De Belgische punkscène

Punk is een attitude

Maak eens een dossier over de Belgische punk. Dat was de boodschap waarmee we een van onze charmante dames de baan op stuurden. Ze kwam terecht bij Ludo Mariman; de man was zo onder de indruk dat onze freule hem met Peetvader van de Belgische punk mocht aanspreken en hem honderduit mocht uitvragen over de Belgische punkscène. Alleen dook ze af en toe achter een stoel, want Mariman begon met een spervuur aan anekdotes en kreeg meer dan eens schuim in de mondhoeken. Een angry young man van 51. Ludo, Hey Ho, let’s go!

Vond jij de punk of vond de punk jou? Die beweging stond immers nog maar in haar kinderschoenen toen jij met The Kids begon.
Ludo Mariman: “Ik ben altijd al behoorlijk anglofiel én een grote fan van het Britse voetbal geweest. Via Engelse kranten heb ik de punkbeweging leren kennen. Op mijn voetbalreisjes naar Londen het ben ik op het juiste moment op de juiste plaats beland: de legendarische club Marquee waar ik Eddy and the Hotrods ontdekt heb. Hun rauwheid sprak me meteen aan. In die tijd waren groepen als Pink Floyd, Genesis en Yes hip, maar wat zij speelden klonk veel te intellectueel. Je moest haast gestudeerd hebben om daarvan te kunnen genieten. Punk reageerde tegen dat muzikaal intellectualisme en heeft de muziek terug naar de straat gebracht. Her en der ontstonden zeer energieke bands met leden die hun eigen kleren ontwierpen en magazines uitgaven. Als jonge gast werd ik plots in een heel kleurrijke en creatieve scène gegooid. Ik zat toen in een groepje met Danny en Eddy (De Haes, oorspronkelijke ritmesectie van The Kids, nvdr.). De vorige zanger en gitarist hadden er de brui aan geveven, omdat ik nogal dominant was. Wij gedrieën waren hard op zoek naar wat we verder konden doen, maar toen ik punkrock hoorde, wist ik meteen dat we niemand extra nodig hadden. Geen fucking solo’s, korte nummers en hopla. Ik ben meteen nummers beginnen te schrijven.En we zijn aan 150 km per uur uit de startblokken geschoten.”

Wanneer werden The Kids op de mensheid losgelaten?
Ludo Mariman: “Helemaal in het begin van de punk. Ons eerste optreden vond plaats in Kapellen in september ’76. Ons repertoire bestond uit amper vijf eigen nummers, aangevuld met een stuk of negen covers van The Ramones. Zij hebben trouwens een grote invloed gehad. Hun eerste interview had de titel “Wij kunnen niets, maar dat moet kunnen.” Ik vond die ingesteldheid fantastisch. Mijn composities voor The Kids klinken eigenlijk als een mix tussen The Ramones en The Sex Pistols.”

Kwamen jullie als beginnende punkband in België makkelijk aan de bak?
Ludo Mariman: “Bwah, … voor onze eerste optredens werden we nauwelijks betaald, maar we stalen altijd de show en werden gauw berucht door onze aparte aanpak. Meestal stonden we tussen bluesrock-groepen die ellelange nummers speelden en vooral veel freakten en kickten op zichzelf. Wij kwamen heel agressief uit de hoek. Vanaf het moment dat we op het podium stonden, begonnen we het publiek uit te schelden en jaagden we onze set erdoor. Snedig, rechtdoor, zonder solo’s. De mensen schrokken van ons! Op hetzelfde moment maakte de pers voor het eerst gewag van de punkbeweging, maar wij bestonden al én hadden al een behoorlijke reputatie. We speelden toen vaker in Wallonië dan in Vlaanderen, want punk sloeg er sneller aan. Waar veel werkloosheid is, gedijt punk beter. Het is muziek die met de lagere sociale klasse wordt geassociëerd.”

Wat is punk dan voor jou? Een levensstijl of toch vooral muziek en energie?
Ludo Mariman: “Vooral muziek, maar ik kan het niet los zien van de erfenis van ‘76. De toenmalige omstandigheden trokken de hele No Future-beweging op gang. De oliecrisis in ’74, de werkloosheid…. De generatie voor ons was de Gouden Generatie, maar wij zaten economisch in een underdog positie. Ook op muzikaal gebied. Het moest allemaal zeer moeilijk klinken. Wij dachten: fuck off, wij leren drie akkoorden en gaan op een podium staan! Dat is de mentaliteit waar ik voor gevallen ben. Die periode was trouwens veel kleurrijker dan dat ze nu voorgesteld wordt.”

