Jo Bogaert

Producers: de kapiteins in een zee van muziek

Tegenwoordig worden jonge mensen om de oren geslagen met gebruiksvriendelijke softwareprogramma’s als Pro Tools Light, Reason, Digital Performer, Cubase, Garageband en consorten, waarmee ze makkelijk een eigen demootje kunnen opnemen, of zelfs een heuse plaat. Zonder inmenging van buitenaf. Allemaal goed en wel, maar die inmenging, in de hoedanigheid  van een producer, kan veel goeds betekenen voor de exploten die je op de mensheid zou loslaten. Of veel slechts, het is maar hoe je het bekijkt. Wij van Poppunt, steeds weer zeer begaan met de algemene kennis van onze pappenheimers, wilden wel eens weten wat een producer nu eigenlijk doet, of hoort te doen om de nummers van een band op te waarderen tot ware pareltjes luistergenot. En wie beter dan Jo Bogaert, de man achter de wereldhit Pump Up The Jam van Technotronic en producer van de eerste schijf van Gabriel Rios (Ghostboy!Eéntje om te koesteren, nvdr.) kon ons de weg wijzen?

Ergens in dit magazine kan je lezen wat een producer kan en mag als hij meehelpt aan het totstandkomen van een plaat, maar aangezien we ook graag wat veldwerk doen, laten we ook graag nen echte aan het woord. Producer?
“Eigenlijk bestaat er geen vastomlijnde definitie voor het begrip ”, zegt Jo Bogaert. “Het hangt een beetje af van het project en de artiest. Algemeen kan je stellen dat een producer een begeleider is bij de opname van een plaat, al bestaat er wel een groot verschil qua werken met een groep of een soloartiest. De taak van een producer omvat eigenlijk verschillende dingen: coachen, de performance sturen, opmerkingen maken, de opname sturen, schaven aan composities, arrangementen aanpassen en verbeteren. Een voorbeeld: de uiterst getalenteerde Emylou Harris, een schitterende zangeres, is pas vrij recent zelf liedjes beginnen componeren. Vroeger zong ze vooral nummers van andere songschrijvers. Op een bepaald moment werd ze ontdekt en kon ze  een plaat opnemen, maar ze had geen band. Ze had dus iemand nodig die alles coördineerde, iemand met een visie op het opnameproces, iemand die bepaalde hoe de muziek moest klinken, uitgevoerd en gearrangeerd moest worden. Een producer dus. Producers kiezen doorgaans ook de studio en sturen de  technische kant van de zaak: welke microfoons, versterkers, drums etc. gebruikt zullen worden.”

Een hele boterham dus. Maar voor het zover is, moet een producer in de eerste plaats de muziek goed vinden, niet?
“Uiteraard, maar dat is niet het belangrijkste. In al die tijd dat ik producer ben, heb ik me gerealiseerd dat je moet houden van de artiest met wie je werkt. Als dat niet het geval is of als er geen vertrouwensband is, dan lukt het niet. Je moet allebei aan dezelfde kar willen trekken en streven naar het best mogelijke resultaat. Maar het duurt jaren voor je echt goed weet hoe je moet werken, wat producen eigenlijk inhoudt, want het is een zeer flexibel vak.”

Mag ik daar uit opmaken dat de opleiding tot producer zoals die aan conservatoria gegeven wordt, niet echt producers aflevert?
“Je kunt voor producer studeren, maar dat is het meest absurde wat ik de laatste jaren gehoord heb. Producer word je min of meer door toeval. Ik ken geen enkele producer die op zijn 18de  gezegd heeft dat hij producer zou worden. Het is iets waar je inrolt. Iemand die op zijn 22ste als producer afstudeert, heeft nog te weinig ervaring om zich al volwaardig producer te noemen.”

