Showcase Festivals

Breekijzer voor een internationale doorbraak?

Op 15, 16 en 17 januari vindt in het Nederlandse Groningen EuroSonic plaats, een van de grootste showcase festivals in Europa. Dit jaar ligt de focus op België. Reden te meer om eens rond te neuzen achter de schermen van EuroSonic en andere belangrijke showcase festivals. Wat is het opzet? Hoe kan je er als artiest een plek versieren? Hoe belangrijk zijn dergelijke festivals voor de muzieksector? Wat levert het uiteindelijk op? Wij spraken met Maarten Quaghebeur van het independent management- en boekingskantoor Rock’O Co, Wouter Degraeve, verantwoordelijke voor pop- en rockprojecten bij Muziekcentrum Vlaanderen, en Herman Hulsens, programmator bij AB.

EuroSonic is niet het enige showcase festival ter wereld: andere toppers zijn South By Southwest – kortweg SXSW – in Austin (VS), CMJ in New York (VS), Popkomm in Berlijn (DE) en Midem in Cannes (FR). Maar er zijn ook buitenbeentjes zoals het Deense Spot Festival,dat focust op Scandinavische pop en rock, het Nederlandse London Calling, met uitsluitend Britse bands, of het Belgische Play Festival in Hasselt, dat naast Belgische en Nederlandse bands ook groepen uit een gastland centraal stelt. Alle geven ze een eigen invulling aan het begrip showcase festival en leggen ze aparte accenten. Maar alle hebben ze ook in mindere of meerdere mate de ambitie om een graadmeter te zijn voor wat er leeft binnen de muziekwereld en in de muziekbusiness, en voor wat er morgen hip, beroemd of populair zal zijn.

Van alle maten en soorten

Muziek is niet alleen big business, maar ook professional business. Showcase festivals zijn daarvan de perfecte weerspiegeling. Zo telt Popkomm – naast de ruim 450 acts die je er gedurende 4 dagen kan zien – 200 sprekers uit 22 landen, 40 panelgesprekken, 3.630 deelnemende bedrijven, 886 standhouders en in totaal 15.400 deelnemers. 29% van de aanwezige professionals vertegenwoordigt een label, 22% een publisher, 9% een distributeur en 5% zit in een band. De hele muziekbusiness zit er letterlijk bij elkaar op maar 17.000 vierkante meter expositie-, congres- en concertzaalruimte.

South By Southwest telt waarschijnlijk de meeste muzikale acts (1.800!) maar slaat tegelijkertijd ook een brug tussen muziek, film en interactieve media. Vijf dagen lang komt de top van de webdesigners, bloggers, ontwikkelaars van draadloze toepassingen, programmeurs, enz. er bijeen om elkaar te verbazen met de nieuwste technologieën. De link met muziek is uiteraard nooit veraf. De filmconferentie focust op onafhankelijke films en filmmakers, en probeert ook daar de brug naar muziek te maken.

Op Midem neemt de muziekbeurs dan weer een centrale plaats in. Dat de plaatsen er gegeerd zijn, kunnen we afleiden uit de standprijzen. Voor net geen 4.000 euro krijg je met je bedrijf een modaal plekje. Een betere plek kost je algauw minstens 2.000 euro méér, om dan nog te zwijgen over de zogenaamde VIP-plaatsen. Participanten komen uit alle hoeken van de wereld: 3.023 uit West-Europa, 1.547 uit Noord-Amerika, 503 uit Azië, 121 uit Zuid-Amerika en 101 uit het Midden-Oosten.

Onder het motto ‘minder is meer’ proberen de kleinere showcase festivals zich vooral te specialiseren om daardoor het verschil te maken met de reuzen. Zo wil het Spot Festival een platform zijn voor muziek uit Denemarken en andere Noordelijk gelegen landen, terwijl London Calling uitsluitend op Engelse bands focust.

Het mag duidelijk zijn: de meeste hedendaagse festivals staan vandaag veraf van de veredelde handelsbeurzen van weleer. Het zijn strak georganiseerde evenementen met een professionele organisatie die de klok rond bezig is om alles in goede banen te leiden. Niet alleen het aanbod aan showcase festivals is groot, ook het aanbod aan acts, lezingen en panelgesprekken binnen de festivals is overweldigend.

