Klaas-Delrue-KBL1

Nederlandstalig

Hoop in bange pop- en rockdagen

Je moerstaal. De taal waarin je opgroeit. De taal waarmee je je eerste lief opscharrelt ergens op een festivalweide. De taal die je verbindt met je verleden en je toekomst. De taal waarin je zingt. Allemaal waar, behalve dat laatste. Misschien. Wie een band begint of zich bekwaamt in de nobele kunst van het singer-songwriten kiest steevast voor het Engels – een enkeling voor het Frans – voor de liedjesteksten. Er zijn talloze redenen, maar de voornaamste lijkt wel dat het Engels als lingua franca ons schijnbaar het meeste ligt. En Nederlands iets minder. Nochtans maakt een band of een artiest die zich van het Nederlands bedient meer kans om gedraaid of opgepikt te worden door de muzieksamenstellers. Althans, zeker die van Radio 1, want die zender moet – zo zegt de overheid – een quotum halen van 15 % Nederlandstalige muziek. Maar waarom horen we dan nog zo weinig straffe Nederlandstalige bands? Met de op stapel staande Lage Landenlijst zou je denken dat het jonge muzikale grut genoeg inspiratie vindt om zich het Nederlands als songschrijftaal eigen te maken. 

Wie even door de lijst van 2017 scrolt, vindt er de ene Nederlandstalige parel na de andere. Veel kleinkunst of kleinkunst-die-aanschurkt-tegen-pop, maar evengoed ook pure pop- en rockhymnes die vandaag tot het collectief Nederlandstalig muzikaal erfgoed behoren. Verguisd en bewonderd. Zoals de jonge nozems van Bazart, die het Nederlandstalig genre een drietal jaar geleden een frisse injectie gaven. Al liep dat niet meteen van een leien dakje, want wat Bazart presenteerde, was zo nieuw en verfrissend dat de muzieksamenstellers aanvankelijk niet goed wisten wat ermee aan te vangen. Radio 1 was sneller mee dan Studio Brussel, die pas overstag ging toen ze zagen hoe groot de schare volgers was. Maar waar zit de opvolging? Seiren? Piquet? Ludo? Poolvos? Wat is het bilan anno 2018 wat betreft Nederlandstalige muziek?

Radio 1

Evert Venema (muziekcoördinator Radio 1): “Bazart combineerde een nieuwe sound met een breed bereik. Radio 1 heeft hen trouwens voor het eerst gedraaid als Vi.be-tip (toen nog een vaste rubriek in Allez Allez, red.). Voor zulke bands is dus zeker plaats. Maar het moet in de eerste plaats kwaliteit zijn en in de smaak vallen. Ludo kon ons net niet genoeg overtuigen; Seiren en Piquet mogen dan wel vernieuwend zijn, ze zijn meer geschikt voor onze gespecialiseerde muziekprogramma’s dan voor primetime. Hetzelfde geldt ook voor het Antwerpse In Een Discotheek. ‘Meander’ van Willem Ardui hebben we wel overal gedraaid en zelfs Voxtip gemaakt.”

Het aanbod is er dus wel, de doorstroming iets minder …
Evert: “Ja, er blijft aanbod, maar vooral van doorgewinterde namen van wie we al veel nummers in onze database hebben. Wat nieuwe namen betreft, blijven we de laatste tijd wat op onze honger zitten. En van het nieuwe aanbod dat er is, past veel niet in het profiel van Radio 1, meestal omdat het te licht of te commercieel klinkt. We hebben de indruk dat er de laatste tijd een dip zit in kwalitatief aanbod. Daarom grijpen we meer terug naar gevestigde namen, liever dan de kwalitatieve lat te laten zakken. Maar we zouden natuurlijk graag meer Nederlandstalige namen lanceren met een nieuw geluid. Omdat we, los van de zin en onzin van quota, geloven in de waarde van ons Nederlandstalig patrimonium en dat mee willen helpen ontwikkelen. Er gebeuren knappe dingen in Nederlandstalige rap/hiphop die we meer en meer oppikken, omdat we zelf wat in die richting opgeschoven zijn en de kwaliteit ook steeds beter wordt.”

