Gilke-KBL1

Gilke Vanuytsel

Van STUK naar Beursschouwburg

In between jobs is geen werksituatie die van toepassing is op muziekprogrammator Gilke Vanuytsel. Wanneer we haar interviewen, draait ze net drie weken mee in de werking van de Beursschouwburg in Brussel, terwijl ze ook de lopende zaken in STUK in Leuven opvolgt tijdens haar opzegtermijn. “Ik ben blij dat ik alles in een kunstencentrum heb geleerd”, aldus Gilke.

Gilke: “Als tiener was ik wel bezig met muziek, maar ik ben eigenlijk via een omweg in de culturele sector beland. Ik ben maatschappelijk assistent van opleiding. Ik heb een tijdje in die sector gewerkt en daarna ben ik een half jaar gaan reizen. Bij mijn terugkeer had ik niet meteen de ambitie om terug te keren naar de sociale sector. Heel toevallig zag ik de vacature van tapper in STUK. Ik woonde in Leuven en als student ging ik er naar films kijken, maar verder was ik niet zo vertrouwd met STUK. Ik mocht er starten als tapper en na een tijdje werd ik barbeheerder. Dan zijn we gestart met het organiseren van concerten in STUK Café. Op die manier ben ik ook bij Radio Scorpio beland, waar ik meewerkte aan ‘Sterrenplaten’, een programma over nieuwe trends in de popmuziek.”

“Er was heel veel boeiende indie pop in die tijd. Hoe fantastisch was die eerste plaat van Bloc Party. Ik begon me meer en meer in muziek te verdiepen. Toen Stef Smits stopte als programmator van het Labo in STUK stelde ik aan zijn collega Steven Vandervelde (nu directeur van STUK, red.) voor om productiewerk te doen. Muziek programmeren houdt namelijk meer in dan louter bands vastleggen. Ik wou meer te weten komen over de andere aspecten van de job. Wat later ben ik zelf muziekprogrammator geworden.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Wat is het meest interessante aan een job als muziekprogrammator?
Gilke: “STUK en de Beursschouwburg zijn kunstencentra. Je kan heel breed gaan qua profiel. Het is anders dan het clubcircuit, al is een deel van het programma wel gelijkaardig. STUK heeft de reputatie vernieuwende popmuziek te brengen. Ik vind het tof om tendensen op de voet te volgen en te weten welke muziek op dit moment relevant is. Toen ik begon als programmator in STUK was postrock bijvoorbeeld heel fris.”

“Er zijn altijd nieuwe triggers. Dat maakt de job zo boeiend. De stap naar de Beursschouwburg is wat dat betreft ook wel een droom. Muziek hangt heel erg samen met wat er in een stad en een maatschappij gebeurt. Als kunstencentrum in het hart van Brussel kan je dat niet negeren en moet je je verantwoordelijkheid nemen en een verbinding aangaan met de stad.”

Dat klinkt bijna als een missie.
Gilke: “Tijdens mijn sollicitatie werd het duidelijk dat de job in de Beursschouwburg veel meer inhoudt dan enkel muziek programmeren. Misschien kan ik mijn beide achtergronden wel combineren. Niet dat mijn job in de Beursschouwburg sociaal werk moet worden, maar er zijn wel veel mogelijkheden in deze stad. En muziek kan verbindend werken. Het is een uitdaging om dat op een juiste manier te doen vanuit een kunstencentrum.”

“De Beursschouwburg heeft een heel internationaal profiel en is tegelijkertijd ook heel Brussels: avontuurlijk, gedurfd en rebels.”

Wat is je sterkte als programmator?
Gilke: “Ik probeer in te schatten wanneer nieuwe muziek klaar is om aan een publiek te laten horen. Dat is spannend. Horen daar ontgoochelingen bij? Uiteraard. Destijds heb ik bijvoorbeeld de eerste concerten geprogrammeerd van The Haxan Cloak en Holly Herndon – namen die nu groter zijn dan toen. Spijtig genoeg kwam er niet zoveel volk opdagen in STUK. Hun muziek was nog te niche. Maar ik vond het verantwoord om het te doen en sta nog altijd achter die keuze. Het was ook tof omdat het gewoon kon. Artefact in Leuven heeft zo ook een eigen identiteit gekregen: het is een festival waar mensen nieuwe muziek kunnen ontdekken, onder andere.”

