Maks-Konings-KBL2

Maks Konings

Turnlab

Voor wie hem niet kent: Maks Konings is een beetje muziek-schizo; hij ontdubbelt zichzelf graag in Maks-de-muzikant-en-producer, en zaakvoerder. Hij runt Turnlab, een zaak waarin hij zowel nieuwe als vintage elektronische instrumenten en opnameapparatuur verkoopt, verhuurt of – zoals dat vaker gaat met oude muzikale bakken – repareert. Hij lanceerde onlangs mee de Modor NF-1, een synthesizer met een Lord of the Rings-achtige naam en sound. Of niet?

Maks: “Modor is een passion project van Antwerpenaar Marcel Belmans. Na ongeveer drie jaar werk en wat sporadische hulp van onder andere Herman Gillis (de bezieler van de Sherman Filterbank, red.) klopte hij met de NF-1 bij mij aan om te horen wat ik ervan vond. Hij vroeg meteen ook of ik wou helpen met de launch. Reken maar van yes!”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

“Het uitgangspunt van de NF-1 was niet om één of andere klank na te bouwen of om ‘echte analoge sound’ te hermaken, maar wel om een unieke sound te creëren door op zoek te gaan naar tonale ruis, ‘golfvormen’ en de formantfilter. De naam van het toestel komt daar trouwens vandaan: N en F staan respectievelijk voor Noises & Formants 1 (NF-1). Wat ik zo goed vind aan de NF-1 is dat hij mooi harmonieert met andere synths. Hij geraakt langzaamaan verspreid over de aardbol. Bekende acts als Boys Noize, MGMT, Âme, Goose, The Subs, Yello en Bas Bron (aka Fatima Yamaha en producer van De Jeugd Van Tegenwoordig) kunnen hem blijkbaar smaken.”

“Na alle overload hebben veel mensen weer zin in simpele what-you-see-is-what-you-get instrumenten.”

Klinkt goed. Je staat bekend als een vintage-freak. Wat precies trekt je daar zo in aan?
Maks: “De sound, tiens! Ik ben ook fan van nieuw materiaal en verkies dat vrij vaak boven iets ouds, maar soms klinkt een lekkere oude bak gewoon stukken beter. Neem nu een Memorymoog: koppig karakter, maar hij blaast je wel van je sokken. Veel van die oude toestellen zijn van zeer goeie kwaliteit; de veroudering van bepaalde onderdelen heeft vaak een positieve invloed op de klank. Je hoort er als het ware de oude ziel door. Ik ben verder nogal gevoelig voor de look & feel van een toestel. Een mooi instrument is en blijft leuker om mee te werken. Zowel bouwkwaliteit als looks zijn meestal veel beter bij die oude bakken, die met de nodige zorg en respect gemaakt zijn. Ik vergelijk het altijd met auto’s, die waren vroeger ook mooier.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Je hebt een heuse verzameling thuis. Laat ons even een vreselijke vraag stellen: welk toestel is je het meest dierbaar?
Maks: “De Juno 60, mijn favoriete polysynth. Die kan bijna alles aan, van leuke bas tot brede pads of stabby leads. Veel mensen raven altijd over de Jupiter 8, maar de Juno klinkt bijna gelijk. Qua outboard kies ik – zo voor de vuist weg – voor de Culture Vulture, een high-end distortion-in-rack die alles wat je er doorjaagt direct lekker smeuïg en enhanced laat klinken. Er bestaat ook een softwarevorm; die is niet hélemaal hetzelfde als de hardwareversie, maar toch enorm bruikbaar, én goedkoper.

“Ik hecht weinig belang aan de stelling dat iets duur moet zijn om een goeie sound te hebben: voor elke klus of doel, voor elke muzikant, voor elke producer is er wel iets dat werkt. Hetzij qua klank, hetzij qua budget.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Ik las onlangs een ode aan de Minimoog op je Facebook wall. Waarom precies?
Maks: “Omdat het mijn favoriete monosynth is. Moog heeft die recent terug uitgebracht, bijna helemaal gelijk aan het origineel uit de jaren 1970. Ze hebben het oude recept opgediept, lichtjes aangepast aan de huidige normen en zijn het terug beginnen te bouwen. Na merken als Korg speelt ook Moog in op de ‘back to basics’-vibe. Na alle overload hebben veel mensen weer zin in simpele what-you-see-is-what-you-get instrumenten. En de Minimoog is eigenlijk een heel simpele synth. Maar wat een sound!”