Is het vandaag makkelijker of moeilijker dan pakweg tien jaar geleden om het als Nederlandstalige band te maken in Vlaanderen?
Evert: “Waarom zou het nu moeilijker zijn dan toen? Ik krijg soms het gevoel dat nieuwe artiesten zich te veel spiegelen aan de klassiekers in plaats van radicaal hun eigen pad te volgen. Wil de Nederlandstalige muziek voor de generatie van nu relevant blijven, dan zal die zich daar qua sound ook in moeten passen. Of heel authentiek en geloofwaardig tijdloos zijn eigen weg gaan, zoals bijvoorbeeld de meest recente Frank Vander linden.”

“In het Engels kom je nog weg met een niet zo briljante tekst, maar in het Nederlands is de kwaliteit van je tekst net zo goed een criterium als de muziek.”

Speelt de taal waarin een band zingt vandaag nog een rol? Toen Gorki, De Mens en Noordkaap in de jaren 1990 furore maakten, gaf hun eigenzinnige en poëtische gebruik van het Nederlands als songtaal iets extra’s.
Evert: “Nederlandstalige songs hebben misschien zelfs een streepje voor, omdat we een nood voelen aan een actuele invulling. Maar wie de eigen taal gebruikt, stelt zich kwetsbaarder op dan wie in het Engels zingt. Daar kom je nog weg met een niet zo briljante tekst, maar in het Nederlands is de kwaliteit van je tekst net zo goed een criterium als de muziek. Voor wie de lat echter haalt, liggen er bij Radio 1 veel kansen.”

Er zijn nieuwe artiesten die in het Nederlands zingen, maar wat mist het landschap volgens jou nog?
Evert: “Een Vlaamse Eefje de Visser, bijvoorbeeld: iemand die op een eigenzinnige manier nieuwe richtingen verkent in de Nederlandstalige muziek, maar tegelijk breed genoeg klinkt om een ruim publiek mee te trekken naar een hedendaagse invulling van een genre met een rijke geschiedenis en – hopelijk ook – een florissante toekomst.”

Wat maakt een Nederlandstalig nummer tot een sterk nummer? Een steekproef uit de Lage Landenlijst, bijvoorbeeld: ‘Ploegsteert’ (Het Zesde Metaal), ‘De Roos’ (Ann Christy), ‘Ben Ik Te Min’ (Armand) of ‘Lieve Jacoba’ (Kris de Bruyne).
Evert: “Het zijn allemaal artiesten die een stijl gevonden of altijd gehad hebben waarin het gebruik van het Nederlands vanzelfsprekend en naturel is. Nederlands klinkt te vaak gekunsteld. Een eigen muzikale smoel is belangrijk, of een stijl die de artiest helemaal belichaamt. We krijgen geregeld songs binnen van artiesten die te veel willen klinken als … Veel gevestigde namen zingen in het Nederlands omdat het in hun DNA zit en een essentieel onderdeel is van hun songschrijven. De manier waarop ze teksten schrijven, maakt net zo goed deel uit van hun identiteit als de stijl waarin ze muziek maken. We vallen in de playlistvergadering meer dan eens over te ver gezochte teksten.” 

Wat moet een Nederlandstalige song hebben om wél primetime gedraaid te kunnen worden?
Evert: “Muziek primeert toch. Het hoeft voor Radio 1 niet altijd gemakkelijk en gesneden koek te zijn om primetime te halen, maar in actuaprogramma’s moeten platen overeind blijven voor mensen die niet intensief luisteren en geen specialist zijn. En sommige voorbeelden zijn voor mij echt wel voer voor luisteraars die een inspanning willen doen.”

