Dave Martijn

Muziek moet vooral fun zijn

Het leven van een muziekjournalist – als ondergetekende zich zo mag noemen (dat mag hij, nvdr.) – kan soms schoon zijn. Naast de bakken geld die hij verdient en de bewondering die hij oogst bij ontelbare vrouwen mag hij al eens iemand interviewen die hij zelf zeer de moeite vindt (Dank u, Poppunt!). In dit geval is het object van zijn bewondering gitarist Dave Martijn (25), de Angus Young van België, vergroeid met zijn Gibson Flying V, vaste waarde bij voormalig Rock Rally-winnaar Goose en sinds juli 2004 sparring partner van gitarist David Dewaele bij Soulwax. Ondergetekende ontmoet de jonge gitaarheld ergens in het Kortrijkse.

De ogen van Dave Martijn schitteren wanneer hij ons een bak – letterlijk dan – vol pedaaltjes laat zien. Tussen het kluwen van draden en allerlei plastic en metalen doosjes met de meest uiteenlopende vormen ontwaren we achtereenvolgens een groene Big Muff Soviet (“Mijn tank,” zegt Dave. “ Ik heb hem laten opdrijven zodat hij nog straffer klinkt. De volumeknop kan nu als het ware tot twaalf in plaats van tien, echt een bom), een TU-2 Tuner van Boss,  (“Zeer belangrijk. Ik stem mijn gitaar te pas en te onpas, zelfs wanneer het eigenlijk niet nodig is. Ik doe het onbewust, het lijkt wel een soort bezigheidstherapie.”), een OC-2 Octaver van Boss, (“Als je een octaver juist gebruikt dan krijg je een vollere klank die erg ‘porno’ klinkt, ideaal om mee te soleren. Ik draai het onderste octaaf gewoon helemaal dicht en het bovenste octaafknopje zet ik een beetje open, zodat je meer bottom krijgt.”), een Moogerfooger-ringmodulator van Moog, (“Ik heb hem net gekocht en ben er gek van. Je kan je gitaar met dat bakje echt als een zwijn laten klinken. Bij Goose gebruik ik hem om mijn klank in frequentie te verhogen, te verscherpen eigenlijk.”) en een Morley ab-switch (“Ik gebruik live bij Goose twee versterkers, een Dual Caliber DC5 ’50-watter’ van Mesa Boogie en een Fender Blues Deville. De ab-switch gebruik ik om te switchen tussen de twee, om zo een stereo-effect te bekomen.”)

Een kamer verder staat er nog meer materiaal. Ons oog valt op een opvallende appelblauw zeegroene Tanglewood Nevada 2, “Het is een goedkope Stratocaster-replica en ze klinkt fantastisch. We gebruiken ze vooral voor studiowerk. Je vindt die gitaar nergens meer. We lenen ze van een vriend, maar hij wil ze ons jammer genoeg niet verkopen.” We duizelen nog van zoveel informatie als we ons, in een kamer behangen met de meest uiteenlopende rockposters, neervlijen in een comfortabele zetel. Dave excuseert zich nog even voor de rommel waarna we onze eerste vraag op hem afvuren: “Dave, hoe begon het nu eigenlijk allemaal voor jou?”

