Rodrigo Fuentealba Palavicino

Luisteren leren en absorberen, op bezoek bij de gitarist van Gabriel Rios en Novastar

Het woord muziekscène kreeg voor ondergetekende – afkomstig uit een (te) brave Barbantse gemeente – pas betekenis toen hij zo’n tien jaar geleden, nog groen achter de oren, in Gent belandde. Het is daar dat hij zich op een koude donderdagnacht in het legendarische muziekcafé Charlatan (bij Sint-Jacobs) wat wou opwarmen en de Belgische legende Fifty Foot Combo aan het werk zag. Het is ook daar dat hij voor het eerst de furieuze muzikale uithalen van gitarist Rodrigo Fuentealba Palavicino moet gezien hebben. Die naam – en wat een naam! – zou hij enkele jaren later nog tegenkomen bij o.a. Gabriel Rios en Novastar.

Vandaag zit ondergetekende aan tafel in de woonkamer van Rodrigo (32) – laten we hem vanaf nu gewoon maar zo noemen – terwijl de gitarist in de keuken thee zet. Opnameapparatuur, dure digitale rommel die het bij het uitschrijven van dit artikel zal laten afweten, pen en papier liggen klaar. In een hoek van de sober maar mooi ingerichte ruimte staan een drietal gitaarcases uitdagend te blinken. Wat verder rust een witte Fender Stratocaster in een statief en op een bankje ligt een al even witte Danelectro. In de ruimte staan ook nog twee 15-watters van Vox. Ideaal biotoop dus om even te verdwalen in de gitaargeheimen van Rodrigo.

In de ban van de rock en de gitaar

“Gaby (ndvr. Gabriël Rios) heeft tot kort hier op het eerste gewoond,” begint Rodrigo, “onze vriendschap gaat al een hele tijd terug. We hebben elkaar op café leren kennen. Het klikte meteen. Misschien zitten onze Latijns-Amerikaanse roots daar voor iets tussen.” Rodrigo is van Chileense afkomst en verhuisde naar België toen hij twee was. Ik vraag hem of zijn geboorteland een invloed heeft gehad op zijn muzikale ontwikkeling. “Onbewust misschien wel, want zelf herinner ik me er weinig van. Thuis, bij mijn ouders, spreken we Spaans natuurlijk en we hebben altijd veel naar Latijns-Amerikaanse muziek geluisterd, al was er ook heel wat jazz of reggae in huis. Ook op de feestjes van vrienden van mijn ouders werd er veel Latin gedraaid. Het moet dus wel ergens een invloed gehad hebben. Toen ik me veel later toch ging toeleggen op Latin merkte ik dat het eigenlijk allemaal heel natuurlijk en makkelijk aanvoelde.”

Rodrigo raakte in de ban van de rock en van de gitaar toen hij op zijn dertiende met een griep in bed lag en van een vriend een cassette kreeg met op de ene kant The Rolling Stones en op de andere Jacques Dutronc. “Dat die Franse zanger Dutronc was, ontdekte ik veel later pas, het waren toen veeleer de Stones die iets in mij wakker maakten; van diezelfde vriend had ik namelijk ook een fotoboek van de groep gekregen. Het intrigeerde me allemaal mateloos. Al gauw kende ik het boek haast uit het hoofd. Het stond ook vol verwijzingen naar invloeden van The Rolling Stones, legendarische muzikanten zoals Willie Dixon, Howlin’ Wolf, Muddy Waters, Chuck Berry, Buddy Holly… Ik ben toen naar de discotheek gelopen – de bib, geen dancing – en er ging een hele wereld open. Het onderbuikgevoel, de ruwheid, primitiviteit en sex die die muziek uitstraalde! Voor ik het wist, werd ik bevangen door een sixties vibe van jewelste met groepen als The Yardbirds, The Animals of figuren als Eric Clapton, Jeff Beck en zelfs Zappa. Daarna volgden logischerwijs Cream, ook Jimi Hendrix, The Doors, The Who, The Small Faces en later Led Zeppelin. Ook bij oudere broers van vrienden ontdekte ik nieuwe muziek. Ik absorbeerde alles als een spons: The Velvet Underground, Bowie, The Stooges, Sex Pistols, Ramones, Patti Smith, Soul, hardcore en trash… Ik raakte ook geïntrigeerd door de wereld die bij al die muziek hoorde; de verhalen over het drank- en druggebruik, enz. Het leek allemaal zo ver van mijn beschermde wereldje af te liggen. Ik denk dat gitaar beginnen spelen zowat mijn manier was om dichter bij die wereld te geraken.”