Nederlandstalige hiphop lijkt sinds een paar jaar helemaal ingeburgerd. Het heeft wel lang geduurd …
Evert: “Tourist LeMC heeft, al maakt hij geen pure hiphop, de deur naar dat genre voor een groter publiek geopend. In zijn kielzog vind je artiesten als Brihang. Bij Radio 1 zijn we heel blij met hem, maar ik zie hem wel als een artiest in ontwikkeling. Zwangere Guy bevalt ons ook, en is solo iets toegankelijker dan Stikstof.”

Yevgueni

In het Nederlandstalige muzikale patrimonium zijn er tal van artiesten met een bijzonder lovenswaardig en indrukwekkend palmares. Twee daarvan zijn Yevgueni en Het Zesde Metaal. Gelijke noemer: het Nederlands. Yevgueni bestaat anno 2018 achttien jaar. Volwassen, dus.

“De perceptie van het Nederlandstalige lied is in al die jaren behoorlijk veranderd”, aldus Klaas Delrue, die al sinds mensenheugenis de teksten van Yevgueni voor zijn rekening neemt. “We zijn in 2000 begonnen als studentikoos trio op een wedstrijd onder faculteiten. We maakten toen zelf al de bedenking dat we heel hard zouden opvallen in het Nederlands; we waren echt aan een soort tocht door de woestijn bezig op het vlak van goede Nederlandstalige muziek. Daar is op heel korte tijd, met veel bands tegelijk, verandering in gekomen. Ongeveer gelijktijdig had je ineens Kowlier die solo ging, het debuut van Eva De Roovere, Bart Peeters die voor een soort kleinkunst koos … Kort daarna kwam Yevgueni en wat later ineens een hele nieuwe lichting. Dat heeft automatisch de perceptie veranderd. Ik denk dat zingen in het Nederlands nu nog steeds niet per se de eerste keuze is, maar het is wel normaal geworden dat een band voor het Nederlands kiest.”

Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters
Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters

Jullie schreven in al die jaren behoorlijk wat hits bij elkaar: ‘Als Ze Lacht’, ‘Nieuwe Meisjes’, ‘Adem’ … klassiekers in wording, maar wat maakt een Nederlandstalig lied volgens jou zo sterk?
Klaas: “Nederlandstalige liedjes zijn niet per definitie sterker. Het gaat vooral om het onvermijdelijke effect dat een tekst die je van A tot Z begrijpt een heel grote rol speelt. Als die echt goed is of blijft hangen, heeft dat dubbel zoveel impact als in een andere taal. Het omgekeerde geldt evengoed: je ergert je veel sneller aan nonsens of slechte teksten in je eigen taal dan in een vreemde taal. Een Nederlandse tekst is een veel grotere uitdaging. Het loont wel om de juiste mensen rond je te verzamelen om mee te oordelen over de kwaliteit van een tekst. Voor de muziek gelden naar mijn gevoel dezelfde regels als in een andere taal.”

Yevgueni heb ik altijd meer geassocieerd met het CC-circuit dan pakweg het Clubcircuit of rockfestivals.
Klaas: “Ja, heb ik nog gehoord, maar dat is een hardnekkig en in ons geval soms spijtig vooroordeel. Wij zijn inderdaad een vaste waarde in het CC-circuit maar daarnaast zijn we ook een oerdegelijke – al zeg ik het zelf – festivalband. Toch merk ik dat festivalprogrammatoren Nederlandstalige muziek nog vaak als een apart genre beschouwen dat niet zomaar tussen de rest gezet kan worden. Het is dan wachten en hopen op een Nederlandstalige avond, een Nederlandstalig podium of minstens een Nederlandstalige headliner om ergens een mooie spot te krijgen. Terwijl we zelf vinden dat we vooral degelijke popmuziek maken die net zo goed voor een Engelstalige headliner zou kunnen werken. Dat is eigenlijk het enige glazen plafondje dat we nog zouden willen doorbreken voor we er – ooit eens – mee stoppen. (lacht)

“Festivalprogrammatoren beschouwen Nederlandstalige muziek nog vaak als een apart genre dat niet zomaar tussen de rest gezet kan worden.”

