Koen Buyse

"Als ik me goed voel, dan luister ik naar muziek. Voel ik me niet zo lekker, dan maak ik muziek"

Zornik is de laatste tijd niet meer uit de media weg te denken. Hoe kan het ook anders? Koen Buysse en kornuiten lieten vorige maand hun tweede album op de mensheid los. One Armed Bandit kreeg het als titel. Opgenomen onder de Maltese zon, en onder de auspiciën van niemand minder dan Phil Vinall, een man met kennis van zaken die ook al de platen van grootheden als Placebo, Radiohead, The Auteurs, dEUS en Das Pop naar hogere niveaus tilde. One Armed Bandit werd overigens gemixt in de wonderbaarlijke Abbey Road Studios, een plaats waar geesten van muzikale corryfeeën rondrzweven. En nu Zornik met een tweede schijf een plaats krijgt in de annalen van de Belgische muziekgeschiedenis, vonden we het ook zeer gepast om heer Koen een paar vragen te stellen. En zoals het een goeie Musicoholic betaamt, antwoordde hij gretig…in de trant van:

“Ik heb de passie voor muziek niet van mijn ouders meegekregen, maar ik denk dat mijn zus er wel voor iets tussenzat: zij volgde notenleer en had een piano. Ik niet. Een groot probleem, want ik mocht nooit aan haar piano komen. Ik moet toen iets gehad hebben van: “Hé, als ik notenleer volg, dan kan ik wel bij die piano (lacht).” Ik heb me toen ingeschreven aan de muziekschool, volgde jaren braaf les, maar op den duur begon die notenleer me te vervelen. Normaal, denk ik, want als je vijftien bent, verleg je je interesses. Ik heb toen mijn eerste elektrische gitaar gekocht en begon zoals vele jonge gasten in groepjes te spelen. Daar kwam thuis echt ruzie  van:  ik moest verder gaan studeren, maar wou dat eigenlijk niet. Het gevolg was dat ik mijn eerste jaar in Leuven volledig verkloot heb. Achteraf heb ik toch regentaat gedaan, maar wel muziekgeschiedenis.”

En nu zit je hier, met een tweede album op je naam. Het is niet echt veel mensen gegeven.
“Ik besef maar al te goed dat ik zeer geprivilegieerd ben met de positie waarin Zornik zich bevindt, maar als de plaat niet aanslaat of ze verkoopt niet, dan weet ik ook wel dat het van vandaag op morgen gedaan kan zijn. Maar ik zou alleszins niet stoppen met muziek. Trouwens, de opnames van One Armed Bandit waren nog maar goed en wel achter de rug, en ik zat ik al te denken aan het volgende album.”

Laat maar komen die handel. Wanneer heb je voor het eerst beseft dat je iets in je mars had wat anderen niet hadden?
“Die gedachte is eigenlijk nooit bij me opgekomen. Ik ben vanaf mijn dertiende samen met Bas (bassist) muziek beginnen maken. We woonden in dezelfde straat, waren ons skateboard beu en wilden iets helemaal anders. Dat was het prille begin. Ik deed toen gewoon wat in me opkwam en dat bleek later – toen ik een aantal jeugdvrienden terugzag – toch verbazing op te wekken. Ik kreeg toen reacties als: “Waaw, hoe doe jij dat toch? “ Toen besefte ik wel dat wat ik deed niet zo voor de hand lag. Al was het in mijn ogen gewoon wat gitaar spelen.”

Je bent vroeg nummers beginnen schrijven. Gebruik je daar nu nog iets van ?
“Neen, niet echt. Toen ik mijn eerste fourtrack kocht – gigantisch duur toen – ben ik daar als een gek muziek mee beginnen opnemen. Ik denk dat ik er 250 opnames aan overgehouden heb. Halve ideeën, simpele riedeltjes en zeer extreme toestanden. Ik luister er eigenlijk weinig naar, al staat er op de nieuwe plaat wel een nummer dat ontstaan is uit een riff die ik toen gemaakt heb, We are lost. Maar dat heeft dan weer een hele metamorfose ondergaan. Ik ga trouwens nooit bewust iets gebruiken dat ik toen gemaakt heb, maar als de riff zich aandient, zoals bij We are Lost, dan doe ik het wel.”

Bekruipt je soms niet het gevoel dat een nummer te persoonlijk is om het te gebruiken? Liedjes die je gemaakt hebt op een moment van grote droefenis bijvoorbeeld?
“Niet echt, omdat niemand weet wanneer je een nummer maakt of hoe persoonlijk het is. Ik schrijf sowieso over eigen ervaringen, maar ik weet pas nadat de tekst af is waar hij overgaat. Nu was dat net hetzelfde: ik merk dat de teksten nu vrijwel allemaal over een relatiebreuk gaan. Maar dat besef kwam pas nadien. Ik weet wel nog van een aantal liedjes wanneer ze ontstaan zijn. Better of without you heb ik geschreven toen ik op een zaterdagavond in Hasselt met een sixpack halve liters ergens in een winkelstraat ging zitten en me half lazarus heb gedronken. Ik heb toen wat notities gemaakt waar later het nummer uit ontstaan is. “

En je hebt er geen moeite mee om gevoelskwesties te delen met de twee andere muzikanten..
“Neen, want Davy en Bas zijn niet enkel groepsleden, maar ook goeie vrienden.”

