Eefje-de-Visser-KBL1

Eefje de Visser

Gitaar. Taal. Muziek.

Eefje de Visser. Nederlandse Gentse. Meisje met gitaar, wordt gezegd, maar ze is veel meer dan dat. Eefje de Visser wist ons al verschillende keren te raken met haar subtiele pop, eerst op ‘Het Is’ en daarna op ‘Nachtlicht’, twee albums die de soundtrack bleken bij de kleine en grote dingen des levens. Vandaag is ze druk doende met het herwerken van een aantal songs voor een soloperformance. Eefje de Visser gaat aan de slag met synths, drumcomputers en effecten. Ideaal om te peilen naar haar gear-nerdiness.

“Ik ben helemaal geen gearslut”, steekt ze van wal. Daar gaat onze rubriek. Of niet? Misschien is ze wel een gearslut zonder het zelf goed te beseffen? “Ik ben niet zo hard bezig met spullen”, vertelt ze. “Als ik een instrument gevonden heb, doe ik er doorgaans erg lang mee. Ik heb verschillende gitaren, maar het is niet zo dat ik specifiek op zoek ga naar die ene fetisj-gitaar waarmee ik alles doe. Ik kom uit een muzikale familie en heb eigenlijk nooit een instrument hoeven te kopen. Ik kreeg er altijd wel een te leen. De eerste gitaar die ik kocht, was een Duitse Musima. Leren kennen via Bertus Borgers, een van de muzikanten van Herman Brood. Bertus’ broer speelde op een oud, Duits, jaren 1950 Musima-gitaartje, eentje dat hij zelf opgeknapt had. Hij heeft er dan voor mij ook eentje helemaal in orde gezet.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Je hebt ondertussen drie full-albums op je palmares, ‘De Koek’, ‘Het Is’ en ‘Nachtlicht’. ‘Het Is’ is daarvan de meest akoestisch klinkende. ‘Nachtlicht’ was donkerder, iets harder. De sound van beide platen heeft weinig van doen met de perceptie die nog steeds over je bestaat: het meisje met de gitaar.
Eefje: “Dat label blijft hangen, ja. Ik heb ooit de eerste plaats in de singer-songwritercategorie weggekaapt bij ‘De Grote Prijs van Nederland’ (de Nederlandse Humo’s Rock Rally, zeg maar, red.) en sindsdien ben ik ‘singer-songwriter’. Maar ik wil het liefst af van die ‘meisje met gitaar’-connotatie, omdat die titel de lading helemaal niet dekt. Je hoort dat al op ‘De Koek’: de drang naar muzikale ontvoogding. Met ‘De Koek’ wilde ik een plaat maken die afweek van dat singer-songwriterimago. Het ontstaan van ‘Het Is’ moet je kaderen in een iets donkerder periode, waarin ik een plaat wou maken die stiller was, sussender, en niet noodzakelijk akoestisch. Maar dat draaide anders uit. En toen kwam weer het label ‘meisje met de gitaar’. (lacht) De sound op ‘Nachtlicht’ is een organisch vervolg op de eerste twee albums. Maar eigenlijk ben ik niet erg bezig met de opdeling tussen elektronisch en akoestisch. Wel met het zoeken naar sfeer en sound. Daar ben ik intensief mee bezig. De keuze van instrumenten staat ten dienste van dat proces.”

“Ik ben niet erg bezig met de opdeling tussen elektronisch en akoestisch. Wel met het zoeken naar sfeer en sound.”

Zowel ‘Het Is’ als ‘Nachtlicht’ zijn groeiplaten.
Eefje: “Dat heb ik nog gehoord. Ik luister zelf graag naar muziek die wat tijd nodig heeft om te landen. Vandaag ben ik grote fan van Frank Ocean, maar toen ik zijn muziek voor het eerst hoorde, had ik er helemaal geen klik mee. Ik verstond niet waarom zoveel mensen er zo enthousiast over waren. Frank Ocean is dus een tijdje gewoon geluidsbehang geweest, tot ik er aandachtig naar begon te luisteren. Toen was ik snel helemaal om.”