Een band die in het Nederlands zingt, beperkt geografisch gezien z’n potentieel succes. Speelt dat, denk je, een rol in het uitblijven van de volgende De Mens, Gorki of – waarom ook niet – de volgende Yevgueni?
Klaas: “De volgende De Mens of Gorki? Dat gaat nog lang duren. Ook in het Engels zijn we 25 jaar verder: Oscar And The Wolf is ook niet de nieuwe Wolfbanes (legendarische band die vooral medio jaren 1990 furore maakte, met Lange Polle – nu Trifferfinger – op gitaar en Wim Punk op zang, red.), om zo maar iets te zeggen. Er zijn intussen wel degelijk bands opgestaan of aan het opstaan die volledig op hun eigen manier potten aan het breken zijn of het genre opengetrokken hebben: Bazart, jazeker, maar Kowlier en Het Zesde Metaal evengoed. Het leek er misschien even op dat dialect aanvaardbaarder of dankbaarder was voor pop- of rockmuziek dan Algemeen Nederlands. Maar je kan in het AN ook een megaband worden. Ik denk niet dat bands eerst die geografische bedenking maken als ze voor het Engels of het Nederlands kiezen. Dat is meer een gevolg. Er zijn omgekeerd niet zo heel veel Vlaamse Engelstalige bands die hun radius daar gevoelig mee vergroten op een succesvolle of duurzame manier. Volgens mij is dat zelfs het grootste werkpunt voor Vlaamse muziek, in alle talen, en de ondersteuning ervan. Maar dat is een andere discussie.”

Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters
Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters

Wat moet een goed Nederlandstalig lied voor jou hebben?
Klaas: “Je kan er niet omheen dat de tekst een grotere rol speelt als die volledig verstaanbaar is. Dat is dus cruciaal. Dat betekent niet dat het poëzie of literatuur moet zijn, soms zelfs integendeel. Maar het is wel veel moeilijker dan het lijkt. Songtekstschrijven is echt een vak apart, in eender welke taal. Ik viel bijna van mijn stoel hoe neerbuigend er door sommige ‘echte’ schrijvers over werd gedaan naar aanleiding van Bob Dylans Nobelprijs. De tekst moet goed zijn, maar dat betekent bij een song vooral perfect op en bij de muziek passen. De muziek moet de tekst versterken en omgekeerd. Dat geldt voor alle talen. Je merkt wel dat je met een meer verhalende tekst muzikaal vaker in een singer-songwriter-idioom terechtkomt of, omgekeerd, dat een goeie pop/rocktekst niet per se verhalend moet zijn om mensen te raken, te beroeren, op te jutten, vrolijk te maken of somberheid te bezingen. De lijn van verhalend of concreet naar meer abstract is een soort continuüm waar elke songwriter zijn hele carrière mee worstelt en experimenteert, denk ik.”

De Lage Landenlijst geeft een mooi overzicht van Nederlandstalige klassiekers en klassiekers-in-wording. Is er iets wat jij erin mist?
Klaas: “Moeilijk te zeggen. Misschien wat zottere dingen zoals Aroma Di Amore en Boerenzonen Op Speed? Ik weet niet of Neerlands Hoop erin staat, maar dat zou eigenlijk wel moeten. En Tröckener Kecks vind ik niet meteen terug, toch een beetje een historische fout. En nu we toch bezig zijn, ‘Irene’ van De Mens staat véél te laag!”

Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters
Klaas Delrue (Yevgueni) © Koen Wouters

Bands zijn vaak de spreekbuis van een generatie. Welke Nederlandstalige bands vatten de tijdgeest perfect?
Klaas: “‘Naar De Wuppe’ (Het Zesde Metaal, red.) is een ongelooflijk straf voorbeeld van ‘de tijdgeest vatten’, en van hoe een goeie tekst een nummer wel degelijk nog veel beter kan maken. Het kunnen vastpakken van de tijdgeest verklaart ook voor een stuk het succes van Tourist LeMC. Hetzelfde geldt voor Brihang. Eefje de Visser en Roosbeef creëren ook een soort universum dat heel erg hier en nu aanvoelt. Maar het is gevaarlijk om aan een opsomming te beginnen. Senne Guns, Walrus en Stoomboot doen dat immers ook op hun manier, Hannelore Bedert ook …

“Nu ik erover nadenk … Het vatten van of spreken voor een generatie is niet helemaal hetzelfde als de tijdgeest vatten. Soms integendeel. ‘Kvraagetaan’ van Fixkes heeft bijvoorbeeld door een aantal fenomenen van dertig jaar geleden perfect te vatten een hele generatie én hun ouders doen glimlachen en veroverd. Dat is een van de mooiste dingen die je met muziek, en zelfs kunst in het algemeen, kan bereiken denk ik.

Komen jullie nog makkelijk aan airplay?
Klaas: “Afgezien van een paar maanden vechten tegen de bierkaai met ons eerste album – of noem het ‘tussen twee stoelen vallen’ – hebben wij daar zeker niet over te klagen, integendeel. We hebben twee zenders die onze singles vrij systematisch oppikken. We kunnen er denk ik niet naast dat de quota voor Nederlandstalige muziek daarbij helpen. Maar dat geldt niet zomaar voor alles en iedereen. Het blijft dus wel elke keer spannend en je beseft wel heel goed dat kwaliteit nog steeds voorop staat en het aanbod er niet kleiner op wordt.”

Het Zesde Metaal

Bij het polsen naar een reactie bij Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal kregen we manager Bram Bostyn aan de lijn: “Waarom wordt er steeds een onderscheid gemaakt tussen anderstalige en Nederlandstalige muziek?”, was zijn eerste reactie. “Het Zesde Metaal maakt muziek, tout court. De taal is toevallig Nederlands, maar Nederlandstalige muziek is geen genre op zich. Ik vind dat we mogen stoppen met muziek waarin Nederlands als zangtaal gebruikt wordt in een aparte categorie onder te brengen. Die opdeling had er nooit mogen zijn.”

Wannes Cappelle (Het Zesde Metaal) © Koen Wouters
Wannes Cappelle (Het Zesde Metaal) © Koen Wouters

Maar ze is er wel …
Bram: “Ja, maar goed. Het Zesde Metaal heeft zich nooit willen profileren als een Nederlandstalige of dialectische band, wel als alternatieve rockband. De taalkaart is nooit een issue geweest; het is de taal waarin Wannes het makkelijkst teksten schrijft. Het Zesde Metaal staat naar mijn gevoel muzikaal los van kleinkunst, een genre waar het Nederlands wel inherent deel van uitmaakt. Binnen het Nederlandstalige aanbod is er net als bij alle soorten muziek goeie en slechte muziek. Stijn Meuris heeft zich daar jaren geleden al eens over uitgesproken: hij vond dat Noordkaap ook gewoon bij de rockplaten moest liggen en niet bij de aparte Nederlandstalige muziek. En Het Zesde Metaal zit bij Unday Records, een label waar ze mooi naast Millionnaire, Tamino en Trixie Whitley staan.”

“Creatief taalgebruik hoeft grammaticaal niet correct te zijn, maar wel authentiek, en daar gaat het om.”

Ja, maar hoe je het ook draait of keert: maakt het gebruik van het Nederlands het voor een band niet moeilijker om internationaal door te breken?
Bram: “Waarom? Sigur Rós heeft toch getoond dat taal niet langer belangrijk is? Het Zesde Metaal heeft succes in Nederland, en daar begrijpen ze niet wat Wannes zingt. Het gaat om het gevoel dat de muziek weergeeft. Zuid-Afrika, dat zou ook wel moeten lukken. En dat West-Vlaams geen standaard-Nederlands is? Ik vind het vreemd dat mensen daar anno 2018 over vallen. Creatief taalgebruik hoeft grammaticaal niet correct te zijn, maar wel authentiek, en daar gaat het om.”