Mirko-KBL4

Mirko Banovic

“Blijven zoeken.”

Op een bepaald moment worden alle muzikanten een beetje gearslut. Begeesterd door het instrument en aangevuurd door een passie gaan muzikanten steeds op zoek naar dat instrument dat het best bij hen past. Het begint bij één gitaar en eindigt soms bij een collectie van 60 met daartussen een rits effecten en versterkers. Er bestaan drummers die kits verzamelen waar ze nooit op spelen, maar waar net één tom die klankkleur heeft die ze zoeken. Bij Mirko Banovic, bassist bij onder andere Arno en Arsenal en docent aan PXL-Music in Hasselt, ging het net zo. Als linkshandige bassist was het geen sinecure om een degelijk instrument te vinden. Door de jaren heen verzamelde hij zijn ‘sound’. Zijn zoektocht naar het juiste instrument en de juiste sound blijkt hem ook vandaag nog aan te vuren …

Mirko: “De laatste jaren ben ik meer en meer beginnen te experimenten met amps en sound. Ik heb veel materiaal, maar ik ben niet iemand die obsessief verzamelt. Ik vind het enorm boeiend om met mijn bas klanken op te zoeken die je doorgaans niet met een bas associeert. Dat is de reden waarom ik naast spelen bij Arno betrokken ben bij projecten die me toelaten om te experimenteren. Ik speel bijvoorbeeld al jaren bij het experimenteel jazztrio Root, waar ik echt wel het een en ander in kwijt kan; of de samenwerkingen met Teun Verbruggen (drummer van o.a. het Jef Neve Trio en Flat Earth Society, red.), met wie ik een paar jaar geleden een liveplaat opgenomen heb in Het Bos (Antwerpen). Toekomen, inpluggen, spelen en meteen opnemen: zeer interessant, omdat mijn rol toen het pure bassen toch wat oversteeg. Maar zelfs als ik in een traditionele rol zit, probeer ik via een eigen klankkleur toch iets aan het geheel toe te voegen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Evolutie

“Waarom zou je in een vakje blijven zitten? Ik ben het aan mezelf verplicht om te blijven evolueren, om te zoeken naar nieuwe klanken, nieuwe invalshoeken. Eén sound is voor mij te beperkend. Ik speel bijvoorbeeld samen met Kaat De Windt, een klassieke pianiste uit Brussel, in een bezetting die bestaat uit drums, bas en klassieke piano. In dat project speelt de bas nauwelijks grooves, maar volg ik pianolijnen en meelopende loops. Die aanpak zorgt dan weer voor andere ideeën voor andere bands.”

Gebruik je voor iedere band een andere setup?
Mirko: “Ja. Bij Arno bestaat mijn setup uit een Ampeg stack, een distortion-, een fuzz-, een octaver- en een delaypedaal. Naargelang de setting gebruik ik een pre-amp, om hier en daar wat extra power te geven. Als ik met andere projecten op de baan ben, neem ik andere zaken mee: hoofdzakelijk bitcrushers, ringmodulators, delays, synths, of een boutique pedaaltje. Maar ik gebruik de effecten enkel waarvoor ik ze nodig heb en op de plaats waar ik het nodig acht. Een effect puur om het effect zal ik niet onmiddellijk gebruiken.”

“De absolute basis: de manier waarop je je snaren bespeelt, maakt je sound.”

Tegenwoordig word je om de oren geslagen met nieuwigheden, gadgets in instrumentenland. Volg jij dat nog allemaal?
Mirko: “Ja, uiteraard, maar niet als een bezetene. Ik volg wat er gebeurt, ook via mijn leerlingen. Ik zie die gasten soms superstraffe dingen uit hun bas toveren, iets waar ik alleen maar met bewondering naar kan kijken en luisteren. Twee bassen, drums, effecten: als ik dat zie, dan wordt de jonge hond in me terug wakker en wil ik weten wat ze doen. Blijven leren en jezelf blijven heruitvinden, dat vind ik toch erg belangrijk.” 

Links. Rechts. Und immer geradeaus.

“Ik ben linkshandig – niet vanzelfsprekend voor een bassist. Ik ben beginnen te spelen op een omgekeerde bas, en mijn eerste echte linkshandige bas was een verschrikkelijk crappy instrument waarvan de arm binnen de kortste keren scheef trok. Vandaag vind je linkshandige bassen iets makkelijker – het internet heeft alles vereenvoudigd, maar toch. Ik heb niet zo’n uitgebreide collectie: vijftien stuks in totaal. Twee daarvan mogen weg en een aantal bassen heb ik zodanig getweakt en gepimpt dat ik ze niet meer van de hand kan doen. Live wissel ik meestal tussen vier of vijf bassen waarmee ik al 20 jaar speel. Een Fender Jazz, Fender Precision, een Guild Starfire en twee actieve – een Wal en een G&L – voor als de sound wat meer punch of attack kan verdragen. Maar ik keer altijd terug naar die Fenders.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Hoe lang heeft het bij jou geduurd vooraleer je je eigen sound gevonden had?
Mirko: “Lang. Ik durf nu soms niet meer te luisteren naar opnames van vroeger, omdat ik me een beetje schaam voor het geluid dat ik toen produceerde. Ik heb dat nu soms nog als ik luister naar live-opnames. Sound maken heeft, in tegenstelling tot wat veel muzikanten denken, niet erg veel te maken met de effecten of het volume, maar alles met je manier van spelen. Dat is de absolute basis: de manier waarop je je snaren bespeelt, maakt je sound. Je kan alles wel makkelijk maskeren door er verschillende lagen geluid over te leggen, maar daarmee schiet je als muzikant niets op. De pure, directe akoestische sound moet goed zitten. En dat is een zoektocht die eigenlijk nooit stopt. Ik geef dat ook mee aan mijn leerlingen.”

