Alternatieve fanfares

Feest op straat

De zomer staat voor de deur. Dat betekent dat het festival- en feestseizoen is aangebroken. Overal te lande bereiden verenigingen hun feest van het jaar voor. Mag daar niet op ontbreken: muziek. De ideale gelegenheid voor de talloze alternatieve fanfares om hun muzikale exploten op een publiek los te laten. Alternatieve fanfares? Jazeker, want de laatste jaren zijn ze als paddenstoelen uit de grond geschoten. Poppunt – nooit echt vies geweest van een goeie portie pad… sorry, geblaas – zocht er vier op: de Va Fan Fahre, De Bolwerkfanfare, ’t Schoon Vertier en Orchestre International du Vetex. Wij wilden  wel eens weten waarom Vlaanderen massaal plat gaat voor deze fanfares.

“Fanfare? Hm, die term dekt de lading toch niet volledig,” aldus Ruben van Orchestre International du Vetex. “De Vetex is een fanfare, maar niet in de strikte zin van de klassieke fanfare. Je kan het alternatief noemen, maar ik hou het op een fanfare met een eigen blik op de wereld. Ik vind het belangrijk dat je personaliseert. Het onderscheid tussen Vetex en de Va Fan Fahre is dat wij bijvoorbeeld een Vlaamse instrumentatie gebruiken, terwijl de Va breder kijkt en met percussie uit andere regio’s werkt.”

Michael (Va Fan Fahre): “Wij spelen akoestisch, maar als je wat impact wil hebben als je op straat speelt, dan kom je sowieso bij blazers uit; die maken het meest lawaai. (lacht) Een snarenfanfare kan ook, maar veel impact heeft dat niet.”

Senta (’t Schoon Vertier): “’t Schoon Vertier combineert beide: een stuk danstheater, een stuk muziek. Wij  doen meer dan wat een fanfare strikt genomen doet, ook al bestaat ’t Vertier uit een klassieke bezetting van muzikanten en danseressen. We noemen onszelf voorlopig ‘cabaretfanfare’, maar zelfs die vlag dekt de lading niet volledig. Maar ik denk dat we qua uitgangspunt wel op dezelfde lijn zitten als de anderen: mensen op straat krijgen, ze entertainen, …”

Is het bij jullie dan de bedoeling om meer theater te brengen?
Senta: “Niet echt, neen. Het theateraspect is er wel, maar ’t Vertier blijft muziek met dans. Echt vertier, waarmee we de mensen een gevoel van gelukzaligheid willen geven. La Guardia Flamenca, dat is meer theater.”

Waarom zijn jullie ooit met een alternatieve fanfare gestart?
Senta: “Uit een passie voor dans, muziek en show, geënt op het entertainment uit de jaren ’20, ’30. Dat is een periode die me enorm aanspreekt qua stijl, muziek, dans en esthetiek. Dat is echt ons vertrekpunt geweest.”

Micha (’t Schoon Vertier): “Ik wilde al lang iets op poten zetten met muzikanten en danseressen, in die oude stijl.”

Michael: “Ik ben altijd al fan geweest van het akoestische concept van een fanfare en het feit dat het op straat gebeurt. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik als accordeonist graag eens zonder blazers speel. Dan horen de mensen me tenminste (lacht). “

Merijn (Bolwerkfanfare): “Ik heb het geluk gehad dat ik de Bolwerkfanfare niet heb moeten oprichten.”

Ruben: “Dat heb ik gedaan…”

Merijn: “Juist. In het kader van een circusproject, waar ik muziek voor geschreven had. Achteraf bleken heel wat mensen verder te willen. Zodoende.”

Ruben: “De Vetex is eigenlijk opgericht als een sociaal-artistiek project vanuit het OCMW van Kortrijk i.s.m. met de Kreun, Via Lactea en de lokale buurtwerking. Het doel was om het Vetex-Poortgebouw in de vergeten Kanaalzone te redden; men wilde iets opstarten met plaatselijke muzikanten én tegelijk iets grensoverschrijdends doen. Wij pasten toen perfect in dat plaatje.”

“Ik merk wel een trend, zowel bij de Vetex als de Va. Op straat kan je heel veel leren; je wordt er echt voor de leeuwen geworpen. Maar eerlijk gezegd, spelen we al zolang op straat dat de drang naar het podium groter wordt. Het lijkt me een logische stap: we willen er meer show aan toevoegen.”

Trui (Orchestre International du Vetex): “Festivals vragen dat ook meer en meer. Vroeger werden wij als laatsten geboekt, voor de randanimatie op festivals bijvoorbeeld. Nu verandert dat stilaan.”

