dossier

Loudness bij opnames

Wat is luid genoeg?

Iedereen wil dat een opname van zijn muziek zo goed mogelijk klinkt. Dat ‘goed’ is relatief; voor de een is dat superluid, voor de ander mag het dynamischer. Maar bijna niemand wil zwakker klinken dan zijn voorganger op de radio of in een online playlist. En hier wringt het schoentje: hoe luid is ‘luid genoeg’ en wat is te luid of te zacht?

Als je een tijdje in de muziekwereld rondhangt of je kop eens binnensteekt in een repetitiehok of opnamestudio, kom je gegarandeerd mythes tegen waarvan niemand nog weet waar ze precies vandaan komen. Als je dan te rade gaat op het internet, wordt het mysterie enkel groter. In dit artikel nemen we een paar van deze broodje-aapverhalen over luidheid onder de loep.

Mythes

  • Een song moet luid gemasterd worden om op de radio overeind te blijven.
  • Muziek moet genoeg volume hebben, anders klinkt ze gedateerd.
  • Een track moet zo luid mogelijk zijn om stand te houden tussen de andere nummers in een Spotify-playlist.
  • Bij radio is volume belangrijk om in de playlist te geraken.

Loudness War

Vanaf de eerste opnames tot vandaag is er de tendens om elkaar af te troeven op het vlak van luidheid. The Beatles vroegen zich al af hoe ze even luid konden gaan als de Motown-opnames. Want luider klinkt in eerste instantie meestal beter. Artiesten en labels willen minstens even luid klinken als de anderen. Ze gaan hun masters vergelijken met platen die nu ‘in’ zijn.

Een compact en gecomprimeerd geluid is niet per se slecht; het kan ook bij de stijl passen, en hedendaagse muziek heeft die compactheid vaak ook nodig. Het wordt alleen gevaarlijk als je hier niet bewust mee omspringt en gewoon LUID wil zijn. Dan krijg je vaak het omgekeerde effect van wat je wil bereiken.

Uiteindelijk draait alles om de song en of die de luisteraar raakt. Alleen is dat niet echt meetbaar, ‘luidheid’ wel.

Hoe maak je muziek luid?

Dit lijkt misschien een vreemde vraag, maar als je het gereedschap kent, kan je kiezen waarmee je wil werken. In het productieproces van een opname wordt ‘loudness’ vaak gezien als een onderdeel van de masteringfase. Eigenlijk liggen de wortels al veel vroeger in het proces. Als je wacht tot de mastering, gebeurt er teveel tegelijk en ontstaan er de typische problemen (oversturing, vervorming, ‘korrel’, levenloze mix …). Het is beter om luidheid in stapjes op te bouwen, zodat je zelf kan bepalen wat er wel en geen dynamiek nodig heeft, welke instrumenten mogen oversturen, wie er mag schreeuwen …

Jeffrey de Gans (mastering Lil’ Kleine, De Jeugd van Tegenwoordig …): “Zeer uitzonderlijk ga ik over de grens van wat ik aanvaardbaar vind. Vaak heeft dit te maken met het feit dat de mix niet de juiste loudness potential heeft, maar dat de klant het toch per se zo hard wil als bijvoorbeeld een beter gemixte referentietrack.”

Staf Verbeeck (mixer / producer Melanie De Biasio, Felix Pallas, Vuurwerk …): “Ik probeer een zekere densiteit in de mix te krijgen door compressie, mixautomatisatie en saturatie toe te passen op sommige individuele tracks, groepen van tracks en de totale mix.”

Bij het opnemen en afwerken van een song zijn er een aantal stadia. In elk daarvan kan je de uiteindelijke luidheid mee bepalen.

Preproductie

  • Je kan arrangement zo maken dat het middengebied van het spectrum voldoende muzikale informatie bevat.
  • Je kan kiezen voor luidere instrumenten.
  • Je kan in je songs contrast (zachtere stukken) inbouwen. In uiteindelijke LUFS-berekening wordt een soort van gemiddelde gemaakt van de algemene luidheid, die van tel zal zijn bij de onlinediensten (straks meer hierover). Die zachtere stukken doen het gemiddelde dalen, zodat jouw track online uiteindelijk luider wordt afgespeeld.

