Gentlemanagement-KBL1

Inge De Bruyn, Eric Didden en Christoffel Cocquyt (Gentlemanagement)

10 jaar goed voor artiesten

“Je moet opletten met te zeggen dat het goed gaat.” Gentlemanagement twijfelde of het wel een goed idee was om het tienjarige bestaan van het kantoor te vieren met een feestje voor een schare bevriende collega’s uit de sector. Inge De Bruyn, Eric Didden en Christoffel Cocquyt besloten het toch te doen, op een bescheiden manier. Maar Gentlemanagement boert prima en er mag met trots teruggeblikt worden op het parcours van de voorbije tien jaar. Het managementkantoor staat op de kaart en heeft een breed roster met veel uitstraling. Poppunt had een dikke proficiat in de aanbieding, sprak met de drie oprichters en had het over templates die je niet kan kopiëren en uitslagen en eindmeten die er niet zijn.

Herinneren jullie zich nog in welke geest jullie Gentlemanagement destijds hebben opgericht?
Eric (manager van Triggerfinger, Dez Mona, DAAU, Douglas Firs, Sherman): “In tegenstelling tot de voorgaande generaties, waar managers duistere figuren waren die vage deals sloten die vaak ook voor hun groepen onduidelijk waren, wilden we correct omgaan met artiesten. A gentle approach to artists: dat was de insteek. We hebben ook altijd gezegd dat we niet alleen maar tussen Diksmuide en Tongeren wilden opereren. We wilden ook iets voorstellen in Nederland en indien mogelijk verder uitplooien naar Europa en de rest van de wereld.”

Christoffel (manager van Selah Sue, Gabriel Rios, Delv!s): “In de periode 2000-2002 zag je veel veranderen in het landschap van de platenfirma’s. Door de crisis in de muziekwereld merkte je dat de labels minder taken op zich namen. Ze tekenden weliswaar meer groepen, maar hadden minder tijd om de promo en de A&R van die artiesten te doen. Je zag alles shiften naar het management. Zelf heb ik in het verleden mijn job als manager van Soulwax gecombineerd met een A&R-functie bij [PIAS]. Ik deed dat heel bewust. Als je maar één groep of job hebt, bestaat het gevaar dat je verkeerde keuzes moet maken omwille van financiële overwegingen. We hebben er als kantoor altijd naar gestreefd om creatieve en artistieke beslissingen te kunnen nemen. Ik denk dat het daarom goed is om een breed roster te hebben. Op die manier is er ook minder tijdsdruk.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Het feit dat jullie de krachten hebben gebundeld, is wel een sterkte, niet?
Inge (manager van Racoon, Novastar, King Dalton, Chantal Acda, Creature With The Atom Brain): “Dat is heel organisch verlopen. Vanaf het begin sloot de geest waarin we alle drie met management bezig zijn nauw bij elkaar aan. En omdat we allemaal een compleet andere achtergrond hebben, konden we expertise met elkaar delen. Christoffel had A&R knowhow, Eric had heel veel ervaring met het livecircuit, en ik had een juridische achtergrond.”

Eric: “Je leert elke dag bij, hé. In dit vak zijn er altijd nieuwe problemen en raadseltjes die je moet zien op te lossen. Maar ervaring helpt zeker om dingen op tijd te counteren.”

Management is niet gemakkelijker geworden?
Eric: “Integendeel. Er is een enorme concurrentietoename. En er is een zekere verzadiging op de markt.”

Christoffel: “Qua groepen, niet wat managers betreft.”

Eric: “Klopt. Muziek is ook geen exacte wetenschap. A + B + C is niet automatisch D. Als twee belangrijke zenders zeggen dat ze de muziek van een bepaalde groep niet gaan draaien, dan ben je toch beperkt in je ontwikkelingsmogelijkheden. Het doet altijd wel zeer als iets niet opgepikt wordt door de radio. Maar je kan dan volwassen gesprekken voeren met de mensen die de beslissingen nemen en proberen een gezond plan uit te dokteren.”

