Michiel Lenaerts en Stuart James (Tourcontrol)

Manusje van alles; ook als de frontman een kwal is

Eerder in dit nummer hebben we al een blik geworpen achter de organisatie van een band en welke machinaties er in gang worden gezet om een groep groot te maken? Want wat dacht je? Dat Metallica louter en alleen op het charisma van James Hetfield de wereld veroverd heeft? Of Snoop Dogg door zijn boeiende vertelstijl? Britney door haar ongelooflijke witz? Not. Wil een groep groot worden, dan hebben ze een heel equipe nodig dat zich dag – en vaak ook nacht – voor zich inzet. Zeker als ze op tournee gaan. Een toer voorbereiden vraagt zoveel organisatie dat de muziekindustrie er een functie voor ontwikkeld heeft: de tourmanager. En wat die zoal moet doen om het een band tijdens een tournee langs Vlaamse zalen en Europese clubs zo aangenaam mogelijk te maken, lees je hier. Poppunt sprak immers met Michel Lenaerts van Tourcontrol en een van hun vaste krachten, Stuart James, de TM van – amongst others – The Chemical Brothers!

“De taak van een tourmanager valt niet in twee zinnen te beschrijven”, aldus Michel Lenaerts. “De job kan zeer afwisselend zijn: tijdens een toer zelf gaat het vooraf om de algemene organisatie en de productie zelf. Eigenlijk kruipt het meeste werk er vooraf in, bij het organiseren van de toer. Wat België betreft neemt de tourmanager vaak ook de taak van manager op zich, omdat weinig groepen het zich kunnen permitteren om zowel een manager, een tourmanager, catering, etc. te betalen. Grotere groepen kunnen natuurlijk rekenen op een groter equipe, omdat ze meer afspraken moeten maken, in grotere zalen spelen en er meer komt bij kijken. Als je naar een klein clubje gaat, heb je natuurlijk minder nodig.”

Kleine bands kunnen het dus rooien zonder tourmanager. Hoe groot moeten groepen dan worden voor ze echt in zee moeten gaan met een tourmanager?
Michel: “Het hangt van de activiteiten van de band af. Een groep als Milk Inc. reist bijvoorbeeld vrijwel voortdurend de wereld rond: de ene week Japan, dan gaat het naar de VS of Rusland. En aangezien het voor een manager vrijwel onmogelijk is om zowel in België als in het buitenland bereikkbaar te zijn, dient een extra kracht ingeschakeld te worden. Bij Milk Inc. gaat het er bovendoen totaal anders toe dan bij Zornik of Camden, omdat Milk Inc. vrijwel geen materiaal moet meezeulen. Dat reist een pak makkelijker en je hoeft vooraf niet danig veel voor te bereiden. Het is wel zo dat het voortdurend op de baan zijn op den duur wel begint door te wegen; vandaar dat we bij Milk Inc. elkaar met drie mensen voortdurend afwisselen. Als de band bijvoorbeeld naar de VS gaat, kunnen we van de begeleider niet verwachten dat-ie na dertien uur vliegen ook nog es chauffeur gaat spelen.”

Stuart: “Vooral in de VS kan het reizen best tegenvallen. Het gebeurt dat je de ene dag in Seattle speelt en de volgende dag in LA, en dat je twee dagen onderweg bent. Met de bus. Het is de goedkoopste manier en je hoeft geen vliegtuigtickets te betalen en hotelkosten heb je ook niet omdat je op de bus slaapt. Maar het is wel vermoeiend.”

Michel, jij zit zelf ook al jaren in het vak. Ga jij zelf ook nog vaak mee?
Michel: “Ja. Ik wil steeds met Milk Inc. mee omdat ze zelf heel weinig tijd hebben om naar het kantoor af te zakken om zaken te bespreken. De vrije tijd die ze hebben, zitten ze in de studio. Of doen ze promo. Veel mensen denken dat die mannen een luxejob hebben, maar ze werken echt enorm hard. Ik probeer in ieder geval zoveel mogelijk te combineren: ik tracht met elke groep, gaande van Zap Mama tot Zornik af en toe mee te toeren. Op elke band zit dan wel een vast tourmanager, maar anderen kunnen toch wel es inspringen. Het is heel belangrijk dat ik nu en dan met de groepen kan praten.”

