Axl Peleman

"The police mogen mij altijd een ticket geven"

In het vredige Zevergem stond eind deze zomer een Festivaltent. In die tent genoot een gezellige meute van alweer een geslaagd vettig Belgisch Festivalseizoen. Maar wat niemand wist, was dat ergens op een geheime plek, ook onze grote truck stond met daarin de grote “Poppunt Teletijdmachine”. Na het gesmaakte optreden van Camden konden we de immer sympathieke frontman Axl Peleman ontvoeren. We stuurden hem op louter vrijwillige basis virtueel naar een optreden waar hij, en hij alleen, naartoe terug geflitst zou willen worden. Best Axl, vertel ons je best gekoesterde geheim en wij doen het nodige! Neem ons mee naar …

The Police !!!! Die wil ik niet zomaar graag terugzien, ik wil ze gewoon zién, want dat is me helaas nooit gelukt. De dag dat mijn oom kaartjes had geregeld, moest ik met mijn ouders naar het oudercontact. Mijn schoolresultaten leverden toen de meest historische uitspraak op die mijn vader ooit in de mond zou nemen: “Zorg ervoor dat je rapport volgend jaar wat beter is; dan mag je gaan.” Gevolg? Een levenslange frustratie die ik tot op heden mag meedragen en waarmee ik de allerliefste man ooit nog eens mee zal confronteren !”

Waarom net The Police ?
“Meer nog dan The Beatles was The Police een groep die – naast Ben Harper, Elvis Costello – blijkbaar geen slechte nummers kon maken! Natuurlijk heb ik ook m’n Bob Marley-periode gehad, of mijn Clash-tijd, maar na een bepaalde cyclus wil je toch weer op zoek naar iets nieuws. Niet zo met The Police: die komen steeds weer terug bovendrijven, zonder dat ik er ooit een “degout” van krijg. Ik hou van alles wat ze gemaakt hebben: van hun vroegere werk tot hun ietwat minder toegankelijke platen zoals Synchronicity.”

Wat maakt de groep zo uniek ?
“Ik heb steeds het gevoel dat alles op de juiste plek zit. Er zit geen balast op het geheel. Elke noot is juist gedoseerd en perfect geplaatst. Heel erg pure muziek dus, maar daarom niet simplistisch! Neen, ik geloof niet in het “less is more”-syndroom, omdat het vertrekt vanuit het standpunt alsof je eerst alles moet volstouwen om het achteraf uit te kleden. Bij The Police komen de muzikanten met eenvoudige elementen aan die onmiddellijk naar de kern gaan en waarrond een verhaal wordt verteld. Neem nu de eerste drie noten van “Walking on the Moon”. Jongens, we spreken hier over een intro van bijna 25 jaar oud die iedereen ook vandaag onmiddellijk met de ogen kan toewijzen! Da’s pure klasse !”

Is Sting als bassist voor jou dan ook de trigger geweest om je aan de bas over te leveren?
“Ja, Sting op de eerste plaats, naast McCartney en Henny Vrienten van Doe Maar, al ik vind dat Henny misschien iets meer nabootste wat anderen deden. Maar Sting is voor mij echt wel dé grote mijnheer! Nu nog overigens! Door wat hij put uit een grote jazz-invloed is hij een enorm rijk muzikant, maar door wat hij ermee doet, toont hij aan zélf ook een Groot Muzikant te zijn! Telkens weer benadert hij alles met een overdosis goede smaak en een niet navolgbare stijl die hem werkelijk zo uniek maakt! Hij voldoet ook 100% aan mijn grootvaders stelling dat het er niet toe doe Wàt je doet, maar Hoe je het doet! Ook later zijn er heel wat goede bassisten geweest, zoals Flea of Les Claypool, maar volgens mij hebben die nooit zo’n stempel op hun generatie kunnen drukken als Mc Cartney of Sting. The Police toonden daarmee dat ze vanuit heel sobere ideeën baanbrekende muziek konden maken . Gewoon omdat ze e steeds weer iets unieks en onnavolgbaars in staken.”