Hoe zou je die verse knoppendeskundigen dan noemen?
“Aspirant-producers? Kijk, je moet een onderscheid maken tussen popproducers, jazzproducers en klassieke producers. Klassieke producers hebben dezelfde taken als een popproducer, maar je kunt geen klassiek producer worden als je geen muziek kunt lezen. Dat is echt een absolute voorwaarde. Je moet dus conservatorium gevolgd hebben of een oertalent zijn met een zeer groot muzikaal inzicht. Klassieke producers moeten even goed partituren kunnen interpreteren als een dirigent. Vandaar dat ik denk dat een opleiding klassieke muziek iets meer inhoudt dan die van popproducer. Nu ja, producen is meer dan alleen aan knoppen draaien, natuurlijk. Ik blijf erbij dat in de eerste plaats de relatie met de muzikanten goed moet zijn. Je moet houden van je artiest, wat geen enkele school je kan leren. Ik denk dat iemand die producer wil worden, beter iets anders doet: muziek studeren, geluidstechniek, … Alles draait om ervaring, daar ligt de essentie. In studio’s werken, leren uit je fouten etc.”

Ze zullen het graag lezen, de aspirant Floods of Daniel Lanois’. Jonge mensen die afstuderen, zullen toch wel iets geleerd hebben?
“Uiteraard, dat spreek ik niet tegen, hé, maar ik denk dat het producerschap een talent is dat je in de loop van je leven ontdekt. Omdat je erin geïnteresseerd bent of misschien wel door een gebrek aan andere talenten. Als je een supermuzikant bent, zal je wellicht meer genieten van muziek  maken dan het begeleiden van artiesten of het realiseren van een cd.”

Zo is dat. Wordt het voor aspirant-producers niet enorm moeilijk om heel het universum aan techniek, software, microfoons etc. onder de knie te krijgen. Het lijkt me alvast een vrij onbegonnen taak…
“Ik denk dat het niet makkelijk is. Weet je, vroeger bestond in de VS en Engeland een heel degelijk producer-opleidingssysteem. Wie producer wou worden, moest echt onderaan de ladder beginnen. De traditionele weg was: beginnen als tea-boy, wat inhield dat je thee mocht zetten en de studio schoonmaken. Daarna werd je tape-operator en mocht je hele dagen de bandopnemer bedienen: opname, stop, rewind, etc. Het duurde dus een eeuwigheid voor je zelf aan de knoppen mocht gaan zitten, maar je had in die tijd wel de kans gekregen goed rond te kijken, te leren uit wat de producer deed en dies meer. Je kwam tenminste goed beslagen ten ijs. Gradueel werd je beter, maar het duurde wel vier, vijf jaar. En de besten bleven over. Het is een gedateerde manier om in de studiowereld terecht te komen,  maar toch zijn er briljante mensen uit voortgekomen.”

Zoals?
George Martin, de zogenaamde vijfde Beatle, was een hele grote. In principe heb je twee soorten producer: muzikanten die producer worden en studiotechniekers. George Martin was een muzikant die producer werd. Hij had een opleiding als klarinettist gevolgd en heeft zijn kennis op geniale wijze aangewend. Hij raakte vezeild bij Decca (later EMI) waar hij de verantwoordelijke werd voor de easy listening music. Op een dag liepen de Beatles daar binnen en kreeg hij de taak hun opnames te begeleiden. De term producer bestond toen nauwelijks, maar toch kreeg Martin die rol toebedeeld. En tussen The Beatles en Martin klikte het wonderwel. Martin werd hun ideeënfabriek en de rest is geschiedenis. Het andere voorbeeld is dat van de technieker-producer. Vrij vreemd is het verhaal van Nigel Gray, de studiotechnieker van de tweede plaat van The Police: die werd ergens in een klein studiootje opgenomen. De opnames werden totaal niet gecoacht, en hun muziek werd gewoon op band gezet. Allemaal zeer professioneel, maar er kwam geen producer aan te pas. En wat gebeurt: het nummer Message in a Bottle maakt van The Police een wereldgroep en Gray werd plots tot producer gebombardeerd. Wat hij helemaal niet was. Al betekent dat niet dat sommige techniekers niet de stap naar producen zouden maken.”

