Raketkanon-KBL4

Raketkanon

“Spelen vanuit het hart, dat is de essentie van muziek maken.”

Verbazing als start van een gesprek. Op Myspace (!) – staat een song van Raketkanon: ‘The Beast(s)’. Datum, 2011. “Wat? Dat kan niet”, zegt Pieter (De Wilde, drummer). Het blijkt een repetitieopname van Pieter en Piet Dierickx (Drums Are For Parades, Future Old People Are Wizards, red.), waar verder nooit iets van gekomen is. Om maar te zeggen: het internet onthoudt alles. Het is ook een zeer goeie graadmeter om de opgang van een band aan te toetsen. Op het moment van dit interview had ‘Florent’, de song die Raketkanon releasete voor ‘RKTKN#2’ uitkwam, op YouTube al meer dan 45.000 views. Voor een band die geen airplay krijgt en vrijwel doodgezwegen wordt op de nationale radio – een item in het VRT-journaal daargelaten – is dat behoorlijk veel. En meteen hadden we een insteek voor een gesprek: hoe slaagt een alternatieve band als Raketkanon erin om zich als een goedaardig muziekvirus in de harten van zo veel muziekfreaks te planten? Het korte antwoord: integriteit. Het lange antwoord lees je op de volgende pagina’s.

“De muziekindustrie is een creperende dinosaurus.” Als binnenkomer kan dat wel tellen. Aan het woord is Raketkanons frontman/brulboei en oneigenlijk kind van Iggy Pop, Pieter-Paul Devos. “Wij doen ons ding buiten de grenzen van een industrie waarin platenmaatschappijen, radio’s en festivals voor hun bestaan van elkaar afhankelijk zijn. Wat wij doen, heeft alles te maken met op een zo oprecht mogelijk manier naar buiten te treden. We verkopen geen zever. Live spelen is daar een belangrijk onderdeel van.”

Pieter: “Raketkanon is alleen daarmee bezig, en niet met hoe we op de radio kunnen komen.”

Pieter-Paul: “Wij gaan geen mensen of instituten paaien of pleasen om iets gedaan te krijgen, net zomin als we wachten op een ‘ja, het is goed’ voor we iets ondernemen. Ik heb het gevoel dat meer en meer bands die aanpak verkiezen. We bereiken mensen die we willen bereiken: concertgangers die graag iets beleven als ze naar een optreden gaan.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Daar heb je het: de beleving. Veel bands worden nu door het ene of andere radioformat op een paar weken tijd gebombardeerd tot the flavour of the month, krijgen mooie speelplekken, maar blijken on stage niet goed te weten wat ze daar moeten doen. Het publiek staat erbij, ongeïnteresseerd, en van het podium straalt geen energie.
Pieter-Paul: “Veel jonge bands slaan een cruciale stap over: veel live spelen. Bands moeten door een paar belangrijke groeifases; zoeken naar wie ze zijn en wat ze precies willen. Ze nemen daar best genoeg tijd voor. Je leert het snelst als je en plein public voor de leeuwen gegooid wordt. Die eerste keer voor een groter publiek, dat is een confronterend moment, omdat je dan als beginnende band helemaal in je blootje staat. En het publiek is achteraf meestal niet zuinig met kritiek. De redenering is: als de radio je tot grote hype bombardeert, dan kan je maar beter meteen zeer goed zijn. Maar zo werkt het niet. Wapen je eerst, en trek dan ten strijde. Met Kapitan Korsakov (de andere band van Pieter-Paul, red.) hebben we ooit meegedaan aan Humo’s Rock Rally. Ik ben nu nog altijd blij dat het daar niets geworden is. Die kortstondige aandacht en roem is veel te vergankelijk. Als je muzikale wortels nog niet goed verankerd zitten, word je zo weggeblazen door alles wat er op je afkomt.”

En toch trappen veel bands in die ‘ik wil het nu’-val, terwijl ze net wel gebaat zouden zijn met een langetermijnplanning. Getuige daarvan: Raketkanon, amongst others.
Pieter-Paul: “Zo is dat. Veel jonge bands denken dat snelle roem de enige juiste weg is. Even een wedstrijdje winnen en hup, en route. Vandaag is dat niet meer het geval. Het is ooit wel zo geweest. De grootste Belgische bands tot tien jaar geleden zijn allemaal Rock Rally-finalisten. Maar ondertussen is de wereld enorm veranderd, en zeker de muziekindustrie.”

