Muzikanten en pijn

Chiropracter Luc Ailliet over de nood aan professionele begeleiding

Onlangs lazen we in de krant dat de fysieke prestaties van professionele drummers gerust vergeleken kunnen worden met die van topatleten. In principe geldt dat voor elke muzikant die urenlang zit of staat te spelen. Maar, terwijl topatleten veelal medisch begeleid worden en bij het minste kwaaltje als koningen verzorgd worden, ligt dat bij muzikanten toch even anders: vaak komen ze over pijn klagen als het kalf al half verdronken is en remedies meer oplapwerk zijn dan iets anders. Zestig procent – een hallucinant cijfer – van de muzikanten zou nooit (!) pijnvrij spelen. Daar schrokken wij toch even van. Vandaar dat we te rade gingen bij Luc Ailliet, chiropractor en bewegingsspecialist, die elke week wel een muzikant over de vloer krijgt. “Preventieve oefeningen kunnen veel leed voorkomen,” zegt hij, “maar ik ken geen collega’s die specifiek met muzikantenkwalen bezig zijn. Een gat in de markt, met andere woorden.” Wij springen er graag in.

Even googlen leert ons dat muzikanten het meest last hebben van: carpal tunnel syndrome, tendinitis, bursitis, tenosynositis, de Quervain syndrome, tendinosis … termen waar wij ons niet meteen iets concreets bij kunnen voorstellen, maar die het enthousiasme wel danig kunnen verstoren. “Wat ik veel hoor van muzikanten is dat het veranderen van houding een invloed heeft op de toonvorming van het instrument: als een gitarist jaren gewend is van zijn akkoorden op een bepaalde manier te nemen en zo een eigen sound creëert, dan blijft-ie daarbij. Na een tijd krijgt hij uiteraard een probleem, omdat zijn houding niet goed is. Een probleem waar vooral topmuzikanten mee geconfronteerd worden, zoals operaorkestmuzikanten. Die klagen bijna allemaal, omdat ze uren en uren moeten zitten.”

“Uiteindelijk begint het al vroeg: ik krijg vaak beginnende conservatoriumstudenten over de vloer. Die spelen meestal zes uur per dag, tijdens de examens loopt dat op tot twaalf uur, en dat weken aan een stuk. Als je dat vergelijkt met een topsporter is dat heel veel, want topatleten trainen ongeveer vijftien à twintig uur per week. Het grote verschil is dat een sporter medisch begeleid wordt en alle kleine pijntjes meteen worden behandeld. Bij muzikanten is dat onbestaande: geen ergonomisch advies, geen begeleiding … met als resultaat dat ze pas aan de alarmbel trekken als het te laat is.”

En wat is te laat?
Luc: “Het moment dat ze een foute houding aangenomen hebben die ze als natuurlijk beschouwen: dan wordt het heel moeilijk om het bewegingspatroon nog te veranderen. Met alle problemen als gevolg.”

Zoals het welbekende RSI of repetitive strain injury: het gevolg van het steeds herhalen van dezelfde beweging met overbelasting als resultaat.
Luc: “Ja. Een klacht heeft altijd te maken met een onevenwicht tussen belasting en belastbaarheid. Als de belastbaarheid daalt door een niet optimale biomechanische houding krijg je een overbelasting: RSI of – erger nog – dystonie. En dan kan je je carrière op je buik schrijven. Als muzikant RSI ontwikkelen en ervan afgeraken is geen pretje, omdat dat enkel kan verholpen worden met rust. Maar daar komen de meeste muzikanten niet aan toe. Wie last heeft van RSI zou eigenlijk opnieuw moeten leren spelen, in de juiste houding.”

“Voor gitaristen is er speciaal een techniek ontworpen: dispokinese, een bewegingsleer én totaalaanpak waarin ook gepeild wordt naar het waarom van de klachten. Je hebt ook de Alexandertechniek, ontstaan in de danswereld en vooral populair bij Amerikaanse muzikanten: een bewegingstherapie, gericht op houding en coördinatie. Er bestaan dus wel degelijk technieken, maar ze komen niet bij de juiste mensen terecht.”

