Backing tracks

& ander ongedierte

“Tiens, ik zie drie man op het podium staan maar ik hoor vijf instrumenten”, het is iets wat je vaak hoort tijdens concerten. Het betekent niet dat the invisible man ergens staat mee te spelen of dat de minst knappe van de band in de coulissen is blijven staan, maar wel dat de band ervoor gekozen heeft om een aantal instrumenten via backing tracks te laten meelopen. Waarom? Vaak omdat een (jonge) band het zich niet kan veroorloven om een schare blazers mee het podium op te vragen, of omdat de band liever met drie dan met tien samenspeelt. Hoe het ook zij, over het wel en wee van backing tracks valt heel wat te vertellen. Wij voelden Bart D’Haese (drummer/producer bij Lick My Click), Bart Ieven (Roland Central, Product Specialist) en Michael Schack (drummer bij o.a. Ozark Henry, Roland Endorser) aan de tand.

“Het gebruik van backing tracks is niet nieuw: een band als The Who was er ook al mee bezig”, zegt Bart D’Haese. “Tegenwoordig gebruiken heel wat artiesten ze, van Goldfrapp en Hard-Fi tot Coldplay en U2. En reken maar dat ze er een tijdje zoet mee zijn voor ze hebben wat ze willen. Uit ervaring weet ik dat het veel tijd vergt om een track met de muziek te laten meelopen die én goed klinkt én waarbij het publiek niet meteen hoort dat er iets op band staat. Bij Lick My Click tracht ik het te beperken tot het hoogstnodige: bassynths, drumloopjes en wat backings. We hebben geen bassist: de bastracks moeten typische synthklanken zijn die echt zeer strak zitten. Een fysieke bas kan dat mijns inziens niet altijd bolwerken.”

Statisch vs. dynamisch

“Backing tracks kun je eigenlijk opdelen in twee grote categorieën: de statische en de dynamische”, zegt Bart Ieven, productspecialist bij Roland Central Europa. “Statische backing tracks zijn tracks die je vooraf van begin tot einde afwerkt en waar het verloop van de song vooraf vast ligt. De groep of muzikant is dus verplicht om zich aan de structuur van elke song te houden, wat elk optreden ietwat hetzelfde verloop geeft. Het voordeel is natuurlijk dat er weinig verrassingen zijn en dat de kans op fouten of problemen tot een minimum herleid wordt. Bij dynamische backing tracks worden stukken van een song real-time aanstuurbaar gemaakt, zodat de muzikant of groep controle kan uitoefenen op het verloop van de song. Dit kan heel oppervlakkig zijn (bv. het laten herhalen van een eindstrofe, red.), of complexer: met ingrepen die van elke song totaal iets nieuws maken. Het voordeel is natuurlijk dat elk optreden uniek kan zijn en dat de muzikanten een zekere vrijheid bewaren, maar toch door backing tracks ondersteund worden. Het nadeel is dat de technische uitvoering hiervan een stuk ingewikkelder is, waardoor de kans op fouten en technische mankementen een stuk hoger ligt.”

Bart D’Haese: “Volgens mij heeft het gebruik van backing tracks toch vooral voordelen, zeker voor het soort muziek dat Lick My Click maakt. We kunnen frisse en onspeelbare ideeën op een podium brengen en zo de klank van de plaatversie benaderen. Niet dat het een perfecte kopie moet zijn, want dan kan je beter een cd opleggen. Wanneer je gebruik maakt van een live band met backingtrack, dan moet je er zeker voor zorgen dat de PA voldoende capaciteit heeft. Is dat niet het geval, dan blijf je beter thuis. Er moet een buikgevoel zijn. Bovendien – en niet onbelangrijk – de investering die je doet, verdient zichzelf voor een stuk terug. Want eens je wat optredens begint te sprokkelen, hou je meer centen over, want er zijn minder mensen. En meer drank, seks, drugs en rock-’n-roll, uiteraard. (lacht)

“Het nadeel van vasthangen aan de structuur van een nummer kan je omzeilen door met loops te werken en die live te triggeren via samplers, of door te werken met een programma als Ableton Live en een tempo ref (een apparaatje dat je op je snare drum legt en dat aangeeft aan hoeveel bpm je drumt) of een sequencer met tap-functie. Maar aangezien je met elektronica werkt, blijft het wel een feilbaar gegeven. Vandaar dat ik – neurotisch als ik ben – een back up heb van alles wat ik voor Lick My Click gemaakt heb, met een extra hardware back up voor als het echt fout loopt.”

