Akoestiek

Het zit (niet) allemaal tussen je oren

Klinkt het niet, dan botst het. Ja, dat kan wel opgaan voor discussies tussen jou en je lief, of jezelf en je vrienden-muzikanten, maar die stelling gaat niet op voor het geluid in je repetitiehok. Tegenwoordig is heel wat te doen rond geluidsoverlast, geluidspollutie en de kwalijke gevolgen van al te luide muziek. Wie zelf een repetitiehok gebouwd heeft op de geijkte manier, schakelt de overlast sowieso voor een groot deel uit. Punt is nu om het jezelf een pak aangenamer te maken door je hok te onderwerpen aan de regels van de akoestiek. Want niet ieder hok definieert geluid op dezelfde manier. Poppunt brengt binnenkort een brochure uit waarin je in een paar heldere en duidelijke stappen uitgelegd wordt aan welke voorwaarden een repetitiehok moet voldoen en hoe je het geluid het best tot zijn recht laat komen. Wij doen alvast een boekje open over akoestiek en sampelen vrijelijk uit de nieuwe brochure …

Wikipedia omschrijft akoestiek als volgt: akoestiek is de wetenschap die zich bezighoudt met geluid. Geluid bestaat uit trillingen die zich voortplanten door een medium. In de meeste gevallen is dat lucht. De akoestiek heeft zeer veel praktische toepassingen. Verder wordt onder akoestiek verstaan: de invloed die een ruimte heeft op de klank en nagalm van geluid. Als een ruimte ‘een slechte akoestiek’ heeft, dan wordt bedoeld dat de eigenschappen van die ruimte niet overeenkomen met het gebruik.

En dat akoestiek belangrijk is, weten we allemaal: wie ooit al eens een concert van een beginnende band heeft bijgewoond, ergens in een zaaltje in het West-Vlaamse hinterland, zal volgende uitspraak vast al gehoord hebben: “Goeie band, hoor, maar zo’n slecht geluid!” En dat slaat meestal niet op de sound van de band, maar wel op hoe het geluid in de zaal overkwam. Slechte akoestiek, dus. De meeste kleine zalen hebben een kwalijke akoestische reputatie, zelfs als je er een mixer bij haalt.

Akoestiek, dus. Met een goeie akoestiek wordt een band naar een hoger niveau getild. Met een goeie akoestiek tijdens een repetitie krijgt elk bandlid goed te horen wat een ander speelt, en dat heeft uiteraard zijn weerslag op een liveoptreden. En daar gaat het uiteindelijk toch om.

Reflectie over geluid …

Hoe absorbeert en reflecteert je hok het geluid dat je als band produceert? Klinkt alles droog? Is er galm? Scherpte? Zitten vooral de mid-tonen in het geluidspectrum? De bassen? Bij een goeie akoestiek zit je met een mooie verdeling van de sound. Om dat te bereiken, dient je hok goeie reflecties te hebben. Niet te veel, niet te weinig, want dan wordt het moeilijker om op een goede manier te repeteren. Zaak is om een juist evenwicht te vinden tussen absorptie van het geluid en de reflectie ervan. Maar hoe pak je dat aan?

Laten we er vanuit gaan dat je hok er staat. Met vlakke wanden van gipskarton, bijvoorbeeld. Zet je in die ruimte een versterker open en laat je de drummer even loos gaan, dan zal je meteen merken: dat klinkt hier voor geen meter. En het doet pijn aan de oren. De oplossong: akoestische aanpassingen.

Geluid bestaat uit verschillende golven. Die worden vanuit je instrument of je versterker door de kamer gestuurd. Wanneer de golven tegen een oppervlakte botsen, worden ze gedeeltelijk afgezwakt (absorptie) en wordt de rest van de golven teruggekaatst (reflectie). Die kan ofwel rechtstreeks gebeuren of je kan die verspreiden (diffusie).

Akoestiek is afhankelijk van heel wat factoren: het muziekgenre, de bezetting, de opstelling, de bouwmaterialen die gebruikt werden, de opstelling van de muzikanten, de versterkers …

Dat alles zorgt er voor dat het niet meteen voor de hand ligt om je met voor-overal-geldende-tips om de oren te slaan. Niettemin, vuistregels, die zijn er wel!

