Maxime-Solemn-KBL4-header

One Man Bands

Muzikanten die eigenhandig een plaat opnemen, alle instrumenten inspelen, zingen, mixen, masteren, … the whole nine yards!

Vi.be. Wat een platform. We kijken zelf nog dagelijks op van al die goeie muzikanten die songs uploaden, hun profielen aanpassen, en zich massaal inschrijven voor speelkansen. En we zijn ook dikwijls verrast door de verscheidenheid aan muzikale input. Onlangs botsten we op drie bands waarvan we meteen dachten: ‘Tiens, klinkt niet slecht.’ Toen we meer info gingen zoeken, bleek het niet om bands te gaan, maar om individuen die zich als band gedroegen. Lees: muzikanten die eigenhandig een plaat opnemen, alle instrumenten inspelen, zingen, mixen, masteren, … the whole nine yards! Dat vroeg om meer tekst en uitleg.

Muzikanten die alles zelf inspelen? Nieuw is het niet. Prince doet het al jaren. En op YouTube vind je talloze jongens en meisjes die hun muzikale talenten delen. Ook hier te lande werken talloze muzikanten eerst demootjes uit om later te laten inspelen door hun band of sessiemuzikanten. Maar echt alles alleen doen? Daar moet je toch wel iets voor kunnen, en discipline hebben, neen? Poppunt stak zijn licht op bij Niels Strybos, Maxime Solemn en Anton Vanderhasselt die met hun respectievelijke one-man-projecten About Bread, Maxime Solemn en Kipsap in onze kijker liepen.

About Bread

“Ik heb altijd in groepen gespeeld”, zegt Niels. “Erg graag gedaan, maar de neuzen stonden niet altijd in dezelfde richting. Op den duur begon ik zelf te experimenteren en wat zaken op te nemen met de computer. Ik leerde verschillende DAW’s en softwarepakketten kennen en ging ermee aan de slag. Mijn eerste probeersels waren echt niet goed, maar jarenlang oefenen bracht wel verbetering. Ik kocht opnamemateriaal, MIDI-controllers, software en voor ik het goed en wel besefte, kon ik een song tot in de puntjes afwerken. De stap van één song naar een volledige plaat was niet zo moeilijk.”

About-Bread-KBL1
About-Bread-KBL2
About-Bread-KBL3

Een one man band verenigt drie of vier muzikanten in één persoon: jij beheerst verschillende instrumenten. Welk instrument gebruik je als basis voor je ideeën?
Niels: “Toen ik begon aan ‘It’s Time To Leave The Planet’ speelde ik alles op mijn akoestische gitaar. Bij gebrek aan inspiratie begon ik op bepaalde ideeën wat extra laagjes te leggen. Op die manier bouwde ik stapsgewijs mijn songs op. Eigenlijk kan je met gelijk welk instrument je idee opnemen. Het hoeft zelfs geen instrument te zijn; tijdens het opnemen maak je soms keuzes in je programma’s die ook voor leuke vondsten kunnen zorgen.”

Een plaat opnemen met een band is een hele onderneming: er zijn eerst repetities, pre-producties, en dan studiowerk. In jouw geval heb je enkel rekening te houden met jezelf.
Niels: “Dat is zo. Ik werk doorgaans als volgt … Ik begin met het opnemen van één instrument. Dat kan om het even wat zijn. Het gebeurt dat ik daar meteen ook tekst bij zoek of een melodie test. Zit dat meteen goed, dan neem ik dat op. Daarna voeg ik een ander instrument toe tot ik een leuke loop krijg. Daarna zoek wat differentiatie tussen de loops en voeg ik nog een stuk aan het nummer toe. Dat laatste is niet makkelijk, omdat je eigenlijk alle kanten op kan, maar toch de beste muzikale keuze wil maken. Als dat achter de rug is, werk ik de overgangen en het einde van de song af. Wat ik dan heb, is een ruwe schets van een nummer. Op dat moment komt voor mij het leukste deel: producen. Ik kan het echt vergelijken met het inkleuren van een tekening. Vaak beslis ik tijdens het producen of de schets een echte song kan worden of niet. Als dat achter de rug is, begin ik te mixen, iets wat ik erg graag doe, maar nog niet helemaal onder de knie heb. Mixen is het meest tijdrovende proces, maar het zal niemand verbazen dat je songs een pak beter klinken als ze goed gemixt zijn.”

