Kasper-Jan-Raeman-49Head

Kasper-Jan Raeman

De winnaar van de Popthesisprijs 2010

Elk jaar reikt Poppunt de Popthesisprijs uit: een “vind ik leuk” voor onderzoek naar (pop)muziek of de brede muzieksector. Alle ingezonden thesissen worden ontsloten in een online bibliotheek op poppunt.be, zodat muzikanten, de muzieksector, overheden of studenten thema’s verder kunnen uitdiepen. De winnaar gaat bovendien aan de haal met een cheque van 500 euro. Dit keer luistert die naar de naam Kasper-Jan Raeman. Hij schreef een geschiedkundige masterscriptie met als titel ‘De organisatoren van jazz- en rockconcerten in Gent tijdens de jaren vijftig: een sociaal-culturele analyse.’ Dat vraagt om een woordje uitleg.

Kasper-Jan, proficiat met je overwinning in de Popthesisprijs 2010. Je bent intussen Master in de Geschiedenis. Moet je dan eigenlijk niet over het feodale systeem in de Middeleeuwen schrijven of zo?
Kasper-Jan: “Ik wou het nuttige aan het aangename koppelen. Ik koos voor Geschiedenis omdat het een heel brede richting is. Muziek houdt mij elke dag bezig, dus dacht ik: ‘waarom beide niet combineren in een thesis over een hedendaags onderwerp?’. Ik schreef ook al mijn bachelorpaper over de dansgekte tijdens de rock-’n-rolljaren.”

Waarom koos je precies voor de jaren vijftig?
Kasper-Jan: “Je zal het misschien gek vinden, maar mijn grootste idool is Elvis Presley. De jaren vijftig zijn zeer interessant omdat zowel de muziekcultuur als de jongerencultuur en de consumentencultuur dan geëxplodeerd zijn. De fifties waren misschien wel het laatste decennium van de muzikale vrijheid: in de eerste jaren hadden de majors nog geen grote greep op de muziek.”

picture2
Kasper-Jan Raeman © Koen Bauters

Je focus ligt op Gent. De dag van vandaag is daar een bloeiende scene en gebeurt er heel veel. Was dat toen ook al zo?
Kasper-Jan: “Brussel en Antwerpen hadden in het begin een veel groter circuit. Ook aan de kust gebeurde er trouwens veel, in de hotels in Knokke, Blankenberge en Oostende: daar traden veel bekende jazzartiesten op. In Gent is men pas midden jaren vijftig grotere namen beginnen boeken, ondermeer dankzij de Music Club van Gilbert Temmerman en André Holsbeke. Er waren veel kleine zaaltjes, maar het is pas toen Bill Haley en Louis Armstrong naar Gent kwamen dat de trein echt vertrok.”

Ging dat toen ook al via boekingskantoren, zoals dat nu meestal het geval is?
Kasper-Jan: “Ja, zoals je nu bijvoorbeeld Live Nation hebt, had je toen ook al een aantal grote boekers. H. A. Hirsch was er zo een: hij had een monopolie op alle grote overzeese orkesten en artiesten. Daarnaast waren er de broers George en Arthur Mathonet, de mannen achter de AB-zalen. Temmerman en Holsbeke moesten dus ook via hen gaan om grote namen te boeken. Wat dat betreft is er dus niet zo veel veranderd … (lacht)

Door je thesis ben je een kenner geworden van het concertverleden in Gent. Kun je daar nu verder nog iets mee doen?
Kasper-Jan: “Ik heb mijn scriptie geschreven uit liefde voor de muziek. Het heeft me inzicht gegeven in het Belgische muziekcircuit. Maar tegenwoordig ben ik vooral bezig met echt nieuwe dingen: ik schrijf mixtaperecensies voor Focus Knack en breng samen met Gerlin Heestermans een muziekmagazine uit, ‘We Promised’. Het was wel interessant om te merken dat de muziekscene eigenlijk nog niet veel veranderd is: er zijn nog altijd belangrijke programmatoren, en er zijn nog altijd grote boekers. En zij zijn nog altijd de belangrijkste link tussen producent en consument.”