A-Brand-47Head

Leven van muziek

Kan je in België eigenlijk wel 'binnen' zijn?

Kun je in Vlaanderen leven van je muziek? Het is een vraag die we ons al dikwijls gesteld hebben. Hoe houdt al dat aanstormend talent het hoofd boven water? Houden bands als pakweg The Van Jets, Mintzkov, A Brand iets over aan hun noeste muzikale arbeid? En wat met al die jonge groepen als Amatorski, School Is Cool? Garanderen volle speelzomers zekere inkomsten? Kunnen muzikanten in België überhaupt ‘binnen’ zijn?

Het spreekt voor zich dat we dit thema wat moeten afbakenen. We gaan het niet hebben over muzikanten die werken in een circuit met een zekere jobzekerheid. Muzikanten die voor tv werken, uitsluitend studiowerk doen of echt commerciële acts lopen hier niet in het vizier. Auteurs/componisten laten we ook even buiten beschouwing, want wie als auteur/componist succes heeft, ziet de centen – uitbetaald in auteursrechten – na verloop van tijd vlotjes binnenstromen. Wij focussen op de jongere generatie muzikanten en bands, de jonge wolven van nu, die hier en daar een succesje boeken, een album releasen, gaan spelen en hard aan de weg timmeren om het te ‘maken’. En zo bestaan er in Vlaanderen veel.

picture2
Jim Cole © Koen Bauters

Eén zo’n muzikant is Jim Cole. Hij bracht twee jaar geleden ‘Soul In 2’ uit. De single ‘Someday Charlotte’ zette Jim Cole op de Vlaamse muziekkaart. Dankzij zijn succes en talent kon hij aan de slag als backingvocalist bij Clouseau tijdens hun sportpaleisodyssee en ging hij mee met Tom Dice naar het jongste songfestival. Jim Cole is wat je noemt een typevoorbeeld van een Belgische-muzikant-met-wat-succes. Hij gaf er zelfs zijn day job voor op.

“Toen ik stopte met werken, heb ik een tijdje kunnen teren op wat ik verdiend had met die Clouseau-optredens. Dat betaalde lang niet slecht. Het was mijn bedoeling om via die verdiensten het artiestenstatuut te verkrijgen – via de cachetberekening – maar dat bleek een grote ontnuchtering: aangezien ik langdurig onbetaalde vakantie aangevraagd had en niet officieel werkeloos was, werd me dat geweigerd. Ik heb dan meteen mijn pijlen gericht op lesgeven, en zo ben ik bij Noise Gate en Het Depot terechtgekomen. Ik heb nu mijn lerarendiploma, en dat geeft toch een zekerheid.”

Return on investment? Terug naar af!

“In principe zouden je Sabam-inkomsten je wel een zeker inkomen kunnen bezorgen, maar als je een deal getekend hebt met een publisher die 50 procent van je opbrengsten vraagt, dan zijn er gewoon geen grote inkomsten.”

“Ik heb lang gedacht dat ik het met die eerste plaat wel een tijdje zou uitzingen, maar ik heb toch zes maanden zwarte sneeuw gezien. Ik wou werken in de cultuursector, maar de jobs liggen daar nu ook niet meteen voor het rapen. Nu geef ik bijna fulltime les en dat vul ik aan met de inkomsten uit optredens: ik speel nu ongeveer drie keer per maand en hou officieel aan elk optreden iets van een 100 à 120 euro over. En ik mag me al gelukkig prijzen, want ik speel regelmatig. Andere bands en muzikanten moeten het met minder stellen.”

“Mocht ik na ‘Soul In 2’ gestopt zijn, dan had ik perfect een tijdje kunnen leven van de auteursrechten van die plaat. Maar als muzikant wil je verder, natuurlijk. Ik heb alle winst in mijn volgende plaat gestoken …”

picture2
Tom Vermeir (A Brand) © Koen Bauters

We horen een gelijkaardig verhaal bij Tom Vermeir, gitarist/zanger bij A Brand. Zij werken ondertussen aan hun vierde album. Voor een Belgische band is dat lang niet slecht. Je zou denken: vier platen uitbrengen, dat betekent dat het wel ‘marcheert’ en dat de muzikanten kunnen leven van wat ze verdienen met ‘Spielerei’. Ja toch?