Herman: “Op een showcasefestival als SXSW kan je zowel bands ontdekken in concertzalen als op geïmproviseerde optredens tijdens een of andere barbecue van een platenfirma. Om in het reusachtige aanbod mijn weg te vinden, stip ik vooraf bands aan. Op 4 dagen zie ik zo 10 à 12 bands per dag. Ik selecteer ze vanuit het perspectief van de AB en op basis van binnen- en buitenlandse lectuur zoals Mojo, Uncut of Q. In deze magazines circuleren altijd namen van nog onbekende bands waarrond wel iets bougeert. De mooiste momenten zijn natuurlijk de toevallige, ongeplande ontdekkingen.”

Nieuwjaarsreceptie van de muziekwereld

EuroSonic wordt al dollend wel eens de nieuwjaarsreceptie van de muziekwereld genoemd omdat de meeste professionals er enkel en alleen naartoe gaan om te netwerken. Festivalorganisatoren proberen er afspraken te maken rond het delen van bepaalde acts, managers praten er met vertegenwoordigers van platenlabels, die op hun beurt dan weer contacten leggen met buitenlandse verdelers, enz.

Maarten: “Je gaat er uiteraard naartoe om groepen te ontdekken, of om een lezing bij te wonen, maar toch vooral om contacten te leggen, zeker als je zelf een groep aan de man wil brengen. Je probeert een hype te creëren rond die groep en je zorgt ervoor dat de juiste personen op het juiste moment op de juiste plaats aanwezig zijn. Eenmaal er interesse is, kan er gepraat worden. Het optreden dient dan nog louter om de geïnteresseerden definitief over de streep te trekken.”

Wouter treedt Maarten bij en legt ook de nadruk op een goede voorbereiding: “Op dergelijke festivals of beurzen kan je in korte tijd veel mensen ontmoeten die belangrijk kunnen zijn voor je band, boekingskantoor of label. Daarom is het belangrijk om de beurs goed voor te bereiden, vooraf de gewenste meetings vast te leggen, en vooral ook nadien de contacten te verzorgen. Concrete resultaten kan een beursbezoek niet garanderen, maar je kan je slaagkansen wel vergroten via een goede planning, en in ieder geval je netwerk van potentieel interessante contacten uitbreiden.”

Duwtje in de rug welkom

Showcase festivals mogen dan verworden zijn tot hoogmissen van de industrie, ze draaien uiteraard nog steeds om de muziek en de bands. Voor een Belgische groep is het een kans om een nieuw afzetgebied aan te boren, wat uitermate belangrijk is om de situatie leefbaar te houden. Vlaamse of Belgische bands hebben het niet altijd even makkelijk om aan de bak te komen.

Wouter: “De selectie voor EuroSonic of Popkomm wordt grotendeels gemaakt door het festival zelf. Wij proberen wel bands naar voren te schuiven of de aandacht te vestigen op interessante Vlaamse releases. België blijft een klein land en ieder duwtje in de rug is welkom om een plaats te veroveren tussen Britse, Franse of Duitse bands. De relatie met EuroSonic-programmator Robert Meijerink is goed en de laatste jaren spelen er telkens zo’n 10 groepen uit Vlaanderen. Op Popkomm is de concurrentie een stuk groter. In het verleden organiseerden we zelf een Flemish Night, maar we streven er vooral naar om onze bands te laten spelen in een line-up tussen andere boeiende internationale acts. Dit jaar sloegen we op Popkomm de handen in elkaar met onze Nederlandse collega’s van Buma Cultuur. Mintzkov en Sharko speelden er op een Belgisch-Nederlandse showcase. Triggerfinger en Ozark Henry stonden daags nadien in het normale Popkomm-programma. Tijdens het beursgedeelte organiseerden we ook een netwerkmoment waarop we buitenlandse spelers uitnodigden.”