Luuk Cox (producer Loïc Nottet, Compact Disk Dummies …): “Een track met enkel een beat en vocal, bij wijze van spreken, kan je gevoelsmatig veel luider krijgen dan eentje met een wall of sound.”

Opnames

  • Je kan er bij het afstellen van de instrumenten voor zorgen dat alles fris klinkt. Een nieuw snare-vel kan de snaredrum luider in de uiteindelijke mix zetten. Idem voor gitaarversterkers, snaren, effecten …
  • Je kan al met compressie werken (gitaar-/baspedaaltjes, hardware compressie op zang …), maar dan moet je goed weten wat je in de mix wil bereiken.
  • Zachte oversturing zorgt voor boventonen die een instrument duidelijker in de mix kunnen zetten. Oversturing zorgt ook voor compressie (het signaal komt niet over een limiet en overstuurt).
  • Een schreeuwende zanger(es) zal luider lijken in de mix dan wanneer ze zwoel zingt. Dit geldt ook voor instrumenten.

Staf Verbeeck: “Op zich vind ik compressie een tool die excitement en attitude in een track kan brengen. M.a.w. ik hou van de sound die sommige compressors veroorzaken.”

Mix

  • Als je ervoor zorgt dat alles zijn plaats krijgt (EQ-gewijs), zullen de afzonderlijke delen elkaar niet verdrukken.
  • Door het gebruik van compressie kan je instrumenten minder dynamisch maken, waardoor je ze over het hele nummer overal even luid kan zetten. Vermijd snelle attacks, deze halen het leven eruit. Gebruik lage ratio’s (1.5:1 tot 4:1) of eventueel twee zachte compressors achter elkaar i.p.v. één zware.
  • Niet elke micro heeft compressie nodig. Soms is drumbuscompressie genoeg om de drums in balans te houden.
  • Dynamiek geeft ook een gevoel van luidheid. Er bestaat geen luid zonder zacht. Een refrein kan geen ‘wauw’-gevoel geven als de strofe even luid of zelfs luider is.
  • Met sidechain-compressie kan je bijvoorbeeld drums superhard compresseren. Als je dat signaal onder het ongecompresseerde zet, krijg je de body, maar ook nog de afzonderlijke transients.
  • Als je de frequenties benadrukt in het gebied waar onze oren het meest gevoelig zijn (2kHz, hoog-mid), kan je iets agressief laten klinken.
  • Probeer compressie soms te vervangen door ‘gain-riding’: het volume automatiseren op plaatsen waar je normaal zou comprimeren.
  • Wanneer je een nieuw element in je mix introduceert, kan je dat iets luider laten binnenkomen en daarna wat terugbrengen. Iets wat je opvalt, ga je gemakkelijker kunnen volgen als luisteraar.
  • Masterbuscompressie kan je mix aan elkaar lijmen.
  • Voorzichtig met bas: deze zal vaak als eerste beginnen oversturen. Ultraluide songs hebben ofwel amper bas ofwel overstuurde bassen.
  • Een ongebalanceerde mix zal niet luid klinken. Als er bijvoorbeeld te veel bas is weggehaald, zal het altijd flets en dun blijven klinken.

Staf Verbeeck: “Contrast is ook een tool.”

Koen Gisen (producer Bony King, The Black Heart Rebellion, Flying Horseman …): “Ik check steeds op een klein laptopsysteem of het middengebied goed en in balans overkomt.”

Wanneer is een track te luid?

Dit punt is natuurlijk voor discussie vatbaar. Wat voor de een als te luid/vermoeiend wordt ervaren, is voor de ander niet luid genoeg. Het heeft ook vaak met gevoeligheid hiervoor te maken. Iemand die vaak naar muziek met veel dynamiek luistert, zal sneller aangeven dat iets te plat gedrukt is, te harsh klinkt of niet genoeg impact heeft. Eigenlijk is het antwoord simpel: als het slechter begint te klinken, ben je te ver gegaan.

