David-Nzeyimana-KBL1

David Nzeyimana

Le Colisée vs. Charlotte Gainsbourg

Wanneer we met David Nzeyimana (24) afspreken in het Park van Vorst in Brussel, bruist het van de stralende gezichten, spelende kinderen en picknickdekentjes. De zon is namelijk voor het eerst écht in het land en de jassen zijn ingeruild voor T-shirts. David is nog maar net terug van een korte tournee in Japan met de Franse zangeres / actrice / alleskunner Charlotte Gainsbourg. Je leest het goed: deze ‘kleine’ Belg staat momenteel op de grootste podia met de dochter van. Denk aan een uitverkochte Chapiteau tijdens Les Nuits Botanique of een belangrijke spot op Primavera Sound in Barcelona. David verdiende eerder zijn strepen in de populaire Franse indieband Frànçois & the Atlas Mountains en steekt daarnaast al zijn unieke muzikale creativiteit en eigenzinnigheid in zijn project Le Colisée. Of hij geen last heeft van een jetlag?

David: “Dat valt best wel mee hoor. Ik kwam gisterenavond thuis, ben gaan slapen en stond de volgende ochtend weer op. Niks aan de hand!”

Misschien een atypische openingsvraag: hoe gaat het met je?
David: “Slecht! (lacht) Nee nee, alles gaat prima. Ik geniet nog na van Japan, waar ik mij precies op een andere planeet bevond. Alles is er veel kleiner: de auto’s zijn klein, de gebouwen zijn kleiner, de mensen zijn kleiner. Ik was er een weekje voor twee concerten met Charlotte Gainsbourg.”

Hoe komt een Franse superster bij jou terecht?
David: “Zij heeft mij niet gevonden. Ze kende me zelfs niet. Via Frànçois & The Atlas Mountains is haar team tot bij mij gekomen. Ik heb wel even getwijfeld of ik het zou doen, want ik kwam net terug van een tournee met die band en zat met een verhuis. Ik kreeg een week de tijd om erover na te denken. Voor ik het goed en wel wist, mocht ik gaan repeteren … in New York. Een heel gek gevoel: vrijdag nog van niks weten en zondag zit je op het vliegtuig naar New York, een droom die uitkwam. Na ruim vijf maanden intensief repeteren stond ik ein-de-lijk op het podium.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Je hebt een eigen specifieke sound met Le Colisée en dan moet je plots spelen in zo’n grote productie, waar natuurlijk enkele verwachtingen zijn. Wat doe je in zo’n situatie? Hoe pas je je aan?
David: “Bij aanvang waren we maar met z’n drieën: Charlotte, Paul Prier en ik. En dan had je nog Bastien, die functioneerde als supervisor – vergelijkbaar met een producer, maar dan voor het live-aspect. We bespraken hoe we de plaat, die al klaar was, zouden vertalen naar het podium. Het album is zo divers qua instrumenten dat dit een flinke uitdaging was. We moesten de songs ontleden om de essentiële partijen over te houden. Ik nam meestal de iets complexere gitaarpartijen voor mijn rekening.”

Je had dus een zekere inbreng?
David: “Ja! Het grappige was dat ik enkel mijn gitaar meehad naar New York en dat ik die niet heb gebruikt. Deze muziek was meer gebaat met de sound van de Fender Stratocaster. Ik speelde eerst clean, zonder pedalen. Met mondjesmaat begonnen we pedalen te huren om aan de klank te komen die we nodig hadden. Ik kwam uiteindelijk tot een podiumklank die enerzijds mijn stempel draagt, en anderzijds perfect aansluit bij het album. Daarna duurde het niet zo lang om de partijen aan te leren en om het juiste evenwicht te vinden tussen de verschillende muzikanten. Nu staan we met z’n zessen op het podium.”

“Het was voor mij erg interessant om dat proces mee te maken en zo nieuwe geluiden en manieren van spelen te ontdekken. Ik merkte wel dat ik voornamelijk harmonieën en dergelijke meebracht naar de repetities en in mindere mate sound.”

“Ik steel continu geluid van instrumenten. Mijn harde schijf staat vol met opgenomen klanken.”