Volgens Maarten heeft het weinig zin om met een groep naar een showcase festival te trekken als je vooraf niet je huiswerk maakt. Opnieuw is een degelijke voorbereiding dus onontbeerlijk. “Voor EuroSonic zijn er voor België alleen al een 200-tal aanvragen ingediend. Dat is gigantisch. Maar een fractie daarvan werd geselecteerd. Een selectie op zich is mooi voor de band in kwestie, maar biedt geen enkele garantie op een geslaagd festival. De show moet er staan, het optreden moet af zijn. Je krijgt immers maar één kans. Het heeft ook geen enkele zin om op een dergelijk festival te gaan spelen zonder dat je vooraf een buitenlands verhaal hebt gecreëerd rond je groep. Managers, boekers, labels, de pers, enz. moeten overtuigd worden van de kwaliteiten en het potentieel van de band in kwestie, anders komen ze sowieso niet kijken. Soms wordt daarvoor maanden aan stuk gemaild en loopt het terplekke alsnog mis. Het is dan ook een proces van wederzijds aftasten en de directe resultaten zijn niet altijd onmiddellijk meetbaar. Zo kwam Das Pop ooit via een showcase festival in contact met een Engelse boeker, toen voor ons een matig succes. Maar mede door af en toe in Engeland te gaan spelen, werden ze op een bepaald moment wel opgepikt door een Brits label. Sommige zaken kosten nu eenmaal tijd.”

Het grote plaatje

In 2007 investeerde Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux zo’n  42.000 euro om muziek uit Vlaanderen te promoten op Popkomm. Muziekcentrum Vlaanderen lanceerde er een compilatie-cd, organiseerde een meet & greet met internationale bezoekers op de Popkommbeurs, en samen met FIT (Flanders Investment & Trade) verzorgden ze een ambassadeconcert van Jef Neve. Dankzij een samenwerking met Popkomm-programmator Dirk Schade kreeg Muziekcentrum Vlaanderen ook 6 Belgische bands op de affiche: Sioen, Goose, Absynthe Minded, Jef Neve Trio, Scala en Hooverphonic. Met deze ondersteuning wou de minister niet alleen muziek uit Vlaanderen een impuls geven, maar ook de toenadering tussen de muziekindustrie en het Vlaamse culturele beleid onderstrepen. Vrijwel niemand uit de Vlaamse muziekindustrie twijfelt er vandaag de dag immers nog aan dat de overheid een belangrijke rol te spelen heeft bij de Vlaamse muziekexport. Naar het voorbeeld van Frankrijk en de Scandinavische landen zou ze zich daarbij kunnen opstellen als een ‘goede begeleider’, terwijl de industrie met haar expertise de richting aangeeft. Organisaties Muziekcentrum Vlaanderen en Flanders Investment & Trade (FIT) – dat het Vlaamse internationale ondernemen ondersteunt – hebben daarbij een belangrijk rol te vervullen.

Volgens Jean-François Michel, secretaris-generaal van de European Music Office (het Europese equivalent voor Muziekcentrum Vlaanderen), is de tijd rijp voor een samenwerking tussen meerdere partners, omdat het huidige zakenmodel van de muziekindustrie het geen jaren meer zal volhouden. De toekomst kondigt zich aan in de vorm van allerlei andere sectoren, met de telefonie op kop. Muziek wordt in het toekomstige economische landschap vooral content die andere producten kunnen gebruiken. Volgens hem beleeft de muziekindustrie geen crisis, maar een mutatie die zeker nog 5 jaar zal duren. Ondertussen dient de muziekindustrie echter te overleven en heeft ze dus alle steun nodig. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Muziekcentrum Vlaanderen een tandje bij steekt nu België centraal staat op EuroSonic.

Wouter: “Op Pukkelpop organiseerde Muziekcentrum Vlaanderen eerder dit jaar al een ontmoetingsmoment tussen de EuroSonic-organisatoren en de Belgische muziekscene. Programmator Robert Meijerink kreeg meer dan 200 Belgische showcase-aanvragen binnen. Muziekcentrum Vlaanderen zal de promo rond de geselecteerde bands verzorgen en ook andere releases van Belgische bands onder de aandacht brengen bij buitenlandse professionals. Daarnaast willen we hen ook kennis laten maken met de rijkdom aan clubs, festivals en concertzalen in België. Daarvoor werken we o.a. samen met het Clubcircuit, en denken we eraan om een brochure te maken, aangevuld met een live-dvd. Muziekcentrum Vlaanderen staat dit jaar ook in voor de organisatie van de keynote-speech waarvoor we festivalorganisator Herman Schueremans willen uitnodigen. Daarnaast stellen we aan EuroSonic 3 panelgesprekken voor die in het seminariegedeelte worden opgenomen en werken we momenteel nog aan andere acties die we op EuroSonic willen lanceren.”

