LucVanAcker-44Head

Belgen in het buitenland

De sprong in het muzikale duister ...

Belgische bands hebben ambitie. Veel jonge muzikanten dromen ervan om net als Soulwax, Milow, Mintzkov, Lords of Acid, Absynthe Minded, dEUS, Goose of Gabriel Rios een klein stukje van de wereld te veroveren, maar blijven vaak in België en Nederland hangen. Met een beetje geluk, hard werk en veel centen, kunnen ze ook hun ei kwijt in Duitsland of Frankrijk. Op een blauwe maandag komen ze dan misschien nog eens terecht in de laars van Italië, Tsjechië of Scandinavië. Een miniem aantal bands wagen de oversteek naar Engeland – zoals Goose – of over de grote plas om hun muzikale lot te bezegelen in de VS – zoals K’s Choice, Trixie Whitley of Luc Van Acker. Kan een Belgische band het überhaupt maken in het buitenland en vaste voet aan de grond krijgen in de UK of de VS? Wij vroegen het aan mensen met een mening, en niet van de minsten!

Van Acker tourde (en tourt) de wereld rond met Revolting Cocks en Shriekback en is een van de weinige Belgische muzikanten die nog jaarlijks een stuk van de wereld ziet. Laurens Kusters verhuisde met zijn label I Scream Records eerst naar Los Angeles en verkaste dan naar New York. Trixie Whitley – half Amerikaans, half Belgisch – verhuisde op haar zeventiende terug naar waar haar roots lagen en heeft en parcours Daniel Lanois leren kennen, met wie ze nu plannen maakt om de wereld rond te reizen. Steven Bossuyt trok de deur achter zich dicht, nam zijn gitaar, en verhuisde naar Londen, waar hij onder zijn muzikaal pseudoniem Sherman kleine clubs afdweilt om zijn songs te slijten. Eén ding hebben deze vier gemeen: het besef dat de wereld groter is dan België en dat muziek overal kan aanslaan. “Als je het internationaal echt wil maken, dan maakt het niet uit waar je vandaan komt,” aldus Luc Van Acker, “maar het is iets makkelijker to be in the right place at the right moment op plekken waar het juiste volk komt. Maar ook dat geeft geen garantie op internationaal succes.”

The guys who did it vs. the ones doin’ it

“Het speelt nu minder een rol of je in Londen woont, New York of zelfs Tienen. Je hoeft niet meer naar het buitenland om een carrière te starten, maar als ze al opgestart is, dan kan je beter vanuit Londen of L.A. werken, omdat daar alle invloedrijke boekers zitten. En die bepalen nog altijd welke bands groot worden en welke niet.”

picture
Laurens Kusters © HelenaBxl

Laurens Kusters: “Vergeet ook niet dat de Engelse markt een totaal apart verhaal is en volledig losstaat van Europa. Je kan die wel beschouwen als een opening naar de VS. De VS, dat is toch een ander paar mouwen. Belgische artiesten komen er terecht tussen honderden gelijkaardige bands die allemaal hetzelfde willen: veel spelen, bekend worden en nog meer spelen.”

Luc: “Er zijn groepen in L.A. die in een repetitiehok leven of met zes man op een motelkamertje samenhokken. Het is echt keihard werken: in de VS geldt de survival of the fittest en is de competitie erg groot: in België is Das Pop de enige Das Pop, dEUS de enige dEUS. Concurrentie, dat kennen wij niet. Hier kan je je carrière tot op zekere hoogte uitbouwen, maar je bereikt snel het plafond. Dan sta je boven- aan die berg, maar als je het in Duitsland of pakweg Nederland wil maken, moet je uiteraard weer van nul beginnen. Voor Ozark Henry was het in Frankrijk quasi terug naar af. Op uitzonderingen als Milow na, die in Duitsland veel succes heeft, gaat het zo makkelijk niet. Trouwens, als je al twaalf jaar tot de top behoort in België, is het geen sinecure om in bijvoorbeeld Spanje terug het clubcircuit te gaan afdweilen.”

