dossier_hiphop2

Hiphop in Vlaanderen

kunst- en vliegwerk met flink wat improvisatie en doorzettingsvermogen

Hiphop in Vlaanderen? Toen ik als jonge snaak midden jaren negentig het onderwerp koos voor een eindverhandeling, was het relatief overzichtelijk: je had Fresh Beat Productions als incubator in Antwerpen, de scene rond Rhyme Cut Core (aka dj-sensatie Grazhoppa en “de Gentse pornokoning” TLP) in Gent, en het prille begin van ABN in Mechelen. De grootste Vlaamse raphit tot op dat moment was ‘Moah Ven Toh’ van Will Tura (1992) …

Ik kan dit scene report alvast beginnen met goed nieuws: de toestand is onherkenbaar verbeterd. Hiphop in Vlaanderen lééft, maar heeft wel nog een hele weg voor de boeg. De goesting is er alvast, en met vallen en opstaan wordt langzaam maar duidelijk terrein gewonnen. Als we even terugblikken, lijkt het fel gecontesteerde artikel in De Standaard over Belgische hiphop een kantelmoment te markeren. ‘Vlaamse hiphop? Sorry, niet goed genoeg’, zo kopte de krant op 7 februari 2012. Na de eerste golf van verontwaardiging (gepaard met luidruchtig protest op sociale media) trok doorheen de scene een vlaag van introspectie, waaruit blijkbaar het besluit werd getrokken om het ongelijk van die stelling te bewijzen door keihard aan de eigen weg beginnen timmeren.

Waar komen we vandaan?

Niet dat hiphop in Vlaanderen al die tijd morsdood is geweest. ABN en hun frontman Quinte scoorden nog enkele bescheiden successen. Eind jaren negentig verscheen als donderslag bij heldere hemel ‘Dommestik En Leverancier’, de eerste single van ’t Hof van Commerce – oorspronkelijk bedoeld als halve grap, en door velen waarschijnlijk vooral als een geslaagde grap beschouwd. Hoe dan ook: het werd een monsterhit, en even konden enkele Vlaamse crews genieten van een brede mediabekendheid, maar met uitzondering van ’t Hof was er niemand die dat succes jarenlang kon bestendigen. In de ondergrond overal te lande woelde volop talent dat kwaliteit kon leveren, maar vooral in eigen kring werd gewaardeerd: PhilliBustas uit Leuven, Beat Drunx uit Aalst/Turnhout (wiens ‘Brewed & Bottled’ een ware cultplaat is geworden), of de volledig op en uit zichzelf bestaande “Genksta rap” scene in de Limburgse Mijnstreek. Sporadisch mocht een artiest even op wat meer belangstelling rekenen (Indigenous, De Nihilisten), maar voor de media en het grote publiek bleek hiphop telkens weer te ver van hun bed om echt aan te slaan.

Vanwaar die langdurige onverschilligheid? Wie kan het met zekerheid zeggen? Het is echter belangrijk te beseffen dat de term “hiphop” voor een leek nog steeds vooral een muzikaal genre duidt, met een duidelijk herkenbaar geluid naargelang de trend die op dat moment in zwang is. Voor de insider is hiphop echter altijd een veelzijdige cultuur geweest, met een geschiedenis die terugreikt tot de Afrikaanse muziek- en woordtraditie, en die zowel zwarte Amerikaanse dansmuziek als Europese synthesizermuziek in zich verenigt. Daarnaast omvat hiphop dan nog poëzie en literatuur, dans, graffiti en andere street art, mode en lifestyle, films, comics en televisieseries. Wie niet spontaan zelf binnen de cultuur op onderzoek gaat, kan maar moeilijk grip krijgen op deze veelzijdigheid en blijft makkelijk steken in een oppervlakkig clichébeeld.

