Alternatieve muziekscholen

Spelen zonder gedoe

De afgelopen twee jaar werden in Vlaanderen een massa muziekinstrumenten verkocht: het lijkt wel alsof iedereen aan het musiceren geslagen is. Dat is uiteraard niet enkel goed nieuws voor muziekwinkels, maar ook voor de muziekscholen, die elk jaar steeds meer jonge muzikanten mogen verwelkomen. Maar kiezen al die jonge wolven voor een klassieke muziekopleiding, waar ze eerst een jaar notenleer moeten zien te doorworstelen, om zich dan pas te kunnen toeleggen op hun instrument? En en passant ook nog eens AMC, AMV en combo moeten volgen? Neen, zo blijkt uit de praktijk: talloze jonge mensen laten de muziekschool voor wat ze is en kiezen voor een alternatieve opleiding, waar de nadruk niet zozeer ligt op theorie, maar op het spelen zelf, en vooral, op het spelplezier. Poppunt trok naar drie muziekscholen die het over een iets andere boeg gooien.

“Eén jaar notenleer?! En dan pas beginnen drummen? Waarom? Wat heeft drummen met notenleer te maken?” Een zin die komt uit de rijke muziekgeschiedenis van ondergetekende. Toen ik muziek begon te spelen, was er van een alternatieve opleiding absoluut nog geen sprake. Gevolg: ik leerde drummen met vallen en opstaan, met af en toe een les … Was er toen een mogelijkheid geweest om les te volgen zoals ik het wilde, ik had het meteen gedaan. Trouwens, uit verhalen van vrienden die wel naar de muziekschool gingen, maakte ik op dat het er niet altijd even leuk was. Examenstress, in het openbaar moeten zingen, audities, tests … Niet meteen wat je verwacht als spelen je enige doelstelling is.

“Dat is meteen de reden waarom ik tien jaar geleden het Muziekcentrum Sint-Lievens-Houtem opgericht heb”, zegt Jo Vanhoutte, coördinator. Vanhoutte was zelf 20 jaar beroepsmuzikant en vond het naar eigen zeggen een beetje triest hoe leerlingen met knikkende knieën naar hun examen op de muziekschool afzakten. “Ik vond dat het leuker kon en ben toen zelf begonnen met een muziekatelier. Voor we het goed en wel beseften, zaten we hier met 150 leerlingen.”

Kortom, ’t was een waar gat in de markt!
Jo: “Ja. En een noodzaak. Volgens mij hebben klassieke muziekscholen niet enkel de taak om beloftevolle jongeren op te leiden tot goed voorbereide conservatoriumstudenten, maar ook mensen die verder geen ambitie hebben in de muziek. En ik vind dat wij een perfecte aanvulling bieden.”

“Inderdaad,” beaamt Ivan van de Rockschool in Kapellen, “ook ons ging het om het aanbieden van een kwalitatief hoogstaand lessenpakket, maar dan wel op een leuke manier gegeven én democratisch qua prijs: als zestienjarige moet je je gitaarles bij wijze van spreken kunnen verdienen door auto’s te gaan wassen. Jonge gasten kunnen geen 25 of 30 euro neertellen om lessen te volgen bij bekendere gitaristen of hebben er weinig aan als je hen drie lessen cadeau doet bij de aanschaf van een gitaar. Ik ben gestart met het aanbieden van opleidingen met gemotiveerde docenten die hun kennis op een niet-schoolse manier konden overbrengen. En ik denk dat we toch in ons opzet geslaagd zijn. In onze pakketten zit geen ‘ballast’: veel jonge gasten moeten niets hebben van AMV, muziekgeschiedenis of de fasleutel … en wij willen dat ook niet in iemands strot rammen.”

Jo: “Dat is ook een beetje onze filosofie. Jonge gasten die bijvoorbeeld enkel nummers van dEUS willen spelen, konden tot vijf jaar geleden niet terecht op een muziekacademie. Nu is dat stilaan aan het veranderen, omdat er aan muziekacademies al wat docenten lesgeven die aan het conservatorium lichte muziek gestudeerd hebben. De ingesteldheid verandert stilaan, maar ik vrees dat het nog een tijdje zal duren voor zo iemand directeur wordt en een hervorming doorvoert die jonge jongens en meisjes toelaat eerst twee jaar gitaarles te volgen met akkoorden en tablatuur, en dan pas – eventueel met het oog op een studie aan het conservatorium – aan een cursus notenleer laat beginnen.”

“Kijk, bij jonge gasten die enkel power chords willen leren, moet je echt niet beginnen met notenleer. Dat werkt zeer demotiverend. Ik zie vaak jonge gasten een jaar naar de muziekschool gaan, er de brui aan geven en zich dan bij ons inschrijven… Hier lopen genoeg bewijzen rond dat de combinatie alternatieve muziekschool en conservatorium perfect mogelijk is: Ruben Machtelinckx is hier zeven jaar geleden begonnen met gitaarles. Nu geeft hij hier zelf les én zit hij in zijn derde jaar jazzgitaar aan het conservatorium van Antwerpen.”

