Romeo-Elvis-KBL1

Roméo Elvis

“Je publiek maakt deel van uit van je succes, en dat mogen ze weten.”

Zijn verhaal is ondertussen genoegzaam bekend: zoon van een artiestenfamilie – zijn vader is de Brusselse zanger Marka, zijn moeder de comédienne Laurence Bibot, en zijn zus begint stilaan carrière te maken onder de naam Angèle. Maar ook zonder die geloofsbrieven zou Roméo Elvis zijn opgevallen bij de oplettende hiphopfan. Toen enkele jaren geleden de Brusselse crew L’Or Du Commun brokken begon te maken met hun insteek op het genre, sprong Roméo meteen in het oog als gastrapper. In die mate zelfs, dat het een tijdje leek alsof hij gewoon deel uitmaakte van de crew. De single ‘Bruxelles Arrive’, die hij samen met spitsbroeder en grote inspiratie Caballero uitbracht, heeft een titel als een manifest. Het is het logische hoogtepunt van een evolutie die al langer aan de gang is: een golf van hiphop die het unieke gevoel van de hoofdstad weet te vatten in woord, klank en beeld. Samen met zijn onweerlegbare charisma is die herkenbaarheid een cruciale factor in zijn succes: de identiteitscrisis van Brussel (ni Wallon, ni Flamand) positief heruitgevonden – een geheel eigen smoel waaraan beide landsdelen zich kunnen spiegelen.

Teamwork

Ondanks zijn rijzende ster, blijft Roméo hameren op het belang van de hem omringende groep mensen: de scene waarin hij is begonnen. Binnen de mate van het mogelijke blijft hij deze groep actief bij zijn carrière betrekken.

“Vijf jaar geleden moést je kiezen tussen underground en mainstream. Tegenwoordig beginnen die werelden zich te vermengen, en dat is best interessant.”

Roméo: “Tegenwoordig kan je zelf veel via het internet regelen, maar zo verlies je de unieke kracht van een groep: het netwerk, de onderlinge communicatie. Rond L’Or Du Commun verzamelde zich een heel stel producers en rappers, en dankzij hen heb ik mijn debuut kunnen maken. Er is ook de persoonlijke band: we kennen elkaar vanaf het begin, en de crew vormt een klankbord waaraan ik kan blijven aftoetsen of ik nog goed bezig bent. Mijn recente werk met Le Motel (producer van zijn laatste twee ep’s, ‘Morale 1 & 2’, red.) staat nu volop in de belangstelling, maar ik heb absoluut niet het gevoel dat ik alles in m’n eentje heb geklaard. Er is een hele groep mensen verantwoordelijk voor dit resultaat, en die blijven van onschatbare waarde.”

Geldt dat ook voor de zakelijke kant van je werk? Je geeft de indruk heel spontaan en organisch te werken, maar ik kan me voorstellen dat er een goed uitgedacht plan achter schuilt.
Roméo: “We weten waarmee we bezig zijn. Have fun and make money, quoi. Zelfs de puur zakelijke aspecten werk ik uit met volk uit mijn entourage. Ik wil niet te veel uit handen geven aan een grote speler. Als we zelf de controle behouden, kunnen we groeien onder onze eigen voorwaarden. Dat lukt dankzij het bereik dat we met het internet hebben. Maar we staan natuurlijk ook open voor mogelijkheden en kansen die zich voordoen. Om een voorbeeld te geven: Red Bull heeft me nu een studiobudget gegeven, en ik krijg van hen creatieve carte blanche. Ik hoef daarvoor ook niet als ‘Red Bull artiest’ te poseren met een drankblikje, of zo. Simpelweg: zij hebben de middelen en de infrastructuur, ik kan dat gebruiken om mijn ding te doen. Die verhouding tussen artiest en commercie is helemaal aan ’t evolueren. Vijf jaar geleden was Red Bull nog de duivel; je moést kiezen tussen underground en mainstream. Tegenwoordig beginnen die werelden zich te vermengen, en dat is best interessant om te zien.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Hoe voorkom je dat je daarbij in de verkeerde richting evolueert? Heb je vuistregels om te bepalen wat je wel of niet doet?
Roméo: “Goh, ik spreek daarover met mijn manager, andere muzikanten en mijn vrienden. Maar ik heb wel degelijk mijn eigen plan voor ogen, ik weet best hoe ik wil evolueren. Dat plan staat echter niet rotsvast, ik ben daar flexibel in. Ik kijk wat er op mijn pad komt, en dan kies ik mijn volgende stap.”