De zanginstallatie: return on investment

“Zeg, zing jij met een vod in je mond?” Als je dit denkt tijdens een repetitie is het ofwel hoog tijd om de zanger wat lessen te laten volgen of om eens te kijken of je zanginstallatie wel doet wat ze zou moeten doen: een mooi en duidelijk gedefinieerd geluid produceren. Je repetitiehok moet een aangename werkomgeving zijn en daarbij is de kwaliteit van je geluidsversterking erg belangrijk. Mental note: wie een repetitieruimte wil bouwen, voorziet in de kosten beter ook al meteen een budget voor een goede zanginstallatie.

Maar wat heb je precies nodig? Minimaal? Eén actieve monitor waarop je één of meerdere microfoons kan aansluiten. Een kleine zanginstallatie is uiteraard beter: je kan er verschillende speakers op aansluiten, zodat de zanger beter hoorbaar wordt voor de rest van de band. Helemaal ideaal is het doorschakelen van verschillende instrumenten via een mengpaneel, zodat elke muzikant zijn eigen klankbeeld kan bepalen. Hierbij geldt: hoe meer monitorkanalen, hoe beter. Van elk kanaal kan je dan het weergegeven volume gaan bepalen. Maar dat is meteen ook de meest kostelijke optie. Veel pro’s kiezen nu voor in-ear monitoring: met deze kleine oormonitors krijg je niet alleen precies te horen wat je wilt, maar is er ook geen ‘overspraak’ van andere speakers. Repeteren met in-ears is niet voor iedereen weggelegd. Sommigen vinden het niet zo bijzonder leuk, maar het kan wel helpen om je oren aan een minder luid geluid bloot te stellen.

Richt je geluid. Of het trekt op geen …

Hoe komt het geluid in je hok tot in je oren? Simpel: rechtstreeks vanuit de geluidbron en via de weerkaatsing tegen de vloer, wanden en het plafond. Hoe verder je van de versterkers of monitors staat, hoe minder het geluid je rechtstreeks bereikt. Het gereflecteerde geluid is dan dominanter.

Voorbeeld: als er in je ruimte maar twee speakers aanwezig zijn, dan krijg je als muzikant hoofdzakelijk gereflecteerd of indirect geluid te horen. En de luidsprekers moeten vrij luid staan om overal in de ruimte voldoende hoge geluidsniveaus te verkrijgen.

Veel gereflecteerd geluid samen met een hoog geluidsniveau zorgt mogelijk voor drie minder aangename effecten:

• een slechtere akoestiek
• klagende buren
• gehoorproblemen

Maar het spreekt voor zich dat je je ruimte akoestisch kan opvijzelen, met een paar simpele maar doeltreffende ingrepen. Het komt er eigenlijk op neer om de muziek vooral rechtstreeks in je oren te krijgen, en niet via reflecties.

Vergeet ook niet: je kan dan wel veel investeren in akoestiek, je moet uiteraard ook je oren wat ontzien. Het heeft geen zin om lang naar een goeie akoestiek te zoeken en dan je instrumenten op ‘volle gas’ te draaien.

Tips!

• Plaats de versterkers niet op de grond, maar iets hoger (op een stoel, een statief …).
• Kantel de versterkers een beetje, zodat het geluid naar je oren gericht wordt en niet aan je benen blijft hangen.
• Zorg voor vier in plaats van twee zanginstallatieluidsprekers. Het zorgt ervoor dat je je installatie iets stiller kan zetten. Beter voor je oren, en voor je relatie met de buren.
• Plaats je versterkers niet steeds tegen de muur. Als het niet anders kan, voorzie dan absorberend materiaal achter de versterkers.
• Gericht geluid kan je natuurlijk ook verkrijgen door een professioneel in-ear monitoringsysteem. Dat is niet goedkoop, maar je hebt maar één paar oren!

How low can you go?

Als er ergens in de buurt van waar je woont een feest aan de gang is, dan is het enige wat je hoort vaak alleen een diepe bas. Dat komt omdat de basfrequentie het verste draagt. Het minimaliseren van de intensiteit van de bas is dat ook een erg belangrijk punt wat akoestische ingrepen betreft. Maar hoe doe je dat precies?

Om resultaat te verkrijgen, moet je voor de lage frequenties proberen om de energie weg te nemen. Met een bass trap (in het Nederlands ‘een bas-valstrik’), bijvoorbeeld: dat is een voorwerp dat door de geluidsgolf kan beginnen trillen. De trilling zal de energie van de golf grotendeels wegnemen.

