dossier_25jaar

25 jaar muziekmaken

Jaune Toujours & DAAU

Eigenzinnigheid, volharding, passie, een unieke sound en een uitzonderlijk parcours in binnen- en buitenland: dat hebben Jaune Toujours en DAAU – los van drums en een accordeon in het instrumentarium – vooral met elkaar gemeen. De Brusselse kick ass roots/mestizo band Jaune Toujours bracht in 1998 een eerste release uit (de ep ‘O’) en viert z’n twintigste verjaardag met het verzamelalbum ‘20sth’ en een gelijknamige gelimiteerde verzamelbox. Het Antwerpse collectief DAAU ontstond in 1992 onder de naam Die Anarchistische Abendunterhaltung en geeft dit jaar extra kleur aan 25 jaar muziekmaken met de door producer Rudy Trouvé gecureerde anthology ‘Hineininterpretierung’ (DAAU spielt DAAU) die in april verschijnt. Poppunt sprak met twee groepen die terecht van geen ophouden willen weten. Spreekbuizen van dienst: Piet Maris (de bezieler van Jaune Toujours), Roel Van Camp (accordeonist en medeoprichter van DAAU) en Hannes d’Hoine (sinds 2004 bassist van DAAU).

Piet: “De naam Jaune Toujours dook voor het eerst op in 1991. Aanvankelijk waren we een studentenband in het Leuvense. Omdat iedereen na verloop van tijd wat zijn eigen weg begon te gaan, besloot ik naar Brussel te verhuizen en het op muzikaal vlak over een professionelere boeg te gooien. Ik ben van nul herbegonnen en heb nieuwe muzikanten gevonden in Brussel. De drummer waar ik nu nog altijd mee samenwerk, ben ik in Brussel gaan scouten.”

Roel: “DAAU is ontstaan vanuit Subconsciousness, een schoolband waar Adrian Lenski, zijn broer Buni en ik deel van uitmaakten. Af en toe speelden we al eens op een tuinfeest. Buni, z’n jongere broer Simon, Han Stubbe en ik hebben nadien Die Anarchistische Abendunterhaltung opgericht.”

“We hebben altijd een trage werking gehad, ook wat muziek schrijven betreft. Omdat we maar om de vier jaar een album uitbrengen, is er na de release van een plaat en de bijhorende tour altijd een periode van temporiseren en genieten van een familiaal leven. Ik denk dat we nog steeds bestaan omdat we altijd ons rustige tempo hebben kunnen handhaven.”

Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters
Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters

Wat hebben jullie onderweg als moeilijk ervaren?
Roel: “Los van verhitte discussies na te lang doorzakken hebben we het nog niet meegemaakt dat het echt tegenzat. Als jonge kerels zijn we wel in het diepe gesprongen. Je hebt muziek spelen en je hebt de zakelijke kant. Hoe verhoud je je zakelijk tegenover elkaar binnen een groep? Dat is iets waar je wel goed moet over nadenken. Ik heb er zelf te weinig bij stilgestaan destijds.”

Piet: “Wat mij betreft, blijft media-aandacht een eeuwigdurende strijd. Omwille van het genre dat we spelen, hebben we het met Jaune Toujours heel moeilijk om aan de bak te komen in de pers. Na de release van ‘20sth’ kregen we van Franstalige kant wel wat aandacht. In Vlaanderen was het heel stil. Dat zal misschien nooit veranderen.”

“Op BBC 6, een radiokanaal dat waanzinnig populair is, draaien ze alles door elkaar. Zo hebben we er ooit gespeeld na een sessie van Manic Street Preachers. Om maar te zeggen: een groepje uit Brussel komt daar ook een sessie spelen, net als die band. Ik vind het super om genres te mengen en in de niche te durven graven. Het is belangrijk om avontuurlijke beslissingen te nemen en de luisteraar muziek te laten ontdekken die verre van evident is. Ik heb het gevoel dat het in Vlaanderen soms nogal verengend is.”

