Pomrad-KBL5

Pomrad

Eigenzinnig maar toegankelijk

Adriaan Van de Velde aka Pomrad heeft enkele jaren gezweet op zijn debuutalbum ‘Knights’, dat enkele maanden geleden dan eindelijk in de rekken lag en meteen onder de superlatieven werd bedolven. Ook met zijn nieuwe elektronische liveband gooit hij hoge ogen, maar de Antwerpse electrofunker kijkt alweer vooruit, naar de volgende stap op zijn artistieke pad. Poppunt sprak met hem over zijn muziek, zijn werk, zijn inspiraties en zijn ambities.

Kan je ons schetsen hoe je met muziek bent begonnen?
Adriaan: “Het klinkt een beetje cliché, maar zoals zoveel mensen was ik als kind al bezig met muziek maken en opnemen. Mijn vader had een keyboard van Roland, en ik heb daar veel mee geëxperimenteerd. Ik zette mijn brouwsels dan op een cassetje, of op minidisc. Het klonk afgrijselijk, maar als ik daar nu opnieuw naar luister, vind ik het wel grappig – eigenlijk hebben die probeersels een beetje dezelfde flow als wat ik nu maak. Ik hoor mezelf prutsen en prullen, op zoek naar een eigen geluid. Op dat moment is het nog frustrerend: je weet wat je wil hebben, je slaagt er niet in dat te vinden, maar er komt wel iets anders uit. Gaandeweg slaag je er steeds meer in om wél die sound in je hoofd te vatten. En door die zoektocht kom je ook op andere ideeën, en zo wordt eigenlijk je eigen geluid gevormd, zeg maar je muzikale identiteit.”

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

Had je op dat moment al muzikale invloeden?
Adriaan: “Dankzij m’n vader hoorde ik toen veel seventies pop en rock, Frank Zappa en Pink Floyd, en ook veel jazz. Ik luisterde ook wekelijks naar The Hop, de eerste radioshow van LeFtO samen met Krewcial. Ik heb het geluk gehad om één van hun eerste shows te horen in 1999 – op een uur waarop ik eigenlijk al in bed hoorde te liggen! Dat is een gigantische invloed geweest. Het eerste uur werd gevuld door LeFtO, maar tijdens het tweede uur kwam er dan een internationale gast bij, zoals Kid Koala of de jonge Brainpower.”

Zocht je dan ook naar die sound in je experimenten?
Adriaan: “Natuurlijk, dat was de muziek die ik wilde maken! Maar uiteraard lukte me dat niet. Ik had geen MPC-sampler, enkel een keyboard met wat drumklanken. De tapecompressie van onze crappy cassetterecorder gaf die drums wel een beetje korrelig geluid. Soms gebruikte ik ook een versterker van mijn vader met enkele EQ-knoppen, zodat ik de bas een beetje kon oppompen. Zo leer je wel de basisprincipes van het producen natuurlijk.”

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

“Toen ik een jaar of dertien was, ontdekte ik op de MacBook van mijn vader het programma GarageBand, en dat was een ware revelatie. Zo overzichtelijk en laagdrempelig, en het stond gewoon gratis op je computer! Ik was toen enorme fan van Me’shell NdegéOcello en D’Angelo, en met GarageBand slaagde ik er stapsgewijs in om toch al een beetje in de buurt te komen van hun geluid. Ik kon direct de drums programmeren, een elektrische basklank vormen met de bijgeleverde plug-ins, een gitaar opnemen via de audio-input van de computer – een beetje onorthodox maar het werkte wel. Die toegankelijkheid heeft mijn creativiteit enorm beïnvloed. Ik heb er uren en dagen mee versleten – Ik was zo verslaafd aan muziekmaken als mijn leeftijdsgenoten aan gamen. Later ben ik overgestapt op Ableton Live, en dat programma was nog een stuk wendbaarder en makkelijker in het gebruik. Ik maakte demo’s voor de bands waarin ik speelde, vooral funk en soul, maar ik experimenteerde ook met eigen ideeën, in eerste instantie gewoon om mezelf en mijn vrienden te amuseren.”