De wil om te leren

Een Fender Stratocaster kostte in die tijd al 30.000 Belgische frank, wat voor de jonge Rodrigo een astronomisch hoog bedrag was. Na lang aandringen kreeg hij op zijn vijftiende een gitaar. “Het was een goedkoop ding waarvan de snaren centimeters boven de hals lagen. De jack hing gewoon aan de gitaar vast. Je had dus een speciaal verbindingsstuk nodig om de gitaar op een versterker te kunnen inpluggen. Het hield me allemaal niet tegen om uren en uren te spelen en te oefenen. Mijn gitaar hing toen zowat continu rond mijn nek. Mijn ouders werden er haast gek van.” Ik vraag Rodrigo hoe hij het gitaarspel uiteindelijk onder de knie kreeg. “Een kennis van mijn ouders heeft ooit de basisakkoorden voor mij op papier gezet. Door veel te oefenen heb ik ze, weliswaar met de nodige pijn in de vingers, leren spelen. In het begin wist ik zelf niet eens dat een gitaar gestemd moest staan. Ik dacht dat alle stemschroeven dezelfde richting moesten uitwijzen (lacht). Een klassiek gitarist heeft me toen leren stemmen en toonde me ook de akkoorden van Sympathy For The Devil: de E, de D en de A. Een echte openbaring, zeker toen bleek dat je met diezelfde akkoorden, als je ze iets sneller speelde, ook Gloria van Them kon spelen. Een paar maanden heb ik me intensief bezig gehouden met alleen die twee nummers en van daaruit is het allemaal verder gegroeid. Ik had gauw door dat de E en de A wel iets met blues te maken hadden, maar er ontbrak nog iets, en dat bleek dan de B7 te zijn. Zo heb ik mezelf beetje bij beetje de basis aangeleerd. Mijn wil om te leren was erg groot. Zo groot dat mijn studies er erg onder begonnen te lijden.”

Pas op zijn twintigste besluit Rodrigo om een tijdje te gaan studeren aan de Jazzstudio in Antwerpen. “Als je echt iets wil leren, ga je snel vooruit. Ik geef nu zelf gitaarles en merk dat het veel makkelijker is om iets aan te leren aan mensen die weten waar ze naartoe willen, dan aan mensen die gewoon wat gitaar willen leren spelen. Zelf wist ik al heel vroeg waar ik naartoe wou en op die manier ontdekte ik heel wat: klassieke muziek, noise en avant-garde, pygmeeëngezangen, koto, hip hop,… Maar ik wou nog meer leren, ik wou vooruit en daarom kwam ik uiteindelijk op de Jazzstudio terecht. Daar heeft alles wat ik op dat moment kon op mijn gitaar een plaats gekregen, ik leerde er namen op te kleven. Ik dacht immers nog steeds in sferen, niet in theorieën. De Dorische schaal, dat was voor mij Westcoast-psychedelia, pentatonisch stond voor blues en als je het iets harder speelde, kreeg je sixtiespunk, een majeur zeven akkoord betekende dan weer verliefdheid, mineur is ‘ogen dicht met gefronste wenkbrauwen’, drama en pathos, enz. Die manier van denken en voelen heeft me, ondanks de noodzaak aan theoretische omkadering bij jazz, zelfs op de Jazzstudio erg geholpen. Nu nog trouwens. Muziek is sowieso voor mij nooit een geluidsbrij geweest. Ik kon toen ik nog erg jong was al snel een bas van een gitaar onderscheiden, of herkende bepaalde ritmes heel makkelijk. ”

Talent en geluk

Rodrigo is momenteel de vaste gitarist van Fifty Foot Combo, speelt ook bij Novastar en Gabriël Rios en wordt regelmatig gevraagd voor andere projecten en groepen. Natuurlijk wil ik weten hoe de bal aan het rollen gegaan is. “Sommige mensen zien muziek louter als een hobby, ze maken de scheiding tussen werk en vrije tijd, en muziek is dan iets voor na de werkuren. Bij anderen is het van in het begin meer dan een hobby en dan komt het erop aan om op een gegeven moment de stap te durven zetten. Dat heeft wat te maken met talent, koppigheid en doorzetting, een sterke vriendin… Maar ook soms met op het juiste moment de juiste mensen te ontmoeten. In 1997 zocht Fifty Foot Combo een nieuwe gitarist. Ik ben gewoon naar de auditie gegaan en ben geselecteerd, ook al kende ik op dat moment nauwelijks iets van surf. Na een paar repetities stond ik al met hen op het podium. Op die manier heb ik snel veel podiumervaring opgedaan en leerde ik enorm veel bij over punk, roots, surf- en garagerock en over de immense energie die een band vanop het podium kan produceren. Het Combo is nu gelukkig geëvolueerd naar een mix van punk, psychedelia en harde rock’n roll. Gaby had ik al eerder leren kennen. Het leek een evidentie dat we ooit iets samen zouden doen. Toen zijn cd uit was, zocht hij een begeleidingsgroep en heeft hij mij als gitarist gevraagd. Het heeft wel ongeveer een jaar geduurd vooraleer de groep op punt stond. Joost Zweegers ten slotte, had me dan weer zien spelen bij Gabriël Rios en heeft me op een dag gewoon opgebeld. Hij wou live een potige groep en dacht dat ik wel voor het gepaste gitaargeluid kon zorgen. Ik heb hem, hoop ik, niet teleurgesteld (lacht).”