Zoals bij Millionaire op Werchter een paar jaar geleden: hun sampler gaf de geest en ze hadden geen back up, enkel een schroevendraaier. Het concert begon met een half uur vertraging. Leve de techniek!
Bart D’Haese: “Dat is dodelijk, maar vermijdbaar. Wij trachten een gulden middenweg te vinden tussen backing tracks en het live spel. Op die manier krijgen de muzikanten binnen het gegeven genoeg ruimte om te doen wat ze willen. Uitfreaken zit er minder in, maar als je enkel de essentie van de nummers laat meelopen, dan gun je jezelf toch wat vrijheid en komt dat het spelplezier ten goede. Je mag niet playbacken, hé.”

Michael: “Playbacken is inderdaad uit den boze. Vandaar dat ik zweer bij de SPD-S, de enige sampling pad waarop je kan meppen en waar de loops en samples (de backing tracks, red.) visueel merkbaar uit komen rollen. Ik trigger soms halve strofes of refreinen afzonderlijk om in de backing track ook wat dynamiek te brengen. Of de backing vocals afzonderlijk bovenop een basic loop. En als je dan in een break of rustiger middel part nog zelf de effecten kan bewerken, is de toegevoegde waarde van een live aangestuurde backing track maximaal. De drummer is wellicht dé muzikant op het podium om dat te doen, hij moet er immers voor zorgen dat de rest van de band op die backing track groovet. Meer nog, samen met de samples ís de drummer de backing track.”

Het bos en de digitale bomen

Backing tracks, loops, samples … al wat je wil, maar wie denkt dat je er op één twee drie mee aan de slag kan, think again. Bart D’Haese houdt zich al zeven jaar bezig met de materie. Michael Schack integreert de combinatie multipad-plus-sampler al sinds 1993. Niet dat je er per se zo lang over doet om met iets degelijks op de proppen te komen, maar een beetje studie en heel wat enthousiasme helpen wel.

“Eén van de meest voor de hand liggende mogelijkheden is gebruik maken van een mp3-speler”, aldus Bart. “Al moet ik dat meteen al nuanceren: sommige iPods hebben een harde schijf – een draaiend onderdeel – en als je live loos aan het gaan bent, gebeurt het al eens dat die HD door de trillingen crasht. Als je je apparatuur te dicht bij de speakers opstelt, loop je het risico dat alles in het honderd loopt door het magnetisme van de speakers. Om nog maar te zwijgen van temperatuurverschillen: in de koffer van de auto is het heel wat koeler dan onder warme spots op een podium.”

Bart Ieven: “Nochtans hebben HD’s ook grote voordelen: de meeste zijn zeer stabiel en hebben een grote opslagcapaciteit. Het nadeel is dat je bij wijze van spreken een extra persoon moet inschakelen om het apparaat te bedienen. En ze zijn vrij duur in aankoop. Voorbeelden bij de vleet: Roland VS-2480, VS-2400, VS-2000, VSR-880; BOSS BR-1600CD, BR-1200CD; Yamaha AW16, AW24; Alesis HD24 …”

Bart D’Haese: “Multitrack recorders kunnen ook een oplossing zijn: je kan die tweedehands al heel goedkoop op de kop tikken. De Fostex D108 en D160 bijvoorbeeld; het gaat dan wel om toestellen met een HD, maar je kan er meerdere sporen op gebruiken. Verder zijn ook de iets duurdere Alesis HD24 en de Edirol R4 puike apparaten. Die Edirol is trouwens echt fantastisch: werkt met flashgeheugen en heeft vier uitgangen. Ik heb me er meteen twee aangeschaft! Het is hét toestel waar ik op zat te wachten; zeer de moeite … Maar je hebt uiteraard nog talloze andere mogelijkheden. Het vergt wat zoekwerk – trial and error – tot je vindt waar jij je het best bij voelt.”

Maak het eens concreet: hoe pak jij het bij Lick My Click aan?
Bart D’Haese: “Tegenwoordig gebruik ik een toestel met vier kanalen: één stereospoor voor de algemene loops en synths, één mono voor de bass en één mono voor de click. Voor ik dit systeem gebruikte, had ik een gewone minidisc. Waar weinig leken bij stilstaan, is dat je een stereospoor perfect kan scheiden in twee monosignalen: ik gebruikte daarvoor een Y-kabel, met een stereo mini-jack voor de MD-output, gesplitst naar twee monojacks (links en rechts). Het linkse spoor gebruikte ik voor de loop, het rechtse voor de clicktrack en songtitels.”