“Het wordt ook wat als negatief ervaren als je je plaats wil afdwingen. Moet je dan in functie van de radio schrijven? Daar geloof ik niet in. Je kan een ganse carrière proberen een radiohit te pakken te krijgen en daar nooit in slagen. En wat heb je dan gedaan? Ik geloof dat je door je eigen ding te doen op een gegeven moment een hit kan hebben. ‘Ici Bruxelles’ is er zo op een onbewaakt moment tussen geglipt, tegen alle heersende structuren in. Maar dan zie je dat zo’n nummer wel kan werken op de radio. Het is het levende bewijs dat iets atypisch ook zijn bestaansrecht kan hebben.”

“Er is een hele toffe kant aan DIY: er is een directe return bij wat je doet.”

DAAU is in de beginperiode opgepikt door enkele majors. Hoe zat dat bij Jaune Toujours, Piet?
Piet: “We hebben welgeteld één keer bij een label gezeten (Wild Boar, red.). Die samenwerking had verder kunnen gaan maar ten tijde van ons tweede album merkten we dat we qua budget voor de opname van de plaat dubbel zoveel aan het investeren waren als de platenfirma. Een verhoging van het budget van hun kant bleek er niet in te zitten. Dan hebben we besloten om op eigen benen verder te gaan en zelf een label en een collectief op te richten: Choux De Bruxelles.”

“We zijn een atypisch collectief. Het is eerder een pragmatisch samenwerkingsverband tussen verschillende mensen waarbij we zoveel mogelijk trachten de kwaliteiten die we in huis hebben te valoriseren. Mijn vrouw houdt zich bezig met theater, film, regie, video en grafiek. Onze drummer is ook fotograaf. Ik richt me op muziek. We zijn een kern van muzikanten die een aantal projecten voedt. We houden het fris en we kunnen leven van onze muziek. Daardoor is Jaune Toujours altijd kunnen blijven bestaan. Daar ben ik wel zeker van. Het collectief heeft Jaune Toujours gevoed en Jaune Toujours heeft het collectief gevoed.”

DAAU heeft op een bepaald moment het eigen label Radical Duke opgericht. Als tegenreactie op de jaren bij Sony Classical en Columbia?
Roel: “Dat denk ik wel. Bij een groter label merkten we een soort onvermogen om iets met instrumentale muziek te doen. Het klimaat was er misschien niet naar. Of het lag misschien aan ons. Of aan de muziek. Omdat iets instrumentaal en wat speciaal is, neigt het al snel naar de underground. In onze beginperiode had Sony Classical allerlei plannen. Als je jong bent, ben je nog naïef en ga je daarin mee zonder iets in vraag te stellen, of zonder een groter plan. Nadien kan je denken: was dat wel een goed idee van de platenfirma? Zo hebben we op vraag van het label destijds onze naam veranderd van Die Anarchistische Abendunterhaltung naar DAAU. Dat was volgens de platenfirma belangrijk om in het buitenland te releasen. Dat deden we dan maar, hé. Ach, jonge groepen moeten fouten maken. Je kan van jongelingen niet verwachten dat ze het allemaal perfect doen.”

Piet: “Met Jaune Toujours hebben we niet bewust niet voor een major gekozen. Er zijn wel wat gesprekken geweest maar er heeft nooit iemand toegehapt. Ik was ook geen grootprater. Ik wou geen blufpoker spelen. Het is ondanks en dankzij een DIY-spirit dat we nog altijd bestaan. Al hoeft een DIY-aanpak niet per se, het is wel een voordeel. Het is goed om te weten hoe de mechanismen van opnames en promotie werken. Je leert de logica begrijpen van hoe een label of management keuzes maakt. Je krijgt voeling met het muziekbedrijf – wat ik een veel mooier woord vind dan muziekindustrie. Er is sowieso ook een hele toffe kant aan DIY: er is een directe return bij wat je doet.”