“Ja en neen. Eén regel: wie muziek maakt én het wil maken, moet in de eerste plaats investeren. Punt. Ik speel ondertussen al jaren bij A Brand, en voor elke nieuwe plaat is het van nul beginnen. Je kan stellen dat de return totaal niet in proportie is met de investering, zeker als je het vergelijkt met hoe de zaken in de theaterwereld geregeld worden. Dat muzikanten wat meer willen verdienen, zeker als ze al jaren aan de weg aan het timmeren zijn, is normaal. Velen vergeten dat je dan wel in de Paradiso in Amsterdam kan spelen, maar daar amper 50 euro aan overhoudt. En dat diegenen die zich bezighouden met de ‘periferie’ – de mixers, managers, etc. – veel sneller hun schaapjes op het droge hebben dan de muzikanten zelf.”

Maar je kan niet beweren dat het met A Brand niet goed gaat? Jullie verdienen toch niet slecht tijdens de zomermaanden?
Tom: “Dat is waar, maar je moet dat in het juiste perspectief zien en die inkomsten spreiden over een jaar. Tijdens de zomermaanden boeren we goed, ja, ook omdat we de koek steevast – wat live optredens betreft – door vijf delen. Maar dat vraagt uiteraard een engagement dat groter is dan dat van een freelancemuzikant die voor elk optreden tussen de 200 en 250 euro betaald wordt. Nu ja, om onze inkomsten wat aan te dikken, doen wij ook wat jobs on the side hoor, omdat leven van wat de band alleen opbrengt schier onmogelijk is.”

Je zegt net dat je de inkomsten van de live optredens door vijf deelt. Jullie trekken als muzikanten geen auteursrechten? Wordt de koek daar niet verdeeld dan?
Tom: “Neen, omdat we beslist hebben om die integraal aan de auteur te geven, in ons geval Dag. Hij heeft het iets breder, maar hij moet zijn centen ook niet door deuren en ramen gooien. Kijk, wij hebben allemaal een artiestenstatuut. Een fantastisch gegeven, zolang je er wat voorzichtig mee omspringt. Ondertussen wordt dat wel volledig uitgewoond door mensen die geen muziek spelen. Mixers zitten bijvoorbeeld binnen de sector al met een inkomstenzekerheid, want er zijn er te weinig, maar velen hebben ook dat artiestenstatuut, waardoor ze twee keer aan de kassa passeren: ze verdienen om en bij de 250 euro per keer dat ze mixen én krijgen op het eind van de maand nog een uitkering.”

“Velen vergeten dat je dan wel in de Paradiso in Amsterdam kan spelen, maar daar amper 50 euro aan overhoudt.”

“In vergelijking met kleinere bands doen wij het niet slecht. Maar als ik mijn situatie vergelijk met iemand die een gemiddeld betaalde fulltime job heeft, dan is het ridicuul hoe weinig wij betaald worden voor de uren – repetities, lange autoritten, wachten voor het optreden – die we in de band steken.”

Vergelijk de situatie nu eens met die toen jullie begonnen?
Tom: “Ik heb niet de indruk dat het erop vooruitgaat, omdat er steeds meer centen in de productie zelf gestoken worden. Het wordt minder en minder aantrekkelijk om muzikant te worden, zeker als je van je muziek wil leven. Je moet je zaakjes goed regelen, zoals Milow bijvoorbeeld. Dankzij zijn kruideniersmentaliteit – Milow regelt alles zelf – en het monstersucces van zijn versie van ‘Ayo Technology’ kan hij meer dan behoorlijk leven van zijn muziek.”