Jullie gaan mooi rechtdoor, maken straffe platen en spelen kleine dorpen naar de verdoemenis. Zonder te willen morrelen aan jullie talent en toewijding: er bestaat ook zoiets als ‘geluk’ en ‘het juiste moment’. Was Raketkanon toevallig de juiste band op het juiste moment?

Pieter-Paul: “Ja en neen. De juiste band ben je door wat je doet, dat maak je zelf. Het moment, daar kan je niets aan doen. Er is een portie geluk mee gemoeid, ja, maar vergeet niet dat wij hier alle vier erg hard voor werken.”

“Veel jonge bands gaan voor snelle roem. Maar als je muzikale wortels nog niet goed verankerd zitten, word je zo weggeblazen door alles wat er op je afkomt.”

Work hard, play hard. Het is Raketkanon ten voeten uit. Onlosmakelijk verbonden met de band is Devil in a Box, jullie management, bestierd door Tomadde (Thomas Van Dingenen). Hoe belangrijk is hij?
Lode Vlaeminck (toetsen): “Thomas is er al bij van in het begin. Zijn werk is cruciaal, omdat het druk van onze schouders neemt: T-shirts bestellen, ervoor zorgen dat de cd’s op tijd geleverd worden, postpakketten versturen, alle logistieke eindjes mooi aan elkaar knopen zodat wij daar geen tijd en energie meer hoeven in te steken … Dat zijn maar een aantal aspecten.”

Pieter-Paul: “Wij helpen wel, maar het feit dat hij heel veel druk wegneemt, geeft ons de kans om meer bezig te zijn met het creatieproces, met de essentie. Alles wat erbij komt, is in principe afleiding. Een manager als Tomadde zorgt ervoor dat alles gestroomlijnd verloopt.”

Pieter: “Zijn neutraliteit is ook erg belangrijk. Hij weet alles wel mooi te kaderen.”

Zetten jullie samen de lijnen uit of bepalen jullie helemaal zelf waar de band binnen pakweg zes maanden wil staan?
Pieter-Paul: “Meestal komt de basic input van de band, maar we beslissen alles in samenspraak.”

Lode: “Tomadde komt ook met ideeën aandraven. Aan ons om ‘ja’ of ‘neen’ te zeggen.”

Pieter-Paul: “We zijn nu wel al bezig met het najaar. De machine blijft draaien. Mensen als Tomadde en Steven (Thomassen, van boekingskantoor Toutpartout, red.) geven alles mooi vorm. Meestal zitten we qua idee wel op dezelfde lijn. Die gasten hebben hetzelfde pad gevolgd als het onze: voor iets willen gaan en daar hard voor werken. Die attitude verbindt ons. Als je Devil in a Box vandaag vergelijkt met zes jaar geleden, dan zie je dat elke band die er nu is ondergebracht relevant is. En dat allemaal voor een chiroleider uit Merendree. (lacht)

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Als er één term is waar Raketkanon mee geassocieerd kan worden, dan is het integriteit. Maar hoe bewaak je die? Hoe groter je als band wordt, hoe meer je gemeengoed wordt. En wie te groot wordt, wordt vaak uitgespuugd wegens ‘corrupt’ en ‘meeheulen met de grote massa’. Kijk naar wat er onder andere met Nirvana gebeurd is: vanuit de underground naar de sterren op een jaar tijd, maar toen ze té groot werden, mocht je als ‘echte muziekfreak’ geen fan meer zijn. De uniciteit was verdwenen.
Pieter-Paul: “Als een band groot wordt, denkt het publiek nogal snel dat je hen iets verschuldigd bent. Bij onze fans valt dat zeer goed mee. Als ik na een optreden aan de merch sta, merk ik heel vaak dat onze fans helemaal mee zijn met ons verhaal, dat ze snappen waar het ons om te doen is. Dat is erg hoopgevend. Ik ben niet bang dat we als band verkeerd geïnterpreteerd worden. Veel heeft te maken met hoe je je profileert. Als je duidelijk bent in je bedoelingen, laat je weinig ruimte voor misinterpretatie.”

