Feature-image

Fred Lyenn

Je kent hem van Lyenn, Dans Dans, Mark Lanegan, …

Een concert van Dans Dans? Een opeenvolging van intense momenten waarin gitaar, drum en bas zich in elkaar haken als een nest jonge slangen. Virtuositeit is een deel van de magie. Maar er is meer. “Je moet je plaats kennen als muzikant”, zegt Fred ‘Lyenn’ Jacques, vaste bassist van Dans Dans en in 2012 en 2013 ook bassist tijdens de ‘world tour’ van Mark Lanegan.

Fred straalt rust uit. Hij leeft op de polsslag van de muziek, zonder al te grote gebaren. Eerlijk, rechtdoorzee, oprecht. Beweegt zich ietwat onder de radar van de grote belangstelling, als een Russische onderzeeër die rustig dezelfde koers houdt. Geen groot prater, maar wel bezield. Hij speelde bas voor de tour van Mark Lanegan (2013), nam in New York de debuutplaat van zijn soloproject Lyenn op met onder andere Marc Ribot, bassist Shahzad Ismaily, drummer Ches Smith (Secret Chiefs3, Ceramic Dog) en een resem anderen. Op onze openingsvraag – beschouw jij jezelf als een gearslut? – antwoordt hij resoluut “Neen”. Met een zekere nuance. “Ik vind het wel belangrijk dat je als muzikant met je instrument bezig bent, maar muziek zit vooral in de vingers, in hoe je je vingers zet, je snaren raakt … Je instrument is het middel waarmee je je ideeën, je inspiratie een stem geeft. Ik heb me nooit verdiept in wat er zoal op de markt is of wat hip en nieuw is. Eerst komt de kunde en de ervaring. Ik heb leren spelen op instrumenten van bedenkelijke kwaliteit. Echt zwaar werk soms. Toen ik mijn eerste degelijke instrument in handen kreeg, ging er een hemel open.”

Fred-Jacques-KBL1
© Koen Bauters

Aan alle jonge muzikanten: koop niets nieuws, maar leer spelen op een instrument waar een hoek af is.
Fred: “Dat zeg ik niet. Een minder goed instrument vraagt meer werk, is vaak lastiger. Eigenlijk besef je dat pas wanneer je een degelijk in handen krijgt. Niet dat dan alles plots vanzelf gaat. Ook een nieuw instrument moet je onder de knie krijgen, heeft soft-spots, is soms stuurs en balorig. Ik bezit nu verschillende basgitaren en gitaren die perfect passen bij wat ik wil en hoe ik me als muzikant wil uitdrukken: een Rickenbacker die laag gestemd staat, perfect voor opnames en om eens lekker door te rocken met plectrum; een Fender Jazz Bass met een hogere tuning omdat hij live in dat register erg mooi klinkt. Ze vragen allebei om een andere aanpak. Het is een kwestie van aanvoelen. Beneden staat nog een Tobiass, een instrument met een heel mooie, diepe korrel.”

“Het komt neer op genieten: genieten van elke noot die je speelt, je daar bewust van zijn.”

Je speelt in verschillende bezettingen. Mark Lanegan, Dans Dans, Lyenn, passages bij Marc Ribot. Het zijn bands die stuk voor stuk een eigen gezicht hebben. Hoe makkelijk of moeilijk is het om je eigenheid in die bands te bewaren?
Fred: “Mijn aanpak is altijd dezelfde. Ik denk weinig na en speel. Dat werkt het best. Ik probeer iets toe te voegen, maar louter en alleen vanuit een gevoel, niet vanuit een muzikale analyse. Als het van meet af aan werkt, goed. Gebeurt dat niet, dan wordt het een beetje zoeken en aftasten. Ik krijg soms de vraag hoe je dat doet, bij Mark Lanegan spelen, maar ik heb daar eerlijk gezegd geen antwoord op. Ik weet wel dat zoiets tot de verbeelding spreekt, maar ik ben me niet altijd heel erg bewust van bij ‘welke naam’ ik bas speel. Ik speel, punt. Waar je terechtkomt heeft volgens mij erg veel te maken met het volgen van je gevoel, en het bewaken van je eigenheid.”

Less is more?

“Ik heb altijd veel argwaan gehad bij de methodes van muziekscholen en conservatoria, omdat alle studenten er hetzelfde programma horen te volgen. Ik vind het wel belangrijk dat je als muzikant weet hoe het Westerse muzieksysteem in elkaar zit, hoe een akkoord opgebouwd is en hoe wij dat ervaren. Je moet dat in de eerste plaat toetsen aan je gevoel, niet aan je verstand. Ik heb zelf aan het Brussels conservatorium gestudeerd, maar ik vertikte het om me te schikken naar hun programma. Niet omdat ik het niet in de vingers had, maar omdat al die opdrachten niet op het juiste moment kwamen. Ik deed oefeningen bewust niet, was tegendraads en ging mijn eigen weg. Heb ik daarmee mijn eigen ruiten ingegooid? Neen. Ik heb niet het gevoel dat iemand je muziek kan leren spelen of dat je door erg veel te oefenen per se een beter muzikant wordt. Wat ik op school interessant vond, was dat je vanuit verschillende hoeken ‘triggers’ kreeg, dat je gestimuleerd werd om jezelf daar op los te laten. Maar verder? Technisch muziek spelen en echt muziek spelen vanuit het gevoel zijn toch twee verschillende dingen. Voor mij komt het neer op genieten: genieten van elke noot die je speelt, je daar bewust van zijn. Van één noot die alles draagt of van iets vol te spelen, omdat het moment erom vraagt.”