Is vriendschap een vereiste om in een groep te spelen?
“Neen, ik denk het niet, want de mannen van The Who kwamen bijvoorbeeld enkel samen om muziek te spelen. In het geval van Zornik geldt het wel: voor deze plaat heeft Bas de nummers ingespeeld, omdat we niet meteen tijd en zin hadden om vlug-vlug een bassist te zoeken. En aangezien Bas een vriend is en hij ongelooflijk kan spelen, was de keuze snel gemaakt. Ondertussen hebben we een andere bassist. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om de juiste te vinden, want de vereiste was dat het meteen moest klikken. Dàt en het spelen moest goed zitten.”

En aangezien Zornik maar uit drie man bestaat, speelt een bassist een cruciale rol. Een stevige ritmesectie is onontbeerlijk…
“Absoluut. Het mocht ook niemand zijn die té goed speelde of een jazz-achtergrond had en er een schrik voor kletterende snaren aan overgehouden had. Terwijl dat bij ons net hoort (lacht). Of iemand die zich strikt houdt aan de wetten van de harmonie en er moeite mee heeft om twee funky noten na elkaar te spelen. Dat zou echt niet gaan. Ik hou niet van plintenpisserij!”

U zegt?
“Muggeziften, dus. (lacht)

Jullie zijn net als Millionaire uit Zonhoven; het lijkt wel een broedplaats voor goeie rockbands…
“Tja, maar dat ligt aan het feit dat er in Zonhoven niets te beleven valt. En dat muziek een zeer goed alternatief bood. Midden-Limburg is the place to be (lacht).”

Allen daarheen! Er wordt vaak gezegd dat de beste ideeën ontstaan als songschrijvers in een dip zitten. Is dat bij jou ook het geval?
“Voor een stuk wel. Als ik me goed voel, dan luister ik naar muziek. Voel ik me niet zo lekker, dan maak ik muziek. Al is het niet zo dat ik telkens als ik me wat minder voel aan een nummer ga schrijven.”

Heb je een vast stramien wat songschrijven betreft? Bijvoorbeeld – zoals Mauro het ooit es zei – om 9 u ’s ochtend op en om 10 u beginnen?
“Neen, absoluut niet. Ik werk meestal ’s avonds. De televisie staat dan aan, met het geluid af. En dat werkt inspirerend. Ik weet niet hoe dat precies komt, maar dat hoeft ook niet echt. Om de psychologie achter een nummer te achterhalen, moet je zware studies doen, vrees ik (lacht). Het is vaak een zeer vreemd proces.”

Hoe zit het met het samenwerkingsproces? Schiet jij muzikaal goed op met je muzikanten?
“Ja, al ben ik wel redelijk streng. Ik weet wat ik wil en wat niet. Wat niet betekent dat er geen andere ideeën mogen zijn. Maar als ik iets in mijn hoofd heb, dan wijk ik daar niet graag van af. Nu ja, er moet altijd iemand het voortouw nemen. We hebben soms wel een meningsverschil, maar discussies voeden de muziek. Ook tijdens de opname van de nieuwe plaat had ik met Phil af en toe een meningsverschil, maar dat waren opbouwende gesprekken. Voor echt zware discussies was geen plaats. Of we hebben ze niet echt gevoerd, want als er al es iets was dat niet goed werkte, trokken we naar het strand om wat uit te waaien.”

Weet je voor je de studio induikt al meteen welk geluid je wil.
“Ja. Ik kan me daar wel een beeld van vormen, maar toch draait het steeds anders uit. Ik had voor One Armed Bandit vooraf al heel wat opgenomen en daar ook al grondig mee geëxperimenteerd. De nummers lagen al grotendeels vast, maar als ik er achteraf op terugkijk, blijkt er toch heel wat veranderd. Dat kwam eigenlijk ook door de manier van werken: we hebben zes weken opgenomen en echt massa’s muziek op band gezet. Acht verschillende gitaarversterkers tegelijk als het kon. Pas achteraf hebben we de zaken gefilterd. Het was alleszins een goeie manier om voor elk nummer de juiste sfeer en klank te zoeken. “

Phil Vinall heeft jullie plaat geproducet. Wat voor iemand is hij?
“Iemand met kennis van zaken die al met enorm veel bands heeft samengewerkt: Placebo, Feeder, Radiohead, dEUS, Das Pop…Een belangrijke reden waarom we met Phil gewerkt hebben, is dat hij ons wou producen. Ik heb met veel andere producers gesproken, maar met Phil zat ik meteen op de juiste golflengte. En ik heb veel van hem opgestoken, niet alleen wat werken met Pro Tools betreft, maar over producen zelf. Ik had in het begin af en toe vragen bij zijn manier van werken, omdat hij de nummers tot het uiterste bracht. Maar ik had er wel vertrouwen in, al is het toch even slikken als je ziet wat iemand met je muziek aan het doen is.”