Laat me raden: daaruit is dan Pomrad ontstaan …
Adriaan: “Inderdaad. Ik had een pagina aangemaakt op MySpace, maar eigenlijk had ik helemaal niet de ambitie om mijn probeersels te verspreiden. Er kwamen steeds meer enthousiaste reacties. Uiteindelijk heb ik op aanvraag een aantal cd’s gebrand, en half voor de gein ook een releasefeestje gehouden waar ik gewoon de muziek heb gedraaid als een deejay. Daarop volgden er aanvragen om live te gaan spelen. De eerste optredens speelde ik gewoon wat keyboards over de basistracks. Ik zong toen ook mee, maar ik trok dat een beetje in het belachelijke met een fout autotune-effect op mijn stem.”

“Ik was zo verslaafd aan muziekmaken als mijn leeftijdsgenoten aan gamen.”

“Dat waren de eerste stappen, en naarmate de vraag groeide, kregen de muziek en de liveshow ook meer structuur. Ik had al gauw het gevoel dat er meer in zat, en ik wou zoveel mogelijk zelf live spelen. Niet evident voor het soort gelaagde muziek dat ik maakte, maar ik ben er toch in geslaagd.”

Een opvallend element in die liveshows was de Keytar (een keyboard dat je om de nek hangt als een gitaar).
Adriaan: “Ik kende het instrument natuurlijk uit de clip van Herbie Hancock’s ‘Rockit’, en ik dacht meteen ‘zoiets moet ik gewoon hebben’. (lacht) Het is tegelijkertijd cool én grappig fout. Dus heb ik er tweedehands eentje op de kop getikt. Voor mijn liveshow was het ook een dankbare aanvulling: zo kon ik gewoon rondlopen en blijven spelen. Je kan zo’n Keytar gebruiken als MIDI-controller, dus ik kan er in feite alles mee doen: beats drummen, samples triggeren, solo’s spelen, een talkbox bedienen …”

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

Trio 

Wanneer ben je dan overgeschakeld naar een bandbezetting?
Adriaan: “Ik heb een kleine twee jaar solo getourd, maar dan begon het toch te kriebelen om weer met andere mensen op een podium te staan. Ik had het geluk dat ik onder mijn vrienden meteen de geknipte muzikanten vond. Bij de release van het nieuwe album is de bezetting alweer gewisseld, maar ik ben er nog steeds dik tevreden mee.”

“Momenteel vormen we een trio: ik bedien zelf een Prophet synthesizer en een Yamaha Motif, voor de rest werk ik met Ableton Live en software plug-ins. Daarnaast is er een tweede keyboardspeler met enkele vintage synths – een Juno en een Arp Odyssee – en een drummer die een elektronische kit gebruikt met daarbij een akoestische snare en cymbalen. Ieder werkt met zijn eigen laptop, en die zijn allemaal verbonden met een clicktrack.”

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

Ik kan me voorstellen dat sommige geluidsmannen al eens in de haren krabben bij zo’n onconventionele setup.
Adriaan: “Het was inderdaad een heel karwei om de setup zo efficiënt en aangenaam mogelijk te maken, maar na veel bloed, zweet, en tranen hebben we nu een waterdicht systeem dat snel en vlot is opgesteld. We hebben er nog maar weinig problemen mee gehad. We vermelden ook wel expliceit op de technische fiche dat we met een band komen. Anders kom je op plekken waar ze een dj verwachten omdat het elektronische muziek is, of hoogstens een laptop met wat controllers en één output.”

En gebeurt ook nu alles live op het podium?
Adriaan: “Het meeste toch wel. Er zijn een paar nummers met een  backing track, maar vaak laten we die na een paar minuten in het nummer wegvallen zodat we met de band nog alle richtingen uitkunnen. Ik gebruik zo’n backing track vooral om geluidseffecten te timen, en sporadisch om een stem of een analoog instrument als laag toe te voegen. Maar enkel als het ‘versiering’ is – een belangrijke partij speel ik toch liever zelf, al klinkt het dan wat anders dan op plaat. Maar sommige geluiden zijn zo specifiek dat het geen zin heeft om ze live na te bootsen. De live feel van de muziek blijft heus wel overeind als er eens een belletje uit een vintage DX7 synthesizer via de backing track gaat. Daarvoor ga ik dan geen DX7 op het podium sleuren, en mezelf in allerlei bochten wringen om dat geluidje toch maar te kunnen spelen.”

