Bent Van Looy

Passie, gedrevenheid en een honger naar een eenvoud en schoonheid...

Wij van Poppunt Magazine lopen ganser dagen door straten, via grillige paadjes, door donkere achterbuurten, poepsjieke wijken en dalen vaak af in de onderbuik van de maatschappij. Allemaal met het oog op het vinden van de schuilplaatsen van gepassioneerde muzikanten, lieden die melodie en harmonie ademen, die ons met een kleverig akkoordenschema tegelijk warm en koud kunnen maken. Voor deze editie gingen we het zoeken in Gent, broedplaats van Vlaanderens crème de la crème (tegenwoordig toch) en heimat van Bent Van Looy, drummer-zanger bij Das Pop en begenadigd schilder. Passie, gedrevenheid en een honger naar eenvoud en schoonheid, als een kracht gebundeld…

Het verhaal van Das Pop zou voor elke groep die het wil maken een bijbel kunnen zijn. Waarom? Omdat de band al jaren onophoudelijk aan de weg timmert. Niet met een speelgoedhamertje uit een bouwdoos, maar met een heuse voorhamer waarmee ze tienduimers in de Belgische muziekscene rammen. Want, zeg nu zelf, ken jij nog andere groepen die zelfs na 5 jaar als promotie voor hun plaat nog steeds zelf affiches gaan plakken? Die om niet in een gat te vallen zelf een platenfirma oprichten? Die zichzelf elke plaat opnieuw willen bewijzen en niet zullen stoppen voor ze heel Vlaanderen en de rest van Europa overtuigd hebben van hun muzikale kunnen? Wij dachten het niet….

Bent, ik las vorige week ergens dat je eerste instrument een heuse professionele snaredrum was. Niet dat dat zo iets speciaals is, maar je was amper vijf….
Bent:”En toch was het dat wat ik wou. Ik ging vroeger met mijn grootmoeder vaak naar fanfares kijken, vooral voor de trommels. Ik vond die fantastisch klinken. Die eerste snare was een professioneel instrument, met allerlei handles waarvan ik de functie niet kende. Maar ik vond het wel heel wat. Bij ons thuis stonden er altijd instrumenten, van  spinetten tot klavecimbels. Ik kon me daar wel mee amuseren, maar toch heb ik altijd al willen drummen. Gewoon omdat ik het niet kende en ik echt overdonderd was door de impact van de klank.”

Je bent sindsdien niet meer gestopt. Meer nog, bij Das Pop ben je naast de drummer ook de zanger. Beschouw jij zingen als een soort van side dish bij het drummen?
Bent: “Eigenlijk wel. Toen ik Reinhard, Lieven en Niek leerde kennen en we met Das Pop begonnen (toen heette de band nog Things to Come, nvdr.), kon of wou niemand zingen. Ik heb me daar eigenlijk nooit vragen bij gesteld.”

En toch is het geen voor de hand liggende combinatie. Bij mijn weten zijn er niet zo heel veel zingende drummers. Ik ken Don Henley van The Eagles, en zelfs de beroemde Hennie ‘Mini Playback Show’ Huisman die ooit bij het Nederlandse Lucifer drumde….
Bent: “Ik heb er alleszins nooit problemen mee gehad. Het is natuurlijk niet logisch, omdat je lichaam bewegingen maakt die je stem en je ademhaling beïnvloeden. Ik vermoed dat je het kunt vergelijken met autorijden en tegelijkertijd praten. Je schakelt zonder er echt bij na te denken, zoals ik ook drum zonder af te vragen wat ik aan het doen ben. Welja, ’t is eigenlijk een beetje een manke vergelijking, want ik rijd niet met de auto. (lacht)

Is het praktisch gezien geen ongelooflijk geknoei? Ik herinner me dat je tijdens de Rock Rally in 1998 enorm zat te worstelen met een slangachtig microfoonstatief dat zich maar niet liet plooien….
Bent: “Ons materiaal leek toen nergens op en dat was eigenlijk ook een van de redenen waarom we ons toen ingeschreven hebben. We dachten dat we met wat geluk iets konden forceren. Ons instrumentarium is ondertussen wel een pak beter, maar dat vreemde microfoonstatief gebruik ik nog steeds. Trouwens, de laatste twee jaar neemt Jen Bernon de live-drums voor zijn rekening. De laatste paar keer hebben we echter zonder hem gespeeld, omdat hij net vader is geworden.”