Ayatollahs van de punk

Ludo Mariman: “Het stoort me dat er een generatie punks is opgestaan die bijna fundamentalistisch met de beweging bezig is. En allerlei regeltjes opstellen waaraan ‘echte’ punkers moeten aan voldoen. Dat druist echt in tegen de punkprincipes: er zijn geen regels! Ik kan echt niet overweg met die ayatollahs van de punk. De punkscène zelf, daar hoor ik niet helemaal meer bij, maar ik merk dat onze muziek nog over hele wereld gesmaakt wordt. Onze eerste twee elpees zijn klassiekers en ik ben best fier dat wij over de hele wereld respect krijgen voor wat we toen gemaakt hebben. Onze songs worden nog steeds opgepikt door jonge mensen. Dat is wat telt!

Ik ben een working class hero. Ik heb nog een job naast de muziek. Wij allemaal trouwens. Een bewuste keuze, want we willen vrij en onafhankelijk zijn. Professionele muzikanten moeten compromissen sluiten en dat wil ik niet. Ik hou heel veel van muziek, maar niet van de muziekbusiness. Daar blijf ik echt zo ver mogelijk van weg. Ik doe mijn ding op mijn manier. Al geef ik toe dat het een gigantisch voordeel was dat we in onze beginjaren getekend werden door een major.”

Jullie werden inderdaad behoorlijk snel getekend. Was het makkelijk om een contract in de wacht te slepen toen?
Ludo Mariman: “Tijdens een optreden in ‘De Groene Michel’ in Antwerpen stond Alain Rageno in het publiek, onze latere manager. Wij kwamen op zoals we dat altijd deden: aggressief, meteen iedereen uitschelden, heel zelfzeker en alles geven. Na het optreden kwam Rageno mijn telefoonnummer en adres vragen. Indertijd organiseerde hij samen met Paul Ambach concerten. Even later stuurde hij me een brief : “Geachte Punker, ik wil graag met jullie een demo opnemen. Kunnen we eens afspreken?”. We hebben toen in één dag twaalf nummers opgenomen. Rageno is met die demo naar Phonogram getrokken en die hebben ons meteen getekend. Ondertussen had hij voor ons het voorprogramma van Iggy Pop versierd. Zo mochten we meteen voor 1500 man optreden in de toenmalige ‘Roma’. We kregen heel goede recensies en daarna kwam alles in een stroomversnelling.”

Op jullie agenda staan voor de komende maanden een kleine dertig concerten. Stap jij nog met evenveel goesting op het podium als dertig jaar geleden?
Ludo Mariman:Zeer zeker, maar mijn tolerantie voor al ‘het voor en na’ is heel erg geminderd. Ik heb zoveel uren gewacht dat het me nu de keel uithangt. Soundchecken doen we niet vaak meer. We hebben een steengoede technieker die alles klaarzet zodat we voor het optreden nog enkel een korte linecheck doen. Een paar nummers en het geluid staat op punt. Ik kan er ook niet meer tegen dat men na de show rond mijn hoofd komt zeuren, maar het optreden zelf doe ik nog heel graag. That’s my life ‘till I die. Het is een fantastisch gevoel om als 51-jarige te crowdsurfen. Het klinkt een beetje onnozel, maar ik geniet er geweldig van. Destijds ging het zo hard en alles gebeurde in een roes: seks, drugs en rock ‘n’ roll. Nu is het gewoon fijn om te zien dat er zoveel aandacht is voor de muziek die ik toen geschreven heb.”

Merk je een evolutie bij het publiek? Slaat de vonk op de huidige generatie even hard over als dertig jaar geleden?
Ludo Mariman: “Absoluut! We hebben nog heel wilde optredens waarbij er vanaf de eerste noten keihard ingevlogen wordt. Ons geeft dat een enorme kick! Als het publiek meegaat, ga je als artiest ook een stap verder. De energie die heen en weer wordt gestuurd, zorgt voor zalige optredens. En dat gebeurt nog vaak, maar natuurlijk niet elke keer. In Limburg heb je bijvoorbeeld een zachter publiek dan in de Kempen. Maar dat wil niet zeggen dat ze ons in Limburg niet smaken. Je niet laten kennen en erdoor heen blazen, is het beste wat je kan doen. En als je Limburgers uit de bol ziet gaan, dan ben je echt goed bezig. (lacht).”

België, punk’s not dead!