“Ik had nooit het gevoel dat ik bij een grote productie was terechtgekomen, tot ik plots die knoerten van lichten op het podium zag. Daar viel mijn mond toch wel even van open, putain. (lacht) Ik had ook totaal geen idee waar we zouden gaan spelen. Maar dan sta je plots dromen te realiseren: je speelt in de Botanique die in tien minuten uitverkocht was, op Primavera, en op tientallen andere festivals. C’est ouf! Weet je wat gek is? Een maand voor heel dit verhaal begon, schreef ik een nummer met Pierre Rousseau waarin ik zong over reizen naar New York en Tokio. En dat is uitgekomen. Ik denk dat mijn volgende song ‘Geef me één miljard dollar’ zal heten. (lacht)

Je belandt dus in een wereld met nieuwe geluiden. Word je hierdoor beïnvloed bij het creëren van nieuwe muziek?
David: “Ik ontdekte niet alleen nieuwe geluiden, maar zelfs een nieuwe manier van spelen. Al sinds het begin werd er van mij verwacht dat ik meer de funky en snappy gitaaraanslagen à la Nile Rodgers zou spelen, maar ik heb nooit iets met disco gehad. Dat heeft ertoe geleid dat ik veel meer muziek ben gaan ontdekken. Op dit moment luister ik bijvoorbeeld naar Diana Ross. (lacht) Ik wilde begrijpen hoe dat typisch gitaargeluid in elkaar zit. Muziek analyseren: dat zou iedereen moeten doen. Luisteren, luisteren, luisteren.”

“Mijn gitaarspel kenmerkt zich voornamelijk doordat ik met mijn vingers melodieën speel, het totaal tegenovergestelde van die dansbare discoritmes. Maar nu hou ik ervan om zo gitaar te spelen. Het geluid dat ik gecreëerd heb voor Gainsbourg is nog steeds mijn sound, maar staat mijlenver van Le Colisée.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Wat is typisch aan het geluid van Le Colisée?
David: “Le Colisée bulkt van de harmonieën en een overdaad aan noten. Ik kan er veel meer experimenteren. Ik hou geen rekening met le bon goût, terwijl ik me bij Gainsbourg meer houd aan een beperkter geluid: chorus, reverb en een phaser. Ik ga daar niet losgaan met een whammy, wat ik mij dan wel weer kan permitteren bij Le Colisée.”

“Toen ik begon met mijn eigen muziek was ik totaal niet bezig met geluid. Mijn kleine amp zwierde ik vol treble. Ik had echt un son de merde. Klank was voor mij onbekend terrein, ik hoorde zelfs geen verschil. Ik hield me vooral bezig met melodieën, harmonieën, structuren, dat soort dingen. Mijn kompaan bij Le Colisée, Raphaël Desmarets, hielp me dan met de juiste geluiden op mijn computer. Pas toen ik zelf ook begon te werken in Logic en Ableton ben ik geluid even belangrijk gaan vinden als de song. Geluid kan alles veranderen.”

Ik vind Le Colisée zeer divers en vindingrijk.
David: “Ik ga je een nummertje laten horen dat ik in 2011 letterlijk in elkaar heb geknutseld. ‘Kukulu’ is een nummer waar experiment centraal staat. Ik wilde kijken hoe ik met een gitaar een klaviergeluid kon nabootsen. Ik had enkel de computer met GarageBand van mijn moeder en een klassieke gitaar. Ik nam elke noot apart op en knipte de eerste en laatste fractie van een seconde van die noot weg. Dat maakte dat die gitaarnoot slechts één korte volle klank had, zonder de aanslag en fade-out. Daarna plakte ik als een neuroot alles achter elkaar en creëerde ik arpeggio’s. En dat proces herhaalde ik ook met mijn stem. Ik was daarbij zo onhandig met de opnametools dat ik de stukjes met millimeterwerk aan het slepen was. Wist ik veel dat je alles op een tempo kon zetten. Dat heeft me enorm veel tijd gekost. (lacht) Maar het nummer toont wel waar ik mij als muzikant mee bezig hield.”

“Ik hoef geen studio meer in want mijn slaapkamer, of beter, mijn laptop is mijn studio geworden.”