Laten we het even concreet maken: een band die voor een optreden 1.000 euro vangt, ziet die centen vaak meteen vervliegen … Hoeveel blijft er over voor pakweg de drummer, de hardste werker van de band?
Tom: “Niet veel, want er gaat al heel wat van af: huur van de bestelwagen (100 euro), benzine (70 euro), front of house mixer (250 euro), en dan heb je nog geen roadie en geen lichtman; blijft er over: 100 euro op factuur. En als je het officieel doet en je inschrijft op die dag, dan hou je niet veel meer over. Je krijgt bijna meer als je een dag gaat stempelen. Nu ja, hoe groter een band wordt, hoe meer de muzikanten verdienen, want de vaste kosten blijven meestal gelijk, tenzij je investeert in de productie zelf …”

“Wat je ook kan doen, is werken met een vzw: ik heb een eigen vzw waarmee ik mezelf kan uitbetalen en een aantal vaste kosten – snaren, versterker, etc. – kan inbrengen. Of je schrijft je beroepskosten af van je belastingen … Ja, het vergt iets meer papierwerk dan waar de gemiddelde muzikant mee bezig wil zijn, maar ondernemende muzikanten hebben wel een streepje voor.”

picture2
Wim Reygaert © Koen Bauters

Ook Drums Are For Parades, die net hun eerste full album uit hebben en hard aan de kar aan het trekken zijn, moeten roeien met de riemen die ze hebben: “Wij verdienen vrijwel niets als we spelen”, zegt Wim Reygaert, zanger/gitarist. “We betalen onszelf 50 euro uit, maar dat compenseert alleen het bedrag dat ik verlies als ik een vakje zwart maak op mijn stempelkaart. De gages liggen nu wel een beetje hoger, maar die stoppen we in de groepskas. Naast de muziek draai ik ook af en toe een reclamefilmpje, en dat vult mijn stempelgeld wel mooi aan. Nu ja, ik heb in mijn hele leven nog nooit langer dan twee maanden iets tegen mijn goesting gedaan. Ik heb veel vrijheid, maar die betaal ik wel met een stuk zekerheid. Voor mij is dat de meest interessante situatie; ik vind vrijheid een groter goed dan zekerheid.”

Je blijft toch wel met een economische realiteit zitten? Huur? Eten?
Wim: “Ja, dat is zo. Die reclameopdrachten betalen niet slecht, maar het blijft natuurlijk wel budgetteren en op het einde van de maand moet ik vaak zoeken naar de laatste centiemen. Maar ik klaag niet, want ik kan doen wat ik wil. En voor die opdrachten werk ik samen met een SBK. Ik weet zelfs niet hoeveel ik per maand verdien: soms helemaal niets, soms een paar duizend euro … Ik vind wel dat muzikanten betaald horen te worden voor hun prestaties: het wordt op den duur ook een job, hé. Ik zeg niet dat je vergoed moet worden voor alle tijd die je in je muziek steekt, maar het mag wel beter geregeld worden. Ik vind het spijtig dat er vaak erg lage gages voorgesteld worden. Het lijkt wel alsof muziek altijd gratis moet zijn. En dat kan niet. Met DAFP is het wel de bedoeling om er op langere termijn iets aan te verdienen, dat de band zichzelf in leven kan houden door op te treden. Mochten we dankzij optredens platen kunnen blijven opnemen, en op die manier kunnen doorgroeien, dan zou ik dat fantastisch vinden.”