Live spelen voegt een extra dimensie toe aan muziek. Ik heb je met je band op korte tijd twee keer zien optreden: een keer bij de release van ‘Nachtlicht’, en een maand of twee later tijdens Record Store Day. Dat laatste concert klonk iets nijdiger dan het eerste. Het kwam de muziek, naar mijn gevoel, ten goede.
Eefje: “Dat klopt wel. ‘Nachtlicht’ was een vrij moeilijke plaat om live mee aan de slag te gaan. We wilden alle sounds live spelen, en in het begin waren we iets te voorzichtig. Toen we gingen touren, zaten we op het punt dat we het net beheersten. Met de tijd hebben we alles wat meer losgewrikt en zijn we de muziek wat minder precies gaan benaderen. En dat werkte. Het aanvankelijke plan was om van ‘Nachtlicht’ een veel heftiger plaat te maken, maar ze is wat zachter uitgedraaid. De volgende plaat wordt feller. Bijtender.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Waarmee maak jij live je sound?
Eefje: “Ik speel met een Fender Vintage Deluxe versterker (een re-issue) en een Fender Mustang uit 1969. Een superfijne shortscale met een prachtige sound. Verder gebruik ik een aantal leuke pedaaltjes, zoals een Strymon El Capistan Delay, een Ditto-looppedaal met een leuke reverse-functie, en een galmpedaaltje. Ik heb niet het gevoel dat ik een echte Eefje de Visser-sound heb. Ik ben ook helemaal geen pedaaltjesnerd. Ik stap doorgaans de muziekwinkel binnen, probeer een effect en neem het mee naar huis. En dan breng ik het soms terug. (lacht) Voor de shows die er nu zitten aan te komen, gebruik ik een Oberheim OB-6, een Yamaha-piano – dezelfde als Beach House – een BOSS loopstation, de hiphop-beatmaker MPC, een bassynth, gitaar en bas. Met die setup moet ik het gaan doen.”

Helemaal alleen op het podium … Spannend.
Eefje: “Ja, opnieuw alleen. Ik heb dat vroeger wel vaker gedaan. Ik beschouw het als een essentieel onderdeel van mijn ontwikkeling als muzikant. Ik heb die alleentijd nodig, omdat ik niet zomaar met een vierde plaat op de proppen wil komen. Ik moet het instrumentarium nog helemaal onder de knie krijgen, maar krijg gelukkig wel veel hulp, onder andere van Dijf Sanders, voor de MPC.”

“Ik heb veel opgestoken van de manier waarop hiphopartiesten met tekst omgaan: met veel experiment.”

In jouw repertoire zijn muziek en woord onlosmakelijk met elkaar verbonden. We zouden het gegeven gear helemaal kunnen uitrekken en ‘tekst’ als extra instrument beschouwen. Het is alvast iets waar je veel aandacht aan besteedt.
Eefje: “Ja, je kan de teksten niet los van de muziek lezen; ze horen gewoon samen. Ik was vroeger niet echt een tekstschrijver. Toen ik begon, schreef ik in het Engels, omdat me dat makkelijker leek. Tot ik besefte dat Nederlands me beter lag. En tot vandaag blijft het een grote ontdekkingstocht. Wat betekent schrijven in het Nederlands? Wat ik ondertussen wel weet, is dat de tekst na de melodie komt en dat-ie niet meer aandacht mag opeisen dan de muziek zelf. Tekst mag niet storend werken, maar moet verweven zitten in de muziek. Veel zinnen die ik eerst uitprobeer, werken niet, omdat ze te hard klinken. Het Nederlands heeft dat wel in zich, dat stekelige. Ik zoek lang naar een manier om muziek, gevoel en tekst aan elkaar te koppelen.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Opvallend is wel je aparte gebruik van zinsritme. Je benadert dat heel vrij, breekt woorden af waar je het niet verwacht, gebruikt soms vreemde zinsconstructies …
Eefje: “Ja, dat is het resultaat van jaren met een hiphopper samen te zijn. (lacht) Ik heb lang heel veel naar hiphop geluisterd en heb veel opgestoken van de manier waarop hiphopartiesten met tekst omgaan. Er is veel experiment. Ik vind het jammer dat Nederlandstalige muziek soms te veel draait om de tekst, dat er per se iets gezegd of verteld moet worden. Het Engels laat volgens mij meer experiment toe, omdat er al zoveel wegen zijn bewandeld, zowel in muziek als songteksten. Die abstracte manier van omgaan met taal, zoals in poëzie, vind je wel meer in Engelstalige songteksten. Je kan er veel meer dingen doen zonder dat ze meteen als vreemd worden bestempeld. Dat heb je in het Nederlands nog minder. We zijn toch iets traditioneler.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Behalve als het om hiphop gaat. De Jeugd Van Tegenwoordig, Boef, Extince … Nederlandse hiphop lijkt de grenzen van de taal wat meer op te zoeken dan de Vlaamse. Wij lijken behoudsgezinder, behalve als het om dialect gaat.
Eefje: “Ja, in Nederland bestaat Nederlandstalige hiphop al langer. Het heeft wellicht ook te maken met het feit dat de cultuur er iets harder is, en dat hiphop er misschien beter bij past. Nederlanders lijken vrijer met taal om te gaan dan Vlamingen. Maar ook slordiger. Ik denk dat de emotionele band die wij met het Nederlands hebben minder sterk is dan die in Vlaanderen.”

“Ik vind dat Vlamingen echt mooie teksten schrijven. Wat taal betreft, vind ik het toch best vreemd om je uit te drukken in een taal waarin je niet denkt. Al is het soms makkelijker om je gevoelens in het Engels te verpakken, omdat er zoveel mogelijkheden voorhanden zijn. Bij Nederlands moet je meer je best doen, moet het subtieler. Als ik over emoties schrijf, probeer ik er wat omheen te werken. Na drie platen voelt zingen in het Nederlands nog steeds als iets nieuws aan.”

eefjedevisser.com