Allan Muller

De songwriter achter Metal Molly, Cabage en Satelite City: "Wees niet vies iets te pikken"

Ruim tien jaar geleden groeide ‘Orange’ van Metal Molly uit tot één van de hymnen van rockminnend Vlaanderen. Inmiddels zijn uit de as van de ter ziele gegane band twee nieuwe groepen ontstaan: Sukilove (rond ex-bassist en songwriter Pascal Deweze) en Satellite City (rond ex-zanger/gitarist Allan Muller). Deze laatste bracht onlangs een tweede CD uit: Map & Guide, waarop je onder meer het lekker poppy en redelijk grijs gedraaide ‘Friend’ kan terugvinden. Blijkbaar slaat Satellite City’s muziek ook aan bij een film- en/of tv-publiek, want de singles ‘Evangeline’ en ‘Break & Burn’  prijken op de scores van respectievelijk Hilde Van Mieghems regiedebuut ‘De Kus’ en de VTM-serie ‘Rupel’. We peilden bij Allan naar de fijne knepen van het songwriter métier.

Met een merkwaardig palmares als muzikant en songwriter bij Metal Molly, Satellite City, tussendoor het soloproject Cabage is Allan Muller een relatief oude rot in het vak. Hij begon gitaar te spelen op zijn dertiende. Allan Muller: ‘Ik wou eigenlijk drummer worden, maar dat mocht niet van mijn moeder (lacht). Ik had eerst een klassieke Spaanse gitaar en volgde muziekles, zowel privé als muziekschool. Spaanse klassieke stukken van 200 jaar oud en zo. Later kreeg ik mijn eerste elektrische gitaar en leerde ik liedjes uit de boekjes. Een soort Jimi for Dummies.’ Toen hij zestien was, speelde hij in zijn eerste groepje, met Tom Kestens (ex-Das Pop), waarmee hij o.a. in voorprogramma van een  prille Helmut Lotti stond. Op de middenschool van Keerbergen leerde hij Pascal Deweze kennen met wie hij enkele jaren later Metal Molly oprichtte. De band deed in 1994 mee aan de Rock Rally en raakte in de finale. Hierop volgde een eerste plaat, met de hit ‘Orange’, een Europese tournee en een bezoek aan New York. De groep bleek echter niet tegen de druk bestand en splitte een eerste keer in 1997. Allan nam ondertussen zijn solo-cd ‘Cabage’ op. In 1999 waagde Metal Molly het opnieuw en tekende bij het label Double T in Wales. Toen dit label failliet ging, hielden de groepsleden het ook voor bekeken. Pascal richtte Sukilove op en Allan vond een nieuwe groep: Satellite City.

Catchy naam, Satellite City. Waar komt die eigenlijk vandaan?
Allan Muller: “Ik had een lijstje van pakweg 600 mogelijke groepsnamen. En ik wou iets doen met ‘Satellite’ erin. Ik ging op internet op zoek of er al groepen bestonden met een dergelijke naam. Dat bleek eerst niet het geval, maar ik had niet door dat ik Satellite fout gespeld had. Vandaar… (lacht). Het woord ‘satellite town’ (buitenwijk) bestond al. Vandaar dat  het Satellite City geworden is.”

Qua sound is er wel een breed verschil met Metal Molly: melodieuser, minder punky.
Allan Muller: “Minder puberaal vooral. Ik ben altijd een bluesfan geweest, maar bij Metal Molly waren bluessolo’s of gitaarsolo’s not done. Vandaar dat er op de eerste plaat van Satellite City veel solo’s staan; ik moest mijn achterstand inhalen (lacht). Solo’s moeten kunnen, zolang ze maar functioneel zijn.”

De rauwere kant bij Metal Molly, van wie kwam die? Van jou of van Pascal?
Allan Muller: “Van allebei eigenlijk. We hadden alle twee onze voorbeelden. Pascal was meer een Beatlesfan; ik hield meer van die bruinere klanken van Neil Young en consorten. En we stonden alle twee gek van Nirvana en het hele grunge-gebeuren.”

Songwriten

Gitaarsolo’s zijn belangrijk, zei je. Hoe begin je aan een song? Met een riff of met een stuk tekst?
Allan Muller: “Meestal met een vibe. Als ik op dat moment mijn gitaar neem, komt er meestal iets goeds uit. Je voelt iets opborrelen, een melodie en een zin of een melodie met wat klanken. Iets in de trant van wie-wa-wo-wee, bijvoorbeeld (lacht). En dat worden uiteindelijk woorden met dezelfde klanken. Op die manier leg ik ook al een structuur voor de tekst vast. Althans, dat was vroeger toch zo. Nu verplicht ik mij om meer tijd in de teksten te steken. Weet je, in al die jaren dat ik muziek speel, heb ik nog niet kunnen bepalen wat de ideale werkwijze is om tot een goeie song te komen. Meestal zijn de beste songs diegene die er in éénmaal uitkomen. Het gevoel primeert, de rest is techniek, inkleding. Soms heb je een strofe die past bij een refrein dat je drie weken voordien gemaakt hebt.”