picture2
Isolde Lasoen © Koen Bauters

En Isolde Lasoen, vaste drumster bij Daan, en occasioneel bij andere grote Belgen? Kan niet anders of zij verdient genoeg met muziek spelen alleen. Wel, neen, niet meteen. “Ik heb wel een vast inkomen, maar dat komt doordat ik les geef aan de muziekschool”, zegt ze. “Daarmee kan ik mijn vaste kosten betalen. Mijn ‘muzikantenjobs’ zijn eigenlijk een beetje een luxe: ik kan muziek spelen louter om de muziek en hoef het niet om den brode te doen. En ondanks mijn goed gevulde speelagenda zou ik toch nog panikeren mocht ik louter van de concerten moeten leven. Je mag niet vergeten dat je als muzikant ook moet investeren in je materiaal, dat repetities vrijwel nooit betaald worden en dat je aan je concerten alleen een ‘onkostenvergoeding’ overhoudt. En daarvan alleen kan je niet leven. Hoeveel? Gemiddeld verdien ik voor een concert tussen de 150 en 400 euro. Persoonlijk vind ik het absolute minimum 200 euro, rekening houdend met het feit dat er ongeveer 45 procent van het brutoloon af gaat. Voor alles wat minder betaalt, vraag ik een vergoeding via de ‘kleine vergoedingsregeling’, anders is het de moeite niet om officieel te factureren.”

Als we manager Jeroen Vereecke (Rock’O Co) bellen, treffen we hem op het moment dat hij het tienjarig bestaan van Mintzkov aan het vieren is. Bubbels! “Het verhaal van Mintzkov is exemplarisch voor veel andere bands. Het zijn geen nieuwelingen, maar Mintzkov is qua omzet ook geen dEUS. Straf is wel dat Mintzkov het typevoorbeeld is van een band voor wie het artiestenstatuut ooit in het leven geroepen is, maar dat ze er niet in slagen om het te krijgen. Ik ken bijna geen enkele rockmuzikant die het statuut verkregen heeft op basis van zijn inkomsten als muzikant, omdat dat meestal gewoon niet haalbaar is. De meesten die het hebben, zijn ofwel enkele maanden in een theaterproductie ingeschreven geweest, hebben in een klassiek orkest gespeeld of zijn acteur. En dan zijn er nog de technici die ook een artiestenstatuut hebben, en het daardoor eigenlijk uithollen. In het geval van Mintzkov wordt heel veel in het buitenland geïnvesteerd, en wordt wat overblijft door vijf gedeeld. Als je als band ambitieus bent, kan je niet én investeren in het buitenland en ook nog eens voldoende geld overhouden om jezelf als muzikant deftig uit te betalen.”

Dat maakt het er inderdaad niet makkelijker op, neen. Maar hoe rooien ze het dan wel? Werken om den brode en spelen? Lijkt me geen voor de hand liggende combinatie.
Jeroen: “Inderdaad, als je alternatieve muziek maakt, gaat het op een bepaald moment over de volgende grote keuze: vind ik het fijn om soms eens muzikant te zijn, aan projecten mee te werken en in bepaalde periodes een degelijke cent bij te verdienen, of wil ik het hele jaar door muzikant zijn, werken aan een eigen project en tracht ik daar ook een inkomen uit te halen? Mintzkov koos voor het laatste: ze hadden tot voor kort allemaal een job, maar door te kiezen om veel in het buitenland te spelen, bleek dat niet meer combineerbaar. Op de dagen dat ze niet spelen, stempelen ze, en sinds een tijd is die uitkering gezakt tot het minimum. Op de dagen dat er een concert is, worden de groepsleden wel betaald. Voor een concert in België zouden ze vlot enkele honderden euro’s kunnen verdienen, maar voor een concert in Duitsland of Denemarken, waar de kosten veel hoger zijn en de groep minder bekend is, zouden ze bij wijze van spreken moeten bijleggen. Dus is er een regeling waarbij ze een vast bedrag krijgen per concert, en dat is nu ongeveer 150 euro.”

“Ik heb veel vrijheid, maar die betaal ik wel met een stuk zekerheid.”

“Stel dat ze het buitenland links laten liggen en zich enkel concentreren op België, dan zouden ze per concert veel meer kunnen verdienen. En dan kunnen ze ook gaan werken, omdat concerten meestal in het weekend vallen en er geen tijd verloren gaat aan verplaatsingen van een dag of meer. Bands met internationale ambitie verdienen ironisch genoeg dikwijls minder dan die die veel onder de kerktoren blijven spelen. De discussie wordt bij ons vaak gevoerd, hoor. Je moet rekenen dat de bandleden ook geen achttien meer zijn. Hoe ouder je wordt, hoe minder vanzelfsprekend het is om op die manier te leven.”

