Flip Kowlier

"Ik denk niet dat mensen moeten begrijpen wat je zingt"

‘’N biestje in mun’ooft’. Dat zei één van onze Westvlaamse mannen toen hij de dag na een uitgelopen Poppunt-party de redactie kwam binnengewaaid. En wij – nooit om een witz verlegen – droegen hem dan ook meteen op om Flip Kowlier de pieren uit de neus te gaan vragen. Het beestje dat tegenwoordig in zijn hoofd zit, fluisterde hem onlangs een heel nieuw album in het oor. In de fik ging ondertussen al meer dan 15.000 keer over de toonbank. En telkens als wij een concert van Flip en zin moaten meepikken, gaan we met een glimlach en een goeie vibe naar huis. ’t Zal wel iets met passie te maken hebben…

“Ik was vijftien, zat aan de technische school, maar zag het helemaal niet zitten om mijn leven lang aan de draaibank staan,” begint Flip Kowlier. “Ik speelde toen al muziek en voelde dat ik verder die richting uit moest. Het was my ticket out. Ik dacht toen nog dat muzikanten in een paradijs leefden, niet hoefden te werken en konden doen waar ze zin in hadden. (lacht)”

Maar je zat er volledig naast, want muziek is werken, werken en nog es werken…
“Zo erg is het nu ook weer niet. Ik heb die school afgemaakt, gewoon om iets achter de hand te hebben, maar ik had me toen wel al voorgenomen me in te schrijven aan jazzstudio in Antwerpen. Ik wist dat ik daar alle dagen met muziek bezig kon zijn. Het feit dat het jazz was, sprak me wel aan, ook al was ik op dat moment niet echt een grote jazzliefhebber. Enfin, ik heb er toen mijn zinnen op gezet, want het was me heel duidelijk: muziekspelen ging mijn ding worden.”

Was er toen al sprake van het Izegemse crossoverbandje The Prophets of Finance?
“Daarmee ben ik begonnen in 1992. Crossover en funkmetal waren toen echt hot en voor bassisten als ik was het echt een fenomenale periode: de helden van toen waren bassisten. Serge (Buzze bij het Hof red.) werd ook een bandlid. Hij werd opgepikt enkel en alleen omdat hij een t-shirt van The Red Hot Chili Peppers droeg, wat toch op een zekere cool duidde. Met The Prophets wonnen we trouwens de rockwedstrijd Izepop en dat leverde meteen een aantal optredens op. Joost Vandenbroeck (drummer van o.m. De Laatste Showband, red.) drumde toen nog bij ons, maar toen hij de kans kreeg om bij De Mens te gaan spelen, heeft Karel De Backer hem vervangen. En nog later kwam Kristof (DJ 4T4) erbij.“

Je hebt wel een heel parcours afgelegd, maar met Het Hof Van Commercie en als Flip Kowlier loopt het nu al een paar jaar uitstekend. Bij beide bands hanteer je het zoete Izegems als zangtaal. Tekst en taal zijn belangrijke aspecten, maar hecht jij meer belang aan tekst of aan muziek?
“Muziek komt toch wel op de eerste plaats. Ook al zijn de teksten belangrijk, toch heb ik mezelf vroeger nooit echt beschouwd als een typische singersongwriter. Ik probeer geen boodschap te verspreiden. Schrijven is wel een noodzaak, zeker bij Het Hof Van Commerce, omdat we daar de beats moeten opvullen. En nu, met dat soloding, wou ik de plaat niet laten inzingen door iemand anders, dus moest ik zelf wel beginnen schrijven. Ik merk wel dat ik in de loop der jaren veel ideeën opgespaard heb, vandaar dat ik niet echt veel moeite heb om iets te vertellen. Maar soms maak ik teksten die nergens op slaan, zoals Verkloot of Ocharme Ik…dat zijn flarden van gedachten. Het is pas achteraf dat zulke teksten een betekenis krijgen. Of het blijft gewoon zever, en weet enkel mijn onderbewuste waar het over gaat. (lacht).”