Steeds dezelfde riff

“Aanvankelijk had ik helemaal niets met muziek te maken. Die domme blokfluitlessen in het eerste en het tweede middelbaar, ik haatte ze ! Ik kende niets van noten, was totaal a-ritmisch. Toen ik een jaar of 14 was, in januari ’95 denk ik, ontdekte ik via mijn broer Deep Purple en consorten. Ken je de versie van High Way Star op Live in Japan? Wel, die solo van Ritchie Blackmore, die deed het hem. Die solo is zo, eh…(zingt de solo). Ik dacht, what the fuck is dat! Als je 15 jaar bent dan zit je ergens met een gat dat je wil opvullen. Ik in ieder geval. Voor speelgoed werd ik te oud en naar de vrouwen keek ik nog niet. Die solo blies me omver. Ik had nog nooit een elektrische gitaar van dichtbij gezien en toch wou ik plots gitaar spelen.” Dave mocht een akoestische gitaar lenen van een neef en de bal ging aan het rollen. “Ik heb weken aan een stuk een Smoke On The Water-achtige riff gespeeld, blijkbaar net zoals iedereen die begint, en daarna Come As You Are van Nirvana (grijnst). Ondertussen ontdekte ik ook steeds meer nieuwe muziek zoals AC/DC of Black Sabbath.  Zo heb ik mezelf allerlei zaken aangeleerd. Ik leerde benden en wekenlang deed ik niets anders dan steeds opnieuw dezelfde vier nootjes benden. Ik ontdekte ook voortdurend nieuwe riffs waarover ik dan zo tevreden was dat ik ze de hele tijd door speelde. Het voelde nooit aan als leren, ik vond het gewoon een erg leuke bezigheid.” De meer technische kant van het gitaarspelen kreeg Dave onder de knie via een tablaturenboek van Pink Floyd.David Jon Gilmour is altijd één van mijn favoriete gitaristen geweest, toen zeker. Hij speelt redelijk traag en is daarom een dankbare bron om naar te luisteren en van te leren. Voor ik er erg in had kon ik op die manier een bluestoonladder spelen. Ik kende nog geen enkel akkoord maar begon wel al te soleren. Om er nog beter in te worden, speelde ik mee met platen. Ik improviseerde mijn eigen solo’s in de toonaard van het nummer op de plaat. Gelijk wel genre, ik speelde het mee. Zo ontdekte ik ook hoe ik snel moest spelen, puur door het gebruik van pull-offs en hammer-ons.” Dave oefende constant. Het eerste wat hij deed als hij thuiskwam, was zijn gitaar opzoeken. “Ik wou gewoon doorspelen. Ik wou ‘het’ niet verliezen. De pubertijd is ook zo een rare periode in je leven. Wat moet je met je leven doen? Wel, ik denk dat ik toen op een of andere manier heb beslist om full-time gitaar te gaan spelen.”

Ellenlange solo’s

De eerste 2 jaar speelde Dave vooral op zijn kamer. Eind 1996 begon hij bij een groep die zichzelf later Goose zou noemen. “Ik leerde Bert (drum) kennen bij de scouts. Hij had toen al een groepje met Mickael (zang en keyboards). Het klonk allemaal erg grungy. Hij stelde me voor om eens mee te jammen. Ik speelde niets anders dan ellenlange solo’s bovenop alles wat zij deden. Ik kon toen ook niets anders. (lacht).” Goose won in 2002 met veel overtuiging Humo’s Rock Rally. “Muziek is voor ons nooit een bewuste keuze geweest. Het is iets wat we allemaal erg graag doen en daarom zijn we er ook mee bezig. Dat biedt nog geen enkele garantie om er te geraken. Humo’s Rock Rally heeft ons dat noodzakelijke extra duwtje gegeven, niet onmiddellijk in de richting van succes, eerder het extra duwtje dat we nodig hadden om in onszelf te geloven en er volledig voor te gaan. Na de Rock Rally wisten we zeker dat het iets kon worden met Goose. Zelf heb ik er altijd in geloofd. Ik wil me ook voortdurend bewijzen. Als gasten op school me zeiden dat mijn vingers te kort waren om goed te leren spelen, dacht ik echt: fuck you! Het werd een extra stimulans om echt goed te leren soleren.” Ondertussen werkt Dave met Goose aan hun langverwachte eersteling. Waarom duurt het eigenlijk zo lang? “Het is tot nu toe een erg versnipperd proces geweest, omdat ik ondertussen ook bij Soulwax ben begonnen. In juni vorig jaar zijn we de eerste nummers beginnen op te nemen. Tijdens de periodes dat ik op tournee was, werkten de andere groepsleden – samen of individueel – verder aan de nummers.” We vragen ons af hoe zo’n opnameproces bij Goose dan werkt? “We maken gebruik van de computer en nemen onszelf regelmatig op om een beter zicht te krijgen op onze nummers. In ProTools experimenteren we dan soms met een song. We trachten het echter zo eenvoudig mogelijk te houden want we zijn en blijven een livegroep. We zijn nu eindelijk zo ver dat we de resultaten van het voorbije jaar op plaat kunnen zetten. Eigenlijk zijn we nu al toe aan een tweede plaat (lacht). Als we alles goed aanpakken komt de eerste single er in september, de plaat zelf in januari 2006. We hebben toch al zo lang gewacht, waarom ons nu overhaasten. Het wordt een mix van een beetje vanalles. Er zitten redelijk veel synths in, het is ook dansbare muziek en zeker niet moeilijk. Bon, gewoon erg rock ’n roll, denk ik. Teo Miller (Engelse producer die o.a. met Blur en Placebo werkte, nvdr.) komt vandaag trouwens over van Engeland om de laatste hand te leggen aan de opnames.”