 Merk je daarbij dat het moeilijker wordt om spontane samenwerkingen aan te gaan, nu je eigen profiel is aan ’t groeien? Ik kan me voorstellen dat er veel mensen staan te springen om met je samen te werken, soms met opportunistische motieven.
Roméo: “Goh, je moet dat slim aanpakken. Natuurlijk: vroeger moest ik enkel de overweging maken om te werken met mensen die ik zelf goed vond, en waar ik me mee kon amuseren. Nu is daar een strategische factor bijgekomen. Ik blijf mensen kiezen waarmee ik zelf wil samenwerken, maar ik besef best dat ze daar nu zelf voordeel uit kunnen halen. Ik ga geen namen noemen, maar er zijn momenteel bekende artiesten die laten weten graag eens met mij samen te werken. Ik weet echter ook dat een deel van mijn publiek zou afknappen als ik met bepaalde figuren in zee zou gaan, omdat ze te commercieel of gewoon niet geloofwaardig zijn. Anderzijds weet ik ook dat zo’n samenwerking mij mogelijk een nieuw en groter publiek kan opleveren. Dat is momenteel niet de ambitie, dus de keuze is makkelijk gemaakt. Maar het is wel een nieuw aspect waar ik rekening mee moet houden.”

“Misschien is dat wel het ‘Belgische’ gevoel: dat je zo’n smeltkroes van culturen hebt binnen één klein landje.”

België

Het lag voor de hand dat Roméo Elvis zou aanslaan in het Franstalige deel van België. Het is al heel wat minder evident dat hij zou worden opgepikt in Frankrijk, laat staan in Vlaanderen. Ook daar is de plaatselijke hiphop aan een opgang bezig. Kan er stilaan gesproken worden van een overkoepelende Belgische scene?

Roméo: “Voor ons is Frankrijk als afzetmarkt toch erg belangrijk. Frankrijk is voor ons wat de States zijn voor Canada: het grote buurland. Wanneer een Belgische artiest daar wordt opgepikt, dan wordt die ook als een Fransman behandeld. En omgekeerd heeft een goeie ontvangst in Frankrijk hier ook veel meer cachet dan pakweg in Italië of Spanje. Maar dat betekent niet dat we de huidige aandacht in Vlaanderen niet kunnen appreciëren – ik besef ook goed dat zoiets zeldzaam is. Gisteren heb ik in Leuven gespeeld, in de regen. Daar was vólk man! En iedereen ging compleet uit zijn dak. Dat vind ik opmerkelijk, want het Vlaamse publiek is vaak wat minder uitbundig, ze staan vaker echt te luisteren. Maar bij onze optredens gaat steeds vaker het dak eraf.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Heb je zelf ook een band met de Vlaamse rapscene?
Roméo: “Jazeker! Je hebt hier in Brussel de jongens van Stikstof, die maken eigenlijk een beetje deel uit van onze scene. Maar ik ben ook goed bekend met Brihang, Coely, Dvtch Norris, Woody Smalls …”

Is er een verschil tussen de scene en de industrie in Vlaanderen, en die in Wallonië?
Roméo: “Absoluut. In Vlaanderen is alles vaak beter georganiseerd: het materiaal, de rider … In Wallonië gaat het er wat losser aan toe, maar dat zorgt ook voor een meer ontspannen sfeer. En in Brussel heb je een mengeling van de twee. Veel van de belangrijke zalen zijn in Vlaamse handen, maar er komt ook een Franstalig publiek. Het beste van de twee. (lacht)

“Onze gemengde gemeenschap zorgt voor een unieke creatieve vrijheid.”

Er wordt veel nadruk gelegd op het “Brusselse” karakter van jullie scene. De stad is vaak rechtstreeks of onrechtstreeks het onderwerp van de teksten. Zou je bij uitbreiding ook kunnen zeggen dat jullie een “Belgische” mentaliteit uitdragen, die de cultuur van beide landshelften overschrijdt?
Roméo: “Ik hoop van wel, ik zou zeggen van wel. Niet al mijn vrienden en collega’s hebben het contact dat ik heb met de Vlamingen. Je merkt ook dat het een andere wereld binnen hetzelfde land blijkt te zijn. Dat begint al met de politiek: een andere regering en een ander ministerie. Maar jullie hebben ook artiesten die bij ons totaal onbekend zijn. Clouseau bijvoorbeeld: blijkbaar een echt fenomeen in Vlaanderen, maar ik heb er pas een paar jaar geleden van gehoord. En ik zou ze niet herkennen als ik ze op straat tegenkwam.”