Hoe zinvol is het om met je groep naar een showcase festival te trekken? In ieder geval zinvoller dan er weg te blijven. Voor Engels- en Franstalige Belgische bands zijn ze in ieder geval essentieel om hun afzetgebied te vergroten. Ze leiden voor sommige Belgische bands misschien niet direct tot succes, de contacten die er gelegd worden kunnen alleszins belangrijk zijn voor de toekomst.

kader 1

EuroSonic: een stukje geschiedenis
In 1986 was Noorderslag weinig meer dan een ludieke muziekwedstrijd tussen 10 Belgische en evenveel Nederlandse bands in Groningen. Als showcase voor veelbelovende en bekende Nederlandse en Belgische bands voldeed dat in die tijd ruimschoots. Noorderslag ontwikkelde zich echter snel tot een drukbezocht en gezaghebbend festival. Ook steeds meer professionals uit de muziekindustrie vonden de weg naar Groningen, zodat Noorderslag een soort nieuwjaarsborrel werd voor die beroepsgroep. “Zorgen dat er zo veel mogelijk professionals aanwezig zijn, die handen en voeten aan de carrières van de artiesten kunnen geven” is waar het voor Peter Smidt – vanaf het prille begin betrokken bij EuroSonic Noorderslag en nu creatief directeur – om gaat. Om die professionals een beetje zinnig bezig te houden werd in 1993 de Noorderslag Conference geboren: “Dan wissel je makkelijker van gedachten dan wanneer er een naast je een band staat te spelen.” Het seminar begon met een kleine 300 man en trekt tegenwoordig rond de 2.500 deelnemers uit heel Europa. Vanaf 1995 werd het accent verlegd naar Europese bands. De naam EuroSonic kwam in 1999 nadat er contact gezocht werd met Europese radiostations, verenigd in de European Broadcasting Union (EBU). “Daar werd gezegd dat wij een aardig voorstel hadden, maar er was een probleempje: ‘I can’t say the word “slag” on radio!’ Dat betekent namelijk hoer in het Engels.” Sinds de naamswijziging wordt EuroSonic uitgezonden in heel Europa. Vanaf de editie 2000 werd ook de donderdagavond erbij getrokken en sindsdien bestaat EuroSonic Noorderslag min of meer in zijn huidige vorm. En dan rijst natuurlijk onvermijdelijk de vraag: hoe moet het nu verder? Peter: “Wat we niet willen, is veel méér bezoekers trekken. We willen niet nóg meer bands gaan presenteren. Je kunt als bezoeker maar een bepaalde hoeveelheid zien op een avond en we willen ook niet naar grotere zalen toe, want een relatief intieme omgeving werkt vaak goed voor bands. Wat we willen, is groeien in de media-aandacht voor zowel de artiesten als voor het evenement.” Dat gebeurt bijvoorbeeld door de samenwerking met de EBU, een uitwisselingsprogramma onder de naam ETEP, en de vele (buitenlandse) professionals die op het festival afkomen. EuroSonic Noorderslag kan zich tegenwoordig meten met vergelijkbare festivals als South by Southwest of Popkomm. Groningen is in januari eventjes het centrum van de Europese popmuziek. Maar gaat het dan alleen maar om de bands en de muziekindustrie? Eigenlijk is het publiek de lachende derde in dit verhaal, want die kan voor relatief weinig geld 250 van de beste groepen van Europa meemaken in een weekend.

Kader 2:

Belgen op EuroSonic 2009
Dit jaar trekt een uitzonderlijk grote Belgische delegatie naar Groningen. België is dan ook focusland. De geselecteerde bands vormen een boeiende mix van gevestigde waarden en ontluikend talent: A Brand, Aeroplane, Amenra, Balthazar, Barbie Bangkok, Drive Like Maria, Ghinzu, Girls in Hawaii, Headphone, Joshua, Kris Dane, Lady Linn & Her Magnificent Seven, Madensuyu, Malibu Stacy, Milow, Motek, Novastar, Selah Sue, Shameboy, Sharko, The Black Box Revelation, The Experimental Tropic Blues Band, The Ideal Husband, The Sedan Vault, The Subs, Triggerfinger, Waxdolls, Yuko en Zita Swoon.