Inge: “Wat management zo gevarieerd maakt, is dat je elke groep op zijn eigen niveau moet bekijken. Je kan geen template van groep A toepassen op band B en verwachten dat het scenario hetzelfde zal zijn. Nee, je benadert elke groep vanuit de mogelijkheden die je voor die specifieke band ziet. Werken met een nicheband is helemaal anders dan het management van een mainstreamgroep. Wat je kan doen voor een nicheband is – om het met een lelijk woord te zeggen – volume creëren in verschillende landen. Omdat je weet dat je binnen een bepaald territorium snel aan je maximum zit.”

Eric: “Dez Mona zat in zekere zin aanvankelijk ook in een niche, maar is daar stilaan uitgegroeid, en dat wil ik nu verder trekken. De internationale ontwikkeling is wat achter gebleven. Jammer, want ik geloof nog altijd in het potentieel van de groep. Er zijn geen vanzelfsprekendheden, natuurlijk. Ik denk dat we er tot nu toe behoorlijk in geslaagd zijn een draagvlak te creëren voor onze groepen. Al vind ik dat je moet opletten met te zeggen dat het goed gaat. Zoals Inge ook aangaf: elke band is een ander verhaal.”

“Rond elke groep de juiste entourage vinden: dat is het moeilijkste.”

Christoffel, wat is voor jou het moeilijkste ondanks de tonnen ervaring en de goede strategieën?
Christoffel: “Rond elke groep de juiste entourage vinden: dat is het moeilijkste. Omdat je vanuit een klein territorium opereert, snap ik dat muzikanten bijna genoodzaakt zijn om op verschillende paarden te wedden en in een aantal bands te spelen. Prioriteiten zijn niet evident voor een startende band, terwijl die eigenlijk echt nodig zijn. Als jonge groep moet je op een bepaald moment in je carrière alle opportuniteiten kunnen benutten. En niet twee dagen rondbellen of iedereen van de band wel beschikbaar is. Meer en meer zien labels in dat ze niet alleen op zoek moeten gaan naar een goede artiest maar ook naar talentvolle groepen met een goede entourage. Net omdat platenfirma’s niet meer alle taken op zich kunnen nemen, is het belangrijker geworden dat groepen een structuur hebben. Een goede crew is belangrijk. Er zijn jammer genoeg te weinig geschoolde mensen in België. En welke labels hebben de knowhow, de background en de bagage om het plaatje te doen kloppen?”

“Zoals Inge ook zei: je kan geen templates toepassen op bands. Je moet altijd mensen vinden die het specifieke verhaal van de groep begrijpen. Zowel op artistiek als op persoonlijk vlak. Waar wil een band naartoe? Niet elke groep wil ongelooflijk groot worden. De artiest in kwestie weet het misschien zelf niet of verandert onderweg van strategie.”

Aan jullie dan om een koers uit te stippelen samen met de groepen?
Inge: “Sowieso in samenspraak met de artiest. Dat vind ik ook zo’n old school mentaliteit: de manager die beslist waar het heen moet met de band. Oké, je stuurt dat ergens een beetje maar je kan niet tegen de wensen of het karakter van je band in gaan.”

Christoffel: “Het kan soms wel, hé. Maar dan moet je dat beredeneerd doen.”

Eric: “Bands behoeden voor een foute stap, dat hebben we altijd willen doen. Dankzij de ervaring kunnen we al eens zeggen aan een groep wanneer het goed is om te schakelen of iets net niét te doen. Vaak hebben jonge bands ook een zekere zakelijke naïviteit. Omdat ze twijfelen? Vooral omdat ze nog niet voldoende ervaring hebben.”

Christoffel: “Twijfel is sowieso inherent aan grote artiesten. Altijd.”

Inge: “Bands managen is niet altijd even eenvoudig. Ik verwacht van artiesten dat ze er in dit moeilijke tijdperk even hard mee bezig zijn als het management. Twee, drie dagen je mails niet checken of onbeantwoord laten is not done. Alles gaat zo snel tegenwoordig. Je kan het je niet permitteren om tijd te verliezen.”