“Het is vooral de gebruiker die bepaalt hoe iets klinkt.”

Even de knuppel in het hoenderhok: ‘Hey, al die synths en al die vintage-brol, je vindt alles en veel beter in de app-store!’ Ga je over de rooie van zulke uitspraken?
Maks: “Nee, ik gebruik ze zelf ook voortdurend. Veel van die apps klinken fantastisch en zijn razendsnel. Ik word zelf zenuwachtig van mensen die zweren bij dat ene toestel dat je moét hebben om goeie muziek te kunnen maken. Het is een cliché, maar toch blijft het vooral de gebruiker die bepaalt hoe iets klinkt.”

Een paar jaar geleden interviewde ik de twee Brusselaars van LAB-audio, vintage freaks/techneuten die ook heel wat new old vintage liggen hadden. Geraak je nog makkelijk aan onderdelen?
Maks: “Vintage is geen synoniem voor zeldzaam. Veel instrumenten werden en masse geproduceerd, waardoor je nu nog vaak onderdelen vindt. Bij andere is het wel wat moeilijker. Wat er ook gebeurt, is dat instrumenten uit elkaar gehaald worden louter voor de onderdelen, en op die manier helaas aan hun einde komen. De filosofie van Turnlab is: zoveel mogelijk materiaal levend en inzetbaar houden. Herstellen, restaureren en ervoor zorgen dat ze zo future proof mogelijk blijven.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Hoe moet een studio er voor jou precies uitzien?
Maks: “Daar heb ik geen eenduidig antwoord op, omdat het sterk afhankelijk is van de muzikant/producer/engineer en van zijn doel. De studio van een rockmuzikant zal er helemaal anders uitzien dan van iemand die techno maakt, al bestaan er natuurlijk overlappingen. Veel mensen werken met een DAW (digital audio workstation, zoals een recorder of een computer met bijvoorbeeld Logic, Pro Tools of Ableton Live, red.) als centerpiece, waarin tracks opgenomen worden, gesequencet en bewerkt. Ikzelf ben al sinds versie 2.0 grote fan van Ableton Live. Het stuurt toestellen aan via MIDI, wordt gebruikt als modulaire mixing desk met eindeloze send/returns en inserts voor hard- of software, en multisporen opnameaparaat. Qua instrumenten en brongeluiden hou ik van kleine compacte opstellingen. Al leidt meer materiaal vaak sneller tot inspiratie.”

Vergeet een echte studio, een laptop met de juiste software volstaat?
Maks: Als je ziet wat er vandaag de dag allemaal beschikbaar is, moet je behoorlijk je best doen om te onderscheiden of iets met software of hardware gemaakt of opgenomen is. Met alleen al de UAD-systemen van Universal Audio kan je een volledige studio virtueel nabouwen. Op het gebied van virtuele instrumenten wordt het aanbod met de dag groter en de kwaliteit beter. Maar wederom, it’s not all about the tools. Een creative producer of engineer kan een toptrack maken met minimale middelen, daar ben ik van overtuigd en dat is al door diverse mensen bewezen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Hou je van modulaire synths – die bakken waarbij je de aparte modules met kabeltjes moet verbinden (patchen) om een klank te creëren?
Maks: “Die zijn erg hip nu. Meer en meer mensen vinden er hun weg naartoe. Ik verkoop ook diverse merken binnen Turnlab. Er is veel kwaliteitsverschil tussen verschillende fabrikanten, maar er zijn erg toffe dingen uit tegenwoordig, ook de kleinere boutique spulletjes. Ik hou zelf meer van stand-alone‚ ‘afgelijnde’ instrumenten, maar met modulaire elementen heb je dan weer heel veel mogelijkheden en interessante toevalligheden. Maar je moet wel genoeg modules hebben. Je hebt een patch, en that’s it: trek je de kabels eruit, dan is hij weg. Het heeft iets unieks.”

Tot slot: wat ontbreekt er nog in je verzameling?
Maks: “Ik kan niet direct iets bedenken. Het tegenovergestelde gebeurt: ik ben wat zaken aan het wegdoen, zoals dingen die ik nooit gebruik of dubbel heb. Ik zit momenteel een beetje in een opruimgolf. Erg moeilijk wel, want met Turnlab komt er altijd veel lekkers binnen. Wat ik wel nog wil, is de vrij nieuwe Minilogue van Korg. Geweldig ding voor nog geen 600 euro. Wat leuke oude pre-amps zijn ook steeds welkom. En …”

turnlab.be