Wat zijn de grootste nadelen aan alleen te werken?
Niels: “Het gebrek aan feedback. Je kunt de slechtste muziek ter wereld maken en niemand zal je dat laten weten. Als je heel lang aan dezelfde songs werkt, zie je soms het bos door de bomen niet meer. Alles klinkt hetzelfde en elke aanpassing die je maakt lijkt een nummer stuk te maken. Ik heb enorm veel nummers weggegooid die misschien wel heel erg leuk waren. Omdat je er zelf te veel mee bezig bent, zie je soms de kwaliteit niet meer. Moeilijk is ook om songs in hun eerste fase aan andere mensen te laten horen. Vaak horen ze niet waar je heen wil. Feedback van derden is eigenlijk enkel welkom als het nummer helemaal af is. In een band krijg je veel sneller bevestiging.”

“Echt alles alleen doen is onbegonnen werk. Maar toch zal ik altijd proberen om zelf aan de slag te gaan voor ik hulp vraag.”

‘Elk nadeel heb se voordeel’ …
Niels: “Ja, en laat dat voordeel nu meteen ook hetzelfde zijn als het grootste nadeel. (lacht) Je bent vrij om te maken wat je wil. Persoonlijk vind ik het heerlijk om te beslissen over elke noot die ik speel en het resultaat daarvan te kunnen beluisteren. Ik heb bij dit project nooit spijt gehad dat ik er alleen voor stond. Een bijkomende issue is ook dit: als je een nieuw nummer maakt, lijkt het eerst altijd een topnummer, maar de dag later klinkt het helemaal anders en ben je helemaal niet meer zo tevreden van je prestatie. Dan moet je nagaan of de song wel past bij de rest en of je er wel mee verder wil. Als je eenmaal aan het mixen slaat, wil je liever geen kostbare tijd verspillen.”

Was het je bedoeling om een plaat te maken om ze dan achteraf te spelen met een band?
Niels: “Eigenlijk wel. Als je erover nadenkt zijn alle grote componisten uit het verleden met dezelfde visie aan de slag gegaan. Ik hoop om in het najaar te kunnen repeteren. Als je met zo’n basis vertrekt, geef je ook meteen het signaal aan je medemuzikanten dat je er echt voor wil gaan.”

Hoe vrij zijn muzikanten dan in de interpretatie van je songs?
Niels: “Ik ben een grote fan van improvisatie. Het project is wat het is, maar ik wil geen liveband die exact speelt wat er is opgenomen. De structuur van de songs wil ik wel behouden.”

Je speelt zelf verschillende instrumenten. Hoor ik daar het woord ‘wonderkind’?
Niels: “In het geheel niet. Neen, ik beschouw mezelf vooral als iemand die iets heel graag doet en daar heel veel tijd voor over heeft. Ik geloof weinig in talent. Als je iets wil, kan je er altijd voor gaan, als je er maar genoeg tijd en enthousiasme in stopt.”

Wat is verder de bedoeling of wat zijn de dromen?
Niels: “Een straight forward antwoord zou zijn: airplay op Stubru, Radio 1 en verschillende online radio’s. Dat zou een droom zijn die uitkomt. Verder? Ik maak graag muziek, over genres heen. Ik ben nu op zoek naar nieuwe uitdagingen die ik in de homestudio kan waarmaken. Filmmuziek, elektronische muziek en een tweede About Bread-album liggen allemaal binnen de mogelijkheden. Toch wil ik volgend jaar vooral mijn aandacht bij About Bread houden en er live mee aan de slag gaan.”