Poppunt: Zijn teksten voor jou ondergeschikt aan de melodie?
Allan Muller: “Ik vertrek heel zelden vanuit een tekst. Een songtekst moet zich kunnen lenen om er een song van te maken. Met andere woorden, je moet de tekst schrijven met de strofe-refrein-structuur in het achterhoofd. Ik maak soms teksten met een paar echt onnozele zinnen. Ik laat die er eerst instaan, omdat ik te lui ben om er iets mee te doen. Pas als we naar de studio gaan, neem ik de teksten grondig door en worden hele stukken herschreven. Een grote schoonmaak, eigenlijk.”

In welke mate hebben de leden van je groep iets te zeggen bij het songschrijven?
Allan Muller: “Bij het initiële schrijven zelf niet zo veel. Ik ga naar het repetitiekot met een eerste versie en leg die aan hen voor. Als er opmerkingen komen over het refrein of de structuur, werk ik dat thuis verder uit. Ik krijg dus af en toe huiswerk mee (lacht). Olaf (toetsen) geeft wel vaak suggesties als het op overgangen aankomt. Het is vooral bij de arrangementen dat de inbreng van de andere muzikanten belangrijk is.”

Je sprak daarnet over de invloed van Neil Young, The Beatles en Nirvana. Nog andere goden?
Allan Muller: “Eigenlijk heb ik altijd naar heel veel dingen geluisterd. Een heel breed spectrum: van Bob Dylan, Beach Boys, tot Pixies, Elvis Costello. En ook recentere dingen. Onlangs heb ik The Polyphonic Spree ontdekt, een beetje in de stijl van Flaming Lips. Ze treden op in een soort Baghwan-gewaden, heel bombastisch. Als ik toch één gouden tip moet meegeven aan de lezers van Poppunt Magazine: ‘Wees niet vies iets te pikken! Echt waar!’Iedereen doet het. In het begin hebben we veel van The Beatles gepikt, soms letterlijk. Het is de beste leerschool. Zo leer je omgaan met refreinen, arrangementen, structuren,… en leer je songs te analyseren. Maar zorg wel dat je er iets anders van maakt, zodat lijkt dat je het niet letterlijk gepikt hebt. (lacht) Door als muzikant naar heel wat dingen te luisteren, absorbeer je onbewust invloeden. En dat wordt in een grote pot gesmeten en door elkaar geklutst. Dat is je output. En wat je het laatst geabsorbeerd hebt, komt meestal eerst naar boven.”

Je bent bij het brede publiek vooral bekend als een van de drijvende krachten achter het wereldnummer ‘Orange’. In hoeverre is die hit cruciaal geweest voor jou? Of is het iets dat je blijft achtervolgen?
Allan Muller: “Het gebeurt wel eens dat ik mijn middenvinger toon als mensen tijdens een optreden van Satellite City om ‘Orange’ schreeuwen. Sinds ‘Orange’ en Metal Molly ben ik geëvolueerd als muzikant en als songwriter. Ben ik beter geworden (lacht). Ik vind trouwens onze huidige hit ‘Friend’ een betere song dan ‘Orange’. Anderzijds ben ik nog steeds blij dat we ‘Orange’ gemaakt hebben, want zonder die song hadden we nooit op Werchter gestaan. Nee, het is dubbel: ik sta nog steeds achter ‘Orange’, maar ik hoor het niet zo graag meer. Ten tijde van Metal Molly waren we die song op een bepaald moment kotsbeu.”

Twee songs van Map & Guide worden nu in een film en een tv-serie gebruikt. Was dat vooraf gepland? Ging je filmisch tewerk bij het schrijven van die songs?
Allan Muller: “Nee, het was meer een toeval. Nu heb ik ooit wel eens muziek geschreven voor kortfilms, in opdracht. Met ‘Evangeline’ en ‘Break & Burn’ was dat niet het geval. Men zocht songs voor de film ‘De Kus’ en onze platenbaas heeft hen onze CD bezorgd. In het geval van ‘Break & Burn’ ging het via Olaf, die ook de sonorisatie voor de serie doet.”

Zie je zelf een verschil in songschrijven tussen wat je nu doet en wat je deed ten tijde van Metal Molly of  je soloproject?
Allan Muller: “Nee, het zijn altijd Allan Muller-songs geweest. Wel ben ik geëvolueerd en is mijn muziek complexer geworden. Als we morgen met Satellite City beslissen een hardere plaat te maken, ga ik net die ideeën selecteren die zich het best lenen tot een zwaardere inkleding.”

Met de eindejaarsperiode voor de boeg, welke plannen voor 2005 staan er in je nieuwjaarsbrief?
Allan Muller: “We gaan de plaat uitbrengen in Nederland en zien hoe het daar loopt. Verder komen nu al de aanvragen voor optredens en festivals in België voor het voorjaar binnen. Verder staan er nog een toer in Frankrijk en Zwitserland op het programma.”

Dan laat ik je nu alvast je valiezen pakken!