© Koen Bauters

Bij Dans Dans is de muziek vaak heel intens. Nochtans lijkt het alsof jij tijdens concerten de rust zelf bent. Lichtjes je hoofd schudden op de cadans van de muziek, consequent de lijn uitstippelend.
Fred: “Ik vind het belangrijk dat er een constant element aanwezig is en dat je niet verloren loopt in de muzikale informatie die je krijgt. Ik hou ervan om het baken te zijn, maar evengoed nemen Steven (Cassiers, drums, red.) of Bert (Dockx, gitaar, red.) die taak voor hun rekening. We verdelen die rol voortdurend. Het is fout om te denken dat Dans Dans een gitaartrio is met een ritmesectie die louter bestaat om de gitaar te ondersteunen. Dat is het net helemaal niet.”

Pedal to the …

“Alle instrumenten met lage frequenties, daar speel ik graag mee: een bassynth, een Moog. Op mijn pedalboard staan niet meteen fancy effecten, maar Boss-pedaaltjes. Niet meteen het duurste, maar wel degelijk. Ik zou me wel wat andere effecten willen aanschaffen, maar die kosten vrij veel. Ik had wel een vintage Japanse Fuzz, net dezelfde als die die Radiohead gebruikt. Wat ik erg belangrijk vind, zijn kabels. Het heeft weinig zin om op een goed instrument te spelen met een slechte kabel. Op mijn verlanglijstje staat nog een 1970’ies Big Muff van Sovtek. Ik ga die ooit wel kopen, maar ik investeer nu liever in opnamemateriaal, omdat ik dan van thuis uit kan werken. Handig en tijdbesparend. Ik reis graag, hoor, maar door zo te werken, blijft er voor diegene die het vraagt meer budget over.” 

Veel gitaristen en bassisten ontwikkelen een persoonlijk band met hun instrument. Dat zal bij jou niet anders zijn.
Fred: “Bij die Fender Jazz Bass was dat onmiddellijk het geval. Het was instant liefde. Mijn bouzouki was een ander paar mouwen; moeilijker bespeelbaar en hard-to-get, maar ik heb er toch een band mee kunnen opbouwen. Zoals ik al zei, ik vind al die kennis over instrumenten niet zo belangrijk. Spelen, dat vind ik belangrijk.”

“Complementariteit is een van de basissen van het muzikant zijn. Je staat er om de ander beter te doen spelen en niet om in elkaars weg te zitten.”

Een vervelende vraag: stel dat er een brand is, en je kan maar één instrument redden, welk kies je?
Fred: “Mijn Fender Jazz Bass, omdat het een uniek stuk is uit 1964. Ze maken die gitaren niet meer. Het hout mag nu gewoonweg niet meer gekapt worden. Maar wat een vraag, zeg. Ik zou geen enkele gitaar kunnen missen; ik denk dat ik gewoon heel mijn gitaarrek mee naar buiten zeul.”

Wat moet een drummer voor jou hebben om je als bassist op je gemak te stellen?
Fred: “Je moet een gemeenschappelijk idee hebben over wat samen spelen betekent. In jazz hebben veel drummers het idee dat ze een ‘time’ moeten blijven geven. In mijn geval werkt dat niet zo goed; ik ben iemand die openstaat voor stiltes en het complementaire. Voor mij is die complementariteit een van de basissen van het muzikant zijn. Je staat er om de ander beter te doen spelen en niet om in elkaars weg te zitten. Elkaar ruimte geven en vertrouwen schept een band.”

Heb jij iets met al die superbassisten die virtuoos duizend noten tegelijk spelen, kaliber Jaco Pastorius?
Fred: “Straf wat ze allemaal kunnen, maar het raakt me eerlijk gezegd niet. Terwijl in bebop ook veel noten gespeeld worden; dat kan ik wel appreciëren. Ik ben niet meteen op de hoogte van al die vingervlugge wizards zoals Victor Wooten en consorten. Ook niet van Jaco Pastorius. Weinig spelen heeft nog altijd mijn voorkeur, zoals Shahzad Ismaily; dat is mijn meester. Hij heeft een erg mooie timing en weet zijn noten altijd zo mooi te zetten. Geef mij die muzikale beleving maar.”

Op de terugweg naar huis stuurt Fred nog een sms: “Ik denk dat ik waarschijnlijk zelf zou omkomen in die brand, omdat ik te lang zou twijfelen over het instrument dat ik wil redden. Afbollen met lege handen lijkt me veiliger :-)”

lyenn.com
facebook.com/dans3dans