Je bent hardcore DIY. Hoe ver wil je daar nog in gaan inzake promotie?
Niels: “Tot nu toe heb ik met About Bread alles zelf gedaan. Ik heb een heel pak mails verstuurd en probeer contacten te leggen met mensen uit de muziekindustrie. Ik merk wel dat ik tekort schiet. Muziek maken is één ding, je eigen promo verzorgen een ander. Het is niet eenvoudig om airplay te krijgen. Gelukkig is er vi.be waarmee ik toch al aardig wat media-aandacht heb gekregen. Een videoclip wil ik ook nog maken. Ik zou graag iets doen met animatie … Nu ja, alles alleen doen is onbegonnen werk. Op een bepaald moment moet je hulp inschakelen. Dat is ook zo met live spelen. Maar toch zal ik altijd proberen om zelf aan de slag te gaan voor ik hulp vraag.”

About Bread – gear

Een Zoom R16 die kan dienen als recorder, controller en interface en als in- en output via USB aangesloten op Cubase. Alle instrumenten zijn daar netjes in geplugd, net als een koptelefoon van Beyerdynamic (DT 770 Pro) en 2 studiomonitors.

Op mijn bureau heb ik een uitschuifbare Axiom Pro 49, via USB rechtstreeks verbonden met Cubase. Als software gebruik ik Cubase 7 en Komplete 7. Daarnaast gebruik ik nog Addictive Drums en Izotope Ozone. Alles draait momenteel op mijn Lenovo Yoga 13 (Windows 8).

Ik gebruik verder een Orange Rocker 30 versterker, een akoestische en elektrische gitaar, een accordeon en een sitar.

beta.vi.be/aboutbread

Maxime Solemn

“Alleen werken? Ja, ik hou van de onafhankelijkheid op creatief vlak. Ik heb het hele bandgedoe wel gehad. Ofwel zat de visie niet gelijk, of de motivatie. Nu doe ik echt wat ik wil. Alleen werken spreekt me enorm aan. Wat ik gebruik om ideeën vorm te geven is afhankelijk van de song die ik voor ogen heb: wanneer ik iets orkestraal wil, begin ik meestal met een deuntje op de piano of een melodie op de viool. Bij metal vloeien de ideeën meestal voort uit riffs op de gitaar.”

Maxime-Solemn-KBL1
Maxime-Solemn-KBL2
Maxime-Solemn-KBL3
Maxime-Solemn-KBL5

Hoe krijgen jouw songs verder vorm?
Maxime: “Meestal begint elk nummer met een melodisch idee. Ik speel dat stukje in met een MIDI-controller (piano) en zoek welk instrument mijn idee het best vertolkt in Logic Pro X. Daarna zoek ik een groove of drumbeat en voeg ik gitaarriffs toe. Meestal wordt dat stuk na het toevoegen van de vocals het refrein. Als ik daarna extra riffs, grooves en vocals gevonden heb, probeer ik de overgangen en de dynamiek wat pit te geven door nog wat orkestrale instrumentatie toe te voegen. De meeste orkestrale instrumenten worden gesampled via Kontakt Instruments, maar ik zorg er altijd voor dat minstens twee violen authentiek zijn, een elektrische en een klassieke.”

Wat zijn voor jou de grootste nadelen aan alleen werken?
Maxime: “Een logisch antwoord zou zijn ‘het alleen zijn’. Ik mis soms de grappige momenten die je met een band wel hebt. Maar daar heb ik over het algemeen niet veel last van. Het echte probleem is budgettair: een band bestaat gemiddeld uit vier of vijf mensen die allemaal hun steentje kunnen bijdragen voor promotie, productie, studio, … Ik draai daar allemaal alleen voor op.”

En het voordeel?
Maxime: “Dat ik alles zelf kan kiezen. Smaken verschillen en dat kan bij een band al eens lastig worden. Daarnaast kies je ook hoe snel je te werk gaat. Je kan nachten lang componeren en schrijven.”

