Uitreiking Popthesisprijs 2012

Gesprek-Sophie-Van-Ranst-2
Wies-Callens-2
Sophie Van Ranst
Gesprek-met-Diane-De-Moor-2
Tijs-Vastesaeger-2
Diane-De-Moor-resize-2
Marc-Steens-2
Karaokemeisjes-2
karaoke
sophie cheque-2
Diane-De-Moor-en-KBC-cheque-2

Poppunt ondersteunt talent op veel manieren, ook op academisch vlak. Daarom organiseerden we naar jaarlijkse gewoonte de Popthesisprijs, om het beste eindwerk rond (pop)muziek en de brede muzieksector te belonen met een geldprijs en zo jonge, ambitieuze afgestudeerden een duwtje in de rug te geven. Dit jaar was er echter weinig ‘gewoonte’ aan. Meer nog, er viel een aantal primeurs te bespeuren.

Een eerste was de datum: 14 december. Niet toevallig de eerste dag van Glimps, het Gentse showcasefestival. Dat evenement zet opkomend talent in de kijker en vormt zo de ideale partner voor Poppunt. De overige primeurs waren te vinden bij de winnaar. Of beter: winnaressen, vier stuks dan nog. Twee masterscripties eindigden met ex aequo op één, en voor het eerst werden twee studentes Secundair Onderwijs met een bachelorproef over karaoke als leermethode in de Engelse les in de bloemetjes gezet. Die laatsten blonken volgens de jury uit in enthousiasme en motivatie om leerlingen om op een originele, laagdrempelige wijze leerstof bij te brengen. Katrien Anthonis en Charlotte Smekens, de twee auteurs, kregen op het einde van de uitreiking dan ook terecht een eervolle vermelding en namen een geldprijs van 250 euro in ontvangst.

Daarvòòr werd er tijd gemaakt voor een uitvoerige bespreking van de twee winnende masterscripties. Die werden beide uitgekozen omwille van hun grondigheid en de relevantie van hun onderwerp. Ze vertoonden echter ook hetzelfde gebrek: een tekort aan scherpe conclusies en aanbevelingen. Met dat in het achterhoofd gaf Poppunt vorm aan de middag. Telkens mocht de winnares haar eindwerk eerst beknopt uiteenzetten, waarna een gemodereerd panelgesprek volgde met de studente en een expert rond het onderwerp. De bedoeling was om de thematiek verder uit te diepen en hopelijk over te gaan tot conclusies.

Als je na dit verslag nog op je honger blijft zitten, kan je een samenvatting van de drie thesissen lezen in de laatste Read Between The Lines. Daarnaast kan je in de Poppunt-bibliotheek alle thesissen die de afgelopen edities werden ingediend, integraal lezen. Ben je zelf nog op zoek naar een thesisonderwerp? Hier kan je inspiratie opdoen.

De nieuwe geluidsnormen getest

Eerst kreeg Sophie Van Ranst de kans om haar uiteenzetting te doen. Zij voerde een interessant en zeer uitgebreid onderzoek naar de nieuwe geluidsnormen onder de noemer ‘Een kritische evaluatie van de nieuwe geluidsnormen voor muziekevenementen’. Er vloeide al de nodige inkt in de aanloop naar de nieuwe wetgeving, die vanaf 1 januari 2013 van kracht wordt. Muzikanten, concertgangers en organisatoren vrezen collectief dat de nieuwe normen compleet onhaalbaar en onbetaalbaar zijn. Van Ranst leverde met haar werk een gefundeerde tegenstem in de discussie. Door het geluidsniveau te meten op een grote hoeveelheid locaties en tijdens de uitvoering van verschillende genres, toonde ze aan dat zo goed als alle muzikale evenementen haalbaar blijven. De paniek lijkt dus voor een deel ongegrond.