Jeffrey de Gans (Da Goose Music Mastering): “Te hard klinkt als platgedrukt, zonder enige vorm van dynamiek en bij nog extremere gevallen hoorbare distortion. Samengevat: een worst. Vermoeiend om naar te luisteren.”

Luuk Cox: “Ik probeer vooral op mijn gevoel af te gaan, of een track al dan niet te luid is. Je merkt snel als je tegen de limiet zit of erover bent gegaan.”

Toppunt van de Loudness War

‘Death Magnetic’ van Metallica (2008) staat een beetje symbool voor dit fenomeen:

Metallica – ‘Death Magnetic’
Metallica – ‘Death Magnetic’

Alles op deze plaat was luid; oversturen en clipping maakten het zelfs voor de fans moeilijk om te luisteren. Na het uitbrengen van deze plaat is een petitie rondgegaan bij de fans om de plaat opnieuw te laten masteren (maar Lars Ulrich vond het wél tof klinken). In het computerspel Guitar Hero is er een versie verschenen die meer dynamiek had en veel beter werd bevonden.

Andere platen die onder vuur kwamen te liggen bij de fans: ‘Nevermind’ remastered (Nirvana), ‘Californication’ (Red Hot Chili Peppers), ‘Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not’ (Arctic Monkeys) …

In 2008 gaf Bob Ludwig (prominent Amerikaans masteringtechnicus) drie versies van ‘Chinese Democracy’ aan co-producers Axl Rose en Caram Costanzo. Zij kozen, tot grote verbazing van Ludwig (“I was floored.”), voor de versie met de minste compressie en limiting. Waarschijnlijk had de Metallica-commotie hier iets mee te maken …

In 2013 kwam de grootste hit (‘Get Lucky’) en meest verkochte plaat (‘Random Access Memories’) van Daft Punk uit. Ze hadden bij de productie en mastering extra aandacht geschonken aan dynamiek en klank. Het leverde hen 5 Grammy Awards op, inclusief die voor ‘Best Engineered Album’.

Ed Sheeran heeft een tijd geleden de luidste plaat (en volgens half het interweb de slechts klinkende) van de laatste jaren uitgebracht. Luister eens naar het invallen van het refrein in ‘Castle On The Hill’: het klinkt een beetje als een walkman met bijna lege batterijen. En toch verkoopt hij er miljoenen van, gewoon omdat het publiek de liedjes leuk vindt … Alles is relatief!

Streamingdiensten en hun grenzen

Sinds een aantal jaren passen YouTube, Tidal, Spotify, Apple Music etc. zelf de volumes van afzonderlijk songs aan. Deze normalisatie moet ervoor zorgen dat luisteraars geen vervelende volumeverschillen meer ondervinden tussen de nummers. Sinds kort ligt het ijkpunt op ongeveer -14LUFS (YouTube: -13LUFS). Als een track bijvoorbeeld wordt uitgemeten op -10LUFS, zal die via Spotify 4LU (4db) zachter worden weergegeven. Op die manier zullen alle nummers ongeveer even luid aanvoelen.

Luuk Cox: “De kids luisteren tegenwoordig niet alleen meer naar StuBru. Bij hen is YouTube vaak de leverancier van (nieuwe) muziek.”

Het probleem bij luid gemasterde songs is dat er tijdens de mix en mastering dingen zijn opgeofferd voor luidheid. Impact van drums is verminderd (drumpieken zijn begrensd), low-end is beperkt om harder te kunnen comprimeren, tracks zijn schreeuweriger gemaakt, analoog-naar-digitaal-omzetters worden uit hun comfortzone gehaald om nog een dB te winnen … En dat allemaal om dan uiteindelijk zachter te worden gezet.

Als je dus wil shinen op Spotify of YouTube, zal je iets genuanceerder te werk moeten gaan en de strategie herzien. Het volgende schema maakt dat nog eens duidelijk.

YouTube vs. Spotify vs. SoundCloud & cd’s
YouTube vs. Spotify vs. SoundCloud & cd’s

Mythe van de radio?

