Jasper Maekelberg

“De diepte, de warmte en de kleur van het analoge chirurgisch uitwerken met de computer.”

De kans dat je op de radio muziek hoort met een Jasper Maekelberg-signatuur is tegenwoordig bijzonder groot. De twee singles van zijn groep Faces On TV werden volop opgepikt door Studio Brussel (in juni verschijnt de eerste ep) en daarnaast is/was de Gentse muzikant als producer en/of mixer ook betrokken bij opnames en albums van o.a. Jef Neve, Gabriel Rios, Nordmann, Protection Patrol Pinkerton, Tsar B, Soldier’s Heart, Bazart, Douglas Firs, Mintzkov, Marble Sounds, Amongster … Het mag duidelijk zijn: Jasper is hot en all over the place. Deze zomer speelt hij festivals met Faces On TV en daarna gaat hij op tournee met Warhaus, het zijproject van Maarten Devoldere van Balthazar. Maar eerst: een interview in Poppunt Magazine met een sound wizard en multi-instrumentalist die al van jongs af bezig is met muziek.

Jasper: “Ik heb muziekschool gevolgd. Piano was mijn eerste instrument. Toen ik twaalf was, ben ik beginnen drummen. Vanaf mijn zestiende – vrij laat, eigenlijk – kwam daar ook gitaar bij. Vooral omdat ik toen zelf nummers wou schrijven. Na de middelbare school heb ik deelgenomen aan het toelatingsexamen van het conservatorium in Gent. Ik wist niet precies wat ik mocht verwachten maar ik was geslaagd. In het andere geval was ik dokter geworden, of zo. Maar ’t werd dus vijf jaar de richting ‘Muziekproductie’. In het vierde jaar van die opleiding begon ik stage te lopen bij MotorMusic, de studio van Hans Bellens en Steven Maes. Als assistent ging ik helemaal op in de sfeer die er toen heerste. MotorMusic was net verhuisd en zowat alle engineers en producers van België kwamen eens langs om te kijken hoe de nieuwe studio er uit zag. Dat was een heel fijne periode. Als een echte geek bestuurde ik het mengpaneel en las ik de handleidingen van de opname-apparatuur. Ik heb toen ook heel veel opgestoken van mensen als Jo Francken, Werner Pensaert, Staf Verbeeck en Jeroen Swinnen.”

Onbewust nam je zaken van die ervaren producers over?
Jasper: “Bewust! Nee, ik zag hoe ze elk hun eigen manier hadden om op te nemen. Dat was heel interessant aan die stage. De aspecten die je aanspreken en kunt rijmen met je eigen smaak, neem je mee in je verhaal. Eerst moet je de basistechnieken van micro-opstelling, equalising en compressie goed onder de knie hebben. Pas daarna kan je gaan experimenteren. In the core gaat het altijd om hetzelfde. Er is een basis die genres overschrijdt. Het level en de compressie van de stem, de verstaanbaarheid, de juiste reverb: dat zijn allemaal heel belangrijke zaken. Ik heb veel geleerd van Werner Pensaert, ook al hebben we misschien niet altijd dezelfde smaak.”

“In de studio is er geen tijd voor bullshit. Als het goed is, is het goed. Maar als het niet goed is, moet je durven ingrijpen.”

“Ik heb Werner ooit gevraagd of ik mocht assisteren tijdens de mix van een plaat van Jef Neve. Ik heb Jef toen beter leren kennen. Waarop de vraag volgde om een keer samen te werken. Het is gek, ik begrijp soms nog altijd niet hoe ik er in ben gerold. Als je zelf muziek speelt, leer je veel mensen kennen uit de wereld (Jasper maakt(e) naast Faces On TV ook deel uit Manhog, Amongster, Yuko, red.). Dat speelt mee, denk ik. Plots kwamen er veel opdrachten binnen. Onder meer een samenwerking met Gabriel Rios. Dat MotorMusic me na mijn stage bleef vragen, heeft zeker ook geholpen. Een album van Mintzkov was, op vraag van de groep, mijn eerste grote productie. En mijn allereerste productie tout court? Dat moet op het conservatorium geweest zijn: een opname van Bear Run, waar ik toen zelf bij speelde (net als Justine Bourgeus aka Tsar B, red.). Ik voelde op dat moment nog niet echt de noodzaak om al producer te zijn, maar om geld uit te sparen kwam het goed uit dat iemand binnen de groep de muziek opnam.”