Zo is dat. De grootste kwaal waar muzikanten over babbelen is tinnitus. Ondertussen weten we dat je je oren best beschermt, maar hoe zit het met preventieve maatregelen tegen andere ongemakken? Ik heb al een aantal muzikanten horen verkondigen: ‘Ik ben moeten stoppen, want de pijn was niet meer te harden.’
Luc: “Er zijn geen preventieve maatregelen. In de muzikantenwereld heb je twee groepen: de autodidacten en diegenen die geschoold zijn. Eigenlijk zou je een verschil moeten zien wat begeleiding betreft, maar dat is niet zo, wat ik toch markant vind. Onder de hobbymuzikanten zijn er niet veel die komen klagen, omdat zij vaak niet zo heel veel tijd doorbrengen achter of voor hun instrumenten, maar eens je wat meer begint te spelen en de grens van hobbyist overstijgt, krijg je een ander verhaal.”

Zoals de topviolist Rudolf Werthen, die gestopt is omdat hij artrose had van te veel te spelen. Zijn commentaar op de vraag of er een oplossing was: geen violist worden. Drastisch, uiteraard, muziek mag dan wel de zeden verlichten, musiceren doet dat alvast niet.
Luc: “Muzikanten komen langs als het leed geschied is. ‘Ik moet morgen spelen, maar ik heb daar en daar pijn’, hoor ik dan. Ik denk dat het heel belangrijk is dat muzikanten met kwalen formeel begeleid worden en periodiek gevolgd. Ik vind het zeer boeiend om te onderzoeken in welke houding muzikanten staan. Kijk bijvoorbeeld naar dwarsfluitspelers: die staan helemaal getorst, maar waarom? Dat is helemaal niet nodig. Meer nog: door zo te staan, maken ze hun longen kleiner. Er zijn heel veel zaken die makkelijk kunnen verholpen worden, hoor. Ik zie ook geen specifieke opleidingen voor muzikanten-fysiotherapeuten, en er is eigenlijk wel nood aan.”

Houding: zit recht! Sta recht!

Omdat het bespreken van alle mogelijke kwalen ons te ver zou brengen, beperken we het hier even tot de klassieke pop/rockbezetting: drum, bas en gitaar. Een groot probleem bij drummers is dat ze een slechte houding zouden aannemen doordat hun buik- en rugspieren niet voldoende steun bieden.
Luc: “Het grote probleem van drummers is dat ze één voet dynamisch gebruiken; geen drie steunpunten dus. Bovendien zit een drummer meestal (te) laag, terwijl hoger beter is. Je knieën zouden in principe een hoek van 110° moeten vormen, want als je te laag zit, wordt je rug je steunvlak en niet je voeten.”

Terwijl er op talloze sites aangeraden wordt om zo te gaan zitten dat je bovenbenen evenwijdig zijn met de grond; je knieën geplooid in een rechte hoek …
Luc: “Maar waar komt dat vandaan? Met de heupen hoger krijg je veel mee steun en kan je rechter zitten. Vanuit biomechanisch oogpunt is die zithouding veel interessanter. Met je bekken en knieën op dezelfde hoogte kantel je je bekken naar achteren en zal je je rug bol maken, met een grote druk op de tussenwervels tot gevolg. Wat ons advies meestal is, is het veranderen van houding, hetzij tijdens repetities, hetzij tijdens een optreden. Eens zittend gitaar of bas spelen, bijvoorbeeld, of anders achter je drumstel gaan zitten. Elk moment dat je je rug niet belast, is meegenomen. Therapeutisch handelen helpt ook: als je twee, drie uur gespeeld hebt, even stoppen en de plaats waar je last hebt even onder een ijspak houden. Zelfs preventief, vóór je iets voelt. Sporters doen dat ook.”

Nog even wat drums betreft: zou een degelijke stoel soelaas bieden? Nu kan je ofwel drumthrones kopen met ronde zitting, de zadelvariant, of een stoeltje met een leuning. Is het ene beter dan het andere?
Luc: “Ik zou kiezen voor de zadelvariant omdat het makkelijker zit en je druk op de hamstrings vermijdt. Een zadelstoel heeft een brede zitbasis, wat uiteraard ook een voordeel is. Waar je zou moeten naar streven is een dynamische zithouding, maar bij het drummen is dat niet meteen aangewezen, vrees ik. Je moet stevig op je plaats zitten. Onderzoek lijkt me in deze wel interessant.”

