9000Toeren_BW_LR-2

Katrien Brys

9000 Toeren – 50 jaar muziek in Gent

“Iedereen die op voorhand de pdf van het 9000 Toeren-boek zag, was onder de indruk.” Zo ook Poppunt. De vele uren research en de tapes vol interviews wierpen hun vruchten af. ‘9000 Toeren’ is een knap monsterwerk (we bedoelen het positief) waar 27 mensen intensief aan hebben gewerkt. Het is ook een verhalenboek waarin vijf decennia (pop)muziek in Gent (“55 jaar klonk wat raar en niet zo sexy”) onder de loep worden genomen. “We hopen dat de lezer een boek van 320 pagina’s met een mooie vormgeving wil kopen”, dixit Katrien Brys, drijvende kracht en eindverantwoordelijke van ‘9000 Toeren’. “We hebben er serieus ons best voor gedaan. En ik denk dat we iets strafs hebben gemaakt”. Absoluut! ‘9000 Toeren’ is een toppublicatie. 

Katrien: “De redactie van het inmiddels opgedoekte Gentse ‘Zone09’ belde me in de zomer van 2013 met de vraag een parcours met anekdotes uit de recente Gentse muziekgeschiedenis te schrijven. Ik heb toen ‘Wit-Lof From Belgium’ (Gust De Coster), ‘Belpop’ (Jan Delvaux) en het werk van Gert Keunen gelezen, alles wat ik kon vinden op het internet, een paar anciens van de Gentse muziekscene gebeld … Toen is het idee voor ‘9000 Toeren’ ontstaan. Ik kwam tot de conclusie dat er heel veel materiaal is waar je iets mee zou kunnen doen. Alleen was dat tot nu toe blijkbaar nog nooit gebeurd voor Gent. Plus: als je iets wou maken rond meer dan vijftig jaar muziekgeschiedenis, dan moest het wel nu. De muzikanten van de jaren zestig en zeventig zijn niet meer van de jongste.”

“Uiteindelijk hebben er aan het boek 27 mensen meegewerkt: 10 kernleden en de andere meer extern in opdracht. Ik had de eindverantwoordelijkheid maar ‘9000 Toeren’ is zeker geen soloproject. Sven De Potter (Poppunt-redacteur, red.) en Tim F. Van der Mensbrugghe (journalist bij De Morgen, red.) kende ik vrij goed. Ik wist dat ze bij het project zouden passen. En dat Katia Vlerick (journaliste bij Humo, red.) perfect zou zijn voor het jaren 60-hoofdstuk, was ook snel duidelijk.”

“‘9000 Toeren’ is een prestigeproject, ja. Voor Gent, niet voor mezelf. Het was vooral hard werken. Eerlijk: als we op voorhand hadden geweten wat er allemaal bij zou komen kijken, dan hadden we het vast nooit gedaan. Het is gelukkig goed uitgedraaid. Er zijn wel momenten geweest waarbij we dachten dat we het financieel niet zouden redden. We kregen zéér bruikbare steun van Stad Gent en Provincie Oost-Vlaanderen, maar dan nog bleef het een monsteronderneming. In december 2013 heb ik zelfs aan iedereen die bij het project betrokken was, laten weten dat we er beter de stekker konden uittrekken. Het bleek onmogelijk om alles te bekostigen: drukwerk, lonen … Iedereen zei toen: ‘foert, we moeten toch doorzetten.’”

“Als we op voorhand hadden geweten wat er allemaal bij zou komen kijken, dan hadden we het nooit gedaan.”

“Ons eerste idee was trouwens om vijf magazines te maken, eentje per decennium. Qua drukkosten niet haalbaar in eigen beheer. Op een bepaald moment hebben we dan naar drie uitgeverijen gemaild: twee van de drie zagen het meteen zitten om een boek uit te brengen. De keuze voor de Gentse uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts was snel gemaakt, en het is door hun expertise en hulp dat het boek geworden is wat het is.”

“Nu zijn we vooral blij dat we hebben doorgezet en dat het boek er is. Er is duizenden uren werk in gekropen. We hebben tweehonderd mensen geïnterviewd. Twaalf redacteurs en drie vrijwilligers hebben alle Humo’s van de jaren zestig tot nu en een oneindig aantal edities van De Gentenaar doorgenomen. Daarnaast deden we ook research via fanzines, boeken en het internet. En los van het pure schrijven waren er ook de vormgeving, de marketingacties, de onderhandelingen en de partnergesprekken. Ik geloof dat ik in die periode van anderhalf jaar zo’n 200 vergaderingen heb bijgewoond. Maar het was geweldig om te zien hoe mensen als Peter Vermeersch, Rembert De Smet, Zaki, Roel Van Bambost, Roland … ons enorm hebben geholpen. Iedereen was direct enthousiast over ‘9000 Toeren’. Dat was de max.”

Bart De Vliegher, die geheel vrijwillig de externe eindredactie op zich nam, maakte zich in het begin wat zorgen over hoe hij twaalf verschillende redacteurs en dus stijlen kon doen passen in één boek. We hadden niet echt een redactiestramien; iedereen moest zo wat zijn plan trekken. Het clasht gelukkig minder dan we initieel vreesden. De aanpak geeft zelfs iets fris aan het boek. De grote hoofdstukken hebben we wel op min of meer dezelfde manier aangepakt: chronologisch en per band. Voor de genrestukken lag dat anders. Elke redacteur koos daar zelf hoe hij of zij het verhaal wilde vertellen. Ben Van Alboom (Humo, De Standaard, red.) heeft er een persoonlijk parcours van gemaakt. Jonas Boel (Focus Knack, red.) heeft zijn bijdrage over beats in de jaren tachtig dan weer vooral toegespitst op de draaischijf die platenwinkel Music Man toen was.”