© Lizairo
© Lizairo

Maar bovenal is hiphop een creatief principe, waarbij wordt uitgegaan van een ware MacGyver aanpak door improviserend te werken met de middelen die voorhanden zijn. Zijn het een stel platen en een platendraaier? Dan maak je daar muziek mee. Zelfs dat niet? “Make the music with your mouth”, zoals rapper Biz Markie zou zeggen. Die radicaal doorgetrokken doe-het-zelfaanpak kenmerkt elke creatieve golf die de cultuur sinds zijn ontstaan heeft meegemaakt. Het lijkt erop dat Vlaanderen sinds kort zijn eigen versie hiervan heeft ontwikkeld. Na al die tijd ietwat stiefmoederlijk te zijn behandeld in de media, is hiphop nu op eigen kracht bezig het respect van een breder publiek voor zich te winnen.

Waar zijn we?

Na jaren van lokale huisvlijt, goed luisteren naar de internationale voorbeelden en op tijd en stond geschoffeerd worden door neerbuigende artikels in de mainstream media, staat hiphop in Vlaanderen klaar om ernstig te worden genomen. De eerste tekenen zijn er al: de Gents-Mechelse alliantie Safi & Spreej heeft op enkele jaren een bewonderenswaardige fanbase opgebouwd, en de heren staan nu zelfverzekerd klaar om met een toegankelijker geluid nog hoger te reiken – met het nieuwe album ‘Trots’ (mei 2015) komt de mainstream stilaan in zicht. Tourist LeMC begon ooit als rapper pur sang, maar heeft recentelijk weer aansluiting gezocht bij de Vlaamse kleinkunst en folk, met gasten als Flip Kowlier en Bart Peeters op zijn meest recente album. Het is opmerkelijk dat deze acts zich uiteindelijk openlijk richten op een “cross-over” publiek zoals dat heet – muziekliefhebbers die al affiniteit hebben met andere, meer gevestigde genres. Een volbloed hiphopartieste waar de mainstream wél oren naar heeft (in België, maar stilaan ook Nederland) is natuurlijk Coely, die met haar volgende release het succes van de single ‘Ain’t Chasing Pavements’ moet bevestigen.

Naast deze gereputeerde namen herbergt Vlaanderen een ware broeihaard aan lokale initiatieven, die met wisselend succes hun publiek proberen uit te breiden van plaatselijk naar min of meer nationaal. Voor beatproducers (een levendige subcultuur die nog te vaak over het hoofd wordt gezien) bestaan er geen grenzen meer: via het internet is het een makkie geworden om je eigen producties aan te bieden op gespecialiseerde websites. Verschillende Vlaamse beatmakers hebben zelfs al werk geleverd voor Amerikaanse rappers, al blijft de erkenning voor die prestatie natuurlijk eerder bescheiden.

Populaire acts worden vaak gekaderd als “hiphop die het genre overstijgt”, alsof ze daarmee een spijtige beperking hebben overwonnen.

Het is onbegonnen werk om een compleet overzichtelijke staalkaart te bieden van hiphop in Vlaanderen anno 2015. Maar een aantal lokale labels zijn stevig op weg om een gedegen publiek voor zich te winnen. Algemeen wordt het label Eigen Makelij uit Antwerpen beschouwd als een speerpunt in de Vlaamstalige hiphopscene. In 2008 werd het label opgericht voor de release van ‘Koekembak’, het debuut van de Antwerpse formatie 2000Wat. In de daaropvolgende jaren werden verschillende talenten geplukt uit de entourage van de crew (waaronder ook Tourist LeMC). Nog later werden ook artiesten van buiten Antwerpen aan het roster toegevoegd: Safi & Spreej met hun debuutplaat, en de jonge belofte Tiewai uit Genk. Andere opmerkelijke namen op Eigen Makelij zijn de absurde mafkezen van Team Panini, de manische rapper Pepe (wiens grootstadsrap ‘Straten Van Antwerpen’ het beste doet vermoeden voor de toekomst) en de rijzende sterren Diamantairs.