Maten om muziek mee te maken

Naast Goose en Soulwax speelt Dave ook nog bij The Feather, één van de best bewaarde hardrock-geheimen van België, met een totaal losgeslagen zanger. “The Feather ligt nu jammer genoeg stil. Maar dat wil niet zeggen dat we ermee stoppen, daarvoor is het te veel fun. Het is soms wel moeilijk en ik voel me er ook wel eens schuldig over. Anderzijds moet je kunnen kiezen. Gelukkig neemt iedereen het goed op. Af en toe word ik wel eens opgebeld voor andere projecten, maar meestal weiger ik. Ik kan alleen maar met maten samenspelen, mensen die ik ken en graag heb. Het Soulwax-verhaal is op een andere manier gestart. David en Stephen hebben me gewoon gevraagd. Ik heb er twee weken over lopen nadenken. Ik vroeg me af wat de impact zou zijn voor Goose, hoe erg het de groep zou schaden. Ik heb er natuurlijk met hen over gepraat, ook met David en Stephen. Voorlopig loopt alles goed. Iedereen vond het okee en heeft me erin gesteund.” Hoe klikt het eigenlijk tussen de gitaristen Dave Martijn en David Dewaele? “David is sowieso al jaren één van mijn favoriete gitaristen. We hebben een stijl die redelijk dicht bij elkaar ligt, maar dat is, wat mij betreft, goed. We hebben zeker geen egoproblemen. Ik heb volledig mee mogen beslissen welke apparatuur ik zou gebruiken; pedalen, versterkers… Er is mij nooit iets opgedrongen. Het is soms wel intimiderend om met David samen te spelen want het is echt wel een erg goede gitarist. Hij speelt zo tight. Mijn stijl is ietsje meer sloppy. Het is dus soms echt afzien. Het is in ieder geval een voorrecht om met zo iemand te kunnen samenspelen. We zijn ondertussen trouwens een hechte groep geworden. Het is dus echt fun om met Soulwax te spelen. Het switchen tussen de verschillende bands vind ik overigens geen probleem. Au fond is het toch allemaal rock ’n roll.”

Gewoon spelen en je niets laten wijsmaken

We zagen Dave in het verleden al regelmatig aan het werk. Wat ons steeds opviel was zijn materiaalkeuze die bij elke band anders lijkt te zijn. “Dat klopt. Bij The Feather speel ik op een Marshall 800-versterker en gebruik ik gewoon een equalising-pedaal en een tuner. Bij Soulwax speel ik dan weer op een V2-versterker van Ampeg, gebruik ik een line-selector om te kunnen switchen tussen mijn Korg MS20 (Dave speelt ook synthesizer bij Soulwax, nvdr.) en mijn gitaar, verder een Tube-Screamer van Boss, natuurlijk mijn Big Muff en een Octave Multiplexer, een Micro Synthesizer en een Memory Man, alledrie van Electro Harmonix. Op die manier heb ik bij elke groep een andere klank en andere mogelijkheden. Dat houdt het natuurlijk spannend. Alleen mijn gitaar is steeds dezelfde, een Gibson Flying V. Ik heb ze nog gekocht met het geld dat we met de Rock Rally wonnen. Ik heb er ondertussen een hechte band mee, maar ik ben er echt niet aan verslaafd zoals sommigen lijken te denken. In de studio gebruik ik bevoorbeeld vaak de Tanglewood en ik kijk ook al een tijdje uit naar een goede Fender Telecaster.” Waar let Dave op bij aankoop van een instrument? “Ik vind het veel leuker om op een gitaar te spelen die al een historie heeft. Een gitaar moet dus voor mij niet nieuw of duur zijn. Ik let bij een gitaar zeker op het uiterlijk, maar de klank speelt natuurlijk ook een rol. Moest die Flying V slecht klinken, dan zou ik ze nooit kopen. Bij de aankoop van stompboxes let ik uitsluitend op de klank. Het is okee als ze er goed uitzien, maar het is geen vereiste. Het hoeft ook niet allemaal vintage materiaal te zijn. Het type versterker waarop je speelt bepaalt uiteindelijk je klank, dus ook daar primeert voor mij de klank op de look. Veel mensen kopen een goede gitaar maar met een slechte versterker. Daar ben je natuurlijk niets mee.” Heeft Dave Martijn tenslotte nog een wijze raad voor onze lezers? “Als je echt muziek wil maken, zal je altijd wel ergens een plaats vinden. Het niet vinden van een repetitiekot mag geen uitvlucht zijn om niet te spelen. Verder moet je er gewoon voor gaan, je eigen weg volgen en je niets laten wijsmaken, zeker wat materiaal betreft. En tenslotte fun, je moet plezier vinden in je spelen, dan ben je al half op de goede weg.”