Ludo Mariman: “In België zitten er nog een heleboel andere punkbands, maar met de scéne zelf hou ik me weinig bezig. Op dat punt ben ik heel punk: een sociale individualist. Iedereen doet wat hij wil, maar laat mij gerust. Dat is mijn basisregel. (lacht) Je hebt natuurlijk bands als Funeral Dress of Revenge 88 die al een tijdje meegaan, maar er zijn ook veel goede jonge groepjes met een eigen identiteit. Waar ik niet tegen kan zijn bands die chagrijn uitstralen en met de mentaliteit van ‘Wij zijn echter dan gij’ rondlopen. Daar gaat het echt niet om. Punk gaat om creatieve energie.”

Wanneer besloot je terug met The Kids de hort op te gaan?
Ludo Mariman: “In ’96 had ik een interview met een paar jonge Fransen. Die stonden in opperste bewondering voor mijn deur. Blijkbaar waren The Kids in de Parijse punkscène heel bekend. Ik stond met open mond te luisteren. Eén van hen heeft trouwens laatst een tribute aan The Kids uitgebracht. Een japanse punkband Teen Generator heeft onlangs ook drie nummers van ons gecoverd. Fonetisch ingezongen! (proest het uit). Zelfs in Peru kennen ze onze muziek! Ik checkte gisteren ons gastenboek en er was een bericht van een fan uit Peru die ons dolgraag graag live wil zien. Hij schreef ook dat hij met zijn punkbandje onze Don’t wanna be a fat boy speelt. Dat onze muziek over de hele wereld bekend is, heeft ons over de streep getrokken. Danny en Eddy zeiden meteen ja op voorwaarde dat het maar voor één jaar was. Muziek was moeilijk te combineren met hun job. Het ging nog zo vlot op repetities dat we dachten: okee, we doen dit. Ondertussen zijn we tien jaar verder. Luc en ik zijn blijven doorgaan en Danny en Eddy werden vervangen door Frankie Saenen en Pieter Vanbuyten. Ondertussen is Danny teruggekeerd als bassist en Frankie drumt nog steeds. We zijn een geoliede machine die fantastische nummers speelt.”

Bestaat er old school en new school voor jou?
Ludo Mariman: “Daar ben ik echt niet mee bezig. Dat is voer voor journalisten. Het maakt me echt niet uit. Muziek is muziek en in elk genre is er goede en slechte muziek. Ik lul daar niet over. Muzikanten die lullen over muziek zijn suckers. (lacht)

 

KADERSTUK:

Kika D: Punk is een attitude

Kika D is de auteuse van het boek Polar Fury, een boek over punk. Of niet ?
“Jawel…en misschien toch niet…,” lacht Kika. “Polar Fury is een boek over de filosofie van  kwaadheid. Wat doet een mens als hij kwaad is? Laten merken dat je niet akkoord gaat door je mening in een song of in een boek te verwerken. In dat opzicht zou je Polar Fury zelfs een anti-geweldboek kunnen noemen. Pure ingevroren woede. Met punk als rode draad. Punkers in de jaren ’70 gingen niet akkoord met de maatschappelijke ontwikkelingen, en hebben zich – in plaats van zich moordzuchtig te gaan gedragen – op de muziek gestort en zich een imago aangemeten waarmee ze duidelijk maakten dat er in de samenleving vanalles fout liep. Een zeer nobele reactie, vind ik. Daarover gaat het boek ook.”

Pure woede was de drijfveer om me op dit project te storten. Ik heb jaren gewerkt als “nightlife photographer” in discotheken en heb me meermaals gestoord aan de “ik-ik-ik”-mentaliteit  gecombineerd met een overdreven moneymake attitude.  Ik heb niks tegen geld verdienen met muziek, maar als het geld vóór de muziek komt, kan het me dat danig irriteren.  The money and the egos of nightlife… dat kon me af en toe zo woest maken. Op een nacht in 2003 belandde ik toevallig op hardcore-punkoptreden van Capital Scum, een band die er na jaren stilte weer stond. Die heerlijke, eerlijke kracht gaf me de juiste energie. Pure kracht! Capital Scum stootte enorm veel energie uit, recht in het publiek. Geen DJ die daar de boel staat te maniluperen met andermans muziek. Die pure live-energie was voor mij een katalysator om het boekproject tot een goed einde te brengen.”