Het label SG (“Scheef Gon”) Records opereert in de marge van ’t Stad, maar heeft toch al een stevige eigen identiteit neergezet met een ruwe, agressieve aanpak, vakkundige producties en een output die aansluit bij de aloude hiphoptraditie van “the dozens” (snel omschreven: het verbaal afmaken van de tegenstander), doorspekt met een onbehouwen gevoel voor scheve humor. Het label biedt echter ook onderdak aan Seba, een jonge snaak met een meer introverte en bescheiden poëtische stijl. Samen met rijmbroeder Karma dropte hij zopas ook het album ‘Puur’, een zeer competente plaat vol afwisselend zweverige en aanstekelijke funk en goedgeluimde teksten.

In Antwerpen is het verder uitkijken voor Darrell Cole (al jaren een vaste waarde in de lokale scene), Antwerp’s Finest (nog wat ruw maar met veel potentieel), Rupelsoldaten (hiphop aangelengd met een stevige scheut reggae) en Grey, die naast de raps ook zijn eigen producties verzorgt. Een buitenbeentje dat toch het vermelden waard is: Abraham Blue, een zeer beloftevolle R&B-zanger van nauwelijks 20 die met mondjesmaat zijn producties vrijgeeft: warme soul met een eighties boogie gevoel.

© Lizairo
© Lizairo

Mechelen was ooit een bakermat van Vlaamse hiphop dankzij het pionierswerk van ABN, maar van die scene blijft nog weinig overeind. De stad is wel de thuisbasis van het zeer actieve label Marmalade Productions, dat met de beatboxer Fatty K zelfs een heuse BV in huis heeft. Ook de Mechelse rapper Bringhim kan wel eens op het randje van een doorbraak staan – zijn geluid is in elk geval internationaal genoeg om dat te bewerkstelligen. Ook Soul Art wordt getipt als een naam om in de gaten te houden.

Een beetje verderop, in Leuven, is de spoeling nog dunner. Je hebt er weliswaar de creatieve kweekvijver Up High Collective, maar hun output omvat veel meer dan enkel hiphop. Met DJ Dysfunkshunal heeft de stad ook nog steeds een internationaal gerenommeerde turntablist in huis die overal ter wereld zijn kunsten gaat vertonen (hij is ook de vaste deejay van dienst bij Safi & Spreej). Maar als het op plaatselijk jong talent aankomt, geraken we niet verder dan de sympathieke mixtape ‘Op De Kaart’ (2013) van hiphop-producer Putty, die hierop samenwerkte met zeventien plaatselijke rappers.

In Limburg houdt de Genksta rap nog steeds trots stand dankzij veteranen uit de scene als Don Luca en Onze Zaak. Voornoemde Tiewai heeft alles om een groter publiek te bereiken, terwijl de uitgeweken Genkse rapper Nupstr al jarenlang gestaag aan zijn carrière werkt. De provincie bevat ook enkele witte raven – in één geval zelfs letterlijk. Batteraaf (een naar Antwerpen uitgeweken Limburger) heeft een eigen plek verworven door ongedwongen de kronieken te zingen van zijn geboortestreek, vermengd met anecdotes uit zijn alledaagse leven. Ivory Gates zoekt dan weer aansluiting bij de experimentele rap van voorbeelden als Atmosphere. En de Hasseltse dj Mr. Critical heeft nationaal een mooie reputatie opgebouwd met rotaanstekelijke sets vol hiphop- en funkbreaks.

Waar zijn we nog?

Net als Antwerpen is ook Gent doorheen de jaren een betrouwbare bron van kwaliteitsvolle hiphop gebleven. Er is nog steeds een zeer actief netwerk van organisaties en evenementen, maar de artistieke output blijkt tegenwoordig wat beperkter. Naast Safi & Spreej is ook Uberdope een gevestigde naam geworden dankzij een opgemerkte passage bij de Nekkawedstrijd, een wekelijks item in Iedereen Beroemd, en een muzikale aanpak die tegenwoordig voluit voor de dansvloer en de radio gaat. De heren hebben in 2012 wel het label Fake Records opgericht om plaatselijk talent professioneel te ondersteunen. Met de West-Vlaming Brihang (zie hieronder) lijkt die opzet zijn vruchten af te werpen, en ook het (eveneens West-Vlaamse) collectief NTREK staat in de coulissen te wachten om potten te breken. Voor meer plaatselijk talent is er in Gent ook het label Rauw & Onbesproken met rappers als Faith, Froze en Raab. Tenslotte graag uw aandacht voor Moontroop uit Aalst, met voormalige leden van Beat Drunx en een ambitie die over de landsgrens reikt. Eén van hun producers resideert dan ook in Berlijn en de crew ontdekte via het internet zowaar een fanbase in Polen.