Hecht jij veel belang aan de klankkleur van de woorden? Westvlaams klinkt sowieso al sappig…
“Hmm, …neen, ik laat me meer leiden door wat ik wil zeggen dan door hoe het zou klinken. Ik zal er ook niet bewust naar zoeken. Qua tekstschrijven is Het Hof van Commerce wel een ideale leerschool: de teksten moeten schwung hebben, er moet wat vaart in zitten en we moeten ons uiterst best doen om de tekst te laten kloppen. Het is alleszins een spel met taal dat me ligt.”

Is het moeilijk om de lat qua tekst steeds hoger te leggen? Na een goeie tekst kan je moeilijk een mindere afleveren….
“Ik vind dat ik nog maar weinig echt goeie teksten geschreven heb. Maar je mag het tekstschrijven niet onderschatten. Met weinig woorden kan je vaak meer zeggen dan met veel. Als je echt veel woorden nodig hebt, dan moet je al van goeden huize zijn om er iets goeds van te maken. Mannen als Eminem, Extince of Mike Skinner van The Streets kunnen dat, ik niet. Ik merk wel dat ik nu meer met tekst bezig ben dan vroeger. Toeval wil nu dat ik gisteren een tekst geschreven heb waar ik best tevreden over ben, maar één tekst is niets vergeleken bij een hiphopplaat die volgeschreven dient te worden. De beats komen redelijk snel, maar om er een goeie teksten over te gieten, heb je toch wat courage nodig.”

Schrijven jullie bij het Hof van Commerce samen?
“Soms wel. Als we niet samenzitten, bellen we wel es om te horen waar de ander mee bezig is. Het gebeurt dat één van ons beiden een tekst geschreven heeft en de andere niet, maar dan komen we in de studio en willen toch elkaar een beetje de loef afsteken. Als Serge een knappe tekst heeft gemaakt, dan moet de mijne nog straffer zijn (lacht).”

Zijn er eigenlijk taboes? Thema’s waar jullie niet over willen zingen?
“Ik wil niet te expliciet over mijn eigen leven bezig zijn, omdat mensen er steeds weer van alles achter gaan zoeken en ik op den duur het gevoel krijg dat ik me moet verantwoorden.”

Wat opvalt tijdens je optredens is dat je bindteksten vaak hilarisch zijn. Hoe komt dat? Zit er een verborgen stand up comedian in Flip Kowlier.
“Dat gebeurt gewoon, omdat ik het gevoel heb dat er wel plaats voor is. Als we een uur moeten optreden, spelen we drie kwartier en loop ik voor de rest te zeveren. Weet je, ik vind van mezelf dat ik tussen de nummers door vaak zeer domme dingen zeg en als dat gebeurt, begin ik te panikeren en doe ik er nog een schepje bovenop, zodanig dat het toch nog grappig wordt. Ik denk niet dat ik er een uur mee zou kunnen vullen. Hoewel, in theater Het Appeltje in Antwerpen bestaat er iets als Oorcontact, waar iedereen die het wil twee uur lang het podium krijgt. Het maakt niet uit wat je doet: er staat een platenspeler, er is een microfoon, je kunt je gitaar meebrengen. Ik ben daar ooit es naartoe gegaan en heb twee uur met de mensen zitten kletsen en wat plaatjes gedraaid.”

Die grapjes en het dollen met het publiek maakt de kloof tussen jezelf en de mensen quasi onbestaande. Doe je dat bewust?
“Ja, omdat ik wil dat het publiek zich amuseert. Een concert is niet goedkoop en ik vind dat we gewoon het beste van onszelf moeten geven. Als ik slecht sta te spelen, voel ik me na het concert echt niet lekker, omdat ik het publiek niet gegeven heb waarvoor het gekomen is. Ik mag ze niet teleurstellen. Het zou van veel pretentie getuigen om gewoon mijn ding te doen en me niets van het publiek aan te trekken.”