Jij hebt zelf al bij talloze bands gespeeld. In hoeverre pas jij je sound aan aan de band waar je bij gaat spelen? Of is het andersom? Jij voegt jouw baskleur toe aan de band. Te nemen of te laten.
Mirko: “Het is niet zo zwart-wit. Bij Arsenal heb ik een stuwende rol; de boel moet vooruitgeduwd worden, als duidelijke onderlaag bij de sweeps en swoops, en synths. Voor de laatste Arno-plaat heb ik samen met producer John Parish gezocht naar sound, naar wat de songs echt voedde. Nu eens kwam er wat distortion bij, dan weer wat delay. Die zoektocht heeft geleid tot zeer interessante, rootsy, warme klanken. Als ik andere projecten aanpak, dan is het een kwestie van een plek te vinden. Veel hangt ook af van de muzikanten met wie ik samenwerk.”

“Zwijgen is soms goud. Muziek is communicatie.”

Sound maken is één ding, techniek een ander. Ben jij iemand die wild wordt van bassisten als Victor Wooten of virtuozen die op zevensnarige bassen duizend noten per seconde kunnen spelen?
Mirko: “Dat interesseert me echt niet. Mijn helden zijn allemaal ‘klassieke’ bassisten die het met vier snaren doen. Zes- of zevensnarige bassen, allemaal goed en wel, maar in het hoog klinken die toch allemaal als een akoestische gitaar. Bij mij is het begonnen in de jaren 1970-80, met Jaco Pastorius, Charles Mingus, Marcus Miller, Paul McCartney, Bootsy Collins, George Porter, James Jameson, de sessie-ace Carole Kay, Pino Palladino … In de nieuwe lichting Tim Lefebvre. Stuk voor stuk muzikanten die iets geniaals doen met functionaliteit. Je hoort bij goeie bassisten meteen wie het is. Pastorius heeft bijvoorbeeld de kleur van het instrument erg beïnvloed. Hij speelde de pannen van het dak, maar als hij moest begeleiden deed hij dat zoals het moest: geen tierelantijnen, maar functioneel.”

De juiste noten op het juiste moment. Dat betekent ook dat stilte erg belangrijk is: noten weglaten.
Mirko: “Jazeker, dat is even belangrijk als tonen wat je wel allemaal kan. Zwijgen is soms goud. Muziek is communicatie. Je maakt zinnen. En het is die kunst die alle muzikanten onder de knie moeten krijgen. Wat wil ik vertellen? Je hebt altijd gasten die graag een monoloog van drie kwartier afsteken, maar erg interessant is dat meestal niet. Leren omgaan met wat je kan en vooral met je beperkingen, daar gaat het om. Een juist geplaatste noot kan veel meer zeggen dan tien virtuoze vingerzettingen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Laten we even name droppen: Mark Ling, de slapking van Level 42.
Mirko Banovic: “Haha, ja. King heeft in de jaren 1980 fantastische songs geschreven en hij heeft een nieuwe stijl geïntroduceerd. Slappen op bas, dat was du jamais vu. Helaas zijn heel wat vaak mindere bassisten hem beginnen na-apen, met een totale uitholling van het slappen tot gevolg. Het werd een gimmick. Kings naam werd een beetje besmeurd. Ik vond King in het begin een ware ontdekking, maar toen het nieuwe eraf was, ben ik hem toch wat uit het oog verloren. Pastorius heeft iets gelijkaardigs meegemaakt: hij was een meester in fretless spelen, iets wat anderen hem veelvuldig nadeden. Ook jammer, want er kwam plots een overaanbod aan bassisten die fretless wilden spelen, en de sound werd platter. De magie verdween.”

Speel jij contrabas?
Mirko: “Ja, ik heb er een staan. Ik ben er thuis op aan het studeren. Ik kan er wel mee uit de voeten, maar ik blijf in de eerste plaats een elektrische basspeler. Contrabas intrigeert me mateloos, vooral om de klankkleur en de veelzijdigheid van het instrument. Luister naar de popplaten van David Sylvian uit de jaren 1980: fantastisch. Of Reverend Horton Heat! Hoe die bassist zijn contrabas geselt, dat is fantastisch.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Mocht je maar één bas en drie pedalen mogen houden, welke zouden dat zijn?
Mirko: “Een fuzz, octaver en een delay, met mijn Fender Jazz bas. Ik heb die al het langst en ik speel er erg graag op. Dat instrument heeft zich volledig aangepast aan mijn stijl en geeft me altijd wat ik wil. Soms laat ik die basgitaar wat links liggen, en als ze dan terug oppik, verrast het speelgemak me steeds opnieuw. Ik hoef niet per se een andere bas. Ik zie soms bassen uit de jaren 1960 passeren, maar die kosten duizenden euro’s. Goed als investering, maar niet per se om mee te spelen. Je kan met minder geld al een fantastisch instrument kopen.”

Ik zie hier een Ampeg staan. Is dat de enige versterker die je gebruikt?
Mirko: “Neen, maar ik gebruik die wel het vaakst. Ik heb een klein en een groot formaat. Voor het steviger werk gebruik ik de SVT met 4×10” of 8×10” speakers. Aguilar gebruik ik ook redelijk veel. That’s it. Ik heb veel andere versterkers gehad, maar de laatste 8, 9 jaar is het Aguilar of Ampeg. Als ik op tour ga, neem ik de Aguilar mee, omdat die wel tegen een stootje kan. Ik heb de nieuwe lichte Fenders eens getest: zeer goed te doen, maar ik ben en blijf een echte Ampeg-fan.”