En verder?
Bart D’Haese: “Ik zorg er eerst en vooral voor dat de structuur van de backing track goed in elkaar zit, dat alles juist staat en dat er stukken gemute worden als één van de muzikanten begint te spelen of zingen. Vervolgens pan ik in mijn DAW (Digital Audio Workstation) alles wat voor het publiek hoorbaar moet zijn links, en de clicks en speaks rechts. Of ik werk met twee bussen die ik in de DAW als links en rechts render tot een stereofile. Als je de aparte sporen beluistert, zal je merken dat er een aantal zaken veranderd zijn en dat je de mix zal moeten aanpassen: die is mono geworden, dus krijg je te maken met faseproblemen. Je kan alle frequenties die je niet nodig hebt, bijwerken met EQ, zodat je niet eindigt met chaos.”

“Voor de rechterkant werk ik als volgt: ik spreek de naam van het nummer in, dan komen vier clicks met een klemtoon op de één, daarna vier clicks om af te tellen en dan een click doorheen het nummer met een hoge toon op de één. Eindigen gebeurt op dezelfde manier als het begin: vier hoge clicks die het eindpunt markeren. Je kan alles gebruiken als click, zolang de klank maar wat duidelijk is: ik gebruik een koebel, maar wel met een andere pitch in elk nummer, zodat ik mijn oren niet te erg vermoei.”

Michael: “Zowel bij Ozark Henry als tijdens solo-optredens komen de loops en samples gewoon stereo uit de SPD-S. Er komt geen click aan te pas. Soms trigger ik wel een muzikaal functionele shaker, filterflow, arpeggio of lichte percussieloop. Dat vind ik een pak muzikaler, zeker omdat je dan niet anders kan dan met de loop meebewegen en de juiste flow neerleggen. En ik hoef niet één van de stereo kanalen of een afzonderlijke uitgang aan een machinaal gegenereerde click op te offeren. Bovendien is het de ultieme training voor je interne klok: ik check vooraf eventueel het tempo even op een metronoom. Plus, je kan dadelijk van de ene song in de andere overgaan zonder te wachten op clicks, afzonderlijk aftellen, enz. Zo wordt de indruk van een playback helemaal vermeden.”

Tracks en triggers

Bart D’Haese: “Zeer belangrijk is dat je er voor zorgt dat het volume van je tracks gelijk zit, dat je niet plots een enorm volumeverschil in je oren krijgt. Niet enkel vervelend, maar ook ongezond. Het is me al gebeurd dat een click of een track in één nummer plots loeihard ging. Pijnlijk! De technieker in de FOH en het publiek zullen je ook dankbaar zijn. Je kan dat makkelijk oplossen: ik stel de gain altijd goed af en hou de compressie voor op ’t einde, zodat ik het volume deftig kan regelen. Daarover komt een limiter op iets minder dan 0db, zodat ik voor alle tracks een vast volume krijg. Geen wegzakking meer of te luide tracks. Bovendien zorgt het renderen met limiter ervoor dat ik geen digitale oversturing krijg.”

“Live zorg ik ervoor dat de lijn met de loop een eigen DI krijgt, zodat ik hem kan splitten naar mijn eigen mengpaneeltje voor mijn in-ears. De lijn met clicks gaat nooit naar een DI, maar rechtstreeks naar mijn in-ear mengtafel. Ik heb onlangs nog een concert gezien van een succesvolle band waar de click door de frontmonitors kwam: echt niet cool! Mijn tip is om in je in-ears vooral de click te laten doorkomen, luider dan de backingtrack. Zo vermijd je een geluidsbrij.”

Michael: “Een goeie premixingsessie van de backing tracks is inderdaad essentieel. En let op: mix niet enkel op hoofdtelefoon. In een live situatie werk je met PA-speakers, dus je kan die situatie vooraf maar beter zoveel mogelijk simuleren. En wat clicktracks betreft: dat is de vijand van ieder drummersoor. Ik heb al drummers zien spelen bij wie de click in hun hoofdtelefoon meeknalt door de hi-hatmicrofoon of door de cimbaal overheads. Belachelijk ongezond en vooral makkelijk te vermijden: hou de click of de sampler / backing track als vriend in plaats van die als een vijand te beschouwen. En dat bereik je door de backing track in je lijf op te nemen, erop te leren dansen én te spelen. Als je dan retestrak zit, is het feest alom!”