Ben jij eigenlijk nog zenuwachtig voor een optreden?
“Soms wel. Als ik me voor een optreden backstage aan het amuseren ben, kan er live weinig mislopen. Maar als het wat stiller is en ik heb wat tijd over, dan gebeurt het dat de zenuwen me overvallen. Maar om ontspannen aan een optreden te beginnen, drink ik wel een paar pintjes. ’s Avonds toch. Ik heb gemerkt dat me minder focus als ik te nuchter ben en aan andere dingen begin te denken. Ideaal is dat ik tipsy van het podium stap. Dat betekent niet dat ik niet zonder alcohol kan. Ik vind het gewoon een prettig gevoel.”

Wat gebeurt als je echt zenuwachtig bent? Vijf, zes keer naar de plee? Race tegen de klok?
“Nog meer dan gewoonlijk? Neen. Het zou niet gezond zijn mocht ik nog meer gaan (lacht).”

Zijn er voor een optreden signalen die je duidelijk maken of het goed zal zijn?
“Af en toe, maar ik wil daar eigenlijk geen rekening mee houden, want het gevaar bestaat dat ik me er te veel op ga focussen. En dan loopt het gegarandeerd fout. Andersom geldt ook: als ik op automatische piloot zou spelen, wordt het een te tam optreden.”

Je hebt van In de Fik ondertussen al meer dan 15000 exemplaren verkocht. Meer dan de helft van de mensen snapt niet waarover je zingt en toch heb je heel wat fans. Is daar een verklaring voor?
“Ik denk niet dat mensen moeten begrijpen wat je zingt. Ik ben zelf een grote fan van Manu Chao, maar ik ken geen letter Spaans, dus er moet iets anders aan de hand zijn. Muziek is universeel en als je op een pretentieloze manier je boodschap kunt overbrengen, win je aan geloofwaardigheid. Ik denk dat dat een verklaring kan zijn.”

Gelijk heb je. Iets anders: je staat met vier andere muzikanten op een podium: Peter Lesgae speelt bij Gabriel Rios en bij zijn eigen band Moiano, Karel De Backer drumt bij Dead Man Ray en Novastar. Hoe moeilijk is het om jullie agenda’s op elkaar af te stemmen?
“Moeilijk is dat niet. Peter Lesage speelt wel met Gabriel Rios, maar hij en ik zitten bij hetzelfde bookingskantoor, Busker. Zij zorgen er wel voor dat onze agenda’s niet overlappen. Hetzelfde geldt voor Moiano, de groep van Peter: hij speelt met dezelfde drummer als Gabi, dus daar zit ook geen probleem. Wat Karel betreft, ligt het iets moeilijker, maar Dead Man Ray en Novastar, spelen België niet plat, dus dat zit ook wel goed. In feite merk ik niet veel van het feit dat iedereen wel ergens anders speelt. Ik vrees dat mijn booker er meer last mee heeft. (lacht)

Zijn jouw muzikanten vrienden of beschouw je ze puur als huurlingen?
“Muzikanten die ondertussen vrienden geworden zijn. Ik voel me zeer op mijn gemak bij die gasten, wat een invloed heeft op het spelen zelf. Mochten het niet zulke fijne mensen zijn, dan zou het moeilijker worden. Nu ja, het spreekt voor zich dat de band met de ene iets closer is dan met de andere. Raf, de gitarist, woont in Limburg, dus die zie ik sowieso al niet veel, net zoals Pieter, de bassist. Peter loop ik vaker tegen het lijf omdat hij net zoals ik in Gent woon en Karel komt regelmatig over de vloer als hij in Gent moet zijn.”

Maar stel dat Karel op een dag zegt dat hij niet meer kan meespelen. Hoe moeilijk is het om een nieuwe drummer te vinden die in de groep past?
“Niet makkelijk. Karel vervangen zou echt moeilijk zijn, omdat zijn sound het globale geluid van de groep sterk bepaalt. Ik ken niet veel mensen die zoals Karel spelen. Het zou makkelijker zijn een bassist te vervangen dan een drummer, al is dat ook niet evident. Er lopen wel een pak andere goeie bassisten rond, maar er is maar één Pieter.”