Ruben Machtelinckx: “Ik ben hier les beginnen volgen in 2001. Waarom? Omdat het überhaupt niet zag zitten om eerst twee jaar notenleer te volgen en dan pas een instrument te mogen kiezen. Een keuze die ik me toen helemaal niet beklaagd heb; na één maand les en wat oefenen kon ik met een aantal nummertjes meespelen, iets wat mijn motivatie enkel maar heeft doen toenemen. Dat en het feit dat het niet om een klassieke opleiding ging, heeft me over de streep getrokken.”

Ondertussen studeer je zelf jazzgitaar aan het Antwerpse Conservatorium, toch een plek waar verwacht wordt dat je de notenleer toch al onder de knie hebt. Geen aanpassingsproblemen gehad?
Ruben: “Eigenlijk wel: ik heb een achterstand moeten inhalen en heb eerst een jaar aan de Jazzstudio gestudeerd. Ik heb dus een beetje harder moeten werken, maar echt onoverkomelijk is dat niet. Nu ja, het Muziekcentrum is er niet om mensen op te leiden tot beroepsmuzikanten, maar wel om ze in de eerste plaats het plezier van het spelen te laten ontdekken. Hier krijg je vooral praktisch onderricht en worden de leerlingen echt betrokken in hun opleiding. Het is niet zomaar een lessenpakket dat afgewerkt dient te worden.”

Je geeft hier nu ook zelf les: pak jij de zaken anders aan dan jouw leraars van vroeger?
Ruben: “Neen. Ik heb zeer goeie leraars gehad en tracht wat in dezelfde lijn te werken. Ik geef jazz aan de iets meer gevorderde gitaristen. Ik tracht ze toch de basiskennis notenleer, akkoordenstructuren en harmonie bij te brengen, omdat je in jazz niet zonder kan. Verder geef ik improvisatieoefeningen puur op het gehoor en verdiepen we ons in standards, 40’s en 50’s bepop … En als we daar door zijn, durf ik wel eens te beginnen over Bill Frisell en consorten.”

Zie jij grote nadelen aan dergelijke opleiding?
Ruben: “Niet meteen, neen. Het is wel zo dat het ontbreken van examens de druk om te presteren een beetje wegneemt en dat een aantal leerlingen – eens ze de basis onder de knie hebben – er de brui aan geven, omdat ze thuis te veel moeten werken om een hoger niveau te bereiken. Maar eigenlijk blijven dan enkel de zeer gemotiveerde mensen over, en dat maakt het lesgeven ook aantrekkelijker.”

“Dat zien wij ook soms”, zegt Patsy Vanhoutte (geen familie van Jo Vanhoutte) van Art-Factory in Roeselare, één van de pioniers wat alternatieve muziekopleidingen betreft. “Het gebeurt dat we leerlingen over de vloer krijgen die al een paar jaar klassiek gestudeerd hebben: hun theoretische kennis is groot, maar als ze zien dat ze met akkoorden moeten beginnen spelen en anderen moeten begeleiden, slaan ze vaak in de knoop, omdat ze dat in het klassieke onderwijs niet geleerd hebben.”

Zou je kunnen zeggen dat wat jullie bieden een gepimpte versie is van het aanbod in het klassieke muziekonderwijs?
Jo: “Misschien wel, ja. Wij hebben 350 leerlingen die niet aan een klassieke opleiding willen beginnen, gewoon omdat ze het nut er niet van in zien. Dat wil toch iets zeggen. Volgens mij wordt het tijd dat muziekscholen een aparte afdeling voor amateurmuzikanten in het leven roepen, voor bijvoorbeeld mannen van pakweg 50 die al 20 jaar muziekspelen, maar niet weten wat een do7 is of geen kaas gegeten hebben van akkoordontledingen. De klassieke opleidingen leveren uitstekend werk, maar het kan altijd beter: één van mijn leraressen is een virtuoos, heeft haar muziekschool afgemaakt met uitmuntendheid, maar geef haar een akkoordenschema en ze weet niet wat ze ermee aan moet. Zolang conservatoria zich vooral bezighouden met de precieze benadering van ‘klassieke’ partituren en vooral focussen op de precieze invulling van ‘wat een componist precies bedoelt heeft’, zie ik de opleidingen niet snel veranderen.”

Patsy: “Mensen worden bij ons niet volgepropt, maar leren spelenderwijs bij. Specifieke, op notenleer gerichte opleidingen geven we niet, maar eens de studenten starten met akkoorden merken we een grote interesse voor muziektheorie; dan krijgen we wel vragen naar majeur en mineur, diminished, G7, etc. Wij bieden het aan als de leerlingen erom vragen, niet vroeger. Maar het kan evengoed dat iemand die enkel voor zijn plezier gitaar wil spelen een basiscursus krijgt en daarmee verder uit de voeten kan.”