Ondertussen kennen we ook allemaal het homerecording-verhaal waarbij muzikanten zelf de touwtjes in handen nemen en zichzelf beginnen producen zonder echt kennis van zaken.
“Dat kan je niet tegenhouden. Iedereen is vrij om eender wat op de markt te brengen. Kijk, ik zit zelf ook in de demopoll van Poppunt. Soms hoor ik iets wat echt straf opgenomen is, maar dat is meer uitzondering dan regel. Nu ja, die homerecording gaat de ontwikkeling van popmuziek niet ondermijnen. Het beroep van producer is trouwens  pas ontstaan toen de viersporenmachines uitkwamen. Dat gaf een echte boom. Maar de technologie breidt altijd maar uit, wat zijn weerslag heeft op de rol en invulling van het begrip producer. Zo reken ik mezelf tot de houseproducers of een muzikant met een computer die tracks in elkaar steekt, maar iemand nodig heeft om daar een vocal over te zingen. Wat heel die homerecording-boom betreft, denk ik dat je inderdaad veel zelf kunt doen, al is het wel afhankelijk van je talent. Je kunt bijvoorbeeld een PRO TOOLS Light-versie draaien en daarmee aan de slag gaan. Met een Mackie-mengtafel ben je zo vertrokken. Maar of het goed zal zijn?”

Vandaar dat je je beter door een ervaren gids laat begeleiden. Al kan dat natuurlijk ook wel totaal fout lopen. Het gebeurt toch vaak dat een groep een plaat maakt waar ze uiteindelijk niet echt tevreden over zijn. En dan is het de schuld van de producer, want hij was de baas…
“Er bestaan geen regels voor, hé. Bij The Beatles was de ontmoeting met George Martin voor beide partijen een godsgeschenk. Bij The Rolling Stones had je Jimmy Miller die hun beste platen geproducet heeft. Maar voor die ene match zijn er duizenden andere die spaak lopen. Je kunt evengoed met een producer in contact komen die je de verkeerde richting uitstuurt. Als jij als onervaren artiest je vertrouwen geeft, maar die mens heeft totaal andere opvattingen, dan ga je niet de plaat maken die je wil. En het resultaat zal misschien goed zijn, maar niet beantwoorden aan je verwachtingen. Als een zangeres met diepe, artistieke inspiraties in contact komt met een producer die van haar een dansend poppemieke wil maken, dan komt daar niet echt iets goeds van. Een schoolvoorbeeld is Alanis Morissette: voor ze doorbrak als rockzangeres zong ze disconummers. Het heeft jaren geduurd voor ze zich als rijp artiest durfde te uiten.”

Voor jonge groepen kan een producer intimiderend werken. Stel dat een platenfirma zegt: “Hier, je mag je eerste plaat opnemen met Flood (werkte samen met o.a. U2) dan lijkt me dat niet meteen bevorderlijk voor je zelfvertrouwen.
“Daar ben ik het niet mee eens. Als Flood wil samenwerken met een band op basis van wat hij gehoord heeft, is dat nog geen garantie dat het zal klikken. Zita Swoon heeft zo een vrij vreemde ervaring gehad met Malcolm Burn, ooit de rechterhand van Daniel Lanois. Je baseert je als band of muzikant altijd op platen die je aanspreken en dan ga je de man die verantwoordelijk was voor de sound opzoeken. En het kan zijn dat het helemaal niet klikt. Vandaar dat ik bij mijn uitgangspunt blijf: je moet van je artiest houden. Bij één van de laatste bands waarmee ik gewerkt heb, heb ik echt mijn hoofd gebroken over hoe ik het maximum uit de muzikanten kon halen. Dat is nodig, zeker als je met mensen te maken krijgt die blokkeren als hun muziek opgenomen wordt, en niets meer durven. Dat gebeurt heel vaak, zelfs al op de repetitie. Dat een groep niet meer weet waar gekropen als er plots een producer voor hun neus staat. Als je als jonge kerel in die wereld van sterrendom stapt – of vermeende sterrendom – dan weet je vaak niet waar je het hebt. Muzikanten geven hun vertrouwen aan een producer en gaan ervan uit dat zij niets weten en de producer alles. Als het een goeie producer betreft, zal die de band sturen en hen op hun gemak stellen. En elke producer heeft een andere manier van werken: je hebt er die alles op de eerste take doen, omdat die volgens hen het beste is. Ik vind dat eigenlijk een beetje idioot, omdat de zesde, vijftiende take of zelfs honderdste take even goed kan zijn.”