Michael: “Het grote voordeel met een fanfare is dat je toch kan gaan spelen als één van je muzikanten niet kan; met een rockgroep kan dat niet. We hebben alles zelf mee. “

Qua stijl zitten jullie wat in dezelfde lijn, behalve ’t Schoon Vertier: gipsy, balkan, klezmer… is daar een verklaring voor?
Michael: “Er wonen in het voormalige oostblok nogal wat blazers, vandaar. De Balkanrage zal nog een tijdje blijven duren, maar zal weer plaats maken voor iets anders. Ik denk dat je die opmars voor een deel politiek kan kaderen: steeds meer staten treden toe tot de EU, en de mensen die daar wonen, komen naar hier afgezakt en brengen hun cultuur mee. Vroeger – voor de muur viel – was er totaal geen sprake van. Ik ken die muziek in de eerste plaats van Time of the Gypsies, van Kusturica.”

Merijn: “Wat aanspreekt, is dat die cultuur totaal tegengesteld is aan de onze: extraverter, meer lawaai, dansen, … “

Micha: “Wij hebben die Balkanrage nooit echt gevolgd, maar van meet af aan ons eigen ding gedaan. Het was in het begin wat zoeken naar de juiste toon, maar door veel te spelen én verschillende composities te maken, hebben we ondertussen ons geluid wel gevonden. Voor de composities put ik echt uit de hele muziekgeschiedenis.”

Dreigt de overkill niet? Ondertussen bestaan er al zoveel fanfares…
Michael: “Ik denk dat dat nu een beetje het geval is, ja. Als je het vergelijkt met vijf jaar geleden is er enorm veel veranderd. Toen wij begonnen, was alles nog nieuw.”

Trui: “Ik vind niet dat er een overaanbod is aan goeie live-acts. Balkanbeat DJ’s zijn er genoeg, maar live acts? “

Michael: “Er is voor fanfaristen alleszins werk genoeg. Ik denk trouwens dat fanfares altijd zullen blijven bestaan: mensen zullen altijd een behoefte hebben om straatacts te zien.”

Senta: “Je kan dezelfde vraag ook stellen voor rock-en popgroepen, daar bestaan er massa’s van. Wij zijn er drie jaar geleden mee gestart, en toen had je de Va Fan Fahre en Vooruit met de Kuit. Wij hebben het gegeven ietwat anders ingevuld, maar overkill? Neen. Er is zoveel vanalles. Ik denk dat diegenen die het sterkst staan, zullen standhouden. The strong will survive! (lacht)

Het visuele aspect is ook heel belangrijk
Ruben: “’t Ziet er sympathiek uit ook, hé. Bovendien is de interactie met het publiek zeer belangrijk. Bij de Vetex wordt het meer en meer straattheater.”

Michael: “Toch heb ik de indruk dat er nog steeds genoeg variatie is. Elke fanfare heeft zijn eigen stijl.”

Senta: “Dat is bij ons zeker belangrijk: er moet uitstraling zijn. Bij de danseressen van ’t Vertier wordt niet geacteerd, hé. We doen ons niet anders voor dan we zijn. We zijn ‘meisjes van vertier’ die zich willen amuseren, net zoals in de oude tijd. Ik denk dat de combinatie van echt plezier, het enthousiasme en de muziek onze grootste troef zijn. De choreografieën mogen dan niet altijd even gelijk uitgevoerd worden, het is vooral de sfeer en het-ervoor-willen-gaan die belangrijk zijn. We streven naar een zekere perfectie, maar er zal altijd een kantje af zijn. Je mag niet vergeten dat ’t Vertier voor het grootste deel uit vrijwilligers bestaat, geen beroepsmuzikanten.”

Optrommelen

Een fanfare bestaat doorgaans uit een grote troep muzikanten. Hoe makkelijk is het om al jullie mensen samen te krijgen?
Michael: “Dat valt wel mee. We werken met vaste vervangers, dus als er iemand van de vaste bezetting niet kan, is dat niet meteen een probleem.”

Ruben: “Wij zijn normaal gezien met achttien, maar gemiddeld gaan we met vijftien, zestien man de baan op. De helft van onze groep bestaat uit contractuelen, de helft zijn vrijwilligers.”

Senta: “Voorlopig hebben we daar geen problemen mee: iedereen komt altijd met zeer veel goesting repeteren en optreden. Ook al moet iedereen er veel tijd insteken; ik denk dat een  goed bestuur hier een  groot belang heeft: zij kunnen de groep motiveren.”

Micha: “Weet je wat belangrijk is? Het spelplezier. Ik vind dat je je muzikanten vooral de kans moet geven om zich te amuseren. De muziek moet uiteraard goed zitten, maar de teugels mogen niet te strak aangehaald worden, want dat werkt niet. “

Michael: “Geld is vaak een grote motivatie, maar je mag niet vergeten dat je met professionele muzikanten werkt. Die gaan uiteraard niet meer spelen voor een paar pinten. Maar, een fanfare valt of staat niet doordat er één iemand ontbreekt. Plus, als je met minder bent om te gaan spelen, houden de aanwezige muzikanten wel meer over aan een optreden.”