Tv-zenders zijn altijd op zoek naar witte raven. Stel dat ze jou, Pieter-Paul, vragen om jury te zijn bij één of andere talentenjacht, om er à la Wouter Van Belle je mening te gaan verkondigen over deze of gene artiest.
Pieter-Paul: “(blaast) Dat heeft nu eens niets te maken met waar wij voor staan. Als je dat doet, ambieer je BV-schap. Niet-relevant, helemaal niet.”

En zou je in De Zevende Dag gaan spelen, akoestisch?
Pieter-Paul: “Neen, zeg.”

De Wereld Draait Door?
Pieter: “Ook niet. Een minuut spelen? Zot! Daarmee zouden we onze songs gewoon verkrachten.”

Pieter-Paul: “Dat is niets anders dan holle promo. Dat heeft niets te maken met onze wereld. Op zich is alle promo welkom, maar door ons voor zulke zaken te engageren, zouden we de bal volledig mis slaan.”

“Een minuut spelen in De Wereld Draait Door? Zot! Veel bands verliezen hun karakter puur uit ijdelheid.”

De beste promo is nog steeds verwoestende concerten spelen en de mond-tot-mondreclame.
Pieter: “Ja, absoluut. Onlangs hoorde de drummer van een Zwitserse band van een maat uit Berlijn dat hij absoluut naar Raketkanon moest gaan kijken. Wij zijn nog nooit in Berlijn geweest! Hoe cool is dat?”

Lode: “Of die ene man van 50 die na een concert op me kwam afgestapt en vertelde dat hij zich weer 20 voelde.”

Pieter: “Of gastjes van 10, 11 die met hun pa komen kijken en helemaal ondersteboven naar huis gaan.”

Lode: “Het grootste compliment is dat we fans hebben over alle leeftijdsgrenzen heen.”

Pieter-Paul: “Het echte daaraan is dat we die status verworven hebben door consequent te doen waar we in geloven en niet te kiezen voor het mainstreampad of voor de titel van next big thing in rock- en popland.”

Maar wat als jullie mainstream worden doordat één van jullie songs plots boomt? Dat heb je toch niet in de hand?
Pieter-Paul: “Dan zijn we het aan onszelf verplicht om onze integriteit te bewaken en niet te spelen in programma’s als De Wereld Draait Door of ons broek af te steken voor één of ander merk. Er is niets fout met het hebben van een hit. Belangrijk is wat je met al die aandacht doet: je kunt ingaan op elke vraag van gelijk welke zender, maar voor mij hoeft dat niet allemaal zo tastbaar te worden. Raketkanon hoeft niet plots overal tegelijk te zijn. Veel bands verliezen hun karakter puur uit ijdelheid, omdat ze overal willen opduiken.”

Show ’n tell

“Over onze shows krijg ik vaak de vraag: hoe komt het dat jullie altijd zo vurig staan te spelen? De vraag zou eigenlijk anders moeten zijn: waarom spelen niet meer bands met hun volle hart? Het is toch vanzelfsprekend dat je je passie uit de grond van je hart beleeft en dat het niet zomaar een hobby is die je kunt doen naast de zondagse mountainbiketocht? Mocht je alle muzikanten van het podium vegen die er gewoon maar wat staan te lummelen en niet spelen alsof hun leven ervan afhangt, dan lopen de festivalpodia echt leeg, vrees ik.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Lode: “Het betekent niet dat bands pas bestaansrecht hebben als ze zoals Raketkanon tekeer gaan, hé. Het gaat om een ingesteldheid, om het volgen van je hart, om oprechtheid.”

Pieter-Paul: “Passie staat niet gelijk aan spastisch rondspringen op een podium. Bij ons wordt dat kenmerk wel uitvergroot, maar dat is niet de essentie van wat we doen.”