Het kan verkeren. Intussen ben je één van de meest gevraagde Belgische mixers/producers. Wat verwacht je van een sessie met een groep?
Jasper: “Ik neem op voorhand alles door met de band. Ik heb een vrij duidelijke eigen smaak. Natuurlijk pas je je aan naargelang de groep waarmee je werkt, maar er zijn wel bepaalde pijlers die ik belangrijk vind. De drumsound bijvoorbeeld: die kleurt een plaat misschien wel het meeste van alle instrumenten. Samen met de band bespreek ik welke snare, kick en cimbalen we gaan gebruiken. Ik heb zelf ook altijd hi-hats, percussie en andere kleine prullen voor handen.”

“Alles wat ik gebruik en doe in de studio, heeft met kleuren te maken. Ik wil altijd een bepaalde sfeer oproepen. Ik weet niet of je die signatuur echt hoort maar voor mij is het wel duidelijk. Mijn manier van werken kan nooit een dogma worden omdat ik op zoek blijf naar de volgende stap. Binnen een jaar zal mijn sound opnieuw geëvolueerd zijn. Dat weet ik zeker. Ik ben benieuwd waar de trip heen gaat. Na elke productie heb ik het gevoel dat ik stappen vooruit heb gezet. Als producer moet je een visie hebben. Daarom ben je in de studio. Om een band te helpen.”

Je lijkt me geen stresskikker. Ben je een leider in de studio?
Jasper: “Waarschijnlijk wel. In de studio is er geen tijd voor bullshit. Als het goed is, is het goed. Maar als het niet goed is, moet je durven ingrijpen, zeggen waar het op staat en naar een oplossing streven. Je moet benoemen wat er aan het gebeuren is, waar het schoentje knelt. Dat is heel erg nuttig voor een muzikant: als je bezig bent met je eigen partij of je eigen nummer is het vaak moeilijk om het overzicht te bewaren. Als je dit kan duiden als producer dan weet hij of zij hoe het beter kan. Maar ik ben ook wel empathisch, denk ik. Omdat ik zelf ook muzikant ben, weet ik hoe het voelt om een partij in te spelen. Je moet er ook rekening mee houden dat elke muzikant en ieder instrument anders zijn.”

“Een groep moet in de eerste plaats iets te vertellen hebben. De rest is inkleuring die het gevoel kan versterken of kapot maken.”

“Ik vertrek altijd vanuit een gevoel. Alles start vanuit de buik. Een groep moet in de eerste plaats iets te vertellen hebben. De rest is inkleuring die het gevoel kan versterken of kapot maken. Veel hangt af van de vibe en de kleur van de muziek. Als een song nood heeft aan een geprogrammeerde drum of een megastrakke beat, dan mag dat voor mijn part. Aan de basis hoeft er niet te veel geprocessed te worden maar daarna mag er volop geëxperimenteerd worden. Tweaken en muziek met de computer bewerken: daar ben ik wel fan van. Aan de andere kant heb ik Jef Neve, Nordmann en Douglas Firs volledig live opgenomen. Als een band nood heeft aan die eerlijkheid, dan ga ik daar in mee. Ik sluit niets uit. Het belangrijkste blijft dat een band iets moet te zeggen hebben. Als producer ben je er mee verantwoordelijk voor dat je iemands muziek gelooft. Muziek moet je raken. Horen en geloven, hé.”