Hoe weet eigenlijk wanneer je de juiste producer te pakken hebt?
Hm, … ik denk dat het in de eerste plaats moet klikken. Maar dat weet je niet vooraf natuurlijk. En met Phil liep het echt goed. Hij liet wel merken dat hij de touwtjes in handen had, maar dat vond ik goed. Als hij zei: “Morgen beginnen we om tien uur”, dan stonden we mooi op tijd aan de studio, enkel om te merken dan hij nog in zijn nest lag. Het ging echt goed, al begin je de functie van de persoon waarmee je werkt na een tijdje toch wat in vraag te stellen. Maar Phil heeft zijn werk als producer echt ter harte genomen, niet enkel als geluidstechnicus, maar ook als band-psycholoog. Het is iemand die een groep echt samen kan houden, die weet hoe hij mensen moet motiveren en wanneer hij knopen moet doorhakken. We hebben de plaat trouwens op een totaal andere manier opgenomen dan we gewend waren. Alles samen en niet eerst drums, bas en pas dan gitaar. Hij besliste bijna alles: welke take we zouden houden, wanneer we overgingen naar een ander nummer etc. Wij moesten ons alleen bezighouden met de muziek. En dat werkte heel bevrijdend. Trouwens, het was er af en toe wel een bont allegaartje: een Britse hyperactieve producer die met een flegmatieke Italiaanse engineer moet samenwerken aan een plaat van een Belgische band. In een studio in Malta.”

Een plaat opnemen in Malta moet zeer stresserend geweest zijn (vette knipoog). Ik kan me inbeelden dat er nagenoeg geen druk op jullie gelegd werd…
“Totaal niets. Van het moment dat we geland zijn, stonden we met een grote smile op ons gezicht. En die is zes weken blijven plakken. Op Malta wonen maar iets van een 300.000 mensen; de kans dat één van hen ons kent, is zeer klein. En het feit dat niemand weet wie je bent en je in een omgeving vertoeft waar het altijd mooi weer is, maakt dat je zeer relaxt kan werken. Als wij naar buiten gingen, zaten we meteen op het strand. Dat heb je niet als je in een studio in Londen zit. EMI heeft zich trouwens heel weinig gemoeid, al hebben ze wel es iemand laten overvliegen omdat ze maar niets te horen kregen. Voor Phil was dat niet zo’n aangenaam moment, want tussen hem en platenmaatschappijen botert het niet echt goed. Toen die man van EMI langskwam, lieten we Phil aan zijn lot over en toen we terugkwamen, zaten beide mannen te glunderen. (lacht)

Ik vind dat je aan de plaat kunt horen dat ze ergens werd opgenomen waar heel veel ruimte is. De nummers ademen openheid. De drums alleen al klinken zeer natuurlijk, zonder te veel effecten, of echo…
“Het opnemen van de plaat heeft heel veel te maken met hoe de studio gebouwd werd: wie in de control room zit, kijkt uit op twee palmbomen. Er is ongelooflijk veel licht en het feit dat je naar buiten kunt, maakte het ook allemaal zeer aangenaam. Wat de drummer betreft: die had de zee in zijn rug als hij zat te spelen. We hebben voor de drums trouwens geen effecten gebruikt. “

Dat vond ik er – als drummer – net zo goed aan, dat er eindelijk nog eens cleane drums opgenomen worden. Je kunt de slagen tegen de vellen bij wijze van spreken voelen…
“Da’s waar. Je hoort echt niet dat er een microfoon gebruikt werd. Het feit dat ik met Phil er tijdens de mixing alleen zat, was ook wel cool. We werkten drie, vier uur, gingen wandelen en werkten daarna weer verder. Wellicht heeft dat toch ook meegespeeld in de uiteindelijke mix. Ik zou er alleszins teruggaan om op te nemen. Niet alleen daarvoor, maar ook omdat ik er echt heel wat mensen heb leren kennen. Ik heb er zelfs een goeie vriend aan overgehouden. Wonen op Malta zou ik niet kunnen, want er valt hoegenaamd niets te beleven.”

Blijf dan maar in België. Iets helemaal anders nu: ik wens het je niet toe, maar stel dat je huis platbrandt en je één ding mag redden, wat zou dat zijn?
“Hoh, da’s een moeilijke. Wat ik zeker zou meenemen is een gitaar en liefst nog mijn Gretsch. Of mijn laptop. Want die staat vol contactgegevens…en voor de rest wat foto’s.”

Geen platen?
Neen. Platen kan je altijd opnieuw kopen. Trouwens, zonder cd-speler zou ik er toch niets mee zijn. Geef me maar een gitaar. Dan ben ik al lang tevreden.”

Wij dan ook. Bedankt voor deze fijne babbel.