Dat kan ik geloven: als je op je achttiende met vier in een bestelwagen door Duitsland tuft, is dat avontuurlijk en romantisch. Maar eens je de dertig voorbij bent, verwacht je toch iets meer luxe, me dunkt. En een zeker inkomen.
Jeroen: “We vragen het ons vaak af: hoe ziet de toekomst er uit, en welke richting kan het uitgaan? Het gaat echt wel goed met Mintzkov, we halen mooie resultaten in binnen-en buitenland, maar de toekomst blijft een groot vraagteken. Ofwel blijft de situatie zoals nu: net wel of net niet leefbaar, ofwel zet Mintkov een grote stap voorwaarts in pakweg Duitsland, en krijgen we een totaal ander verhaal. Als ze daar enigszins voet aan grond krijgen en even bekend zouden worden als hier in België, dan spreken we natuurlijk over een totaal andere schaalgrootte, want Duitsland is tien keer zo groot als België. Daar hopen we wel op, natuurlijk.”

“Als je als band ambitieus bent, kan je niet én investeren in het buitenland en ook nog eens voldoende geld overhouden om jezelf als muzikant deftig uit te betalen.”

Totaal onsexy, maar muzikanten hebben ook een oude dag. Bestaat er zoiets als pensioensparen in het muziekmilieu?
Jeroen: “Daar zeg je zoiets. Het klinkt nogal boekhouderachtig, maar als band doe je best aan langetermijnplanning, ook financieel. Bij Mintzkov zouden we op een aantal manieren de inkomsten of winst op korte termijn makkelijk kunnen optrekken, maar dan betalen we het gelag in de toekomst. We zouden bijvoorbeeld veel sneller een publishingovereenkomst kunnen tekenen, met een stevig voorschot, en daarbij even vergeten dat de groep de helft van zijn auteursrechten wegtekent, voor de rest van hun leven. Mintzkov is één van die weinige bands die de rechten van al hun platen en songs nog volledig zelf bezitten. Philip zal op zijn vijftigste dus nog iets uitbetaald krijgen als ‘Mimosa’ gedraaid wordt. Maar ook hier geldt dat alles netjes door vijf wordt gedeeld, in tegenstelling tot sommige artiesten of bands waarbij alle auteursrechten eigendom zijn van één persoon. In zo’n geval is het natuurlijk makkelijker om een leefbaar inkomen bijeen te harken.”

Als ik het goed begrijp, moeten bands heuse vijfjarenplannen uitdokteren, willen ze wat kunnen leven van hun muziek.
Jeroen: “Een strategie heb je inderdaad nodig. Kijk naar Amatorski; ze kwamen als publiekslieveling uit Humo’s Rock Rally, maakten een mooie ep en kregen dankzij ‘Come Home’ veel media-aandacht. Hun inkomsten zijn nu ongetwijfeld hoger dan voordien – heel leuk voor hen, uiteraard, en ook van harte gegund – maar ze zullen dat geld heel hard nodig hebben. Als ze kiezen voor een langetermijnvisie staan ook hen investeringen in instrumenten, opnames en buitenlandse avonturen te wachten. Maken ze een full album, dan komen er sowieso een releaseplan en een hoop promokosten aan te pas. Willen ze naar het buitenland? Dan vraagt dat opnieuw een hoop middelen. Als Mintzkov 7.000 euro krijgt voor een optreden in België, dan verdwijnt het grootste deel in een virtuele pot en wordt het gebruikt om een tour door pakweg Duitsland of Frankrijk te financieren, terwijl het inkomen van de muzikanten echt laag blijft. Dat is de realiteit. Maar niemand loopt daar echt mee te koop, omdat het wat indruist tegen de sfeer van ‘de glitter en glamour’ van de pop en rock.”