Zo afwezig als deze muziek is in de nationale media, zo alomtegenwoordig is ze op het internet.

Het voornaamste exportproduct uit West-Vlaanderen heet zoals gezegd Brihang, afkomstig uit Knokke maar uitgebracht op Fake Records. Met behulp van fraaie videoclips creëert hij een volstrekt eigen sfeer, en onlangs was hij het gezicht van de provinciale “Oe Ist”-campagne die jongeren moet aanzetten om over hun problemen te praten. Met de gelijknamige rapsong en bijhorende clip (uitgestrekte velden, dorre bomen, cafés met sanseverias op de vensterbank) probeert Brihang de noestigheid van de West-Vlamingen tegelijk te vatten en te doorbreken met een verrassend poëtische wending in zijn streekgebonden tongval. Ook zijn andere tracks worden steevast voorzien van fraaie en originele videoclips die een volstrekt unieke, licht kunstzinnige sfeer scheppen. Nog zo’n eigenzinnige Knokkenaar is Finez die onlangs met de mooie EP ‘Momentopnames’ naar buiten kwam.

De provincie bevat daarnaast tal van kleine scenes die soms volledig buiten de rest van het vaderlandse landschap lijken te bestaan. Phatmark Collective verzamelt zo een uitgebreid roster aan artiesten van over heel West-Vlaanderen. Het label Hardhorig rond de West-Vlaamse filmmaker Gauthier Deleersnijder beslaat een eigen universum waar rappers als Kleine Sanders (wel degelijk een groep) opereren met volstrekte lak aan sociale mores. Anderzijds verscheen er vorig jaar het debuut ‘Introspectie’ van Waregemnaar Samme, een plaat die zijn titel alle eer aandoet. Gauthier regisseerde al eerder een rauwe langspeelfilm over het leven van een kansarme Oostendse rapper.

Overigens: hoe meer je naar het westen trekt, hoe grimmiger en schimmiger het wordt. Het online profiel van OstendStreetStories is zo onduidelijk, dat het zelfs een vraagteken blijft of er daar überhaupt nog iets beweegt. Maar de verzamelde restanten van hun output vormen een ontluisterend portret van hiphop vanuit de zelfkant, als pure en ongefilterde uitlaatklep van woede en frustratie.

© Lizairo
© Lizairo

Laten we tot slot zeker Brussel niet vergeten! Het aandeel hiphop in het Nederlands is er klein, maar met Stikstof heeft de stad een absoluut te volgen naam. Het viertal werkt hard aan een nieuw album waarbij muzikale invloeden worden genoemd die reiken van Russische folk over Ravi Shankar tot Tangerine Dream. De groep probeert ook over de taalgrens te reiken, en gaat de samenwerking aan met Franstalige Brusselse rapcrews als L’Or du Commun. Met de Frontal events in Recyclart proberen ze ook op het podium een band te smeden tussen beide gemeenschappen.

Waar gaan we heen?