Ik heb het gehoord. Onlangs heeft de grote baas van Poppunt jullie bezig gezien op de Popcombeurs in Berlijn. Hij was zo onder de indruk dat hij er nog steeds niet over kan zwijgen.
Bent: “Dat was echt een memorabel moment. We hadden twee dagen voordien beslist dat we maar met drie zouden gaan, omdat Jen niet wist wanneer precies hij vader zou worden. We hebben een uurtje gerepeteerd en zijn vertrokken. De opwinding van ons op onbekend terrein te begeven, was fenomenaal. Het spelen voelde trouwens ook zeer aangenaam, ook al omdat we echt op elkaar ingespeeld zijn. Fysiek was het voor mij vrijwel onhoudbaar: na het optreden kon ik me alleen maar als Mr. Burns uit The Simpsons bewegen. Weet je, Das Pop is een groep die altijd al op arrangementen gedreven heeft, maar live gaat het er toch iets minder bedacht toe. Ik denk dat we in de toekomst wel meer met drie zullen spelen.”

Live loopt bij jullie het een en ander mee op band. Is dat nu jullie met z’n drieën spelen ook nog het geval?
Bent: “Er loopt af en toe iets mee, ja. De oudere nummers hebben die beats af en toe nodig, de nieuwe songs niet. Ik denk dat het aansturen van bepaalde klanken in een trio minder stoort dan wanneer je met vijf staat te spelen. Als je er dan nog technologie bij betrekt, gaat het algauw te overdadig klinken. Nu we met drie spelen, zitten we met de kleinst mogelijke klassieke pop-en rockbezetting. Vroeger zou ik dat heel on-Das Pop gevonden hebben. Terwijl ik nu het gevoel heb echt met de essentie bezig te zijn.”

Less is more, dus.
Bent: “Blijkbaar dan toch. (lacht).”

Jullie zijn al die jaren al bezig geweest met rijke arrangementen, met de sound van de band en werken ongelooflijk hard aan een plaat. En nu gaan jullie spelen met een uitgepuurde versie…Is dat niet wat contradictorisch?
Bent: “Niet echt. We hebben nooit de wens gehad om barokke platen te maken. Eigenlijk zoeken we voortdurend naar eenvoud, maar we komen steeds elders terecht. Een beetje logisch eigenlijk, want we arrangeren heel graag. Ik hoop dat de volgende plaat iets eenvoudiger wordt. Maar het is niet echt makkelijk om eenvoudige, sterke muziek te maken.”

Je hebt het net over eenvoud en puurheid. Ga je daar bewust naar op zoek, naar de pure emotie of naar rauwheid?
Bent: “We schrijven alleszins geen nummers omdat we een ruw nummer nodig hebben; wat wel gebeurt, is dat we intuïtiever te werk gaan, minder bedacht. Kijk, iedereen in de band schrijft nummers, en dat maakt het moeilijk om een componeer-wetmatigheid uit te denken. Het gebeurt dat ik met een nummer kom dat volledig af is of dat Niek een riff heeft gevonden, waar Reinhard een leuke melodie op vindt en ik de zanglijn toevoeg. En ook dat werkt perfect. Tot voor kort kwam de tekst altijd later, maar nu is dat niet langer het geval. Nu vallen die twee meer samen.”

Vertrek jij nu van de melodie of van de tekst?
Bent: “Ik ben een keer vanuit een tekst vertrokken, maar dat ging om een nummer voor iemand anders. Ik zou zelf nooit eerst de tekst schrijven en dan pas de muziek. Emotie in muziek komt voor mij uit de melodie en de harmonie en niet uit woorden. Die kunnen daar perfect naast staan, maar muziek is melodie, harmonie en ritme. Wat mij raakt in muziek is niet de tekst. Een slecht nummer met een goeie tekst blijft een slecht nummer. Kijk, als je echt vasthoudt aan de tekst en die wil vertalen naar de muziek, naar wat je speelt, ben je op een zeer cerebrale manier bezig met muziekmaken. Daar is op zich niets fouts mee, natuurlijk, maar het is een andere werkwijze. Vroeger hebben we met Das Pop iets gelijkaardigs gedaan: een nummer vooraf uitdenken en het dan pas invullen tot het overeenkwam met het aanvankelijke idee. Eigenlijk is het bij rock ‘n’ roll zo: hoe minder je nadenkt, hoe beter en krachtiger het wordt. Wat niet wil zeggen dat het achterlijk moet worden. Alhoewel (lacht).”

Weet je wanneer een nummer af is?
Bent: “Ja. Bij The Human Thing heeft het verschrikkelijk lang geduurd voor we konden zeggen: ‘Nu is de plaat af.’ Maar je voelt dat moment wel zeer duidelijk aan.”

Ik kan me voorstellen dat als jullie met vijf mensen nummers schrijven er nog een heel pak onafgewerkt materiaal ligt te wachten. Is het makkelijk te kiezen uit dat aanbod?
Bent: “Ja en neen. We hebben wel nog heel wat liggen, maar er komen ondertussen steeds nieuwe ideeën bij. Ik weet niet of die nummers ooit nog uitgewerkt zullen worden, maar we kunnen die hele verzameling wel plunderen en gebruiken voor andere zaken, zoals soundtracks of zo. Binnenkort zijn we iets van plan met Victoria en daar kunnen we een aantal thema’s voor gebruiken die nog steeds op hun functie liggen te wachten (lacht).”