Het kan ook niet anders of je hebt tijdens het maken van je plaat ook moeilijke momenten gekend …
Maxime: “Ja. Het feit dat mijn stem geen ‘vocal rest’ kreeg. Als je metal speelt, lijdt je stem daaronder. Ik zou gemiddeld acht uur moeten slapen om mijn stem rust te geven, pas dan zou ik weer mogen screamen, maar daar kwam ik niet aan toe. Aan het einde van de rit was mijn stem compleet verwoest.”

Het genre dat jij speelt, vraagt om een live-uitvoering. Hoe ga je dat aanpakken?
Maxime: “Een metalsong komt inderdaad pas echt tot zijn recht met de energie ven verschillende muzikanten. Hoe ik dat live wil doen? Metal is nogal straight forward: de basgitaar en elektrische gitaar spelen meestal hetzelfde om een heel sterke volle sound te krijgen. Zij zullen zich dus wel aan de partituur moeten houden. De orkestraties moeten op een backingtrack meelopen, omdat het onrealistisch is om een heel orkest op te trommelen voor een metalconcert.”

“Ik ben pas twee jaar geleden met muziek begonnen. Inmiddels speel ik vijf instrumenten, componeer ik orkestraties, schrijf ik metal en ben ik parttime producer.”

Je speelt gitaar, viool, zingt, screamt, en neemt een hele plaat op. Leuk als je talent hebt, neen?
Maxime: “Ik weiger te geloven in het bestaan van talent. Ik ben pas twee jaar geleden met muziek begonnen. Ik had geen gevoel voor ritme en was quasi toondoof. Inmiddels speel ik vijf instrumenten, componeer ik orkestraties, schrijf ik metal en ben ik parttime producer. Dit is geen blijk van kunnen, maar een blijk van werken. Ik heb de afgelopen twee jaar niets anders gedaan dan analyseren, oefenen en experimenteren. Je gaat mij niet horen verkondigen dat ik een muzikaal genie ben. Creativiteit, ja, dat heb ik wel, maar ik geloof dat iedereen daarmee geboren wordt. De andere capaciteiten zijn, naar mijn mening, perfect ontwikkelbaar.”

Durf je al verder te dromen?
Maxime: “Ja. Ik ben van plan om nog één album uit te brengen. Daarna begin ik aan het plannen van een tour. Uiteindelijk zou ik liefst van al bekend staan als ‘die soloartiest die metal combineert met viool’.”

Doe je alles naast het muziek maken ook zelf?
Maxime: “Op vlak van promotie ben ik helemaal DIY. Ik contacteer iedereen zelf, maar het is niet zo dat ik flyers ga uitdelen of mensen stalk via Facebook. Externe promo is wel welkom. De videoclip bij de song ‘Damage’ heb ik wel volledig zelf gemaakt. Geregisseerd en ge-edit. Ik had toen een cameraman nodig: mijn broertje. Ik heb hem getoond hoe de recordknop werkt en dat was het. Onlangs kreeg ik nog de vraag hoeveel ik betaald had voor die clip. Best geslaagd, dus, neen?”

beta.vi.be/maximesolemn

Kipsap

Bij Kipsap krijgen we een ietwat gelijkaardig verhaal. One man bands kiezen er vaak voor om alleen te werken omdat het zo makkelijk is. “Vrijheid absoluut”, zegt ook Anton Vanderhasselt. “Plus het feit dat er helemaal geen tijdsdruk is, wat je in een studio wel hebt. Als ik wil spelen en opnemen tot pakweg drie uur ’s nachts, dan staat er niemand op zijn horloge te kijken. Ik kan prutsen tot ik vind dat het juist zit.”