Het gesprek dat erop volgde, met Wies Callens als interviewer en Jeroen Vereecke (café Video, Boomtown, Rock’o co, professioneel geluidsmixer) als expert, plaatste daar evenwel een kritische noot tegenover. Vooral Vereecke, die nauw betrokken was bij de overlegrondes rond de nieuwe wet, uitte een aantal belangrijke bezorgdheden. Zo vallen de meeste muziekevenementen inderdaad te plaatsen in een van de drie nieuwe categorieën, maar daar komen ook de nodige plichten – en dus kosten – bij kijken. Wat het nog erger maakt, is het gebrek aan een overgangsperiode; vanaf 2013 moeten de nieuwe normen overal strikt gehanteerd worden.

Haalbaar, maar te snel

Op zich vindt Vereecke dat investeringen op termijn goed zijn voor iedereen: de aanpassing naar een goede akoestiek, de aankoop van een degelijke geluidsinstallatie en de verspreiding van voldoende knowhow rond geluid, zijn allemaal zaken die je moet opbouwen. Maar het probleem zit ‘m in het feit dat de meeste organisatoren niet voldoende tijd hebben gekregen om die aanpassingen door te voeren. Het beleidsproces rond de nieuwe wet is veel te snel verlopen, zonder aandacht voor de impact ervan op het veld. En ook op lokaal vlak lijken veel steden en gemeenten, samen met de organisatoren, niet klaar om controles op de juiste manier uit te voeren.

Sophie Van Ranst wees in haar scriptie op een bijkomend probleem dat door Jeroen Vereecke wordt beaamd, nl. de meetplaats: bij gebrek aan een mengtafel wordt gezocht naar de snijlijn tussen de belangrijkste luidsprekers, wat een zeer vage omschrijving is. In locaties met een vreemde vorm of een aparte plaatsing van de luidsprekers, zal dat nog voor genoeg discussies zorgen. Van Ranst wees erop dat een verschil in meetplaats al gauw voor een verschil van 2 dB(A) in geluidsniveau kan zorgen, wat uiteraard aanzienlijk is.

Geluidshinder buiten de locatie naast geluidsnormen

Tot slot werd een zeer actuele wending aangekaart: het Gentse stadsbestuur besliste enkele weken terug om een (duur) akoestisch onderzoek verplicht te maken vanaf geluidscategorie 2 (max. 95 dB(A)), terwijl de Vlaamse wet dat pas verplicht vanaf cat. 3 (max. 100 dB(A)). Zo’n akoestisch onderzoek moet nagaan of er buiten de locatie (bv in aanpalende woningen) geen geluidshinder is. Afhankelijk van de resultaten, kan aan de locatie een lagere norm worden opgelegd dan die van hun eigen keuze. Jeroen Vereecke is heftig tegenstander van dat extra akoestisch onderzoek vanaf categorie 2. Hij vreest dat heel wat gemeentebesturen dit zullen aangrijpen om de nieuwe wet onderuit te halen en een eigen koers te varen, die niet stoelt op gezond verstand. Hij roept minister Schauvliege dan ook op om in een rondzendbrief aan de lokale overheden duidelijke richtlijnen te geven over de toepassing van de wet op het veld.

Het laatste woord over de geluidsnormen is duidelijk nog niet gezegd, of zoals Wies Callens het mooi samenvatte: “Er is nog voldoende werk aan de winkel, hopelijk wordt er op nieuwjaarsnacht niet te streng gecontroleerd.”

Auteursrecht versus digitale sociale netwerken

Nog een onderwerp waar al veel over is gezegd en geschreven, is de discussie over auteursrechten in een online omgeving. Daarover handelde het eindwerk van Diane De Moor, met als titel ‘Intellectuele eigendom en digitale sociale netwerken. In welke mate kan een digitaal sociaal netwerk aansprakelijk gesteld worden voor een auteursrechtelijke inbreuk?’. Ze onderzocht aan de hand van een grondige literatuurstudie waar de auteursrechtelijke aansprakelijkheid ligt in deze tijden van sharing en streaming. De discussie speelt zich af tussen twee gepolariseerde partijen. Enerzijds zijn er de auteurs, die angstvallig hun rechten proberen af te dwingen, anderzijds zijn er de gebruikers die niet langer gewend zijn om te betalen voor muziek en hun gedrag verantwoorden door het recht op informatievrijheid en consorten aan te grijpen. Tussen hen in bevindt zich een aantal spelers, die hun brood verdienen met informatiestromen en online contacten: de sociaalnetwerksites en de providers (de ISP’s, internet service providers).