“Ik ben hard op zoek naar de essentie van mijn geluid – dat specifieke element dat ik alleen in mijn eigen muziek aantref, waardoor die helemaal van mij wordt.”

Gemeend

Je debuut is nog maar pas verschenen, maar je werkt al aan een nieuw album voor volgend jaar. Heb je al een concept in gedachten, een richting die je uit wil?
Adriaan: “Ik wil mijn ideeën nog veel harder uitpuren. Ik heb nu het gevoel dat ik soms drie nummers in één steek. Mijn eerste ep klinkt bijna als een flipperkast – ik ben er nog steeds trots op natuurlijk, maar die muziek is heel onstuimig en stuitert alle kanten uit. Bij de tweede plaat heb ik dat al wat kunnen beteugelen, maar het kan nóg minder. Ik wil dat minstens de helft van mijn volgende album bestaat uit goeie, uitgewerkte songs die van begin tot einde een sfeer neerzetten.”

“Ik ben momenteel hard op zoek naar de essentie van mijn geluid – dat specifieke element dat ik alleen in mijn eigen muziek aantref, waardoor die helemaal van mij wordt. Uiteindelijk is dat ook de reden waarom ik zelf muziek begon te maken: ik was op zoek naar een gevoel dat ik nergens anders kon ervaren, of toch veel te weinig.”

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

“Ik stel me daarbij steeds de vraag: ‘welke beelden zou ik horen en dromen bij de muziek?’ Ik heb nog altijd geen concreet anwoord, maar zo kan ik er wel naar zoeken. Iedereen zal daar wat anders bij verzinnen, maar uiteindelijk is er wel één bepaalde vibe, een omschrijving die altijd zal terugkomen. Voor mij valt mijn muziek te omschrijven als escapistisch, melancholisch, nostalgisch, zeemzoet en dromerig, maar toch … (aarzelt) heel … ja soit. (lacht) Maar toch gemeend. Dat overkomt me echt wel vaak als ik naar m’n eigen muziek luister: ik kan dan wegvluchten in een droomwereld. Ze werkt dus een beetje zoals drugs eigenlijk, een psychoactief middel. Maar dan onschuldig, want muziek is gezond. (lacht)

Dat klinkt heel beeldend. Denk je voor de toekomst ook aan een visuele component in de liveshow?
Adriaan: “Ik heb al met dat idee gespeeld, maar ik wil niets toevoegen dat de aandacht van de performance zou afleiden. Dus ik zou eerder werken met een subtiel visueel effect dat de toeschouwer even kan meevoeren. Pomrad moet eerst nog wat groeien, en dan zal er wel een goed idee ontspruiten. Er zijn in elk geval genoeg dromen over jetpacks en rookmachines verbonden aan de keytar. (lacht)

© Koen Bauters</span
© Koen Bauters

Tot slot, welke artiesten kunnen jou tegenwoordig nog inspireren?
Adriaan: “Om te beginnen: Kurt Vile. Zijn muziek klinkt totaal anders dan de mijne, maar ik heb echt al z’n platen. Niet allemaal even goed naar mijn smaak, maar ik vind het vooral geniaal dat hij zoveel elementen waar ik van hou in zijn muziek verenigt. De warmte die je bij hem hoort, en de melancholie … Zowel in zijn vroege lo-fi werk als op de latere gepolijste platen schemert dat door, en daar voel ik me heel hard mee verwant, zelfs al hebben we muzikaal weinig gemeen.”

Tame Impala is misschien een voor de hand liggende tweede keuze, maar Kevin Parker is nu eenmaal een genie. Het laatste album is dan wel een popplaat die bij momenten echt cheesy kan klinken, maar tegelijk blijft het zo vindingrijk en fris. Ook zijn samenwerking met Mark Ronson vind ik echt heel vet.”

“Tenslotte ben ik heel erg onder de indruk van Anderson .Paak. Dat is nog eens echt goeie popmuziek die toch een randje heeft, en ballen. Ik vind het mooi dat zulke muziek breed kan aanslaan – eigenzinnig maar toegankelijk. En zulke muziek probeer ik dus zelf ook te maken. (lacht)

pomrad.be