Met passie hebben we een mooi bruggetje naar Steve Albini, de producer van jullie tweede plaat. Wie Albini zegt, zegt vakmanschap. Vrijwel elke band die in zijn studio opneemt, overstijgt zichzelf.
Pieter-Paul: “Een logische keuze. Albini’s artistieke ethiek sluit heel nauw aan bij de onze. Als je de bands bekijkt voor wie hij in het verleden al gewerkt heeft, dan zit daar een zekere lijn in.”

Pieter: “Ik heb enorm genoten van de eenvoudige en eerlijke manier van opnemen: iedereen in één ruimte en spelen. Niet te veel tralala, maar spelen, opnemen en gaan voor het moment.”

Pieter-Paul: “Albini zat achter de knoppen om het moment te tracken. Alles wat je op de plaat hoort, is live gespeeld, behalve hier en daar een synth- en gitaaroverdub. Er is niets gefoefeld, getweaked of later rechtgezet.”

Pieter: “We zijn erg goed voorbereid naar Electrical Audio (Albini’s studio, red.) getrokken. We hadden de songs echt in onze vingers. Een vereiste, uiteraard, want zeven dagen studio kost wel wat. Beginnen klooien was geen optie.”

Pieter-Paul: “We hebben alles opgenomen in de A-studio, dezelfde studio als waar Foo Fighters voor hun documentaire ‘Sonic Highways’ opgenomen hebben, maar dan zonder die hele lichtshow.”

Pieter: “Er is één grote ruimte waarin de basversterkers staan en een drumroom met daaronder een ruimte die even groot is als de drumroom. Aan de zijkanten zijn er spleten en staan er microfoons. Je kunt er echt spelen met sound. Albini is een vakman die zeer snel weet waar hij welke microfoon moet plaatsen voor dat ene specifieke geluid.”

“Hoe komt het dat jullie altijd zo vurig staan te spelen? De vraag zou anders moeten zijn: waarom spelen niet meer bands met hun volle hart?”

Lode: “Het fijne aan het opnameproces is dat Albini alles ‘flat’ binnentrekt, zonder EQ. Wat je hoort, is de pure klank van het instrument. Niet tevreden over het geluid? Neem een andere versterker, een andere microfoon of een andere gitaar. Geen gedraai aan knoppen achteraf.”

Pieter-Paul: “Hoe eerder in het opnameproces je sound vastligt, hoe sneller je kunt werken. We hadden ervoor kunnen kiezen om de gitaar via DI op te nemen en door een paar pre-amps te sturen en te tweaken om, ik zeg maar iets, de sound van een Marshall-toren te krijgen, maar we hebben dat wijselijk niet gedaan. Als de sound al vooraf bepaald is, krijg je veel minder ‘vuiligheid’. En dat hoor je in het eindresultaat.”

Pieter: “De ruimtelijkheid en leegheid op de plaat zijn echt. Elk instrument valt op de juiste plek.”

Lode: “Als je luistert met hoofdtelefoon lijkt het alsof we naast je staan te spelen.”

Hoe snel waren jullie vertrouwd met het effect dat de ruimte had op jullie sound? Ik kan me inbeelden dat jullie toch enigszins anders klonken dan in jullie repetitiehok.
Pieter: “Ja. De eerste dag hebben we niet opgenomen, omdat we ingespeeld hebben. Ik pas mijn sound niet aan, maar mijn manier van spelen wordt wel wat beïnvloed. Het vertrouwen in Albini was erg groot. Toen ik voor het eerste de controlroom binnenstapte en hoorde wat er op band stond, was ik enorm onder de indruk. Ik zat meteen in de vibe. Trouwens, we hebben alles op het gemak, maar zeer efficiënt gedaan. Er was geen rush.”

Pieter-Paul: “We hebben de plaat op vijf dagen tijd opgenomen, met twee dagen mix.”

Lode: “Een zeer goeie tip voor opnames is om om het uur tien minuten te stoppen en iets volledig anders te doen. Gewoon om het hoofd leeg te maken.”

