Jerboa-KBL2

Jerboa

De imperfectie van elektriciteit

Alsof het muziekproductieproces op zich nog niet ingewikkeld en mysterieus genoeg is, komt er bij elke commerciële release nog een ander soort zwarte magie kijken: mastering. Wat er zich precies afspeelt achter de gordijnen van de masteringstudio is iets wat voor zelfs de grootste producers op deze aardkloot een beetje een mysterie is. Het enige wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat muziek na mastering luider, voller en “professioneler” gaat klinken. Hoog tijd dat we vanuit het perspectief van de producer eens te rade gaan bij iemand die van deze kunstvorm zijn voltijdse broodwinning heeft gemaakt.

Jerboa aka Frederik Dejongh’s eerste album als soloartiest dateert van 2002. In de daaropvolgende jaren liet hij nog twee langspelers en een viertal ep’s op de wereld los. Hij stond ook in voor de productie van verschillende albums van andere artiesten en sinds kort focust hij zich op zijn carrière als zelfstandig mastering engineer. Dat alles met behulp van een indrukwekkende set vintage hardware en een koppel piekfijn afgetrainde producersoren.

Mastering is, zeker tegenwoordig, een veelal onbegrepen ambacht. Hoe zou jij in je eigen woorden omschrijven wat masteren precies inhoudt?
Frederik: “De voornaamste elementen die door een masteringsessie worden gemanipuleerd, zijn volume, dynamiek – oftewel de verhouding tussen de luide en de stille elementen – en EQ, wat eigenlijk niet meer is dan een volumeboost of -cut op een bepaalde band van het frequentiespectrum.”

“Kort samengevat: mixen is het samenvoegen van een aantal muzikale elementen tot één mooi gebalanceerde track, terwijl mastering meer draait rond het principe van het samenbrengen van de verschillende nummers tot één geheel. Als je bijvoorbeeld een reeks ongemasterde nummers achter elkaar op zet, ga je hoogstwaarschijnlijk de neiging hebben om je stereo luider of stiller te zetten. Mastering zorgt ervoor dat alle nummers van een album optimaal en als één geheel klinken op alle systemen. Afhankelijk van de feel van de muziek vereist dit een bepaalde aanpak.”

“Voor mij is de uitdaging om iets wat op zich al heel goed klinkt naar een nog hoger niveau te tillen. Sommige producers beseffen niet wat er eigenlijk nog allemaal mogelijk is met twee sporen in een masteringomgeving. Het antwoord is: héél veel.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Kan iedereen het vak leren? Wat zijn de unique selling points van een goede mastering engineer?
Frederik: “Eén van de belangrijkste eigenschappen van de mastering engineer is het aanvoelen van waar het met een nummer naartoe moet. Je moet leren luisteren, in de zone komen van de muziek, begrijpen wat de producer en de engineer voor ogen hadden en welk eindresultaat ze willen bereiken.”

“Ikzelf ben vijftien jaar geleden afgestudeerd als audio engineer op SAE, waar ik de primus van de klas was. Ik had het beste praktijkexamen sinds jaren, maar ik voelde mij geen echte technicus wanneer ik afstudeerde. Ik heb dan vijf jaar heel schools en klassiek gemixt. Ik had niet het gevoel dat ik er op een bepaald vlak bovenuit steeg. Alles klonk als platte pop. Als een soort van tegenreactie heb ik daarna een tijdje buiten de lijntjes gekleurd. Overcompressie, te veel distortion, extreme balans, noem maar op. Dat had dan wel een uniek karakter, maar uiteindelijk viel ik daarmee tegelijkertijd ook wat uit de boot natuurlijk.”

“Sinds een jaar of vijf heb ik het gevoel dat ik alles beheers en een goeie visie heb. Ik denk dat dat laatste één van de belangrijkste eigenschappen is die je moet ontwikkelen. Iedereen kan aan een EQ draaien, maar je moet vooral weten waar je naartoe wil. Je kan hoog boosten in een nummer door 12K te boosten, maar je kan ook het gevoel van hoog bijgeven door bijvoorbeeld 300hz 2dB te cutten. Beide manieren zijn goed, afhankelijk van het soort van nummer of de visie van de producer.”