Meer dan genoeg talent te vinden dus, maar krijgen die ondertussen ook genoeg kansen om zich te bewijzen? De houding van de traditionele media blijft vooralsnog afwachtend. Als de publieksaandacht voor een act er al is, dan volgen meestal de radio en de geschreven pers (en op hun beurt volgen dan weer de festivals en concertzalen). Ironisch genoeg worden zulke acts dan meer dan eens gekaderd als “hiphop die het genre overstijgt”, alsof ze daarmee een spijtige beperking hebben overwonnen. Sinds enkele jaren is op MNM ook Urbanice te horen, een programma met een focus op de “urbanwereld”. Een lovenswaardig initiatief, maar een consequente inhoudelijke visie lijkt een beetje te mankeren. Diverse lokale radio’s voorzien een wekelijks hiphopprogramma waar plaatselijk talent aan bod komt. Maar de meest opvallende spreekbuis in Vlaanderen heet Chase, een jonge website die de nationale hiphopcultuur op de voet volgt. Met items over urban lifestyle en mode blijft het e-zine laagdrempelig, maar evengoed kan je er wekelijks een selectie ontdekken van vijf Belgische hiphopacts. Ook wordt er uitgebreid verslag uitgebracht van alle events waar het genre aan bod komt.

Waarover gesproken: de speelkansen voor Vlaamse hiphop zijn nog lang niet optimaal. Festivals en zalen nemen voorlopig nog weinig risico’s – alhoewel Vlaamse namen een plaats krijgen, wordt er doorgaans vooral gekozen voor acts die al zelf hun reputatie hebben opgebouwd. Via samenwerkingen met labels wordt af en toe een showcase opgezet in een Vlaamse club, maar er is duidelijk nood aan initiatieven die op lange termijn werken aan een duurzame programmatie. Het te volgen voorbeeld heet All Eyes On Hip Hop in Gent. Sinds 2011 wordt in samenwerking met Democrazy een reeks hiphopshows opgezet waar gevestigde en opkomende namen uit het buitenland worden gekoppeld aan lokaal talent als support. De programmatoren krijgen alle ruimte om hun ding te doen, en houden duidelijk de vinger aan de pols. Het lijkt alvast noodzakelijk dat dit soort projecten worden opgezet door insiders die grondig vertrouwd zijn met de cultuur en de acts. Dat geldt trouwens ook voor jeugdwerking en andere overheidsinitiatieven: hiphop krijgt er ondertussen wel een plaats tussen de andere subculturen – elk jeugdhuis doet wel eens een workshop deejayen of “hiphopdansen”. Maar om optimaal in te zetten op hiphop, is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de specifieke noden en gevoeligheden van de subcultuur. Gelukkig begint ook in deze sector het aantal mensen die met hiphop zijn opgegroeid te groeien.

Geen typisch Vlaamse bescheidenheid bij deze generatie: ze weten wat er te doen staat, en ze weten tot wat ze in staat zijn.

De Vlaamse hiphop blijft echter niet langer wachten tot hen een platform of kansen worden aangeboden. Wat alvast opvalt: steeds meer ambitieuze rappers en producers in Vlaanderen zetten in op alternatieve distributie- en promotiemethodes. Zo afwezig als deze muziek is in de nationale media, zo alomtegenwoordig is ze op het internet. Daarbij wordt inspiratie gehaald bij de Amerikaanse scene, waar een doorbraak langs YouTube, Vine en gespecialiseerde mixtape websites als Datpiff en Live Mixtapes bijna standaard is geworden voor jong raptalent. Veel Vlaamse hiphop wordt beschikbaar gesteld via eigen webshops of platformen als Bandcamp. Even vaak bestaan de tracks enkel als video of als SoundCloud stream – er wordt verondersteld dat de ondernemende luisteraar zelf wel een digitale kopie kan rippen, mocht die daar zin in hebben. Fans houden vanzelfsprekend contact via Facebook, Twitter en Instagram. En sommige artiesten onderhouden een zeer actief social mediaprofiel dat zich vertaalt in veel activiteit onder de fans.