Pieter-Paul: “En heel de dag niet eten. (lacht)

Pieter: “Ja, Albini eet niet. Niets, de hele dag lang. Op de laatste dag is hij wel ziek geworden, maar hij wou de plaat te allen prijze afwerken. Chapeau. Hij heeft zichzelf bijeengeveegd en is aan het werk gegaan. Zeer professioneel. Ik wil er voor elke plaat wel naartoe. Alles aan die opname klopt.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Even over de klank van de snare: die is typisch Albini, neen?
Pieter-Paul: “Ik weet het niet. Je bent niet de eerste die het zegt, maar als ik verschillende platen die Albini geproducet heeft naast elkaar leg, dan hoor ik niet veel overeenkomsten.”

Pieter: “Weet je wat die sound zo kenmerkend maakt? De ruimte en de drummer. Op de platen waarop drummers spelen die hard slaan, krijg je die typische sound die wat doet denken aan de platen van Shellac (Albini’s eigen band, red.). Bij drummers die minder hard meppen, krijg je die sound niet. In het geval van Raketkanon is de snare erg bepalend, ook live. Iets waar Nico (hun geluidsman, red.) altijd de nodige aandacht aan geeft. Die knal moet er echt zijn.”

What’s next?
Pieter: “Spelen, hoofdzakelijk in het buitenland. Vanaf nu (midden april) tot eind mei zijn we in totaal zes dagen thuis.”

Behoorlijk pittig, toch. Jullie gaan ook naar Griekenland.
Pieter: “Ja, zonder dat de plaat er uit is. Dat is nog het strafste van al. We hebben er al een paar shows gespeeld en die zijn erg in de smaak gevallen. Ze hebben ons teruggevraagd en de promotors zijn laaiend enthousiast. Griekenland zit in een diepe crisis en als ze daar iets organiseren, dan menen ze het. Ze hebben er niets te verliezen en gaan er helemaal voor. Zeer dankbaar om voor te spelen.”

Is jullie blik gericht op Europa of lonkt de VS?
Pieter-Paul: “Europa. Er valt hier nog zo veel te ontginnen. Laten we dat eerst doen. Als we mogen gaan spelen op een showcasefestival als SXSW, dan moeten we dat wel overwegen. Kijk, we gaan binnenkort ook naar Estland, ook niet bij de deur, maar we weten dat het er echt cool zal zijn.”

Lode: “We gaan stap voor stap, stukje voor stukje.”

Pieter-Paul: “Het feit dat we in de UK goed aan het boeren zijn, is niet evident, omdat ze er een erg protectionistische visie hebben wat bands betreft. De VS lijkt me soms meer een plek waar je moet spelen, gewoon om het te kunnen afvinken op je ‘band-geloofwaardigheidslijstje’. Mensen reageren soms erg raar, hoor. Ik hoorde iemand onlangs, na dat item in het VRT-journaal, doodserieus zeggen: ‘Ah, jullie zijn nu wel binnen zeker.’”

Extra troef bij Raketkanon, en dan vooral voor de manier waarop jullie visueel opvallen, is Anton Coene, de fotograaf die onlangs een boek uitbracht met foto’s van Raketkanon, en steevast alle glorierijke en minder flatterende momenten vastlegt.
Pieter-Paul: “Naast het feit dat Anton artistiek uit hetzelfde DNA bestaat als Raketkanon, en een goeie maat is van elk van ons, slaagt hij er in om een ‘fly on the wall’ te zijn. Anton is er altijd bij, maar vaak zie je hem niet. Hij verstaat de kunst om zich te verstoppen én toch pakkende beelden te maken. Je zal hem bijvoorbeeld nooit zijn plaats zien opeisen vlak voor het podium, waar hij het publiek stoort. Als er geen plaats is, gaat hij wel in het publiek staan. Je zal hem niet op clichéfotografie betrappen. Echt uniek.”

Lode: “Net zoals Nico, onze mixer. Weet je wat voor een mixer nog belangrijker is dan het metier in de vingers hebben? Rust brengen op een podium. Dat hij tijdens het soundchecken oog heeft voor wat er gebeurt en oplossingen aanreikt zonder zelf te beginnen stressen. Maar hij heeft nog geen tattoo. Dat wordt wel eens hoog tijd. (lacht)

Pieter: “Onze crew, dat is echt een familie. Als we op stap gaan, is Raketkanon een echt leger dat strijdt voor hetzelfde ideaal. Iedereen is erg dedicated. Het is samen uit, samen thuis.”

raketkanon.com