Help je soms mee met het schrijfproces van een band?
Jasper: “Soms is een meer doorgedreven productie nodig. Als de songs nog niet sterk genoeg zijn, reik ik wel eens akkoorden, lijntjes, structuren … aan. Ik hoor vaak ook snel een extra riedeltje of een bepaalde melodie bij een nummer. Die ideeën belanden daarom niet altijd op een plaat maar ze ontstaan wel heel spontaan. Ik denk daarentegen wel veel na over groove. Je moet kunnen dansen op muziek. Of er op zijn minst toch op de juiste manier op kunnen bewegen. Dat vind ik heel belangrijk. Er mag niets in de weg zitten waardoor je uit de flow raakt.”

Vind je het belangrijk dat je producties radiovriendelijk zijn?
Jasper: “Daar ben ik niet zo hard mee bezig. Is mijn sound gepolijst? Ik vind dat een woord met een rare bijklank. De cleane sound die nu in veel popproducties aan het heersen is, vind ik niet zo mooi. Ik ben iemand die speelt met tape delays, ruis en andere goed geplaatste vuiligheid. Maar ik ben ook fan van diepte en openheid in de mix. Ik heb liever één bepaald element dat zwaarder is dan de rest van de muziek: een kapotte drum of één specifieke gitaarriff. Dat zorgt voor meer contrast. Subtiliteit is ook een rode draad doorheen mijn producties. Als ik na een derde beluistering van een plaat iets hoor kietelen in mijn rechteroor dat ik nog niet eerder had gehoord, dan vind ik dat megawijs. Ik probeer dat ook met mijn eigen producties.”

Qua denken en handelen zou ik je tussen Kevin Parker (Tame Impala) en Nigel Godrich (producer van o.a. Radiohead) situeren. Je bent een creatieve multi-instrumentalist die bezeten is door sound.
Jasper: “Ik ben fan van beide heren. Ik heb heel veel geleerd door te luisteren naar de producties van Godrich. Hij is ook een adept van de analoge opnamewereld. Ik gebruik vaak analoge tape om bas- en drumpartijen op te nemen. Dan neem je de analoge wereld mee in de computer. De diepte, de warmte en de kleur van het analoge chirurgisch uitwerken op de computer: dat probeer ik altijd te doen.”

Opvallend: hoewel Maarten Devoldere eigenlijk zelf producer is, ben je – net als Jeroen Swinnen – de co-producer van Maarten zijn soloproject Warhaus.
Jasper: “Maarten is al heel lang bezig met die opnames. Hij had me gevraagd om enkele gitaren in te spelen en het bleek te klikken. Het was een natuurlijk proces. Door Faces On TV merk ik dat zelf ook: je eigen band of soloproject producen is moeilijker dan een plaat van iemand anders mee vorm geven. Je botst op jezelf als je je eigen muziek opneemt. Daarom is een goed klankbord belangrijk: iemand waarbij je je werk kan aftoetsen, die eerlijke commentaar geeft en dingen aanreikt die je soms over het hoofd ziet als je bezig bent met je eigen muziek. Met Pieter-Jan Maertens (producer van o.a. de tweede plaat van ID!OTS, red.) heb ik zelf ook wel zo iemand waarmee ik nauw kan samenwerken.”

“Muziek moet je raken. Horen en geloven, hé.”

“Als ik iemand anders zijn plaat aan het producen ben, heb ik een duidelijk beeld van wat er moet gebeuren. Als muzikant die zelf songs schrijft en opneemt, is het mijn taak om de ganse tijd te twijfelen. Dat gaat vanzelf als je je kwetsbaar opstelt. In die zin is de muziek van Faces On TV persoonlijk, maar dat betekent niet dat mijn producties van andermans werk onpersoonlijk zijn. In alles wat ik doe, zit een stuk van mezelf. Het plan is om de komende tijd wel minder producties te aanvaarden. Ik heb me de voorbije twee jaar kapot gewerkt. Deze zomer gaan we eerst veel spelen met Faces On TV en dan ga ik op tournee met Warhaus. Daarna zien we wel.”