Stel dat een van de bands die hier zitten over twee maanden vertrekt, wat moet je dan allemaal regelen?
Michel: “Het belangrijkste werk gebeurt voor je naar het buitenland vertrekt. Vanaf het moment dat je op het vliegtuig stapt, moet alles in kannen en kruiken zijn. Ter plaatse is het zeer moeilijk om de dingen nog te regelen, omdat alle riders, technische fiches etc. al bij de organisator moeten liggen. Die mensen moeten ook weten waar ze aan toe zijn, dus dat kan niet last minute. Als er een aanvraag komt voor een concert wordt eerst onderhandeld over de fee en de riders. Dan wordt het contract opgesteld en neemt de productiemanager het over. Hij neemt heel de organisatie voor zijn rekening: welk materiaal er nodig is, mogelijke alternatieven als het gevraagde niet aanwezig is etc. Het is belangrijk voor een tourmanager dat hij zich aan een paar regeltjes houdt, beslist of er opnames gemaakt mogen worden, erop toeziet dat de afspraken die tussen de artiest en de platenfirma bestaan niet met de voeten getreden worden, …”

Stuart: “De onderhandelingen over de riders lopen niet steeds over een leien dakje. Het is niet omdat je bij een wereldgroep speelt dat je zomaar alles krijgt, hé. Je stelt je rider op, en de organisator ziet wat hij kan doen. Er gaat toch wat tijd over voor alles in kannen en kruiken is. Je moet je echt wel flexibel opstellen. Een goeie voorbereiding maakt al de helft van het werk.”

Ik kan me inbeelden dat sommige organisators het niet zo nauw nemen met de regeltjes en dat jullie af en toe in situaties terechtkomen waar niets in orde is…
Michel: “In de meeste gevallen loopt alles gesmeerd, maar er zijn inderdaad landen waar afspraken niet naar de letter gevolgd worden. Landen als Spanje, Italië werken veel nonchalanter. De Benelux is echt wel het paradijs wat de behandeling van bands betreft.”

Qua menselijkheid of materiaal dan?
Michel: “Op alle gebied eigenlijk. Ik denk dat er weinig andere landen zijn dan België waar zoveel respect getoond wordt voor artiesten of waar zo’n goeie infrastructuur bestaat. Als je naar Engeland gaat, gebeurt het dat je terechtkomt in de meest aftandse zalen waar materiaal staat van ergens in de jaren ‘80. Iedereen denkt dat Engeland zowat het mekka van de muziek is, maar dat geldt niet wat infrastructuur betreft. Een zaal als de AB in Brussel vind je er nagenoeg niet. Ze bestaan wel hoor, maar niet voor kleine bands. Van zodra groepen iets of wat naam hebben, komen ze wel op goeie plaatsen terecht.”

Stuart: “Vooral Italië was vroeger een ramp. Nu is dat fel verbeterd. Het gevraagde materiaal was er niet of de mensen trokken er zich heel weinig van aan. Maar wat Michel zegt is wel juist: in Engeland is er zoveel muziek, maar ook een pak shitty clubs. Europa is voor bands een echt paradijs.”

Wat doen jullie als blijk dat de afspraken toch met de voeten getreden werden?
Michel: “Alle groepen hebben in principe degelijk materiaal nodig; wanneer we merken dat dat niet in orde is, komt het vaak neer op onderhandelen en dat kan wel hard gaan. Natuurlijk heb je van die momenten dat je echt niets kunt doen: een gitarist kan niet zonder gitaar spelen. Soms moet je mensen dwingen om domme kosten te maken, omdat ze vooraf niets geregeld hebben, maar daar kunnen wij weinig aan doen. Ze weten vooraf wat er moet zijn: de rider is altijd zeer duidelijk, zeker wat materiaal betreft.”

Wordt er een punt gemaakt van de afmetingen van een podium? Stel dat een podium van 10 op 20 wordt afgesproken, maar het bij aankomst maar een schaakbord groot blijkt?
Michel: “Dat kan een groot probleem zijn. Neem nu Praga Khan: zij hebben een productie bij die dertien meter breed is, dus als het podium te klein is, staan we voor een ernstig probleem. Alles wat op de technische rider staat, wordt vermeld met een bepaalde reden.”