Zo is dat. Even over naar de basgitaar en de gitaar. Ik zie basgitaristen die hun instrument bijna tegen hun kin kleven en anderen die er quasi de vloer mee aan het dweilen zijn.
Luc: “Te hoog is niet goed, omdat je dan de twee schouderpezen inklemt, wat tot klachten leidt. Ook al omdat die zone weinig doorbloed wordt. Ik denk dat de beste houding licht ontspannend is. Je bas tegen je knieën hangen en met een gestrekte arm spelen mag er dan wel cool uitzien, echt gezond is het niet, omdat een spier in de langste, of kortste, positie het zwakst is en er dan snel verzuring optreedt. Je biceps is het sterkst als je die in een hoek houdt. Een goed voorbeeld van hoe het kan: Bert Embrechts die bij De Laatste Showband speelt, heeft een goeie houding. Een beetje flegmatiek, ontspannen, beetje bewegen, benen uit elkaar … Hoe breder je staat en hoe asymmetrischer, hoe beter. Een goeie riem is ook onontbeerlijk: die moet breed genoeg zijn en liefst padded. Maar bij sommigen is een geut gezond verstand de eerste vereiste: je bas tegen de grond hangen en er helemaal gekromd over staan, dat is vragen om problemen. Een rugspier is een houdingspier: als je helemaal voorovergebogen staat, verleng je die spier en daardoor wordt ze zwak.”

Bij gitaristen hoor je vaak dat ze problemen hebben met de pezen in de onderarm of met de vingers.
Luc: “Het probleem bij gitaristen zit vaak geconcentreerd rond hun middenhandsbeentjes. Maar dat kan behandeld worden. Je kan ook trainen, met een Gripmaster bijvoorbeeld: die kleine toestelletjes hebben wel nut, om bijvoorbeeld de gripkracht te vergroten.”

De meeste muzikanten willen gewoon spelen, maar eigenlijk zou elke muzikant zich moeten opwarmen?
Luc: “Ja. Eigenlijk zou je een goeie aërobe conditie (uithouding, red.) moeten hebben en moeten werken een je stabiliteit: als je stabiliserende spieren goed getraind zijn, zal je al minder last hebben van ongemakken en kwetsuren. Maar daar moet je dus op trainen, want je wordt niet geboren met een lichaam dat klaar is om zeven uur gitaar te spelen. Trouwens, veel topmuzikanten trainen hard, hoor. Afhankelijk van de houding waarin je speelt, moet je specifieke oefeningen doen. Als je je ‘core’ traint, verhoog je de stabiliteit in je rug en kunnen je armen en/of benen veel beter gecoördineerd werken zonder daarbij compenserende spanning op te roepen in je rug en/of nekspieren. De combinatie van een goede aërobe conditie met een degelijk ontwikkelde ‘core’ is dé preventieve maatregel bij uitstek om overbelastingsklachten te voorkomen. Eens er klachten zijn, kan je de hulp inroepen van een chiropractor, arts, kinesist, Alexandertherapeut …”

Het artikel stipt aan wat de problematiek is, maar er valt uiteraard nog veel meer over te zeggen. Iedere muzikant die op een zeker niveau bezig is, krijgt vroeg of laat te maken met ongemakken. Er is nood aan maatregelen om het leed bij muzikanten te verzachten. Maar wat kan je doen als je last krijgt door bijvoorbeeld accordeon te spelen? Of trompet – waar je gebit van loskomt – of fagot? Minder spelen? Da’s een optie, maar de minst leuke!

Je kan het boek van Ans Samama in huis halen, Musiceren zonder pijn, waarin voor elk instrument de mogelijke klachten en remedies besproken worden. Samama, bewegingstherapeute en muzikante, behandelde de afgelopen 25 jaar duizenden musici met uiteenlopende klachten. Meer info vind je op www.musicerenzonderpijn.nl