Christoffel: “We proberen de ondersteuning van onze bands zo breed mogelijk te maken. Je kan volgens mij maar een beperkt aantal bands managen. Eric is daar flexibeler in dan ik. Ik kan moeilijker switchen tussen bands. Ik denk dat ik maximaal vier groepen kan managen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Inge, dan heb je in de ogen van Christoffel wellicht een heel brede portefeuille: Novastar, Creature With The Atom Brain, King Dalton, Racoon, Chantal Acda, Lyenn …
Inge: “Je hebt verschillende types bands. Racoon en Novastar zijn heel erg arbeidsintensief. Er komt ook heel veel administratie aan te pas bij die groepen. Ik zou niet nog eens twintig groepen van die orde kunnen doen. Wat ik er wel kan bijnemen, zijn acts als Lyenn en Chantal Acda. Dat zijn verschillende artiesten, maar binnen een bepaald segment kan je met hen een gelijkaardig pad bewandelen. Beide acts zijn terug te vinden in hetzelfde circuit. De contacten die je voor hen moet aanspreken zijn gelijkaardig. Dat maakt het iets minder arbeidsintensief.”

Managers staan traditietrouw vrij dicht bij de platenfirma. Een goede zaak?
Christoffel: “Het is niet echt de job van de artiest om zichzelf bij een label te verkopen. Dat is moeilijk, hé.”

Eric: “Het gebeurt dat bepaalde labels jonge artiesten benaderen – of omgekeerd – en een overeenkomst sluiten. Daarna komen die groepen dolgelukkig bij ons aankloppen: we hebben al een deal. Als je dan ziet waarover het gaat, denk je al gauw: oei, jullie hadden op voorhand toch misschien beter een manager aangesproken.”

Inge: “De streken van de labels? Misschien wel.”

Eric: “laten we er ons niet te fel over uitspreken. (lacht)

Christoffel: “Ergens is het ook normaal, hé. We hebben het in het verleden al vaker gezien. Er zitten ook bij ons een aantal bands waar we nog enkele jaren ons huiswerk aan gehad hebben. Gabriel Rios, bijvoorbeeld. Ik vind dat een heel spijtig verhaal. Die jongen heeft acht jaar met de rem op gespeeld. Hij is daar sinds een kleine twee jaar van af. Hij had destijds geen entourage, sprak geen Nederlands en heeft toen alles getekend wat ze hem onder zijn neus hebben gestoken. Dat is heel erg en triestig. Dat is echt wel één van onze taken: artiesten behoeden voor stommiteiten als ze jong zijn. En de zaken open houden om de juiste dingen te doen als het moment er is.”

“Ik verwacht van artiesten dat ze er even hard mee bezig zijn als het management.”

’t Moet wel een kick geven als jullie de artiest eerst goed omringen en daarna zien dat het verhaal succesvol wordt.
Inge: “Ik weet dat we drie jaar geleden een gat in de lucht sprongen toen we met Racoon in de Heineken Music Hall in Amsterdam mochten spelen. Intussen is de groep nog groter geworden en was er een show in de Ziggo Dome, een zaal in Amsterdam met een capaciteit van 15.000 mensen. Het rare is wel dat de kick er wat af gaat nadat je band drie keer in de Heineken Music Hall heeft gestaan. Wat niet wil zeggen dat je met een veel kleinere overwinning van een andere band niet opnieuw dezelfde kick kan beleven.”

Eric: “Natuurlijk zijn er veel kippenvelmomenten. Met Triggerfinger hebben we vorig jaar de HMH gedaan en dat was absoluut een overwinning. Omdat Triggerfinger sowieso een band is die minder op de radio te horen is en veel via het livecircuit heeft bereikt.”