Bij zowat alle radiozenders wordt de Optimod-processor van Orban gebruikt: een apparaat dat zorgt voor een evenwichtig uitzendsignaal. Uit de handleiding van de Orban Optimod-FM 8400: “Er is een mythe in de muziekindustrie dat songs best al ‘radio-klaar’ gemasterd worden om in de ‘on air’ processing overeind te blijven. In feite is het tegendeel waar: deze tracks zullen niet luider zijn ‘on air’, maar ze zullen hoorbaar vervormd en onaangenaam zijn om te luisteren, zonder punch en duidelijkheid.”

We vergelijken een paar hits van eigen bodem. V.l.n.r. ‘New Beginnings’ van Milo Meskens, ‘Cigar’ van Tamino, ‘Lux’ van Bazart, ‘Breathing’ van Oscar and the Wolf en ‘Boy To Beasty’ van The Van Jets.

De masters van een paar hits van eigen bodem en hun respectievelijke luidheid
De masters van de tracks en hun respectievelijke luidheid.
Een opname van deze songs in de Afrekening/Hotlist op Studio Brussel
Een opname van deze songs in de Afrekening/Hotlist op Studio Brussel.
Een opname van de deze nummers op Spotify (nadat Spotify zelf gecorrigeerd heeft om dezelfde ‘perceived loudness’ te creëren tussen verschillende songs). Hoe smaller de golf, hoe luider de master was
Een opname van de deze nummers op Spotify (nadat Spotify zelf gecorrigeerd heeft om dezelfde ‘perceived loudness’ te creëren tussen verschillende songs). Hoe smaller de golf, hoe luider de master was.

Alle nummers, hoe luid of hoe zacht ook gemasterd, klinken op StuBru ongeveer even luid. Iedere zender doet dit in meer of mindere mate, zodat je als luisteraar niet constant aan je volumeknop moet draaien. Buiten de luidheid bewerken ze de algemene klank ook nog een beetje. Zenders doen dit om een eigen karakter te krijgen. Je hebt dit zeker al gemerkt als je van Studio Brussel via Radio 1 en Qmusic op MNM terecht komt. Ook de mate van compressie en het algemene gevoel van luidheid verschillen van zender tot zender.

Luuk Cox: “Ik heb al gemerkt dat nummers die in de mastering misschien wat stilletjes klonken, op de radio net veel meer open kwamen, veel luider en vooral veel breder en dikker uit de speakers kwamen.”

De dynamische verschillen in een song worden door radio-processing een beetje gladgestreken. Intro’s en breaks zijn bijna even luid als refreinen. De opbouw in de tweede strofe bij Tamino of de break van Bazart worden zo in de buurt gebracht van de refreinen.

Het heeft bijgevolg geen zin om de dynamiek van je song in de mix of mastering op te offeren omdat er eventueel airplay voor jou inzit. Als je nummer in balans is, zal het op de radio ook nog goed klinken en niet uit de toon vallen tussen de andere songs.

Pieter De Wagter (mastering Stromae, Bazart, Oscar & The Wolf …): “Ik zit constant met het radioverhaal in mijn achterhoofd tijdens het masteren. Dat kan soms vrij moeilijk zijn naar de klant toe. Want die wil vaak een hele luide master, maar ik ben meer op zoek naar impact, wat niet altijd hetzelfde is.”

Loudheid vs. Playlistvergadering

Je zou kunnen argumenteren dat luidere songs het dan wel beter doen in de playlistvergadering. Op dat moment is er immers nog geen uitzendapparatuur aan te pas gekomen. Ook dat zijn we even gaan navragen.

Evert Venema (muziekcoördinator Radio 1): “Dit zijn de criteria die we hanteren: eerst en vooral moet het ‘nummer’, de compositie eruit springen. Veel producties zijn best oké, maar qua songwriting niet opvallend genoeg. Schabouwelijk Engels is ook een struikelblok, net als gekunstelde teksten. Maar luidheid is nooit een issue.”