DAAU © Koen Bauters
DAAU © Koen Bauters

Het buitenland is altijd een optie geweest voor DAAU. Ook voor Jaune Toujours?
Piet: “Op een gegeven moment deed mijn vrouw het management van Jaune Toujours. Zij heeft er toen resoluut voor gekozen om de internationale kaart te trekken. Ik had nooit durven dromen dat het ook echt zou lukken. Maar toen hebben we ingezien dat we wel iets te bieden hadden op internationaal vlak. Je mag ons naast andere groepen zetten. We hebben geheel eigen klanken.”

World is een verzamelnaam maar het is de niche waarbinnen we het vaakst geciteerd worden. Al zitten we in Frankrijk al eens in het vakje rock français. What’s in a name, hé. Voor mij is het wel duidelijk: we werken op groove en maken gebruik van invloeden uit wereldmuziek. Heel veel van onze inspiratie komt voort uit tradities en de vermenging van verschillende stijlen waar we iets eigens mee doen. Soms wordt er weleens gezegd: dat is typisch Jaune Toujours. We worden herkend en erkend om onze stijl. We drukken onze eigen stempel op het muzieklandschap.”

“Mijn vrouw doet nu al een tijdje het management niet meer, maar het internationale verhaal is blijven doorwerken. We kunnen er ons aan blijven optrekken. We hebben al kunnen touren in Canada, Oost-Europa en Scandinavië. Ook Afrika is nu al een vijftal jaar gaande. In 2011 hebben we twee tours van de Gangbé Brass Band georganiseerd in België. Een jaar later zijn we dan zelf naar Benin getrokken. Het was super om te zien hoe onze muziek daar aansloeg. Het is echt verrassend om te merken dat het publiek er veel waarde hecht aan inhoud. Een songtekst kan maar beter echt over iets gaan.”

“Als je je eigen muziek graag speelt, dan is dat heel herkenbaar. Mensen zien dat graag.”

“In 2014 zijn we een eerste keer naar Ouagadougou in Burkina Faso gegaan voor het festival Rock à Ouaga, waar we samenwerkten met Touaregs. Dit jaar gaan we terug om een nieuwe samenwerking op te zetten. Het is de bedoeling om er ook in Europa mee te gaan spelen.”

Roel: “De buitenlandse tripjes zijn onvergetelijk. Ik herinner me ons eerste optreden in Spanje: we waren jonge snaken die nog geen woord Spaans kenden. We hebben op Montreux Jazz en Roskilde kunnen spelen. De plekken waar je komt en wat je allemaal meemaakt … puur geluk.”

Hannes: “Er zijn weinig groepen die zowel op Dour als op Werchter, Reggae Geel en in deSingel en in de Bourla hebben gespeeld. Eens we op een podium staan, hebben we geen moeite om ons live te verkopen. Verstilde muziek spelen op een metalfestival in een bos, of niet misstaan tussen samba-acts in Brazilië: dat kunnen we. We maken geen muziek voor een doelgroep. We moeten het zelf goed vinden. Als je je eigen muziek graag speelt, dan is dat heel herkenbaar. Mensen zien dat graag.”

Zowel Jaune Toujours als DAAU laten aardig wat genres binnensluipen in hun sound.
Roel: “DAAU is doorheen stijlen en muziekrichtingen geëvolueerd. We hebben heel diverse platen gemaakt.”

Hannes: “Een groep als DAAU vindt zichzelf telkens opnieuw uit. We starten telkens opnieuw vanaf nul. Als je alle platen van DAAU na elkaar opzet, dan hoor je een serieuze flipperkast: van progrock over verstilde muziek tot gelaagde elektronica en dub.”

Piet: “Met Jaune Toujours hebben we nooit klakkeloos onze invloeden – Negresses Vertes, Mano Negra – willen naspelen. We zijn wel geëvolueerd. In onze beginperiode waren we iets meer folky. Nu zijn we een band van mengelmoesmuziek: rock en wereldmuziek met verschillende elementen van ska, balkan en reggae. Door ontmoetingen en samenwerkingen met andere muzikanten zijn er nog extra invloeden in ons geluid geslopen: zigeunermuziek, bijvoorbeeld. Midden jaren 90 ben ik op- en afgereisd naar een kleine dorpsgemeenschap van Roma, dicht bij de Poolse grens, om daar de muziekstijl en een repertoire van liederen te leren kennen. Later is dat dan geëvolueerd naar wat nu de groep Mec Yek is: de muzikanten van Jaune Toujours met twee zigeunerzangeressen.”

Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters
Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters

Opvallend: zowel Jaune Toujours als DAAU hebben meermaals personeelswissels overleefd.
Roel: “Ik ben niet meer de persoon van 25 jaar geleden. Ik kan nu bijvoorbeeld veel beter omgaan met conflicten. Miscommunicatie en karakters: dat zijn vaak redenen waarom mensen groepen verlaten.” 

Piet: “Afscheid nemen van groepsleden is niet gemakkelijk. Het is soms wél noodzakelijk. Als je het eerlijk speelt en correct bent, kan je elkaar nadien nog recht in de ogen kijken. Soms hadden we misschien nog verder kunnen werken met een bepaalde muzikant, maar om een goede praktische reden namen we toch een andere turn. Dat is verdedigbaar.”

Roel: “Transities zijn nooit evident, zeker niet voor een band als DAAU die veel belang hecht aan de persoonlijke inbreng van alle muzikanten. Als een medeoprichter de groep verlaat, heeft dat op emotioneel vlak nog meer impact. We hebben er bij het vertrek van een groepslid altijd voor geopteerd om nooit iemand echt te vervangen maar andere instrumenten in de sound te verweven. Dat is het meest respectvolle. Bij DAAU draait het om persoonlijkheden.”

Piet: “Bij Jaune Toujours hebben we ook altijd in functie van personen gekozen. In de beginperiode zat er een gitarist in de groep. Toen die Jaune Toujours verliet, hebben we hem vervangen door een violist. Toen die op zijn beurt uit de groep stapte, zijn we voor blazers gegaan. De drummer, mijn broer Bart en ik vormen sedert 1997 de kern van Jaune Toujours en sinds 2002 is de groepsbezetting ongewijzigd gebleven. Ben ik de trekker van Jaune Toujours? Er is een hele grote wisselwerking binnen de groep. Als je met muzikanten werkt, zou het zonde zijn om niet met hun muzikale bagage aan de slag te gaan. Je kan maar beter maximaal profiteren van vakmanschap. Een nummer dat ik bijna geheel afgewerkt loslaat op de groep kan qua drumpartij volledig anders uitdraaien dan ik in gedachte had. En zo moet het ook zijn. Ik ben zelf ook geen drummer.”

“Je moet je artistiek project vrijwaren van de druk van buitenaf.”

Hannes: “Als nieuwkomer bij DAAU viel het me direct op dat mijn stem niet minderwaardig was dan die van iemand anders. We hebben natuurlijk allen ons ego, maar ieders ego is evenveel waard. En klinkt het niet, dan botst het. Af en toe gebeurt dat wel eens, natuurlijk. Het democratische gegeven heeft wel bijgedragen aan de duurzaamheid van DAAU. We zijn een groep en een familie. Soms werkt het ook contraproductief: net omdat ieders mening evenveel waard is, duurt het soms langer om tot een beslissing te komen. Maar op langere termijn is er niemand gefrustreerd. Het artistieke staat voorop.”

“Soms zijn de meningen verdeeld over wat het eindresultaat moet zijn, maar er komt altijd iets uit de bus. Degene die het meest gedreven zijn idee verdedigt, krijgt uiteindelijk een fiat om het uit te voeren. En dan trekken we allemaal aan hetzelfde zeel. We gaan dan geen oppositie voeren. We zijn geen parlementaire democratie. (lacht) Eens er een beslissing is gevallen, respecteren we die.”

Roel: “Dat kunnen we nu veel beter dan vroeger.”

Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters
Piet Maris (Jaune Toujours) © Koen Bauters

Is er een geheim om een band lang te laten bestaan?
Piet: “Goh, niet echt. Het moet vooral klikken op muzikaal en menselijk vlak.”

Hannes: “Je mag jezelf niet te au sérieux nemen.”

