Paper-Hats-KBL1

Glenn Croughs

paper hats — Een kloppend vintage hart

Verderop in dit magazine lees je de plannen van het Gentse Consouling. Over hoe de platenzaak-annex-label een extra luik aan hun werking plant te lijmen, met onder andere de subdivisie Circuits, waar hoofdzakelijk elektronica op zal verschijnen. Toeval wil – bestaat het? – dat de eerste release van paper hats, ‘PH02’, een samenwerking betrof met Consouling Agency. Voor wie paper hats nog niet zou kennen: het is fantastische project dat teert op vintage synths en livedrums, met als bezielers Glenn Croughs, Yannick De Smet, Mich Leemans en Ann Verbruggen. Poppunt – altijd geïntrigeerd door mensen die aan de slag gaan met vintage – trok naar the lion’s den in Londerzeel, hoofdkwartier van paper hats’ synthgeek Glenn.

Een mooie zomerdag – de temperatuur liet ons brein helemaal smelten – in Londerzeel. Glenn heeft twee dagen geleden een concert gespeeld. “Geen sinecure om al het materiaal op te stellen”, vertelt hij. “Daar zijn we toch gauw twee uur mee in de weer. Wat wil je? We werken bijna enkel met analoge synths. Er komt geen computer aan te pas. Omdat we zo lang nodig hebben om op te stellen, proberen we wel wat op te letten waar we spelen. Niet dat we té kieskeurig zijn, maar als we geen tijd krijgen om onze instrumenten klaar te zetten, dan passen we. Ook als het een festival of een plek is waar we alles in de buitenlucht moeten assembleren. We willen niet het risico lopen dat die synthesizers schade oplopen. Daarvoor zijn ze me toch iets te dierbaar. Bovendien is het niet de bedoeling dat paper hats het land gaat platspelen. We hebben nu een aantal concerten achter de rug en ik kijk ernaar uit om in de studio weer nieuwe songs in elkaar te steken. Dat doe ik nog het liefst van al.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Jullie brachten een ep uit met vier songs en kregen er meteen de Red Bull Vinyl Frontier Award voor beste debuut voor. Kan wel tellen.
Glenn: “Ja, we hadden eigenlijk helemaal niet verwacht dat onze muziek zo zou aanslaan. Voor hetzelfde geld was het niets geworden.”

Ondertussen is Glenns vrouw Ann erbij komen zitten. “Dat geloof ik niet”, zegt ze. “Toen ik de opnames voor het eerst hoorde, vond ik ze goed. Ik dacht: ‘Ik kan toch niet de enige zijn die hier iets in ziet?’ En kijk wat er gebeurde.”

Glenn: “We hebben de afgewerkte songs op tape anoniem afgeleverd in de DeeWee-studio (van Soulwax, red.). Stephen en David vonden het sterk vertelden ze achteraf. Dat was echt een opsteker. Nu ja, het zijn allebei analoge synthfreaks, en de sound van paper hats weten ze wel te smaken.”

“Ik hou niet enkel van het tactiele van die synths, maar ook van de sound die ze voortbrengen, vooral dan van de ‘elektriciteit’ die erin zit en de kleine afwijking.”

Ja, die sound: de vettige, ietwat donkere synths zijn helemaal terug. paper hats, Soulwax, Pomrad en in zekere mate ook STUFF.. Koppel daar de soundtrack van ‘Stranger Things’ aan en je komt uit bij een oud genre dat nieuw bloed krijgt.
Glenn: “Ja, zo is dat. Al hebben we het er niet om gedaan. Ik ben al sinds mijn zestiende bezig met muziek. Mijn collectie oude synths is gestaag gegroeid, net zoals de sound. Ik denk dat er een plaats en een tijd is voor alles.”

Van MOOG tot …

Van tuin naar hok. Daar leeft de passie van paper hats – en zeker van Glenn. Een prachtige set-up, een die liefhebbers van vintagemateriaal doet watertanden, en leken terugvoert naar een tijd waar van software nog geen sprake was. Dames en heren, de set-up van paper hats (en waarde gearslutz, laat jullie monden gerust openvallen).

Indrukwekkend is het minste wat je ervan kan zeggen. “Gisteren nog opgesteld. Dit is de set-up zoals we hem live ook gebruiken. Zoals je ziet, zijn het allemaal oude bakken of re-issues van oude instrumenten. Ben ik echt gek van. Bijna nergens een MIDI-ingang, neen, maar dat lossen we op door Kenton converters. De MPC 1000 stuurt MIDI-signalen uit en die worden omgezet naar cv/gate-signalen, die dan naar de synths gaan.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Prachtig wat hier staat. Vandaag kan je al die instrumenten ook softwarematig gebruiken. Nooit gedacht om het jezelf wat makkelijker te maken?
Glenn: “Neen, zeg. Ik ga analoog all the way. Ik hou niet enkel van het tactiele van die synths, maar ook van de sound die ze voortbrengen, vooral dan van de ‘elektriciteit’ die erin zit en de kleine afwijking. Van mijn MOOG zijn er misschien een paar duizend gemaakt, maar die klinken – voor een geoefend oor – toch allemaal anders. De sleet, het gebruik … het heeft allemaal een invloed op de sound van je instrument. Vervang dat door een soft-synth en je krijgt een dertien-in-een-dozijnklank. Geef mij maar genuine vintage. Het betekent wel dat er live het een en ander kan mislopen, maar dat nemen we erbij. Het vergroot het avontuur alleen maar.”