“Zie ik een eenheid in het boek? Er lopen veel rode draden door ‘9000 Toeren’. De Gentse Feesten zijn een belangrijke verbindende factor. De Gentse muziekscene is ook altijd blijven bestaan bij gratie van ondernemende muziekcafébazen, die boven hun cafés vaak ook repetitieruimtes creëerden. Beginnende lokale groepen hadden en hebben altijd wel een plek om te spelen: Martiko en Trefpunt onder impuls van Walter De Buck, De Ekkentu, Den Turk in de jaren negentig dankzij Bertrand Flamang, Charlatan, Video, Krawietelke …”

“In elk decennium zie je ook dat de Gentse muziekwereld bestaat uit kleine clusters van geëngageerde en actieve mensen. Rond Café Caruso hing een hele scene. Peter Vermeersch en Johan De Smet hadden destijds mede via Vooruit een link met The Knitting Factory in New York. De punkscene in Gent was dertig man groot maar wie maakte er deel van uit? Kamagurka, Arne Sierens, Eric Goeman, Gert Dooreman … Omdat Gent zo klein is, zitten alle subscenes vrij dicht op elkaar. Dat is mooi om te zien. De reden waarom Luc Waegeman (de oprichter van Kinky Star Muziekcentrum, red.), aldus hemzelf, in Gent is komen wonen, was net de ongelooflijke solidariteit tussen de bands. Reena Riot heeft dat ook al eens gezegd: in Gent word je echt geholpen door collega’s. Soms met iets kleins of praktisch, maar soms zie je ook dat Gentse groepen elkaars plaat gaan producen: Soulwax en Das Pop, bijvoorbeeld. Er zijn veel linken tussen de Gentse muzikanten. Dat zie je doorheen alle decennia. Het was een uitgangspunt dat we bij aanvang van het boek hoopten te bewijzen en het is effectief ook gelukt om dat aan te tonen.”

“Is Gent dé muziekstad van Vlaanderen? Zaki heeft ons alleszins meegegeven dat Gent nooit moest onderdoen voor Antwerpen en Brussel. Dankzij de universiteit, de hogescholen en het Conservatorium is er een constante instroom van jonge mensen die met muziek bezig zijn. In die zin is de Gentse muziekscene vooral on-Gents, omdat de muzikanten die er actief zijn niet altijd in Gent geboren zijn. Massa’s West-Vlamingen, en Roland is afkomstig van Boom.”

“Soms klagen muziekjournalisten wel eens dat we de laatste jaren té chauvinistisch doen over Belgische bands. Maar de kwaliteit van de Gentse groepen, die intussen ook al een serieus parcours hebben afgelegd, is toch bijzonder indrukwekkend: The Van Jets, Absynthe Minded, Sioen, Raketkanon, The Bony King Of Nowhere, Wallace Vanborn, Madensuyu, Nid & Sancy … De revival van de deltablues dankzij Tiny Legs Tim. De jazz die weer in de lift zit door STUFF., Nordmann en De Beren Gieren.”

“Wat ik persoonlijk tof vind aan het boek is dat je tussen de lijnen kan lezen hoe het hele muzieklandschap ten goede is veranderd. Bands van nu zijn compleet anders met muziek bezig dan groepen in de jaren zestig en zeventig. Toen was het idee dat je werkelijk carrière kon maken met muziek totaal niet aan de orde.”

“Is ‘9000 Toeren’ een naslagwerk? Wij zien het eerder als een verhalenboek. Er staat zeker een bom informatie in over Gentse muziek die nog nooit op die manier is neergeschreven, maar ‘9000 Toeren’ is echt niet opgevat als een encyclopedie. Dat zou ook niet kloppen. We hebben harde keuzes moeten maken. Er is nog zó veel informatie die we niet konden opnemen in het boek. Dat is jammer, ja. Maar het kon niet anders: zoniet hadden we een turf van 1.000 pagina’s. Hoe dichter we bij het heden kwamen, hoe meer bands we per hoofdstuk moesten opnemen. En hoewel je anderhalf jaar aan het researchen bent, zijn er toch altijd zaken die je over het hoofd ziet. Zelfs in laatste eindredactiefase moest ik nog aan Sven en Tim vragen om extra stukjes te schrijven over groepen die echt niet mochten ontbreken. En zelfs nu het boek er is, zie ik nog een aantal bands die er bij nader inzien in hadden mogen staan, al hebben we de belangrijkste uiteindelijk wel mee.”

“We wilden ook aan andere zaken aandacht schenken, zoals de sfeer, de muziekcafés, de festivals … De zeven nog resterende independent Gentse platenzaken hebben allemaal een volle pagina in ons boek. Zonder die winkels en de mensen die er platen kopen is er geen muziekscene. We zouden ook graag hebben dat de mensen ons boek aanschaffen in de platenzaken. Dan stappen ze daar ook nog eens binnen en kopen ze misschien nog een album ook.”

9000toeren.be