Piet: “Vastberadenheid speelt een grote rol. Koppigheid heeft me geholpen om de boel draaiende te houden. En een hoge dosis realisme is heel belangrijk. Je moet je doelen juist weten in te schatten. Ik ben zelden ontgoocheld, heb nooit gedacht: nu had het al moeten opleveren voor Jaune Toujours. Ik ben ook nooit cynisch geworden – wat op zich wel had gekund.”

Roel: “Ik kan al eens cynisch uit de hoek komen, maar altijd met een humoristisch kantje. Al is het niet altijd gemakkelijk om even gemotiveerd te blijven. Het gaat ook al eens wat minder.”

Piet: “Het is moeilijker geworden voor veel bands. Maar ik zie nog altijd groepen met heel veel branie op het podium staan. Daarvoor maak je muziek: om er met enthousiasme tegenaan te gaan en om de vonk te kunnen laten overslaan. Je moet tegen een stoot kunnen, dat klopt. Maar je mag de cynische hardheid niet laten binnenkomen in je muziek. Je moet je artistiek project vrijwaren van de druk van buitenaf, het zijn levenskansen garanderen door je goed te organiseren en je efficiënt op te stellen.”

“Het is stoppen of doordoen. Maar ik weet niet of je zelf die keuze hebt.”

Roel: “Naar DAAU-normen hebben we voor het nieuwe album efficiënt gewerkt. De opnames verliepen gestructureerd. Rudy verzamelde al onze opmerkingen en stuurde die door naar David Odlum, die de plaat in Frankrijk aan het mixen was.”

Hannes: “Zo ging het gestroomlijnd vooruit. Anders kost alles veel te veel geld.”

Een plaat releasen is best een dure onderneming, maar jullie blijven er veel belang aan hechten?
Piet: “Het verzamelalbum en de verzamelbox ‘20sth’ zijn op zich niet zo’n hele grote investering. Relatief gesproken dan: de muziek moest wel hermasterd worden, een aantal cd’s moest worden herperst omdat de stock op was, en we hebben niet meteen voor het goedkoopste drukprocédé gekozen. Maar dat is nog altijd niets in vergelijking met een release waar een opnamebudget bij komt kijken. Toen ons studioalbum ‘ROUTES’ in 2013 verscheen, merkte ik dat het alsmaar langer duurt vooraleer je je investering inloopt. Je kan je zelfs de vraag stellen: lopen we die investering ooit nog in? Op microniveau: nee. Maar anderzijds moet je 360° durven gaan en stellen dat je je release nodig hebt om je live te kunnen voeden en aandacht en boekingen te genereren. Eigenlijk is een plaat een duur visitekaartje.”

Hannes: “Klopt. Jaar na jaar zie je de platenverkoop afkalven. Dat is echt ongelooflijk. De business is geïmplodeerd maar een plaat opnemen kost ons nog altijd evenveel geld. In het beste geval draai je break-even of haal je een klein beetje winst. Je moet vooral gaan spelen en jezelf live verkopen. Vreemd ook dat veel mensen het vanzelfsprekend vinden om muziek gratis te hebben. Maar goed, het is nu zo, en het mag de pret niet bederven.”

Piet: “Inderdaad. Waardig ouder worden en lang bezig zijn met muziek: dat was het plan. Kan je ook te lang bestaan als band? Dat is mogelijk. Mocht ik het gevoel hebben dat we met Jaune Toujours niet meer kunnen evolueren op muzikaal vlak, dan zou dat een reden zijn om te zeggen: het is goed geweest. Maar ik kan me niet voorstellen dat we geen inhoud meer kunnen toevoegen aan de groep.”

Roel: “Het is stoppen of doordoen. Maar ik weet niet of je zelf die keuze hebt. Soms heb ik schrik. Op een bepaald moment stopt de vraag misschien wel …”

Hannes: “Je kan niet ingaan tegen de tijdsgeest. We kunnen alleen maar spelen met de anciënniteit die we me ons meedragen. Ik zal altijd muziek spelen, ik doe dat te graag. Je kan niet stoppen met muzikant zijn.”

jaunetoujours.com
daau.com