Hoe zit het met het beslissingsrecht in de band? Ben jij de grote baas?
“Ja, al heb ik daar echt moeite mee. Bands kunnen geen democratie zijn, tenzij je met vier genieën zit die allemaal evenveel in hun mars hebben. Soms is het echt wel moeilijk om tegen je muzikanten te zeggen wat ze moeten spelen. Ik heb dat vooral bij Raf: hij is een pak ouder dan ik, heeft heel wat meer ervaring en dan loop ik hem te vertellen wat hij moet spelen. Ik vind dat moeilijk. En het gebeurt vaak dat mijn muzikanten mijn ideeën beter kunnen vormgeven dan ikzelf. Dan blijft er van dat baas-schap weinig over natuurlijk.”

Elke keer dat ik met gitaristen praat, blijken in de loop der jaren een heuse collectie aangelegd te hebben. Heb jij ook een gitaarfetisj?
“Vroeger meer dan nu. Toen ik nog bas speelde, droomde ik van versterkers en gitaren, maar ik had geen centen om ze te kopen. Die interesse verdween, maar door gitaar te spelen is ze teruggekomen. Ik kan sommige instrumenten echt niet laten liggen, al moet ik wel zeggen dat ik me geen overdreven dure gitaren aanschaf. Atijd tweedehands en meestal Fender, maar ik ben hoegenaamd geen purist die per se alleen met vintage instrumenten wil spelen. Ik heb trouwens een zeer basic setup: een Fender, een Rivera Combo en een delaypedaaltje, that’s it. ”

Heb je een speciale voorkeur voor plectrums en snaren?
“Niet echt, maar ik speel wel altijd met Dunlop-plectrums. Qua snaren speel ik met redelijk zware, nummer 0.12 omdat ze meer toon geven en iets meer bluesy klinken. Lichte snaren liggen me niet zo.”

En je speelt ook nog mondharmonica en melodica…
“Ja, maar daar ben ik absoluut geen held op. Ik kan wel een melodietje spelen, maar meer ook niet.”

Heb jij als gitarist grote voorbeelden?
“Er lopen in België alleszins een aantal mannen rond die ik echt goed vind, zoals Mauro, Tim Vanhamel…omdat die op een zeer toffe manier rock ‘n’ roll spelen. Wat zij doen, wil ik ook wel kunnen, maar ik heb die gedrevenheid niet om ervoor te studeren. Ik vind dat Mauro heel veel heeft om een muzikale held te zijn. Ik heb ook veel respect voor Frank Vanderlinden van De Mens, omdat hij toch ook een paar zeer goeie nummers geschreven heeft. Internationaal heb ik het vooral voor Elvis Costello, Ween, Air, The Streets…Bij hip hop heb ik dat iets minder, omdat hip hop voor mij geen pure albummuziek is. Ik ken maar weinig hiphopalbums die van begin tot einde echt goed zijn. Ik heb het meer voor singles: de laatste van Busta Rhymes en Method Man, of Eve en The Neptunes, Dr. Dre, of Rizza. Met Nu Metal moet je bij niet afkomen. En ook niet met Kane. We hebben ooit in Nederland es met Kane samengespeeld; een zeer vreemde ervaring omdat die band toen totaal niets voorstelde, maar die kerels zich echt groot gedroegen. Veel Nederlandse bands zien het meteen groot, hé, kijk maar naar Anouk, Krezip…etc. Ik heb het er niet echt voor.”

De zomer staat voor de deur. Tijd voor de festivals. Ga je graag op tour?
“Ik vind dat wel plezant, omdat het me zo een beetje het clubgevoel geeft. Gasten onder elkaar. Die sfeer vind ik altijd zeer de moeite. En als we in het buitenland moeten spelen, gaat het er na een optreden vaak losser toe dan hier. In België is het moeilijker om na een optreden even het publiek in te stappen en te feesten, omdat de mensen je kennen en toch een babbeltje willen maken.  In het buitenland gaat dat een pak makkelijker. Maar nu moet je me echt excuseren…ik moet ervandoor. Dat zegt het Biestje in mun ‘Ooft.”

Oke! Het ga je verder meer dan goed! Thanks.

Flipkowlier.be
Moiano.com
Gabrielrios.be
Busker.be
Dj4t4.com
Thofvancommerce.be