Ben je het meest trots op het Artefact festival als je terugblikt op je periode bij STUK?
Gilke: “Ja. Artefact bestond al even als kunstenfestival. Er waren ook al concerten, veelal elektronische muziek met een link naar media en kunst. De laatste vier, vijf jaar heb ik het muziekluik sterker kunnen uitbouwen, waardoor bookers uit het buitenland me ook meer begonnen te contacteren. Transmediale in Berlijn en Unsound in Londen zijn gelijkaardige events: ook daar zoeken ze de nieuwe trends op en gaan ze breder dan enkel elektronische muziek. Het is een balans vinden tussen vernieuwing en toch voldoende publiek aanspreken. En in Leuven is het ook een uitdaging om niet in het vaarwater te komen van Het Depot of 30CC. Dat lukte goed, al waren er natuurlijk soms wel overlappingen.”

“Heb ik spijt dat ik binnenkort afscheid neem van STUK? Het doet me wel iets. Maar ik denk dat ik in de Beursschouwburg meer ga kunnen doen. Het is natuurlijk moeilijk vergelijken: Brussel is een andere context dan Leuven en beide kunstencentra leggen andere accenten. In Brussel kan je meer kanten uit omdat je een groter publiek hebt. Daartegenover staat weliswaar ook meer competitie …”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Hoe maak je het verschil in een stad waar ook zalen als AB, VK, La Madeleine en Botanique actief zijn?
Gilke: “Dat is een moeilijke oefening. Ik denk dat de Beursschouwburg dankzij Vincent (Tetaert, de voorganger van Gilke, red.) iets moois heeft opgebouwd. De lat ligt hoog. R&B en hiphop werken goed in de Beursschouwburg. We brengen iets anders dan het hiphopaanbod van bijvoorbeeld VK. Al is het niet echt simpel om dat verschil te benoemen.”

“Het internationale profiel maakt deel uit van de identiteit van de Beursschouwburg. Er is hier een vibe die je ook hebt in Berlijn en Londen. En tegelijkertijd is de Beursschouwburg ook heel Brussels: avontuurlijk, gedurfd en rebels. We durven de nieuwste trends in R&B, hiphop en elektronica aan een publiek te tonen. Ja, AB doet dat ook. Het ligt allemaal niet zo ver uit elkaar. Ik denk dat we vooral veel samen moeten werken. We zijn gewoon buren. Er is veel goodwill om samen het platform uit te bouwen.”

“In vergelijking met AB hebben we in de Beursschouwburg wel meer nightlife – zonder ons te profileren als een echte club; we focussen op sterke liveacts. Ik wil bijvoorbeeld graag Mhysa boeken, een heel toffe R&B-act. Verder staan ook namen als Coucou Chloe en Flohio op de wishlist.”

“Het is een enorm cadeau om een zaal te hebben in het centrum van Brussel. Boeken gaat hier wel iets vlotter dan in Leuven. De realiteit is nu eenmaal dat er meer getarget wordt op Brussel. Vandaar dat ik Leuven altijd verkocht als Brussels East. Als je het bekijkt op de schaal van een stad als Berlijn of Londen, is het absurd te denken dat mensen die verplaatsing niet zouden maken. Maar hier in België ligt dat anders. Ik woon in Brussel en ik merk zelf ook dat ik minder vaak in Antwerpen of Gent kom. Er is een enorm aanbod …”

“Een kunstencentrum moet een spiegel zijn van wat er gebeurt en leeft in de stad, in al zijn diversiteit.”

Je krijgt ongetwijfeld veel voorstellen. Vind je het moeilijk om het overzicht te bewaren en keuzes te maken?
Gilke: “Goh, je moet voor jezelf bepalen wat je graag wil doen, en dan is er al heel wat muziek die daar niet in past en die je kan skippen. Aan de andere kant vind ik het belangrijk om je keuzes in vraag te blijven stellen. Ik werk eigenlijk vrij intuïtief. Ik ben het gewoon om in een kunstencentrum te werken als enige muziekprogrammator. Ik had in STUK wel enkele collega’s waar ik zaken mee aftoetste, maar uiteindelijk maakte ik de keuzes.”