Toch verloopt de communicatie bijwijlen zeer chaotisch, en het valt te merken dat veel jonge artiesten nog op zoek zijn naar een duidelijke beeldtaal om hun identiteit aanschouwelijk te maken. Veel clichés uit de States worden met veel enthousiasme maar soms wat onhandig vertaald naar de eigen leefwereld. Videomaker Tim Dalle benadrukt ook het belang van professionele beeldproductie om te kunnen doorbreken naar een groter publiek. “We leven in een beeldcultuur, dus daar moet je volop gebruik van maken. Gelukkig is er nu een generatie opgestaan die volledig begrijpt hoe die cultuur werkt, maar de knowhow ontbreekt soms nog.” Met zijn productiehuis KijkenMag probeert Dalle deze ervaring laagdrempelig aan te bieden aan jonge artiesten, zodat ze met weinig middelen toch een professionele uitstraling krijgen. KijkenMag heeft zich recentelijk ook ontfermd over Woods, een rapper uit Sint-Niklaas (of all places) die met zijn single ‘Champion Sound’ volledig de sfeer oproept van de roezige jazzy boombap rap uit de jaren negentig. Het nummer kreeg veel aandacht op het internet én in de nationale media, en Dalle ziet volop kansen. “De eerste EP werd net door Sony getekend. Die omkadering moeten we nu benutten, maar we gaan wel proberen om dat op een organische wijze te laten gebeuren. We gaan vooral proberen Woods’ carrière via het internet te laten gedijen. Het is vandaag de dag cruciaal dat zijn publiek actief kan meehelpen aan zijn groei.”

Woods rapt in het Engels, en daar stoten we op een cruciaal punt dat eeuwig zijn stempel drukt op de ontwikkeling van hiphop in onze contreien: de taal. Wie rapt in het Engels of het Frans, moet zich in het buitenland automatisch meten met een gigantische poel aan concurrenten op elk niveau. Vaak zijn dat artiesten die hun teksten declameren in hun moerstaal. Zo kom je met een onvermijdelijke handicap aan de startlijn, al is het maar omdat met zo’n overaanbod weinig tot geen interesse bestaat voor buitenlandse hiphop – zeker niet in de States. Maar ook de Vlaamstalige hiphop wordt door de taalgebruik en het accent verhinderd om aan te slaan bij de noorderburen – toch zowat de enige plek waar je nog met hiphop in het Nederlands aan de slag kan (behalve misschien Zuid-Afrika, maar laten we dat kortheidshalve buiten beschouwing van dit artikel laten). Dit feit is vreemder dan op het eerste gezicht zou lijken, want acts als De Jeugd Van Tegenwoordig of The Opposites botsen hier in Vlaanderen op geen enkele taalbarrière. Safi & Spreej, Diamantairs en Tourist LeMC hebben voor hun laatste releases getekend bij het Nederlandse huis van vertrouwen TopNotch (de stek van onder meer De Jeugd en Dio, publiceerde ook een plaat van Henny Vrienten en het verzamelde werk van Drs. P), en het label doet zijn best om deze Vlamingen in de eigen markt te zetten. Tourist is bezig met een mooie zomertournee langs alle belangrijke kwaliteitsfestivals. Maar een doorbraak die te vergelijken valt met de impact van voornoemde Nederlandse bands in Vlaanderen kennen de Belgische acts vooralsnog niet. Is het slechts een kwestie van tijd? Best mogelijk, want aan ambitie ontbreekt het deze en een groeiend aantal andere acts zeker niet. De typisch Vlaamse bescheidenheid lijkt ook geen blijvend kenmerk van deze generatie te worden: ze weten wat er te doen staat, en ze weten tot wat ze in staat zijn. De rest is kunst- en vliegwerk met flink wat improvisatie en doorzettingsvermogen. Precies zoals de hiphop het voorschrijft! 


Veel dank is op zijn plaats voor de input van en verhelderende gesprekken met Tim Dalle (kijkenmag.be), Azer (chase.be), Mark Vekemans, Alex Deforce (on-point.be), Ralf Leesen (speckmeuse.be), Benny Janssens, en Gorik ‘Gomar’ Van Oudheusden – evenals de vele fans, initiatiefnemers en artiesten die ik doorheen de jaren heb ontmoet.

Dimitri Vossen is journalist voor het tijdschrift Gonzo (circus), een tweemaandelijks magazine over Muziek, Kunst & Meer.

gonzocircus.com