Kipsap-KBL1
Kipsap-KBL2
Kipsap-KBL3

Iedere muzikant heeft een eigen werkwijze om nummers op te nemen. Hoe ga jij te werk?
Anton: “Ik speel sax, gitaar en piano. Piano kunnen spelen is heel handig: ik neem erg veel op via een MIDI-keyboard. Daar speel je makkelijk een heel orkest mee in. Het enige waar ik niet zo onderlegd in ben, is drummen. Maar tegenwoordig kan je dat met audiosoftware heel goed opvangen. Ondanks alles blijft mijn gitaar het meest natuurlijk aanvoelen. Voor Kipsap schrijf ik bijna alle nummers op een oude Mexicaanse Fender Telecaster met drie snaren. Die gitaar staat heel laag gestemd. Hogere snaren zijn voor mij overbodig. Ik hou van die beperking. Al mijn songs starten met een riff of een melodie, die ik opneem met clicktrack. Die eerste opname is een guidetrack die later meestal verdwijnt. Daarna volgen drum, bas, synths en orgels. Vocals komen steeds op het laatst.”

“En dan begint het pas: het toevoegen van details. Daar ben ik lang mee bezig. Er kruipt ongelooflijk veel tijd in, van het eerste idee tot de uiteindelijke versie van een nummer. Soms duurt het amper een dag om een song af te werken, soms doe ik er een week over. Er is geen vast stramien als je alleen werkt, en dat is ook het fantastische: je maakt muziek wanneer het jou uitkomt, wanneer jij het voelt.”

Wat komt hierna? Muzikanten verzamelen en je nummers beginnen te spelen?
Anton: “Ja, waarschijnlijk wel. Het is wel niet meteen mijn bedoeling om eerst een volledige plaat te maken. Kipsap is mijn ‘plezier-project’ waar ik de nummers die ik niet kwijt kan in andere groepen (Zyfa, Abudhabi vzw, red.) mee uitwerk. En die opnames wil ik later ook wel live vertolken met een groep. Die ben ik nu nog aan het zoeken. Als het er ooit van komt, dan zou ik graag hebben dat de songs gespeeld worden zoals ik ze zie.”

“Er is geen vast stramien als je alleen werkt, en dat is ook het fantastische: je maakt muziek wanneer het jou uitkomt, wanneer jij het voelt.”

Zijn er artiesten die iets gelijkaardig doen naar wie je opkijkt?
Anton: “Sparklehorse. Mark Linkous is de koning van home recording en mijn absolute voorbeeld wat betreft songschrijven en producen.”

Hoe ver reikt de doe-het-zelfattitude? Wil je ook je eigen promo verzorgen? Videoclips maken?
Anton: “Video en promo zeggen mij niets. Moet ik dus uit handen geven. Muzikaal zal ik blijven doen wat ik doe, maar hulp is soms wel welkom.”

Kipsap – gear

Ik neem alles op via een Tascam US-1641. Die sluit ik aan op mijn iMac met extra 8 Gig RAM-geheugen en een 2,7 Ghz Intel Core i5. Mijn audiosoftware is Logic Pro 9, na veel te hebben gesukkeld met Cubase. Logic heeft toffe effecten, veel instrumenten en loops, en je kan er vrij goed mee mixen en masteren.

De microfoon waar ik vrijwel al mijn akoestische gitaren, zang, shakers, etc. mee opneem is een Sennheiser MK 4. Soms gebruik ik ook een oude Philips tapedeck. Ik hou veel van die analoge klank, maar bij het omzetten gaat er altijd iets van verloren. Ik gebruik die dus meer voor het samplen van geluiden of om ze volledig te vervormen.

Hoewel een elektrische gitaar die direct in de Tascam geplugd wordt een degelijk geluid geeft, gebruik ik voor elektrische gitaren meestal de TubePre voorversterker van Presonus, die een heerlijke overdrive geeft.

Mijn hoofdtelefoon is een Beyerdynamic DT 770 Pro waar ik vrijwel alles mee mix en master, afgewisseld met mijn 80’s B&O set (Beomaster 4400 versterker, Beovox S75 speakers). Ik denk dat het echt not done is om op eenvoudige speakers te mixen, maar ik hou zo van die klank dat ik al mijn liedjes naar die speakers mix.”

beta.vi.be/kipsap