Denk je dat het belangrijk is om eerst buiten de lijntjes te kleuren en daarna een stap terug te nemen?
Frederik: “Je kan het vergelijken met een solo spelen in een jazzband: je moet eerst weten welke noten je zeker niét mag spelen binnen een toonladder vooraleer je je kan verliezen in de muzikaliteit. Je moet alle grenzen perfect weten liggen, en je moet goed weten hoe bepaalde subtiliteiten zich gaan vertalen op andere geluidssystemen. Voor mij persoonlijk was het alleszins een goede evolutie om eerst braaf te mixen, en dan alles overboord te gooien om mijn grenzen af te tasten en te leren wat er gebeurt als je die overschrijdt. Uiteindelijk duikt er dan een soort gulden middenweg op die zich gaat manifesteren als jouw persoonlijke touch.”

“Sommige producers beseffen niet wat er eigenlijk nog allemaal mogelijk is in een masteringomgeving. Het antwoord is: héél veel.”

Hoe ziet zo’n typische mastering chain er precies uit?
Frederik: “Die verschilt heel sterk per project, in die zin dat ik een heel groot arsenaal heb aan equalizers waar ik uit kan kiezen. Zo doen Tube-EQ’s heel dankbaar werk in bijvoorbeeld jazz, waar het heel belangrijk is dat de akoestiek van de ruimte overeind blijft. Ik heb ook EQ’s met spoelen die heel gesatureerd en heel compact in het laag zijn, wat mijn voorkeur heeft voor hiphop of metal. Ik heb ook heel snelle, snappy EQ’s die leuk zijn voor cleanere dance. Er zijn oneindig veel combinaties mogelijk.”

Hoe verschilt het masteringproces van een danceplaat ten opzichte van een rocknummer?
Frederik: “De basisprincipes komen op hetzelfde neer, alleen de keuze van de gear gaat verschillen. Vandaag heb ik bijvoorbeeld een Netsky-achtig danceproject gemasterd, en dat is een heel andere aanpak dan voor bijvoorbeeld een rockgroep. Voor dance gebruik ik veel multiband compressie: alle elementen moet heel duidelijk hoorbaar zijn, en ook zo luid mogelijk klinken. Die combinatie gaat spijtig genoeg altijd een beetje ten koste van de interactie tussen het laag en het hoog. Ik noem het de ziekte van deze tijd. Het is best mogelijk om alles extreem luid en in your face te krijgen, maar als je dat doet, haal je ook de gevoeligheden en de subtiliteiten eruit. Je kan niet alles hebben.”

Hanteer jij zogeheten reference tracks? Welke en waarom?
Frederik: “Een goede referentie is zowel voor producing als mastering onontbeerlijk. Als ik wat onzeker word over mijn gehoor zijn er twee tracks die ik steeds hanteer als een soort van resetknop: ‘Anyone’s Ghost’ van The National en ‘Magic Doors’ van Portishead. Je gehoor is namelijk niet altijd even scherp en je waarneming is nooit hetzelfde. Het ene jaar vind je donkere muziek goed klinken, en een jaar later vraag je je af waarom ze het niet brillianter hebben gemasterd. Door een referentie te gebruiken die je door en door kent, kan je veel beter inschatten waar de correcte balans zit.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Ik zie dat je veel verschillende limiters, compressors en equalisers gebruikt. Waarom heb je er eigenlijk verschillende nodig?
Frederik: “Het is net mijn persoonlijke approach die ervoor zorgt dat ik er spijtig genoeg zo veel nodig heb. Als je de vraag krijgt om iets 6dB luider te laten klinken zonder de mix te kleuren, dan heb je bijvoorbeeld heel transparant, clean materiaal nodig. Dat is overigens de old school manier van masteren. Soms heeft een producer wel een bepaalde visie maar heeft hij toch bijvoorbeeld de verkeerde preamps gebruikt, of bepaalde gebreken niet gehoord op zijn monitors. Dan is het belangrijk om een tegengewicht te kunnen bieden in de andere richting of om wel te kunnen vertalen wat hij voor ogen had. Dat is iets wat je kan bereiken met materiaal dat de sound een bepaalde ‘kleur’ meegeeft, door bijvoorbeeld harmonische distortion.”

Er wordt soms over een bepaalde compressors of EQ’s gesproken in termen als “muzikaal karakter”. Wat wordt daarmee bedoeld?
Frederik: “Met een muzikale EQ kan je bijvoorbeeld 12dB boosten in het hoog zonder dat je het gevoel gaat krijgen dat je heel het nummer doet wankelen. Als je dat met een transparante EQ zou proberen, ga je meteen een enorm resonante piek creëren en dat gaat onmiddellijk heel hard storen. Dat soort EQ is heel handig om iets op te kuisen of correcties te doen door te cutten. Eigenlijk is het simpel: een cleane EQ blijft de beste EQ om te filteren, terwijl een harmonische of ‘vuile’ EQ beter werkt om te boosten. Maar zoals dat meestal geldt, zijn er geen vaste regels. Het is en blijft een kwestie van aanvoelen welke techniek er nodig is in welke situatie.”