Nooit schrik? Een groep kan op zijn top zitten qua succes en vervolgens zachtjes of heel snel naar beneden komen.
Eric: “Ik denk dat je gewoon moet uitkijken om geen paniekvoetbal te spelen als het minder wordt. ‘I Follow Rivers’ was een atypisch nummer in het repertoire van Triggerfinger. Het is in heel Europa op de radio geweest. Dat was geen vergiftigd geschenk. Die cover klonk helemaal anders dan de rest van hun muziek maar het heeft veel deuren geopend en de stijgende lijn van de livecarrière versneld. Het is de groep op alle vlakken ten goede gekomen. Was het een compromis? Nee, het was echt wel een toevalstreffer. Nadien hebben we daar natuurlijk op gewerkt om het op een hoger plan te krijgen. Het is niet zo dat het alleen maar een virale hit was, of zo. Erna zat je met een piek van heel grote zalen in bepaalde landen van Europa. Als dat niet opgevolgd wordt met singles die op diezelfde radio’s gespeeld worden, dan weet je dat je terugvalt op je basispubliek.”

Inge: “Dat basispubliek is dan natuurlijk wel groter geworden.”

Eric Didden© Koen Bauters
Eric Didden© Koen Bauters

Waar ligt de kick voor jou, Christoffel?
Christoffel: “Die kan overal liggen. Dat is het fijne maar ook het frustrerende aan muziek. Het is niet zoals sport: je hebt geen finish of uitslag. Je hebt nooit gewonnen. De consequentie van niet winnen, is dat je ook nooit hebt verloren. Dat is fijn en soms niet. Omdat je toch streeft naar een aantal doelen. Maar die kicks kunnen dus van alles zijn. Een fantastisch goed concertje, bijvoorbeeld. Grote optredens mogen ook, maar dat hoeft niet altijd. Ik herinner me nog altijd wat Gabriel Rios tegen me zei toen hij van het podium van Vorst Nationaal stapte: ‘dit vond ik niet leuk, dit wil ik nooit meer doen.’ Rios wil vooral de baan op gestuurd worden en zonder al te veel toursupport spelen in het buitenland. Zulke dingen bespreek je met elkaar. Creatief gezien is het ook belangrijk. Een artiest mag niet in zijn comfort zone blijven. Dat is leuk, maar het blijft er niet leuk.”

Eric: “Noel Gallagher die over Douglas Firs zei: ‘I like this instantly.’ Dat gaf een kick vergelijkbaar met toen Josh Homme, Muse en Dave Grohl dertien jaar geleden over Millionaire zeiden: ‘This is fucking unbelievable.’ Op die manier heb je exposure naar het doelpubliek van die bands. Daardoor heb je nog geen concert bijgeboekt of een plaat meer verkocht, maar er is plots wel iemand die zijn duim omhoog steekt en andere mensen mee over de streept trekt.”

Een goed verhaal helpt altijd, niet?
Christoffel: “Het verhaal moet je altijd zelf creëren. Dat doe je door inhoud. Dat is de essentie. Zodra je iets doet, creëer je inhoud, en dat verhaal moet je zo juist mogelijk brengen en maken. En op lange termijn denken. Altijd.”

Inge: “Je mag je ook niet laten meeslepen door het ongeduld van de artiest.”

Christoffel: “De waan van de dag: in die wedren mag je niet meegaan. Het woord momentum bestaat ook niet voor mij. K’s Choice is zo lang weg geweest, en nu staat de groep er terug met een heel sterke single. Goede muziek: dat blijft de essentie.”

Inge De Bruyn© Koen Bauters
Inge De Bruyn© Koen Bauters

Zijn jullie strijdvaardig voor nog eens tien jaar of langer?
Inge: “Eric niet. (lacht) Hij mag niet meer mee.”

Eric: “Er staat geen pensioenleeftijd op managen.”

Christoffel: “Het wordt toch wat gênant op een bepaald moment. (hilariteit) Je moet de juiste voeling blijven hebben. Ik denk dat we ons daar bewust van zijn. De invulling van het kantoor gebeurt ook in die spirit. We hebben hier een aantal junior managers in huis: Jef Verheijen (The Spectors, red.) en Stijn Maris (The Subs, AKS, red.), bijvoorbeeld. Zij zijn heel erg thuis in bepaalde genres en subgenres. Stijn kent groepen die wij niet kennen. Ik heb wel voeling met elektronische muziek maar ik weet niet of ik dat binnen tien jaar nog zal hebben. Dat is ook niet zo erg. Het is aan de jonge mensen die we aan boord halen om binnen vijf jaar, met de expertise die we aanreiken, een nieuw elan te geven aan het kantoor.”