Iets helemaal anders nu. Naast muziek maken ben je ook een gepassioneerd schilder. Komt het gevoel dat je met je muziek wil overbrengen overeen met wat je met je schilderijen wil zeggen?
Bent: “Ja. Vrijwel helemaal. Ik wil mensen ontroeren en verrassen en tonen hoe ik naar de wereld kijk. Mijn schilderijen zijn geen vertalingen van nummers, maar het is wel ergens de bedoeling dat mensen hetzelfde gevoel krijgen als ze naar Das Pop luisteren zijn of een schilderij bekijken.”

Je werken hebben nogal een vervreemdend karakter. Wat ik niet meteen terugvind in jullie muziek…
Bent:”Neen? Hm…de muziek is inderdaad heel vaak mooi gearrangeerd, maar de teksten zijn dat dan weer niet. Ik denk dat dat contrast wel ongeveer hetzelfde gevoel teweegbrengt. Mijn beelden zijn ook schijnbaar normaal, idyllisch en onbezorgd,…”

En weet je zoals met je muziek wanneer een schilderij af is? Of wanneer je bijna het perfecte doek afgeleverd hebt?
Bent: “Jawel. Ik heb vorig jaar een zeer groot werk gemaakt waar ik best zeer tevreden over was. Maar ik denk niet dat ik ooit het punt van totale tevredenheid zal bereiken. Eigenlijk heb ik door voortdurend met muziek bezig te zijn niet zo heel veel tijd om te schilderen. Dat heeft me heel lang gefrustreerd, omdat ik het allebei niet even goed kon doen. Ik heb dan toch gekozen voor muziek, omdat schilderen achteraf ook nog altijd kan. Daar staat niet echt een leeftijd op, terwijl dat bij popmuziek meer het geval is. En muziek maken is ook veel leuker. Muziek maak je met je vrienden, schilderijen niet. Wat niet wil zeggen dat ik het niet graag doe! Ik heb dat schilderen ook wel nodig, ik wil resultaat zien, maar het proces zelf gaat moeizamer. Het idee en het eindresultaat zijn boeiend, maar de reis, daar heb ik het niet zo voor. Ik ben ook niet echt bezig met het uitbouwen van een schildercarrière. Die kunstwereld spreekt me trouwens ook niet aan. De popcultuur is toch iets relaxter….”

Ook tijdens het touren? Het kan niet anders of daar komen Spinal Tap-verhalen van…
Bent: “Hoh, zo wild gaat het er nu ook niet toe. We zijn ooit eens door de politie uit een stad geëscorteerd, omdat we toen enorm veel ruzie hadden gemaakt met de organisatie. En dan had je  een vrouw in Berlijn die zodanig onder drugs zat dat ze ons voortdurend aan het bijten was. (lacht) Maar dat zijn uitzonderingen, natuurlijk.”

Geen seks, drugs en rock ‘n’ roll?
Bent: “Daarvoor zal je toch elders moeten zoeken, vrees ik (lacht). Ik denk dat wij het meer hebben voor drank dan voor dingen als coke. Wij verzetten vaten! (lacht) Nu ja, eigenlijk is het vrij verleidelijk om je in iets te storten, omdat er tijdens het touren heel wat dode momenten zijn. Als je van Berlijn naar Stockholm reist, dan begint dat op den duur wel te vervelen. En je kunt niet blijven kijken naar de dvd’s die je mee hebt. Trouwens, je hebt ook het gevoel dat je met je beste vrienden op een of andere schoolreis bent, en dat is heel leuk. Waar ik niet zo’n fan van ben, is soundchecken en alles opstellen. En eigenlijk is het absurd dat je voor een optreden van een uur zoveel materiaal moet meezeulen. Wat ik dan wel zeer aangenaam vind, is dat de wereld tijdens het touren kan ophouden te bestaan. Dat je door de nacht glijdt, het landschap ziet voorbij glijden en aan niets anders moet denken dan het volgende optreden.”

Tot slot, welke plaats is jou tot nu toe het meest bijgebleven?
Bent: “Toch een paar. De Paradiso in Amsterdam: daar voelen we ons echt wel thuis. En ik heb goeie herinneringen aan veel andere optredens. Een paar weken geleden hebben we in Oostenrijk in een uitgeholde berg gespeeld. Dat was een aparte ervaring. En het was ook een goed concert, omdat het de eerste keer was. Niet dat we onze concerten in België op een andere manier benaderen, verre van. Ook hier moet het goed zijn, alleen spelen we niet zo heel vaak in België. Het is niet zo dat we hier op onze lauweren kunnen rusten, verre van. Ik heb nog steeds het gevoel dat we mensen moeten blijven overtuigen en dat houdt ons alert. “

Dan kunnen we je alleen nog het beste wensen. Het ga jullie goed….

Daspop.be
Rockoco.be