Ruben: “We vinden wel makkelijk vervangers. Onlangs kwam me ter ore dat Think Of One ermee zou stoppen; ik heb toen even met de saxofonist gebeld om te polsen of hij bij ons wou spelen. Hij zag dat zitten, omdat hij als blazer wel eens twee uur aan een stuk wou doorblazen (lacht). Ik ben ervan overtuigd dat een blazer graag eens soleert met een orkest van zestien man achter zich. Trouwens, nu staan we dankzij inspanningen uit het verleden wel op heel mooie plaatsen. En we kunnen naar het buitenland: Praag, Berlijn, … In Praag speelden we met Va Fan Fahre op een Balkan Brass Festival, waar de notoire Boban Markovic ook was. En dEUS stond zelfs te kijken! En met Vetex in Turijn, voor het slotfeest van de Olympische Spelen, dat was ook echt top. Dat had ik nog nooit meegemaakt.”

Trui: “Je moet als fanfare een beetje een verhaal kunnen vertellen; sommige zorgen ervoor dat ze eruit springen door hun manier van spelen, andere focussen meer op de klank, op wat ze dragen, etc. Vooraf bepalen waar je heen gaat, is belangrijk. Aanwezig zijn op muziekbeurzen kan ook helpen: wij doen dat en leggen er vaak goeie contacten, vooral met geïnteresseerden uit het buitenland. En sinds we bij Frans Brood Productions in de catalogus gestaan hebben, zitten we in een internationaal netwerk. En we gaan ook zelf op zoek: een beetje prospectie doen.”

Trui, jij bent de manager van Orchestre International du Vetex. De spil van de fanfare, eigenlijk.
Trui: “Ja… We werken met een kleine structuur, maar ik ben er wel heel veel mee bezig. Er komt heel wat administratie bij kijken. Ik ga prospecteren, tracht voortdurend wat vernieuwing te introduceren… De artistieke coördinatie delen we.”

Merijn: “Bij ons is het vooral mijn vriendin en ik die zich bezig houden met de bookingen en administratie. Wij werken als vzw. Het moet nog groeien. Nu ja, een fanfare opstarten van nul is wel ideaal om te leren hoe alles in zijn werk gaat. We hebben nog nooit echt promotie gevoerd: al onze optredens hebben we dankzij mond-aan-mond reclame.”

Componist tot in de kist

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen nummers schrijft. Wie is bij jullie le grand chef d’orchestre?
Merijn: “Bij de Bolwerkfanfare doe ik dat.”

Ruben: “Wij werken met verschillende componisten; zeer handig, ook al omdat je dan verschillende invalshoeken hebt. En je krijgt dan ook meer feedback. Bij de Va zitten we ook met een viertal componisten. ”

Micha: “Bij ’t Vertier neem ik de meeste composities voor mijn rekening. Twee jaar geleden was dat anders. Voor het uitzetten van één algemene muzikale lijn werkt dat wel, al luister ik uiteraard naar wat de muzikanten en danseressen graag hebben: zij moeten er in de eerste plaats op dansen en de muzikanten moeten het willen spelen.”

Hoe houden jullie jullie muzikanten gemotiveerd?
Ruben: “Je moet ervoor zorgen dat het plezant blijft. Dat is de hoofdreden. Geld is een bijkomstige zaak, eigenlijk. Het doel van de Vetex is eigenlijk om elke muzikant te begeleiden tot een beter niveau. Je hebt muzikanten die zeer goed spelen en anderen die wat extra stimulans kunnen gebruiken. Het  draait om meer dan louter muziek: je hebt het sociale en communautaire gegeven.”

Michael: “Je wordt ouder en gaat de zaken anders bekijken, uiteraard. Vroeger ging ik spelen voor een appel en een ei, nu niet meer. Ondertussen moet er wel brood op de plank komen, en met €25 per optreden gaat dat niet. Je kan dat als  professioneel thuis niet verkopen: stel dat je twee weken weg bent en je komt terug thuis met €250… Wie een gezin te onderhouden heeft, springt daarmee niet erg ver. Je moet een beetje  rekening houden met een economische realiteit.”

Merijn: “Je tracht als ‘fanfareleider’ het niveau voortdurend te verhogen en te professionaliseren, zodat je ook beter betaald kan worden. Onze muzikanten krijgen iets  van een €40 per optreden; voor het geld hoeven ze het niet te doen, dus kan je er maar beter voor zorgen dat ze zich amuseren en dat ze muzikaal uitgedaagd worden.”