“Het blijft altijd een gok. De jongste jaren is er ook veel veranderd. Vroeger was er veel meer aandacht voor muziek in de traditionele media. Niet dat het nu slechter is, het is gewoon anders. Recensies en radio zijn een pak minder bepalend geworden. Muziekliefhebbers bedienen zich via andere kanalen: blogs, podcasts en online radio’s. In de Beursschouwburg mikken we op een heel jong publiek dat zich niet meer laat leiden door de traditionele media.”

Is verjonging een doel op zich voor de Beursschouwburg?
Gilke: “Het bepaalt zeker een deel van de identiteit van de Beursschouwburg, en in de muziekprogrammatie is het heel belangrijk. Ben ik met mijn 35 jaar dan zelf niet te oud? Daarover heb ik nagedacht tijdens mijn sollicitatie. Ik geloof dat het een voordeel is om ervaring te hebben, en de maturiteit om keuzes te durven maken. Ik ga ook nog genoeg uit en ik weet waar jongeren mee bezig zijn. Het is natuurlijk belangrijk om met jonge mensen in contact te blijven.”

“Wat er binnen tien jaar op mijn pad komt, weet ik nog niet. Ik ben hier nog maar net begonnen. Er zijn wel nog een paar dingen die ik ooit zou willen doen. Muzikanten en podiumkunstenaars vormen een kwetsbare groep. Ze zitten met veel vragen omdat ze vaak tussen een professioneel en een niet-professioneel statuut zitten en niet goed weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Het is geen management, maar begeleiding en advies is wel iets dat me zou liggen. Ik denk dat zo’n job wel leefbaar zou zijn, en ik heb er het netwerk voor. De artistieke sector is superbelangrijk en heeft zorg nodig. De keuze om professioneel muzikant of kunstenaar te worden vind ik heel moedig. Het is hard. En in dit politieke klimaat is het al helemaal niet gemakkelijk.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Wat is de rol van een kunstencentrum in de huidige tijdsgeest?
Gilke: “Een kunstencentrum moet een spiegel zijn van wat er gebeurt en leeft in de stad, in al zijn diversiteit. Er vinden heel veel verschillende activiteiten plaats; het moet een ontmoetingsplek zijn voor mensen die naar een lezing gaan, een voorstelling bijwonen of komen clubben. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten, helemaal niet. Ook STUK is een ontmoetingsplek voor verschillende publieken. Op maandag is er bijvoorbeeld altijd een seniorennamiddag. Er komen ook studenten naar STUK om te blokken, naar een terrasfilm te kijken of een concert te zien. Het publiek bestaat er fiftyfifty uit studenten en niet-studenten. Dat maakt het boeiend. In Vooruit in Gent zal dat niet anders zijn.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd door te werken in de culturele sector?
Gilke: “Ik ben blij dat ik alles geleerd heb in een kunstencentrum. Mijn profiel is verbreed omdat ik de voorbije jaren in STUK ook een lijn heb kunnen uitzetten rond geluidskunst. Ik heb kunnen tonen dat geluidskunst qua klankmateriaal heel erg dicht bij experimentele popmuziek kan liggen. Daarnaast was het ook goed om het lokale Leuvense poptalent een kans te geven en te blijven volgen.”

“Ik denk dat het belangrijk is om grenzen op te zoeken en je interesse en je netwerk zo breed mogelijk te houden. Ik weet niet of ik zo’n goede netwerker ben, maar door geïnteresseerd te zijn, leer je heel veel mensen kennen in verschillende milieus. In het clubcircuit, bijvoorbeeld. Of in het circuit van hedendaagse klassieke muziek, dat op een heel andere manier werkt.”

“Het valt me wel op dat ik een van de weinige vrouwelijke programmatoren ben. De culturele sector is nog altijd overwegend een mannenwereld. Als je naar het buitenland kijkt, hinkt België op dat vlak toch nog wat achterop. Maar er komt stilaan verandering in.”

“Wat me tevreden stemt, is dat de sector geprofessionaliseerd is. Dat niet alles meer om 2 uur ’s nachts beslist wordt tussen pot en pint. Ik hou niet van die manier van werken. Daar heb ik nooit veel aan meegedaan. Pas op, ik ga ook veel naar optredens en festivals. Dat wil ik nog meegeven als advies: probeer zoveel mogelijk te zien en te ontdekken!”

beursschouwburg.be