Is mastering iets wat je in bepaalde mate ook thuis kan doen? Hoe zou jij dit aanpakken met standaard plugins die je bij een DAW bijgeleverd krijgt?
Frederik: “Bij mij is de limiter sowieso de laatste stap. Die gaat alle laatste pieken opvangen die eventueel nog doorkomen. Daarvoor de compressor, en dan kan je kiezen. Zet je de EQ voor de compressor, dan kan je die gebruiken om bepaalde frequenties een beetje op te kuisen. Zet je de EQ na de compressor, dan kan je de effecten van de compressie in de verf zetten. Je kan het natuurlijk ook beide doen, dat kies je zelf. Persoonlijk zet ik mijn cleane EQ’s voor de compressie en mijn karakter-EQ’s erna.”

“Wat ik ook vaak doe, is een multiband EQ helemaal aan het begin van mijn chain steken, omdat in dat stadium de mix nog heel dynamisch is in het laag en het hoog. Daarna zet ik vaak nog een kleurende EQ om het karakter in de verf te zetten.”

“Alles extreem luid en in your face: de ziekte van deze tijd.”

Waarom is mastering de enige stap waar tegenwoordig nog hardware voor nodig is om je sound nét dat ietsje extra te geven? Waar schiet onze computer tekort en halen de transistors en lampenversterkers het van de CPU?
Frederik: “Vanwege de subtiliteit, het detail en de muzikaliteit die analoge gear te bieden heeft. Ik kan zeven hardware bakken achter elkaar zetten zonder eigenlijk iets te veranderen aan de settings, en dat alleen gaat de sound op een bepaalde manier kleuren. Tijdens mastering zit je eigenlijk op de laatste 6dB aan headroom, en op dat punt heb je naar mijn mening de imperfectie van elektriciteit nodig om je sound dat extra karakter mee te geven. De computer is te perfect, of te imperfect, al naargelang, om die details digitaal te vertalen.”

Stel, je bent producer en je eerste track is klaar om naar de masteringstudio gestuurd te worden. Aan welke specificaties moet je gerenderde audio voldoen en waar moet je zeker op letten?
Frederik: “De limiter moet sowieso van de masterbus af. Als er op de master die ik krijg een digitale limiter staat die 7dB’s zit af te snijden, dan heb ik helemaal geen headroom meer om mee te werken en gaat al de ziel onherroepelijk uit het nummer gemept zijn nog voor ik eraan begin. Voor de rest is ook de geluidskwaliteit belangrijk. Ik verkies 24bit en 48khz omdat je daaruit een heel mooi gedetailleerd laag en hoog kan krijgen.”

Een compressor op de masterbus, mag dat?
Frederik: “Zeker, daar ben ik zelfs voorstander van, mits het een compressor is die werkt op de vibe van het nummer zoals bijvoorbeeld de communicatie tussen de kick en de bas. Als de compressor enkel dienst doet als volumeboost, dan lijkt het me echter een slecht idee.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Heb je enkele tips voor producers die jouw leven als mastering engineer makkelijker kunnen maken? Problemen die bij voorkeur in de eindmix bijgeschaafd kunnen worden omdat het daarvoor in het masteringstadium te laat is?
Frederik: “Je moet beseffen dat ik slechts twee sporen heb om mee te werken als mastering engineer. Ook al kan er nog heel veel, ik kan geen reverbs of delays aanpassen. Ik kan bijvoorbeeld ook geen gitaren opeens donker laten klinken. Geen enkele mix is perfect, en ik ga dan ook op zoek om met de juiste combinatie van processors een meerwaarde te bieden door bepaalde elementen in de verf te zetten die volgens mij het uiteindelijke product ten goede komen.”

Zou het dan misschien een goed idee zijn om de mastering te laten doen door dezelfde persoon die de het nummer heeft gemixt?
Frederik: “Een producer die heel intens en lang aan een mix gewerkt heeft, gaat bepaalde tekortkomingen niet meer gewaar worden. De mix kan voor hem perfect klinken, maar als je diezelfde mix dan aan een ervaren mastering engineer laat horen, kan het heel goed zijn dat de mix volgens hem dull of te agressief is. Soms heb je als producer gewoon iemand nodig die in het eindstadium nog enkele cruciale beslissingen durft te nemen en die weet waar hij mee bezig is.”

Iemand zoals jij?
Frederik: “Dat klopt! (lacht)

jerboamastering.com