Joris Jonckheer (muziekcoördinator Studio Brussel): “In een playlistvergadering zoeken wij naar nummers die binnen het profiel van onze zender passen. In eerste plaats luisteren we naar de kwaliteit van het nummer, in al zijn aspecten, en proberen we ons voor te stellen of het zal aanslaan.”

Philippe Cortens (voormalig muziekredacteur bij Studio Brussel): “Muziek is geen exacte wiskunde – maar goed ook – en beoordelen of muziek al dan niet op een zender past, hangt dus af van verschillende factoren. De persoonlijke smaak van iedereen wordt echt wel opzijgeschoven.”

Koen Gisen: “Levels worden in de digitale wereld binnenkort erg relatief. Ik denk dus eerder toekomstgericht …”

Jeffrey de Gans: “Omdat streamingservices met loudness normalization werken, valt er tegenwoordig niets te ‘winnen’, als dat ooit al het geval geweest zou zijn.”

Pieter De Wagter: “Tracks van Stromae, Lost Frequencies of Oscar & The Wolf zijn niet echt luid gemasterd maar klinken heel goed op de radio. Ze zijn ook minder vermoeiend om naar te luisteren. Veel muziek op de radio klinkt nu als reclame, maar dan 3 minuten lang.”

Er is slechts één probleem

Iedereen die bij het maken of uitbrengen van het nummer betrokken is, luistert op een niet-genormaliseerd systeem en moet dus vertrouwen op de mening van de mastering engineer of producer dat het op de radio, op Spotify, onder de videoclip … wel goed komt met die luidheid.

Luuk Cox: “Het komt vaak neer op onzekerheid bij artiesten. Die willen zeker niet negatief opvallen tussen de anderen. Mastering wordt dan gezien als de magische trap naar succes, terwijl het gewoon het laatste stapje is. In deze fase komen dan wel de broodje-aapverhalen naar boven. Luid, Luider en liefst LUIDST. Het is onze taak om hen daarin te begeleiden.”

We hebben zelf een testje gedaan. Eind juni hebben we ‘It’s On You feat. Alex Smith’ van Call Me Lucy op 12LUFS gemasterd. Dat nummer komt zowel op Spotify als YouTube mooi luid, met ronde bas en zacht hoog uit de speakers gerold. Het nummer heeft de playlist van Radio 2 gehaald en ook daar blijft het helemaal overeind.

Tot slot

De technische kant is belangrijk, maar er zijn in de muziekgeschiedenis duizenden hits geweest die misschien beter hadden kunnen klinken. Het publiek ligt daar niet altijd wakker van en een goede song blijft nog altijd het allerbelangrijkste. Maar hopelijk hebben we je met dit artikel een beetje inzicht gegeven zodat jij kan kiezen hoe je jouw tracks graag de wereld in stuurt.


Terminologie

Vaak gebruikte begrippen om een mix of master te beoordelen:

Impact: Als er na een zachte strofe een luid refrein invalt: impact!

Compact: Als het dynamisch bereik niet al te groot is.

Dynamiek: Het verschil tussen zachtere en hardere passages.

Warmte: Dit gaat meestal over kleur van de lage tonen, soms ook over het matig gebruik van hoge tonen.

Glue: Lijm-compressie wordt gebruikt om de onderlinge elementen van een mix beter op mekaar te laten aansluiten, bijvoorbeeld door de sustain van een bas nog iets te benadrukken.

Focus: Oren zijn gevoelig voor midden en hoge tonen. Als een master hier niet genoeg info heeft, mist hij focus.

Punch: Wanneer de drums of het ritme duidelijk in de mix zitten.

Harsh: Masters/mixen met te veel informatie rond de hoge tonen klinken vermoeiend of snijdend in de oren.

Transients: De eerste piek – bv. de attack van een basdrum – noemt men de transient.

Body: Na de transient komt de body: toon of ‘klank’.

LUFS (loudness unit full scale): Een intelligente berekening om de ‘perceived loudness’ uit te drukken. Vergelijkbaar met RMS, maar deze berekening gaat nog iets verder. LUFS wordt uitgedrukt met een min-teken, -10LUFS is luider dan -14LUFS, 1LU komt overeen met 1db.