Ging de bal toen aan het rollen voor jou?
David: “Het heeft me doen inzien dat je veel kan experimenteren met klanken en songs. Ik had het antwoord gevonden op de vraag ‘hoe maak je een klaviergeluid zonder een klavier?’. En dan begin je verder te zoeken. ‘Hoe maak je fuzz zonder een fuzzpedaal?’, bijvoorbeeld. En ’t is grappig dat je deze vragen stelt voor een rubriek met als titel ‘Gearslutz’, want ik zoek net hoe je geluiden kan maken zonder gear. (lacht)

Het is toch cool dat je op die manier met muziek omgaat? Ik ken genoeg muzikanten die hun pedalboards maar blijven uitbreiden.
David: “Ik ben niet voor niets met één gitaar naar New York vertrokken voor die repetities met Charlotte Gainsbourg. Ik weet gewoon dat als ik te veel pedalen voor me heb liggen, ik ze te veel ga gebruiken. En dat wil je ook niet doen. ’t Is een discipline die je moet creëren. Ik gebruik enkel het broodnodige. Thuis heb ik vrij weinig gear liggen. Een paar gitaren, een MIDI-controller … Voor de rest speel ik met samples in Logic. ’t Is wel zo dat ik door mijn situatie als muzikant heel vaak stuit op instrumenten die niet van mij zijn die ik kan gebruiken. Plots ligt daar een Mellotron of een Yamaha CP80 die ik zomaar kan testen. Als ik een dag vrij heb, verlies ik mezelf in die nieuwe instrumenten.”

Dus zelfs op een zeldzame verlofdag ga je op zoek naar nieuwe muzikale prikkels?
David: “Ik vind het ontzettend belangrijk om daarmee bezig te blijven. Vorig jaar tijdens de Biënnale van Venetië leerde ik bijvoorbeeld de hedendaagse kunstenaar Xavier Veilhan kennen. Hij heeft een gigantische houten studio propvol instrumenten van Nigel Godrich, de producer van Radiohead. Zijn project was muzikanten in duo uit te nodigen in zijn studio. Je kreeg dan twee dagen de tijd om op te nemen wat je wilde terwijl een publiek toekeek. Ik heb mij toen twee dagen beziggehouden met onder andere het samplen van drumgeluiden. Ik heb het geluk vaak omringd te zijn door een shitload aan gear zonder die zelf te moeten bezitten. Ik steel continu geluid van instrumenten. Mijn harde schijf staat vol met opgenomen klanken.”

© Koen Bauters
© Koen Bauters

Gebruik je die dan ook effectief?
David: “Ik gebruik ze zeker en vast. Het laat me toe om mijn eigen muziek te maken. Ik neem de nieuwe plaat van Le Colisée gewoon als een nomade op. Ik hoef geen studio meer in want mijn slaapkamer, of beter, mijn laptop is mijn studio geworden. Ik neem continue op en werk op hotel of op de tourbus aan muziek. Soms doe ik er helemaal niets mee, maar dat is niet erg. En als iemand zegt dat iets crap is, dan is dat ook niet het einde van de wereld. Aan de lezers: blijf vooral dingen maken, ook als ze crap zijn. Het proces zelf is ook erg belangrijk.”

Dus we mogen binnenkort nieuw werk van Le Colisée verwachten?
David: “De nieuwe plaat is bijna klaar. Als in: ik zou ze na dit interview kunnen afwerken. ’t Zijn de laatste loodjes. Nog een beetje mixen hier en daar. ’t Wordt een ep waarvoor ik songs met een blauwe kleur heb geschreven. Daarna volgt een rode ep. De kleuren geven het gevoel weer, of een specifieke klankkleur. De blauwe ep vergelijk ik qua klank bijvoorbeeld met het werk van Debussy: de vele harmonieën, een clean gitaargeluid, de jazz, de majeur, die typische klavierklank … Maar in jouw hoofd kan het uiteraard een andere klankkleur hebben. Bij ‘rood’ voel ik dan weer een luider geluid.”

Opnieuw staat experiment dus centraal.
David: “Ik laat inderdaad veel experiment toe. Da’s leuk, maar ik vind het ook goed om soms niét meer te experimenten en uit te puren wat je uit een eerder experiment hebt gehaald. Om nadien dan terug loos te gaan. Mijn blauwe ep is bijvoorbeeld vrij eenvoudig en meer pop. Tot op heden heb ik altijd het gevoel gehad dat ik bleef proberen. Ik herbeluister mijn oude dingen zelfs niet meer. We spelen natuurlijk nog wel wat oudere nummers live, maar we hebben gelukkig een publiek dat openstaat voor veel dingen. We zijn ook niet de bekendste band, en dat geeft vrijheid. Zo stonden we ooit eens op het podium als karaoke-act. Dat was een risico, maar het heeft keigoed gewerkt. Wel maar één keer, want de tweede keer zijn we na een paar minuten van het podium geflikkerd. (lacht)

Hopelijk gebeurt dat niet tijdens je tournee met Charlotte Gainsbourg. Veel succes en bedankt voor het gesprek!

lecolisee.bandcamp.com