Heb je om redenen van tekortkomingen al concerten moeten afgelasten?
Michel: “Dat hebben we nog niet meegemaakt, maar toen ik vorig jaar op toer was met Sepultura heb ik dingen gezien die ik niet voor mogelijk hield. Sepultura is een wereldband, hé, en als je met zo’n productie op plaatsen terechtkomt die oversold zijn en daardoor verhuisd zijn naar buiten, waar een zodanig krakkemikkig podium gebouwd werd waar je niet over durft lopen, moet je echt hard ball spelen. We hebben toen gezegd dat er van een concert geen sprake kon zijn zonder een ander, degelijk podium. Die mensen zagen de ernst van de zaak ook wel in en hebben er alles aan gedaan om toch een ander podium te bouwen. Sommige organisatoren zullen er alles aan doen om kosten te sparen.”

Stuart: “Een tour afgelasten doe je niet zomaar, hé, want er is vaak ongelooflijk veel geld mee gemoeid. Een degelijk verzekering is dan onontbeerlijk.’

De Benelux is qua behandeling van gasten en materiaal het beste. Hoe zit het eigenlijk in de VS, wat door veel groepen als het ultieme concertland beschouwd wordt…
Stuart: “Als je je als artiest realistisch opstelt, weet je dat je in de VS niet meteen op de beste plaatsen terechtkomt. Zeker niet als kleine band uit België. En, er zijn wel zeer goeie zalen, maar ze zijn lang niet zo goed geëquipeerd als hier.”

Michel: “We hebben zo eens een halve dag moeten wachten om een compressor limiter te krijgen. Hilarisch was dat: die mannen hebben drie keer van de ene kant van de stad naar de andere moeten rijden, omdat ze er niet in slaagden het juiste materiaal mee te brengen. In België is zoiets onmogelijk! Vandaar dat grote groepen ook heel graag naar België komen: alles is in orde. Werchter wordt niet voor niets het beste festival ter wereld genoemd. Weinig andere festivals halen het niveau van Werchter.”

Wat is nu mythe en realiteit in de riders. Ik heb ooit es het verhaal gelezen dat een bepaalde groep een pot M&M’s bestelde en dat alle blauwe eruit moesten. Gebeuren zulke dingen nog steeds?
Michel: “Ik denk niet dat er Belgische bands zijn die zulke extreme zaken durven vragen, maar dat heeft te maken met de nuchterhaid van de Belg. Vaak zijn die vreemde vragen gewoon een vorm van show verkopen, van zie-mij-eens. In de VS is dat heel normaal. Trouwens, een concert moet er voor het publiek heel anders uitzien dan wat wij gewend zijn. Wij kijken meer naar het muzikale aspect van de zaak terwijl bij een Amerikaan het showelement veel belangrijker is. Vandaar dat ze het soms niet zo erg vinden dat een zanger staat te playbacken, omdat de massa er voor de show gaat.”

Vandaar dat de concerten van Timberlake, Britney Spears en consorten soms meer weg hebben van een rijdend circus dan van een volwaardig optreden.
Michel: “Het mag inderdaad allemaal nogal bombastisch zijn. En extreem kostelijk. Maar ze pakken heel graag uit met het financiële prijskaartje dat aan een productie hangt. Dat lijkt wel een teken van kwaliteit te zijn.”

Wie bepaalt eigenlijk wat op de rider staat?
Michel: “De artiest zelf: er wordt rekening gehouden met wat de artiest verlangt, maar je moet al die wilde verhalen wel met een korrel zout nemen. Ik denk dat er heel veel mensen tot het besef zijn gekomen dat buitensporige riders enkel de promoters op kosten jaagt. Bands zijn in hun vraag nu wel gemilderd in vergelijking met vroeger. Eerst wordt ervoor gezorgd dat de technische kant van de zaak in orde is, en daarna wordt met de artiest overlegd wat-ie wil eten. Je moet natuurlijk goed beseffen dat meeste artiesten die naar België afzakken toch een paar maanden on the road zitten, voortdurend in hotels en vliegtuigen verblijven en dat een goeie maaltijd dan echt onontbeerlijk is. Elke dag hamburgers is niet te doen. Alhoewel. (lacht) Vandaar dat grote bands ook hun eigen catering meehebben, omdat voedsel zo belangrijk is.”