Je ziet het al voor je dat de druk zal afnemen?
Christoffel: “Nee, dat denk ik niet. Dan moet je stoppen. Uitbollen, dat gaat niet in management. Je mag je groepen dat niet aandoen. Zij voelen dat ook. Je moet er altijd 100 procent voor gaan. Het is weer hetzelfde: je kan geen templates gebruiken. Je blijft in een constante communicatie. Je kan dat niet doen in een soort van uitbolmodus.”

Eric: “Je moet altijd op je hoede blijven. Moeten we diplomatisch zijn? Ik denk dat de oude stijl van overal op tafel kloppen niet meer overal werkt. Het kan zich tegen je keren. Maar het betekent niet dat je het eens niet mag doen als het nodig is.”

Inge: “Artiesten zijn mensen. Net als managers. Iedereen heeft nu eenmaal zijn eigen manier van werken en communiceren. Het moet klikken met je groepen. Het is ook belangrijk om een goede relatie te hebben met de entourage van je bands. Je kan een goede boeker hebben, maar als het tussen de band en de boeker of tussen het management en de boeker niet goed zit op persoonlijk vlak, dan heeft de samenwerking weinig zin. Je werkt niet alleen traag op die manier, je weet dan ook dat alles wat je doet onder een microscoop wordt bekeken.”

Christoffel Cocquyt© Koen Bauters
Christoffel Cocquyt© Koen Bauters

Van Christoffel weet ik dat hij een goede psycholoog is die weet hoe je kan sturen – om het woord manipuleren niet te gebruiken.
Christoffel: “Misschien is dat dankzij mijn opleiding psychologie. Het gaat veeleer over inzichten in de manier waarop artiesten denken. Nu goed, om het nog even over de toekomst te hebben. Veel zal afhangen van de volgende subsidieronde. Onze toelage is al een paar keer een beetje afgekalfd.”

Christoffel: “We willen blijven doen wat we doen met een aantal jonge bands en het developing personeel dat er nu is. Als er minder subsidies zouden zijn, dan zullen we het wat moeten herdenken. Ik hoop dat we dat niet moeten doen. Het is soms wel frustrerend dat we daar al mee bezig moeten zijn. Maar aangezien we aan langetermijndenken doen, zijn we heel snel op dat punt.”

Eric: “In sommige Europese landen is er ook steun vanuit het departement economie. Eigenlijk is dat essentieel. Muziek wordt aanzien en aanvaard als een industrie. Je exporteert cultureel talent en dat heeft een economisch gevolg. Daar wordt hier soms te weinig bij stil gestaan.”

Inge: “Een bijkomend probleem is dat in België traditioneel gedacht wordt op maat van de klassieke muziek. In die branche zijn echter totaal andere modellen van toepassing. Zolang het beleid beslissingen neemt met de klassieke sector in het achterhoofd, dan kom je er niet. Ik word kwaad als ik nu de discussies hoor over de CAO’s voor de podiumkunsten. Die gaan volledig uit van de klassieke sector. Wij zijn daar niets mee, dat werkt ons tegen. Ze denken goed te doen terwijl ze eigenlijk meer kwaad aanrichten voor de pop en rock. Een warm pleidooi voor beterschap? Ja. En een vraag om pop en rock ook te bekijken als een commerciële sector.”

Christoffel: “Als ik zo de plannen lees, denk ik toch dat ze wel een aantal dingen begrepen hebben.”

Inge: “Met minister van Cultuur Sven Gatz hebben we meer een econoom in huis dan met Joke Schauvliege.”

Eric: “Hij heeft een aantal inzichten die er voordien niet waren.”

Inge: “Hij is een businessman. Punt.”

gentlemanagement.be