“Behalve backing tracks kan je live ook geluiden via triggers aansturen. Ik gebruik die zelf ook om live klanken na te bootsen die ik akoestisch niet of minder snel kan benaderen, zoals de TR-808, TR-909, claps, effectjes … Maar ik gebruik niet te veel toeters en bellen: liever twee drumpads dan een hele batterij triggers. Het belangrijkste onderdeel van een trigger is het piëzo-element. Dit kleine elementje vangt de trilling van de slag op. Het zit uiteraard ook verwerkt in de verschillende drumpads die op de markt zijn, maar je kan ze ook apart op je vel monteren. Voor akoestische triggers kan je terecht bij de Red Shot van DDrum, de Roland RT-serie … Sommige triggers beschikken zelfs over een potmetertje waarmee je het signaal wat kan bijstellen; handig. Triggers werken eigenlijk heel eenvoudig: via XLR of een jack-kabel worden ze naar je trigger-2-MIDI gestuurd, waar ze omgezet worden in een MIDI-signaal, waarmee je talloze functies en geluiden van externe geluidsmodules kan aansturen. Een goed voorbeeld van zo’n triggertoestel is de TMC-6 van Roland of de Alesis Trigger IO.”

Je spreekt over een geluidsmodule. Wat kan dat zoal zijn?
Bart D’Haese: “Vanalles, zolang het maar een MIDI-in heeft. Tegenwoordig heb je ook veel USB-MIDI aansluitingen. Name it: keyboards, drumcomputers, samplers, laptops … Voor drummers vind je – ook tweedehands – heel wat veelzijdige modules, zoals de SP-404 en de SP-505 van Roland, KORG ESX-1, Akai MPC, oudere drumcomputers, effectenbakjes … Maar een tip geldt voor de andere: zoek tot je iets vindt waar je je goed bij voelt. Want dat gaat er een wereld van mogelijkheden open.”

Michael: “Een sampling pad is niet toevallig de populairste drummers geluids- en loopmodule tegenwoordig: je kan de samples en loops op een computer voorbereiden of los uit de studio op een Compact Flash kaart zetten, die klanken met die kaart in de SPD-S inladen, en dan nog wat aanpassen. De trigger-2-MIDI interface is ingebouwd, dus je kan ook de interne effecten als een dj bedienen, makkelijk via de MIDI-out een computer aansturen, én je mag erop slaan ook. Dat doet deugd, hoor.”

En dan hebben we het nog niet gehad over computers of laptops die gebruikt worden. Staan muzikanten die laptops gebruiken echt muziek te maken of zijn ze gewoon hun mails aan het checken?
Bart D’Haese: “Dat gebeurt, ja. (lacht)

Michael Schack : “Vind ik nog erger dan een huppelend ‘live’ zingende maar eigenlijk meelippende Britney Spears …”

Bart Ieven: “Wat computers betreft: naargelang het programma dat gebruikt wordt, kunnen ze dienst doen als hard disk recorder, sampler, mp3-speler, etc. Zelfs combinaties van functies zijn mogelijk en de opslagcapaciteit is minder beperkt. Sommige programma’s zijn zelfs speciaal ontworpen om live als dynamische backingband te functioneren (bv. Ableton Live, red.). Ze lijken dus eigenlijk de meest aangewezen toestellen, maar ze hebben toch enkele grote nadelen. Eerst en vooral moeten computers altijd samenwerken met externe interfacetoestellen. Je moet de drivers dus correct installeren en ze moeten bij het uitpakken van de set up ook bedrijfszeker zijn. Computers blijven zeer onstabiel en hebben veel tijd nodig om op te starten als er iets misgelopen is. En ze hebben last van latency (vertraging tussen het signaal dat naar binnen gaat en dat dat terug naar buiten komt, red.) wat het real-time aspect beïnvloed. Als je echter goed op de hoogte bent van de werking van een computer en zijn beperkingen, dan kan een computer ideaal zijn.”

Bart D’Haese: “Ook hier is voorzichtigheid geboden: je kan je tracks of samples best zo opbouwen dat je ze in een flashgeheugen kan opslaan, om doorslaan en crashes te vermijden. Tegenwoordig kan je USB-sticks kopen van 8 GB, plaats zat dus. Als je je laptop als instrument gebruikt, gebruik hem dan niet voor iets anders en stouw je HD niet vol met programma’s die conflicten kunnen veroorzaken. Geen screensavers of kleine widgets die energie vreten. Je vergroot daarmee enkel maar het risico op problemen.”

Michael: “Een dedicated laptop én USB-stick zijn inderdaad een must. Bij Milk Inc live bijvoorbeeld kan de audio zowel van een USB-stick als van de interne harddisk komen. De laptop is daar vooral de beste dance-synthbassist, alle andere partijen spelen en filteren we er live los bovenop. De laptop stuurt via een héle goeie externe audio/MIDI-interface niet enkel multitrack bass-synths en loops uit, maar ook een zeer stabiele click en MIDI-clock richting hardware keyboards zodanig dat toetsenmannen Peter Schreurs en Filip Vandueren zelfs die typische dance-arpeggio’s live en in sync kunnen aansturen. Dat vergt heel wat voorafgaand programmeerwerk, maar zorgt ook voor het ultieme live gevoel. Niets klinkt trouwens zo goed als een vette live aangestuurde synth klank uit een hardware module. Geen latency problemen en geen overladen laptop processoren.”