Ligt het feit dat het gros van de Belgische bands het niet proberen in de VS of de UK aan het gebrek aan cojones of aan het feit dat alles hier erg makkelijk gaat? Belgische bands komen doorgaans snel aan spelen toe en als ze opgepikt worden door pakweg StuBru is hun broodje – wat Vlaanderen betreft – snel gebakken. Voorbeelden genoeg van bands die hier groot zijn, maar niet verder dan de landsgrenzen komen …
Laurens: “Ik denk dat dat geldt voor veel Europese bands. Ik merk toch dat het voor veel jonge gasten een hobby blijft, ook al zijn ze de laatste jaren pakken beter gaan spelen en kunnen ze zich qua techniek en muzikaliteit wel meten met de grotere spelers. Maar het commitment ligt lager. De bands waarmee ik werk, zijn er bijna allemaal voltijds mee bezig. Zij beschouwen hun groepje niet als een uit de hand gelopen hobbyproject, maar geven er alles voor op. Ik weet niet hoe ze overleven, maar ze doen het wel. Als je met vijf gasten naar de VS zou trekken, in clubs begint te spelen, een plaatje opneemt, jaren in een busje rondtourt en hard werkt, dan zijn je kansen op naambekendheid vrij groot, ja. Maar het gebeurt echt weinig dat een Belgisch Engelstalig product het maakt in de VS. Veel bands staren zich blind op succes: ze hebben een plaat uit die marcheert en denken dat het dan vanzelf gaat. Dan begint het werk pas! Promo voeren en veel spelen. En, je moet jong zijn: het gros van de Amerikaanse labels tekent geen bands meer waarvan de leden ouder zijn dan 28. Als je de grootste hits van de volgende jaren wil maken en pakweg de nieuwe Nickelback wil worden, dan moet je zeventien, achttien zijn: je moet het commitment aankunnen.”

“In België is Das Pop de enige Das Pop, dEUS de enige dEUS. Concurrentie, dat kennen wij niet.”

Succes in België = succes elders?

Luc: “Wat je in België gepresteerd hebt, is voor het buitenland eigenlijk totaal verwaarloosbaar. Van één plaat 10.000 stuks verkopen is misschien heel erg goed, elders lachen ze daar mee. Dat is allemaal heel erg relatief.”

Laurens: ‘Vergeet ook niet dat Amerikanen erg chauvinistisch zijn: ze zullen eerst hun eigen bands in de armen sluiten. Europeanen mogen gerust trotser zijn op hun muziek. Dat zou ook wel wat kunnen helpen.”

Enter Trixie Whitley! Tweeëntwintig, talentvol en passioneel muzikante. “Ja, maar zij is de dochter van … dus ze heeft een streepje voor”, hoor je soms. Wel, vergis je niet! Luc: “Ik kwam onlangs een bevriend muzikante tegen die een tijdje in New York had gezeten en Trixie had ontmoet. Ze was echt verbaasd dat ze daar vier à vijf jobs combineerde om de huur van haar appartement te betalen. Dat is iets wat je in België nooit hoort.” Alles voor de muziek, zo blijkt.

“Toen ik als kind van New York naar België verhuisde, wist ik ergens dat ik ooit terug zou gaan”, zegt Trixie. “In België blijven, stond voor mij gelijk aan de easy way out. Ik heb me altijd moeilijk kunnen voorstellen dat ik hier in België plaatjes zou maken en het parcours van de CC’s zou afdweilen om daarna weer met hetzelfde te beginnen. Mijn honger is groter.”

picture
Trixie Whitley © Anton Coene

Hier was het onlangs plots al Trixie Whitley wat de klok sloeg. Je hoeft hier bij wijze van spreken maar te zeggen dat je met Daniel Lanois muziek maakt en het spel zit op de wagen. In de VS ben je een van de zovele jonge singer-songwriters …
Trixie: “Ja, in België is het erg makkelijk om erkenning te krijgen. Het klinkt misschien wat pretentieus, maar ik was het in België na een paar jaar een beetje beu. Je bent erg snel rond en je krijgt erg weinig tegenwind, vind ik. In de VS moet je als muzikant echt hard werken. Onlangs heb ik in L.A. een solo-optreden gespeeld, in een mooie zaal met een goeie omkadering, maar ik werd er niet betaald en kreeg er geen drankbonnen. (lacht) Wat wel gebeurt, is dat er gewerkt wordt met een doorfee (de artiest krijgt dan geen vaste gage maar een deel van het entreegeld, red.) of met fooien. Je moet er dus eigenlijk veel voor over hebben, tonen dat je van nul wil beginnen en bereid bent om er alles aan te doen om je droom waar te maken. In een gewone club in L.A. spelen iedere avond gemiddeld vijf bands! Elke dag van de week.”