We schotelen twee mogelijkheden voor:

• Het aanbrengen van een akoestisch paneel. Cruciaal hierbij zijn de exacte afstand van het paneel tot de muur en het gewicht per m² van het materiaal waaruit het paneel bestaat. Hiervoor kan je op het net heel wat rekenmodules vinden (zoek even op ‘panel absorber’). Een voorbeeldje: als het grootste probleem van je ruimte bijvoorbeeld in de frequentie van 170 Hz zit, kan je dit opvangen met een MDF-plaat van 3 mm dik (massa 2,5 kg/m²) die je op 2 cm van de muur hangt.
• De Helmholtz-absorber. Deze absorber maakt het niet alleen mogelijk om een breed frequentiegebied aan te pakken, maar is ook nog eens mooi. Op het net vind je opnieuw heel wat sites over hoe je zo’n absorber zelf kan maken.

In kleine ruimtes hebben lage tonen de neiging om zich op te stapelen in de hoeken. Dit komt omdat de lagen tonen meer “uitwaaieren” dan de hoge tonen. Een eenvoudige tip: plaats in de hoeken van de ruimte een dikke laag rotswol in een houten frame waar je aan de voorkant een doek overspant.

Diffuus in je hoofd? Verstrooiing gezocht.

Een andere manier om de klank te sturen, is het geluid te ‘verstrooien’. Met een gebogen plafond en onregelmatige wanden is de kans veel kleiner dat er staande golven ontstaan. Ook hier geldt dat je op het net heel wat praktische handleidingen kan vinden over hoe je specifieke frequenties kan aanpakken via op maat gemaakte diffusiepanelen.

Een heel simpele tip nog: zet een onregelmatig opgevulde boekenkast in je repetitieruimte en de klank zal al heel wat veranderen. En je kan nog wat lezen tijdens saaie passages ook!

De ruimte zelf: kippenhok of balzaal?

Er valt veel te zeggen over de grootte van een repetitiehok. Het spreekt voor zich dat je niet met vijftien man in een aftands tuinhuisje moet samenhokken, of dat je geen feestzaal nodig hebt voor je punkrockband van drie man. Reken erop dat een doorsnee bandje het best functioneert in een repetitieruimte van om en bij de 25m2. Haal je er een toetsenist met keyboard en Fender Rhodes bij, dan mag het gerust wat meer zijn.

Uiteraard bepalen de oppervlakte en de verhoudingen tussen de hoogte, de lengte en de breedte, de klank. Heb je de mogelijkheid om een nieuwe ruimte te bouwen, dan kan je hier ook rekening mee houden. Een ruimte met één lengtezijde van minstens 6 meter maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de lagere bastonen volledig te laten uitklinken. Dat geeft een betere klank en maakt het repeteren dus aangenamer.

Een veel voorkomend probleem in repetitieruimtes zijn de zogenaamde staande golven (room modes). Door de afmetingen van de ruimte kunnen bepaalde frequenties luider klinken dan andere, of nog erger, kunnen er bepaalde nieuwe frequenties hoorbaar worden. Om dit te vermijden kan je bij een nieuw te bouwen ruimte op zoek gaan naar de ideale afmetingen voor je ruimte. Een bekende standaard hierbij is die van Louden: de breedte van je ruimte moet 1,4 keer de hoogte zijn en de lengte is best gelijk aan 1,9 keer de hoogte. Concreet wordt dat dus voor een ruimte met een plafond van 2,8m een ideale breedte van 3,92m en een ideale lengte van 5,32m. Met deze standaard kan je dus nagaan of de geplande verhoudingen in je ruimte ook akoestisch interessant zullen zijn.

[Kaderstuk]

De Jamhub: een alternatieve oplossing

Stel je voor dat je én geen plaats vindt om een repetitiehok te bouwen én geen centen bijeen krijgt én helemaal geen lawaai mag maken in de buurt waar je woont. Wat doe je dan? Gitaar, bas en drum in de wilgen hangen? Nein. Ganz nicht. Want met dit kleinood omzeil je heel wat praktische problemen. De JamHub is – het woord zegt het zelf al – een hub (zoals bij een computer) waar je je instrumenten inplugt. Het geluid dat je produceert, wordt versterkt in de hoofdtelefoon die je draagt. Met de JamHub is het dus perfect mogelijk om in stilte te spelen en toch versterkt te klinken. De makers hebben het zelfs getest in een huis waar iedereen sliep; ze konden lekker loos gaan om 2 u ’s nachts. Wij voorspellen nu al een kleine repetitierevolutie. Makkelijkst is natuurlijk wel dat de drummer op een elektronisch drumstel speelt, maar zelfs als hij een akoestische drum geselt, dan nog kan je de andere instrumenten via de JamHub versterken.

Jamhub.com