“Dus ja, je kan zeggen: er is nog werk aan de winkel. We leven samen in één land met verschillende culturen. Maar misschien is het net dát wat België zo uniek maakt. Misschien is dat wel het ‘Belgische’ gevoel: dat je zo’n smeltkroes van culturen hebt binnen één klein landje. En de grote artiesten die van hier komen, overstijgen ook die traditionele scheidingslijn tussen het Franstalige en het Nederlandstalige landsdeel: Stromae, Arno, Jacques Brel …”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

“Ik denk dat we ook een gevoel voor humor delen. Als ik op het podium een grapje vertel – én ik vertel het op de juiste manier (lacht) – dan wordt daar evengoed mee gelachen in Vlaanderen als in Wallonië. We delen een uniek gevoel voor zelfrelativering: dit is zo’n klein landje, met soms zo’n absurde gang van zaken … dat kan je gewoon niet serieus nemen. Dat is voor mij ook typisch Belgisch: die mentaliteit van ‘je m’en fou’.”

Creatieve vrijheid

Momenteel maakt Roméo Elvis ontegensprekelijk hiphop, maar je merkt dat hij er niet voor terugdeinst om subtiel tegen de rand van het genre aan te schurken. Op ‘Morale’ werkt hij samen met een producer die zich eerder in de elektronische scene situeert. Op enkele van de nummers hanteert hij ook een meer melodische vorm van rappen, en enkele tracks zijn gebaseerd op zijn eigen muzikale ideeën op gitaar en piano. Ziet Roméo zichzelf op den duur evolueren naar een stijl die de pure hiphop overstijgt?

Roméo: “Daar ga ik me niet over uitspreken, ik ben daar momenteel absoluut niet mee bezig. Wat wel een feit is: in het begin van je carrière vorm je je reputatie binnen een bepaalde scene. Je houdt dan onbewust toch een beetje vast aan wat werkt. Maar dankzij de samenwerking met Le Motel op ‘Morale’ merk ik dat mijn publiek bereid is me te volgen. Dat geeft me het zelfvertrouwen om stapsgewijs mijn eigen mogelijkheden te verkennen.”

“Ik heb veel liever 4.000 man die tijdens een optreden uit de bol gaan, dan een miljoen views op mijn nieuwste videoclip.”

“Het is ook zo dat ik mezelf nooit binnen de traditionele hiphop heb geplaatst. Ik heb nooit een rolletje gespeeld om meer street credibility te krijgen. Ik gebruik gewoon het genre om mezelf uit te drukken op een eerlijke manier. Dus als ik evolueer in de richting van pop of rock, gaat dat niet geforceerd overkomen, maar heel natuurlijk. En de kern gaat altijd hiphop blijven. Dat zie je ook bij iemand als Stromae, en dat is weer het voordeel van ons Belgische publiek: hier kan je zo’n eigenzinnige muziek maken. In een land als Frankrijk heeft hiphop al meer een traditie, en daardoor word je als artiest al gauw in een hokje gestopt. Maar onze gemengde gemeenschap hier zorgt voor een unieke creatieve vrijheid.”

Je hebt eerder in een interview gezegd dat voor jou de klemtoon ligt op liveperformance. Hoe zie je jezelf op het podium nog evolueren? Wil je ook daar verder gaan dan de traditionele ‘rapper & dj’ set-up?
Roméo: “Momenteel doe ik optredens met Le Motel, en hij staat er echt als een muzikant – hij voert de muziek live uit en zet die op het podium naar zijn hand. Uiteindelijk zoek je altijd hetzelfde resultaat: je wil de mensen opzwepen en uit hun dak doen gaan. Dat zijn technieken die je kan aanscherpen door te repeteren en door op te treden. Je probeert dingen uit en je ziet wat er werkt.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

“Alles wat ik doe, staat in functie van de liveshow. Zelfs mijn releases benader ik op die manier: ‘dit gaat live werken, dit niet’, die overweging maak ik telkens in mijn hoofd. Ik heb veel liever 4.000 man die tijdens een optreden uit de bol gaan, dan een miljoen views op mijn nieuwste videoclip. Dat is ook mooi natuurlijk, maar dat is niet het einddoel.”

Merk je ook dat je steeds beter wordt als performer?
Roméo: “Voortdurend! Ik leer enorm veel bij nu ik elke week in verschillende landen moet optreden – België, Nederland, Zwitserland, zelfs Canada. Je leert wat werkt, en je past de set daaraan aan. Je krijgt zo ook steeds meer vertrouwen op het podium. Als je de energie voelt van de massa, al die mensen die schreeuwen en over elkaar buitelen, dan weet je dat ze het hebben begrepen en dat ze je volgen in je trip. Daar durf je dan telkens wat verder in gaan; je staat losser en meer ontspannen op het podium. En je leert inspelen op de omstandigheden, je gaat in dialoog met het publiek. Je moet hen laten zien dat je respect hebt voor het feit dat ze naar je optreden komen, en dat je weet dat je succes niet uit het niets komt. Je publiek maakt daar deel van uit, en dat mogen ze weten.”

facebook.com/elvisromeobxl