Is het net niet de bedoeling om niet te veel tijd te verliezen en enkel goeie takes te spelen? Daar kan pre-productie toch helpen…
“Ja, maar ook dat gebeurt samen met de producer. Ik heb genoeg aan een demootje met een paar nummers. Het maakt niet echt uit hoe die gespeeld zijn. Akoestische gitaar of piano, met zang. Ik kan daar al uit opmaken of er songs zijn en of de zanger of zangeres een goeie stem heeft. Dat de muzikanten goed spelen, heeft niet zo heel veel belang, want je kunt altijd andere muzikanten inhuren. De basis blijft dat je de producer iets moet geven wat hij kan beoordelen. Een dictafoonopname is al meer dan genoeg. Soms krijg ik dingen aangeboden die ik echt goed vind, maar die niets voor mij zijn. Een ander verhaal krijg je als je een uitstekende demo krijgt, maar voelt dat het met de groep niet klikt. Ik heb dat al een paar keer meegemaakt en dan hou ik er mijn handen vanaf. Als een folkgroep me niet vertrouwt omdat ik techno maak, tja, dan kan ik daar niet echt iets mee beginnen. Ik heb geen zin om na een paar ontmoetingen nog het vertrouwen te moeten winnen. Trouwens, als je voelt dat het niet goed meer gaat, dan stop je beter. Je moet het gevoel hebben samen aan iets te werken, en vooral luisteren naar wat muzikanten verlangen. Een voorbeeld: Luc De Vos heeft de neiging zijn melodieën zeer repetitief te maken. Ik suggereerde hem om iets meer variatie te brengen in zijn zanglijn, maar hij zag dat niet zitten. Dan kan je natuurlijk beginnen discussiëren, maar als de artiest het wil, dan zal het zo zijn.“

Geldt het tegenovergestelde ook? Dat de vertrouwensband tijdens de opnames zoek raakt.
“Dat kan, maar ik heb het nog niet meegemaakt. Als het gebeurt, dan stop je er beter mee. Al zullen heel wat bands blijven verder doen, omdat er een investering mee gemoeid is en er heel wat van afhangt. Kijk, bij de eerste plaat van Ann Pierlé is wel zoiets gebeurd. Karel De Backer producete en er kwam twijfel over de richting waar de plaat uitging. Men kwam bij mij terecht en ik kreeg te horen dat de situatie heel erg was, dat het niet lukte. Ik luisterde naar de opnames en vond die schitterend. Ik zag het probleem niet, maar toch was er een algemene paniek, zowel van de artiest, als van de platenfirma, als van de producer. Maar die sloeg nergens op. Ik vond niet dat ze me toen nodig hadden, en dat ze gewoon moesten verder doen. Ik ben er toch ingestapt, maar heb mijn rol zeer beperkt. Ik ben producer geworden van vier nummers, maar het belangrijkste was dat ik de gemoederen heb kunnen bedaren. Nu, Karel heeft zijn werk kunnen afmaken en het is ook zijn plaat geworden. Een producer moet het opnameproces een beetje kunnen inschatten.”

De kapitein moet zijn schip doorheen mogelijke obstakels loodsen. Heb je nog raad voor jonge bands die een demo willen opnemen, maar niet goed weten waarheen?
“Misschien dit: jonge mensen zouden hun demo in de best mogelijke omstandigheden moeten realiseren, maar wel met de middelen die ze hebben. Het mag geen fortuin kosten. En zeer belangrijk: ga niet met je muziek, zonder begeleiding en zonder ervaring, in een peperdure studio zitten. Er bestaan genoeg kleine studio’s waar je heel degelijke opnames kunt maken.”

We zullen het onthouden.