Goed. Leid ons eens rond. Wat zien we?

Glenn: “Het hart van de set-up is de Akai MPC 1000, een sequencer/sampler die ondertussen al erg lang meegaat. Ik maak nog steeds op dezelfde manier muziek als 16 jaar geleden. Ik ben dat zo gewoon. De MPC1000 still does the job. Ik gebruik hem vooral als sequencer, en in zeer beperkte mate als sampler. In de huidige paper hats-set zitten een handvol samples, zoals een aantal percussieve sounds, een gelaagde synthklank en een paar stemklanken. De MPC stuurt hoofdzakelijk al de andere synths. Het concept is eigenlijk best eenvoudig: ik maak sequences aan waarin ik alle tracks eigenhandig inspeel: beats en melodielijnen die naar de synthesizers gestuurd worden. Ik giet de aparte sequences dan in een songstructuur.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Het moet een avontuur zijn om je songs live gespeeld te krijgen. Toch intimiderend, die batterij aan synths die je steeds moet meesleuren?
Glenn: “Dat valt wel mee, hoor. Onze huidige live set-up bestaat uit enkele monofone synths: MOOG Prodigy, ARP Odyssey, Oberheim SEM, Roland System 101, een TTSH (dat is een clone van de semi-modulaire ARP 2600) en de Buchla Music Easel, een synth die Mich bij paper hats heeft geïntroduceerd. Verder gebruik ik een tweekanaals drumsynth (de Frontline X-2) en de polyfone Oberheim Matrix 1000 racksynthesizer.”

“Daarnaast gebruiken we ook instrumenten die niet worden aangestuurd. Mijn vrouw, Ann, ontfermt zich naast het tweaken of massacreren van synthesizers over het Korg orgel en het Solina String Ensemble. Yannick speelt op een vintage Rogers drumkitje: een erg fijne klank met lekkere cimbalen. En dan zijn er nog de elektrische gitaar en basgitaar.”

“Verder gebruiken we een aantal effecten zoals een AKG BX-5 reverb, een RE-20 delay (de digitale pedaalversie van de RE-201 tape delay, red.), een Ibanez AD202, een Ekdahl Moisturizer (een spring reverb waarvan de veren blootliggen en die nog kan gemoduleerd worden door LFO en filter, red.), een compressor met gate – de Alesis 3630 – en een Sherman Filterbank.”

“Doseren én overdrijven, als het moet. Het zijn vaak de contrasten die de sound interessant maken.”

“Naast de MPC gebruik ik ook een analoge step sequencer van Analogue Systems en enkele andere eurorack-modules om de TTSH en de System 101 extra aan te sturen. We mixen alles live op podium met een 24-kanaals Soundcraft 200B mixer. Daar komen ook een paar micro’s van de drums op toe, zodat we die kunnen accentueren met reverb en delay. Via de mixer kunnen we enkele extra zaken routen. Zo kan ik bijvoorbeeld de kick van de drumsynth gebruiken om de compressor of de gate op de Oberheim SEM aan te sturen.”

Hold your horses. Ik duizel! Je moet haast een technisch wonderkind zijn om al die verschillende elementen te kunnen combineren. Maar, het resultaat staat wel als een huis. De sound van paper hats mikt op de benen en het hart. Maar hoe komt die specifieke paper hats-sound tot stand?
Glenn: “Je moet er genoeg tijd voor nemen en geduld hebben. Het is zaak van de synths zodanig te bewerken tot je echt tevreden bent; of het nu een funky MOOG-basklank is, knetterende elektriciteit uit de SEM of acid uit de System 101. Ik vind dat je een synthesizer moet laten spreken en, als je dat nodig vindt, door het juiste effect jagen. Doseren én overdrijven, als het moet. Het zijn vaak de contrasten die de sound interessant maken. Als we in opnamemodus of in de mixfase zitten, experimenteren we nog meer. Dat is bijvoorbeeld de ultieme kans om een beetje zot doen met de bandopnemer.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Het eindresultaat van jullie noeste tweak-arbeid kunnen we horen op de ep. Maar hoe beginnen jullie aan een song?
Glenn: “Dat kan starten op de piano, door een beat van Yannick of door een avondje in de studio achter een synthesizer – wanneer de kinderen in bed liggen. Uiteindelijk komt het steeds weer neer op het zoeken naar een goeie groove, de juiste melodie en een trance-opwekkende sfeer. Van zodra een van die elementen aanwezig is, wordt eraan verder gewerkt.”

Het is hier bijna al vintage wat de klok slaat. Er moeten wel dierbare stukken tussen staan.
Glenn: “Jazeker. Ik ben onlangs naar Nederland gereden om een ARP2600. Daar droomde ik al jaren van. Nederland is echte the place to be als het gaat om vintage synths. Ik weet niet hoe dat komt, maar er is een levendige aankoop-verkoopcommunity. Verder ben ik nogal verknocht aan mijn Oberheim Sem en de Roland Jupiter 4, een 4-stemmige polyfone synthesizer, een ouwe bak die qua sound ongeëvenaard is. Groots, megafunky en buitenaards. Ik gebruik hem niet live, omdat hij niet altijd te vertrouwen is, maar tijdens de opnames is hij niet weg te denken.”

facebook.com/paperhatsband