De versterker is het belangrijkst

Drie groepen en drie totaal verschillende stijlen. Ik vraag Rodrigo of het hem niet moeilijk valt om te switchen tussen die uiteenlopende genres. “Eigenlijk niet omdat ik het niet echt zie als verschillende stijlen, maar gewoon als andere vormen van energie, vibe. Dat klinkt misschien vreemd, maar ik voel het zo aan. Het heeft niets met esoterie te maken. Ik denk dat ik het geluk heb om gekozen te worden omwille van mijn eigen speelstijl en dat ik met die stijl redelijk wat genres kan kleuren of sturen. Ik ben ervan overtuigd dat het ontwikkelen van een eigen stijl belangrijker is dan het perfect kunnen spelen van iets. Ik kan zo een paar technisch zeer straffe gitaristen noemen, en de meeste zijn in covergroepen beland. Geen eigenheid, geen cojones. Het verschil zit hem eigenlijk in de rechterhand; de slaghand. De manier waarop je de snaren aanslaat, bepaalt je manier van spelen.” Past Rodrigo zijn set-up aan wanneer hij van muziekstijl verandert? “Soms. Mijn basis set-up bestaat sinds een tijd uit een Fender Twin Reverb-versterker, een aantal overdrive en fuzzpedaaltjes; waaronder bijvoorbeeld een oude Boss ODS-1, een goede delay-pedaal en een wah-wah. Daarmee raak je al een heel eind. Maar ik zoek en koop constant wacko pedalen, ik hou van gefreak en noise, dat is de look in het gerecht. De Twin Reverb is sowieso een betrouwbaar werkpaard, een universele lampenversterker met meer dan voldoende power en een prachtig basisgeluid. Die basis heb je nodig om op verder te bouwen. Zelfs met een slechte gitaar kan je nog iets doen op een degelijke versterker. Omgekeerd is minder waar. Pete Townshend zei ooit dat als de versterker goed is, de gitaar van geen belang meer is. En hij zette blijkbaar zijn woorden kracht bij op het einde van hun concerten.”

De vraag brandt inmiddels op mijn lippen. Op welke gitaren speelt Rodrigo zoal? “Ik gebruik verschillende gitaren. Momenteel word ik ge-endorsed door Duesenberg, een Duits merk dat onder andere prachtige hollow body gitaren maakt in de stijl van Gretsch, oorspronkelijk ook Duitse immigranten, net zoals Rickenbacker en vele andere gitaarmakers. Ze moeten qua klank, kwaliteit en betrouwbaarheid niet onderdoen voor het Amerikaanse merk, integendeel. Samen met mijn Fender Telesonic, eentje met twee Dearmond pick-ups, gebruik ik de Duesenberg het meest. Een van mijn lievelingsgitaren is echter een Danelectro Convertible met een fantastische en zeer karakteristieke klank. Soms ontstemt ze makkelijk of is de klank niet groots en dragend genoeg, maar ach, het hangt af van de band, de song,…Meestal klinkt ze echt super, ze klinkt “soul”, ik kan het niet anders noemen. Iedereen spreekt me altijd aan over die gitaar en sound. De Danelectro haal ik ook regelmatig in de studio boven, occasioneel tijdens een repetitie en thuis natuurlijk. De Fender Stratocaster die je daar ziet staan, is een degelijke gitaar maar ze valt me tegen. Ik vind ze een beetje saai en denk niet dat ik ze veel zal gebruiken.” Waarop let Rodrigo bij de aankoop van een gitaar? “Als ik een gitaar koop moet ze iets uitstralen, ze moet mooi en funky zijn en ze moet gemakkelijk in de hand liggen; lichamelijk bij je passen. Ik speel liever op een minder bekend merk of type dat er goed uitziet of iets speciaals heeft, en misschien iets minder van kwaliteit is, dan op een bekend merk dat zeer degelijk is maar er saai uitziet. Al sluit het ene het andere natuurlijk niet uit. Eigenlijk kijk ik voortdurend uit naar nieuwe gitaren. Momenteel ben ik bijvoorbeeld op zoek naar een mooie Gibson Les Paul Custom, een Mosrite, whatever, als ze maar karakter en uitstraling heeft.”

KADER

De tips van Rodigo

  1. Luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Er zijn geen genres, alleen muziek. Ik sta op met Bach, ontbijt met Fela Kuti, zet Motörhead op, Dub, D’Angelo, Django, The Hot Snakes (!), ga slapen en sta ‘s nachts even op om op de Fania All Stars te dansen.
  2. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Geen toonladders of zo, pingel maar, maar hou de gitaar steeds dicht bij je. Hou van Haar !
  3. Een eigen stijl ontwikkelen is belangrijk. Tenzij je graag alleen maar covers speelt. Betaalt nog goed naar het schijnt.
  4. De versterker is belangrijker dan de gitaar. En vice versa.
  5. Dress Sharp.