Als het makkelijker gaat in België, lijkt het toch logischer om in België te beginnen? Hier veel spelen en dan met die ervaring vanuit Europa naar de States trekken?
Trixie: “Mmmhhh … Ik ben niet echt bezig met zo’n carrièreplanning. Ik moet in de eerste plaats goed in mijn vel zitten om te kunnen creëren. Als de VS de plek is waar ik me beter voel, dan moet ik dat daar doen. Het is moeilijker, ja, maar dat wordt natuurlijk gecompenseerd door de muzikanten met wie ik er kan samenwerken. Trouwens, het is niet omdat ik in L.A. zit dat ik het gemaakt heb. Verre van!”

“Veel bands staren zich blind op succes: ze hebben een plaat uit die marcheert en denken dat het vanzelf gaat. Dan begint het werk pas!”

Dat is waar, maar als je werkt met mannen als Daniel Lanois en Brian Blade, dan zit je toch meteen gebeiteld. Geven zij geen garantie op succes? Of zie ik dat verkeerd?
Trixie: “Het zit toch iets anders in elkaar. Daniel Lanois is een grote naam, ja, en hij heeft met heel wat groten gewerkt, maar met hem spelen is geen ticket to success, hé. Het gaat me ook helemaal niet om het succes maar om de persoonlijke en muzikale verrijking. Ik vond Lanois en Blade al fantastisch voor ik hen leerde kennen.”

picture
Sherman

Wie het helemaal alleen probeert, is Steven Bossuyt ofte Sherman, die na zijn omzwervingen met Cream&Spices solo songs begon te schrijven, nu en dan op eigen houtje naar Londen trok om er te gaan spelen en er sinds oktober 2009 ook woont. Hij geeft zichzelf een jaar om er iets te forceren. En zijn beslissing en doorzetting blijken niet vruchteloos. Op zijn vi.be-profiel lezen we een quote van één van de concertpromotors: “Tame Macca style late Beatles balladeering and render it in as soporific a way as possible- which works! Unlike Coldplay et al there’s a genuine emotive charge about this understated though it is. ‘Tangerine’ comes on like late era XTC/Andy Partridge and is very lovely- judicious use of strings/woodwind- lotta talent here.” We begrijpen niet alles, maar goed, ‘lotta talent’ zegt genoeg.

Steven: “Je hebt in Londen veel plekken waar open mics en akoestische avonden georganiseerd worden door onafhankelijke promotors. Daar ben ik begonnen. Demo’s rondsturen, mensen bellen en hopen dat ze ja zeggen. Zo heb ik toch al een aantal keer als featured artist setjes van een half uur mogen spelen. En de reacties waren overwegend positief. Daarnaast heb je ook showcase venues, waar niet enkel akoestisch gespeeld wordt, maar pop- en rockbands over de vloer komen. Er lopen A&R’s binnen en managers. Op die open mics zie je redelijk wat artiesten die niet meteen uitblinken in wat ze doen, en als je dan goeie songs speelt, dan valt dat op. De organisator vraagt entree voor de optredens, maar als je betaald wil worden, moet je zelf voor volk zorgen, want de meeste plekken werken met een doorfee: hoe meer mensen er komen kijken, hoe hoger je gage.”

“In België blijven, stond voor mij gelijk aan de easy way out.”

Van je muziek kan je alsnog niet leven. Van de lucht en de liefde ook niet. Waarvan wel?
Steven: “Werken in een coffeeshop. (lacht) Ik moet iets doen om mijn huur te kunnen betalen.”

Veel bands dromen ervan om het in het buitenland te maken. You are living the dream …
Steven: “Ik werk eraan, aan die droom. Het is alleszins niet het makkelijkste pad, vooral omdat ik niets van ondersteuning, geen label of connecties heb. Weet je, als je er wil voor gaan, moet je het gewoon doen. Het idee is om het hier een jaar te proberen, met een paar momenten van bezinning ertussen. Ik wil hier echt een label vinden, al weet ik niet of ik dat in een jaar kan klaarspelen, maar ik heb die ambitie wel. Ik geloof hard in wat ik doe, en uit de reacties maak ik op dat de mensen mijn muziek wel graag horen, dus …”

Blijven gaan!
Steven: “Zoiets, ja. Nog koffie?”

lucvanacker.com
iscreamrecords.com
trixiewhitley.com
vi.be/sherman