In welke landen worden de ariesten het meest in de watten gelegd?
Michel: “Elk land heeft wel iets, behalve Amerika, want het gros van de mensen heeft er absoluut geen culinaire waarden. Het is er ofwel zeer goed, ofwel slecht. Ik vind de VS het minst interessante land wat dat betreft,…De manier van werken is er trouwens ook volledig anders, vaak onbeschofter, vandaar dat veel groepen nu ook met Europeanen beginnen werken, omdat we veel menselijker werken. Amerikaanse tourmanagers en stagemanagers zijn vaak brulapen die enkel veel lawaai maken en mensen intimideren, terwijl wij gewoon meer expertise hebben en beter weten waar we mee bezig zijn.”

Een bende loudmouths dus. Jullie zitten al lang genoeg in het vak om te weten wat een goeie tourmanager in zich moet hebben?
Stuart: “Je moet in alle mogelijke situaties rustig kunnen blijven en vooral goed weten waar je mee bezig bent. Communicatief zijn, is ook een grote troef.”

Michel: “Voor Belgen vormt dat geen enkel probleem: wij spreken drie of vier talen en kunnen eigenlijk over alles meepraten, terwijl een Amerikaan enkel Engels spreekt, en een Fransman enkel Frans. Ik merk ook dat mensen er enorm van staan te kijken als je de taal spreekt. Het maakt de communicatie er alleen maar vlotter op. Daarnaast moet je ook technisch een goeie bagage hebben, zeker wat licht en geluid betreft.“

Is het ook jullie taak om groepen in de hand houden?
Michel: “Bwah, tourmanagers zijn geen babysitters, hé. Ik weet dat sommige bands er een genoegen in scheppen wild om zich heen te schoppen en vanalles te vernielen. Ze doen maar. Als iemand het in zijn hoofd haalt iets stuk te maken, tja, dan kan ik hem moeilijk tegenhouden, maar dan moeten ze de gevolgen er wel bijnemen.”

Bestaat er eigenlijk een geijkte weg om tourmanager te worden?
Stuart: “Neen. Er bestaat geen opleiding. Je moet het gewoon doen, zien hoe anderen het aanpakken en zelf goed georganiseerd zijn. You cannot be too precise or anal about it. De meeste mensen zijn trouwens gestart als technieker, of stagehand…en zijn er op die manier ingerold.  De beste tourmanagers komen uit het tourmilieu zelf: techniekers, front-of house mensen, merchandisers…mensen die niets anders doen dan toeren en alle mogelijke situaties meegemaakt hebben. Wie tien jaar met x-aantal groepen de wereld rondreist, heeft alvast meer bagage dan iemand die er net instapt.”

Met welke band zijn jullie al op stap geweest?
Michel: “Dat is heel uiteenlopend: van Biohazard tot Sepultura, heel wat Belgische bands,…nu zijn we bezig met de nieuwe band van de drummer van The Fun Loving Criminals, Hazenstreet. En volgende maand vertrek ik met LCD Soundsystem, eerst door Europa en dan naar de VS. Als je je job goed doet, komen van overal vragen binnen. Maar na een bepaalde periode begin je wel af te bouwen en het is redelijk afmattend, want je hebt eigenlijk nooit rust. Artiesten geven een concert en dan is het afgelopen, terwijl de mensen er rond steeds druk in de weer zijn.”

Stuart: “Hoh, ik heb verschillende dingen gedaan, niet louter als tourmanager, maar ook als geluidstechnicus. Mijn eerste echte job als tourmanager was met The Smiths. En zij hadden al een crew die ik dan geërfd heb (lacht). Dat was in de periode van het Meat is Murder-album. Daarna heb eerst wat geluidstechniek gedaan in de studio en daarna ben ik bij The Chemical Brothers terechtgekomen. En ik heb met Air gewerkt, en The Streets, The Orb, en daartussen heel wat live-werk als technieker.

Hoe groot is de entourage van een band eigenlijk? Neem nu Praga Khan…
Michel: “Een vijftiental mensen, wat eigenlijk niet zo veel is. Je zit snel aan dat aantal, maar andere grote bands zitten vaak aan veel meer mensen. Een groep als Metallica komt naar een festival met zeventig man, omdat dat echt een bedrijf is. Het is een vorm van overrompeling: ze nemen bij wijze van spreken een heel festival over en zetten bijna alles naar hun eigen hand. Ik vind dat zelf overdreven. Als je je eigen catering meebrengt, en boekhouders, zit je meteen aan een heel equipe. Maar leg die maar es ergens te slapen…”

We zullen alvast beginnen zoeken! Bedankt voor de babbel…