KADER

De mogelijkheden op een rijtje, met voor- en nadelen.

HD recorders (statisch)

Het nummer is vooraf opgenomen. De structuur ligt overwegend vast. De geluidstechnicus heeft nog controle over de verschillende instrumenten op de track om ze perfect te laten integreren in de algemene mix. Hier en daar kunnen misschien wel enkele partijen dynamisch worden herhaald.

+ Hard disk recorders staan bekend om hun stabiliteit en gebruiksgemak

+ Goede geluidskwaliteit

Alles is zeer statisch en je moet bij wijze van spreken een extra persoon hebben om dit apparaat te bedienen

Dure aankoopprijs

Moeilijk tot onmogelijk om het live tempo aan te passen

Voorbeelden: Roland VS-2480, VS-2400, VS-2000; BOSS BR-1600CD,BR-1200CD; Yamaha AW16, AW24; Alesis HD24 …

Mp3-spelers, md-spelers, cd-spelers (statisch)

De backing tracks worden vooraf opgenomen. De structuur ligt volledig vast zonder controle over de algemene mix. Ze worden echter vaak gebruikt door one-man bands omdat ze compact zijn, zeer stabiel en eenvoudig in gebruik.

+ Zeer stabiel (pas op met trillingen bij cd-spelers)

+ Compact

+ Gebruiksgemak

+ Goedkoop

Zeer statisch

Geen mix integratie met andere instrumenten

Playback gevoel hier maximaal

Voorbeelden: Edirol R-09HR; Roland Soniccell; iPod; Sony MD-player …

Hardware samplers (dynamisch)

Samplers stellen je in staat om korte stukken muziek (of zelfs volledige songs) op te nemen en ze dynamisch laten afspelen vanuit een keyboard of ze triggeren vanuit elektronische drums of via voetpedaaltjes. Het grote voordeel is dat je heel dynamisch te werk kan gaan en de backing track echt als een instrument kan beschouwen.

+ Zeer dynamisch

+ Eenvoudig in gebruik

+ Creatief aspect: bv. live effecten bewerken

+ Tempo live instelbaar (indien voorzien van time stretching/tempo sync functie)

Vaak korte sample geheugens (enkele seconden tot enkele minuten) zonder te herladen

Intensief programmeerwerk

Voorbeelden: Roland SP-505, Roland MV-8800, Roland SPD-S, Akai MPC, Korg Electribe sampler …

Loop stations (dynamisch)

Soort sampler die de muzikant in staat stelt om samples/loops met de voet aan te sturen en live dingen op te nemen. Je kan zo heel erg dynamisch omgaan met zowel backing tracks als on the spot recording. Vereiste: je moet er je hoofd bijhouden.

+ Extreem dynamisch

+ Controle met de voet (dus muzikant kan nog altijd zijn eigen instrument bespelen)

+ Zeer stabiel (flash geheugen)

Beperkt geheugen (< 60 minuten)

Foutmarge bij bediening

Voorbeelden: BOSS RC-50, BOSS RC-20XL, BOSS RC-2, Digitech Jamman …

MIDI-file players / MIDI sequencers

Standard MIDI-files zijn een wat ouder systeem van backing tracks gebaseerd op het versturen van MIDI-gegevens van een sequencer naar een geluidsmodule. Het voordeel hiervan is dat je relatief weinig opslagcapaciteit nodig hebt en dat je gemakkelijk een aantal veranderingen kan uitvoeren (transponeren, tempoaanpassingen, klankaanpassingen). Nadeel is dat alles wordt weergegeven door een standaard synth geluidsbron die nogal statisch en mechanisch klinkt.

+ Veel geheugencapaciteit

+ Editmogelijkheden

+ Gebruiksgemak

Statisch en middelmatig geluid

Verouderd principe

Voorbeelden: Roland Soniccell, MIDItemp, sound canvas …

Computers/laptops

+ Onbeperkte mogelijkheden

+ Onbeperkte geheugencapaciteit

Onstabiele werking

Ingewikkelde set up

Grondige kennis van computerwerking vereist

Voorbeelden: (software) Cakewalk Sonar, Cakewalk Kinetic, Steinberg Cubase, Ableton Live …