I am a first row fan. K wilde “dienen”

Ik wou mijn kwaadheid, een gevoel dat vaak als negatief wordt bechouwd, ombuigen tot iets creatiefs en constructiefs.  Kon ik mijn woede ten dienste stellen van iets of iemand? Ja. Het boek en de compilatie-cd (in samenwerking met Rock & Roll Radio) zijn er. Als er één van de groepen een stapje verder geraakt dankzij dit project, dan ben ik al tevreden. Ik vond het alvast een heel interessante trip. Zo ben ik bijvoorbeeld Marcel Janssens  terug tegen het lijf gelopen,  de man achter het Rock ‘n’ Roll Radio-label.  Hij is écht een belangrijk personage in België. Een wandelende punk-encyclopedie. Punk is een lang verhaal, hé! Het begint in de jaren ’70 en heeft veel veranderd. Punk heeft veel verschillende stromingen, waarin mensen zaten die muzikanten uit een andere stroming niet konden luchten, gewoon omdat ze andere muziek speelden en een ander gedachtengoed hadden.  Het boek is absoluut ook een pleidooi geworden tegen mensen met een houding van “jij bent geen échte punker want…..   blablabla….” Daar veeg ik dik mijn gat aan. Just do your thing.

In België is Ludo Mariman het absolute punk-icoon, maar wie zijn volgens jou de belangrijkste exponenten?
Kika:  “The Kids, of course. Maar ook: Funeral Dress! Man, die zijn al zo lang bezig! Respect!!! Voor mijn eigen persoonlijke geschiedenis is de Hageland Hardcore-scène cruciaal. Number one voor mij – diegenen die me het nauwst aan het hart liggen – is Capital Scum. In Antwerpen heb je een punkfanfare: Ambrassband, bestaande uit ex-krakers, gipsies en Argentijnen! Fantastische bende die ongelooflijke kippenvelmuziek maakt. Er staat op de cd een nummer: Dracula Waltz, enkel met blaasinstrumenten. Fantastisch! Last but not least: voor mij héél belangrijk: Sunpower, de band die me uitgenodigd heeft om op meest recente CD  een  song mee in te zingen… Great Fun… Girlsssfun. Ludo Mariman is wél de persoon die het meeste indruk gemaakt heeft: die energie! Die kwaadheid! Een ongelooflijke boost om aan dit boek te beginnen, gebald in één persoon, een “persoonlijkheid”…”

Kika: Punk is een attitude! De Engelse ontwerpster Vivien Westwood stond aan de wieg van de punk: die is enkele jaren geleden een prijs gaan afhalen bij de Britse koningin en droeg geen onderbroek, wat duidelijk bleek toen de wind haar rok omhoogblies. Vind ik toch nog een behoorlijk staaltje van Punkattitude. I like it. Dave Grohl is ook een belangrijk persoon, gegroeid  uit de Amerikaanse HC-wereld. Maar mijn absolute number one band is toch wel The Clash.  Deep respect! The Clash is wauw!

Kika: “Ik hoef geen zestienjarige punker die me komt vertellen dat ik ‘geen echte ben’ omdat ik zus of zo doe of ook andere muziekstijlen apprecieer dan enkel punk. Ik profileer me ook niet als punkster, wel als Kika D, een soort van Alice in Wonderland die gaan wandelen is in het punkmilieu, en als “fan” er iets over gemaakt heeft.”

It’s a tribute to punk & to all the bands and people who cooperated. It’s MY respect towards a movement that changed the history of music.

Polar Fury wordt uitgeven door EPO Distribution en is te verkrijgen via het Muziekcentrum.

Muziekcentrum Vlaanderen VZW
Steenstraat 25
1000 Brussel

info@muziekcentrum.bewww.muziekcentrum.be

(0)2 504 90 90

Bands die opgenomen zijn in de compilatie-cd van Polar Fury:

The Kids www.thekids.be

Capital Scum   www.capitalscum.tk

Agitators   www.agitatorsstreetpunk.com

Funeral Dress www.funeraldress.com

Agathocles www.agathocles.com

Sunpower www.sunpowermusic.tk

The Dirty Scums (http://217.136.228.42/thedirtyscums/)

The Restarts (UK) www.restarts.co.uk

Ambrass Band www.ambrassband.be

Mas Mappers www.masmappers.be

More interesting websites:

www.rocknrollradio.org

www.heartbreaktunes.com

www.punk77.co.uk

www.debrassers.be

KADERSTUK

Labels

Genet Records, vooral hardcore

Funtime Records, punk

Iscream Records, hardcore

KADERSTUK

Media en links

Punk in de media! Absoluut!
Pitstop is een wekelijks programma op Urgent.fm (www.urgent.fm of op 105.3 fm). Het wordt uitgezonden op donderdagavond van 21u tot 22u. Hoofdzakelijk punk en hardcore! www.pitstopradio.be/index.php

Punx – Studio Brussel – dinsdag van 22u tot 23u