In plaats van de studie staat bij jullie het spelplezier op de eerste plaats. Geen gortdroge koek dus …
Jo: “Neen, maar de theorie blijft niet achterwege, hé. Ik krijg soms de vraag van mensen die saxofoon of viool willen spelen of ze dan noten moeten leren lezen. Natuurlijk wel! Maar wij leren ze eerst een paar eenvoudige deuntjes aan. Wanneer ze dan na het vijfde liedje zeggen dat ze dat allemaal niet meer kunnen onthouden, dan leren we hoe ze de liedjes kunnen opschrijven en begint de notenleer. En dat werkt. Geef de mensen een reden waarom ze iets moeten doen.”

Studeren aan een alternatieve muziekschool houdt dan weer wel in dat je geen officieel diploma kan halen.
Ivan: “Dat is juist. Wij werken niet met graden, punten of diploma’s. Ik ken trouwens geen enkele muzikant die bij een band is aangenomen om zijn diploma. Om les te geven heb je dat wel nodig, maar om muziek te spelen? Neen. Wij geven geen punten: 95 procent maakt muziek als hobby en heeft totaal niet de intentie om daar later zijn of haar beroep van te maken. Onze leerlingen krijgen allemaal evenveel aandacht, los van hun talenten, en dat is in een muziekschool toch even anders.”

Patsy: “Ik denk dat alternatieve muziekscholen net daardoor zoveel succes hebben: examens afleggen om over te gaan naar een volgend jaar werkt niet altijd even bevorderlijk. Echte examens organiseren we niet, maar we verwachten wel dat de leerlingen twee tot drie keer per jaar hun kunnen tonen aan geïnteresseerden, kwestie van hen wat podiumervaring te geven.”

Jo: “Mijn leerlingen moeten vanaf het tweede jaar op een podium staan, dat is voor mij een fundamenteel onderdeel van muziek spelen: ik vind dat ze hun kunnen moeten tonen aan hun vrienden en familie. En daar zijn al fijne dingen uit gekomen.”

Muziek voor een cent

Een ander euvel is dat jullie lesgevers nooit vast benoemd kunnen worden. Ook zij zijn afhankelijk van het aantal ingeschreven leerlingen. Geen leerlingen, geen loon…
Jo: “Dat is juist. Onze lesgevers worstelen daar soms wat mee. Een statuut is er niet meteen. Maar daar staat wel tegenover dat we zelf alternatieve muziekinitiatieven uit de grond kunnen stampen en zeer flexibel te werk kunnen gaan. Er is een enorme vrijheid: zo vertrekken we hier vanuit het idee dat leerlingen zelf bepalen welke nummers ze willen leren. Er loopt hier een gastje rond dat enkel songs van dEUS op zijn bas wil spelen. Dan doen we dat ook. Het gaat zelfs zo ver dat ik nummers uitschrijf die leerlingen hebben meegebracht. En als ze achteraf toch te moeilijk blijken, dan laten we ze weg. Dat zijn zaken die in de klassieke muziekschool niet meteen kunnen.”

Patsy: “Maatwerk, dat is het. Om het even wie er bij ons begint – kinderen, jongvolwassenen, volwassenen – krijgt een individueel aangepaste opleiding. Iemand die bijvoorbeeld met zwaardere studies bezig is of werkt en geen tijd of behoefte heeft aan x-aantal jaar voorbereidend werk, heeft geen boodschap aan alles wat niet meteen met muziek spelen te maken heeft.”

Hoe zit het trouwens met het inschrijvingsgeld? Ligt dat niet een pak hoger dan bij een klassieke muziekschool? Het gaat tenslotte om een privé-inititiatief.
Jo: “Als je ons inschrijvingsgeld vergelijkt met muziekscholen, zit het zowat gelijk. En wees maar zeker dat je waar krijgt voor je geld: 32 weken les, in groep drie kwartier en individueel twintig minuten. En vanaf dit jaar hebben we ingevoerd dat de lesgever twee weken iets doet met zijn leerlingen, louter om iedereen met elkaar kennis te laten maken: een concertje, een festivalletje.”

Patsy: “Wij werken met professionele muzikanten als lesgevers: Didier Deruyter, de pianist van Ozark Henry, Elke Bruyneel van De La Vega … Dat maakt de inschrijving iets duurder. Maar iemand die hier les komt volgen, is zeer gemotiveerd en wil gerust betalen voor wat-ie krijgt. Trouwens, je betaalt niet enkel voor de lessen, hé, je krijgt er heel wat gezelligheid bij: onze studenten vinden elkaar terug in ons muziekcafé, er worden vaak optredens georganiseerd …”

Ivan: “Weet je, de sfeer bepaalt heel veel. Als de leerlingen zich welkom voelen, weten dat ze iets zullen leren zonder al te veel gedoe. Dan komen ze graag. Het gaat erom om je studenten te enthousiasmeren, ze de liefde voor muziek bij te brengen, en dat gebeurt in de eerste plaats door te spelen.”

KADER

Muziekcentrum

Kerkkouterstraat 62, 9520 Sint-Lievens-Houtem

09-362 30 62, info@muziekcentrum.org

www.muziekcentrum.org

Art Factory

Vierwegstraat 176, 8800 Roeselare

051-20 41 41, info@art-factory.be

www.art-factory.be

Muziekcentrum Kapellen

Hoevensebaan 79-81, 2950 Kapellen

03-605 59 19

www.rockschool.be