geen powerstroke, maar aan beide kanten een coated ambassador, zonder gat). De snaredrum kan je hard aanspannen, waardoor je lekker kan roffelen, maar hij behoudt veel body door z’n diepte (6½”) en door het strainersysteem dat de snaren tot buiten de ketel spant. Ik gebruik deze kit bij De Beren Gieren en MDCIII; het is mijn favoriete oefenkit.

Other kit

Slingerland, white marine pearl van 1965 (20” BD, 12” racktom, 16” floortom) met de Slingerland 40’s Radio King Gene Krupa snare. Deze kit is heel beperkt, maar daarom net gebruik ik hem graag. Hij heeft zeer droge, ploppy toms, en de basdrum heeft altijd veel attack, ook als je zeer stil speelt. De 12” tom en 16” floor liggen wat ver uit elkaar, maar dat kan ook net leuk zijn. Deze gebruik ik bij Black Flower.

Effect set-up

Als basis gebruik ik piezzo-elementjes – triggertjes eigenlijk – die gelinkt zijn aan een Doepfer-mengtafeltje. Van daaruit wordt het signaal door een paar gitaar-effectpedalen gestuurd: een Big Muff Deluxe, Roland RE20 delay en een El Capistan Delay.