Op het einde van haar onderzoek concludeert De Moor dat de aansprakelijkheid niet bij die tussenliggende spelers ligt: ze vergroten wel de mogelijkheden om te delen, maar ze kunnen onmogelijk controleren wat er allemaal via hun kanalen gebeurt. De eindverantwoordelijkheid ligt nog steeds bij de gebruiker. Op één of andere manier moet die zich bewuster worden van wat wel en niet kan, en daar ook naar handelen. Hoe, dat blijft de vraag.

De gebruiker aansprakelijk?

Wie die mening duidelijk niet deelde, was Olivier Maeterlinck (jurist en directeur van de Belgian Entertainment Association, de koepel van producenten uit de games-, film- en muziekindustrie), de expert die na de uiteenzetting van Diane De Moor aansloot voor het gesprek. Moderator van dienst was Tijs Vastesaeger (Doenker). Maeterlinck vindt de gebruiker niet het probleem. Je kunt hem niet kwalijk nemen dat auteursrechten hem niets kunnen schelen. Hij is wettelijk zelfs niet verplicht om te weten dat hij een inbreuk pleegt. Sensibilisering zal dan ook niets uitmaken. De gebruiker is daarnaast een mogelijke fan, aangezien hij de muziek downloadt en deelt, dus ook een potentiële klant. Zolang het hem echter makkelijk wordt gemaakt om illegaal naar muziek te luisteren, zal hij dat blijven doen. Het probleem ligt dan ook bij die toegang en de bedrijven die die toegang verstrekken. Door een gedateerde wetgeving zijn bedrijven die als hoofdactiviteit toegangverlening hebben, zo goed als vrijgesteld van aansprakelijkheid. Daarom probeert iedereen die iets aanbiedt op internet, zich zo veel mogelijk volgens die wet te profileren, om zo de aansprakelijkheid en de bijhorende vergoeding te ontwijken. Zolang die situatie blijft duren, is er geen grond voor onderhandelingen tussen auteurs en online netwerken, vindt Maeterlinck.

Als de spelers die illegaal content doorsluizen echter vervolgd kunnen worden, dan ziet de jurist wel een mogelijk sensibiliseringseffect bij de gebruikers volgen. Het concrete voorbeeld dat hij aanhaalde, is de case rond de website The Pirate Bay, met als partijen Belgacom (als provider) en de Belgian Anti-piracy Federation (BAF). Die laatste haalde het bij de rechter, waardoor de toegang tot de website geblokkeerd moest worden. Natuurlijk vindt wie echt illegaal wil downloaden altijd achterpoortjes, maar een jaar na de veroordeling was de hoeveelheid bezoekers van de website wel met 80% gedaald.

Spotify als alternatief?

Een mogelijke oplossing voor het ruimere probleem vindt Maeterlinck ten slotte in de markt zelf: die zal zichzelf moeten vernieuwen. Hij ziet er eerste stappen van terug bij streamingdiensten zoals Spotify. Die bieden via streaming een alternatief voor illegaal downloaden en storten een (voorlopig kleine) som geld door als royalty naar de auteurs. Ook YouTube biedt auteurs vandaag de dag steeds meer mogelijkheden. Nu nog ISP’s zo ver krijgen dat ze de illegale informatie die door hun kanalen passeert, eruit filteren en het gaat helemaal de goede kant uit. Dat dergelijke filters mogelijk zijn, daar twijfelt Maeterlinck niet aan, wat hij ook aantoonde met een aantal voorbeelden. Providers weten dus wel degelijk wat er passeert en ze verdienen er mooi geld aan. Als dat zo is, dan is dat op zijn minst een stevige basis voor auteurs om een deel van die koek te eisen.

Karaoke in de Engelse les

Na twee intensieve gesprekken rond razend interessante en relevante onderwerpen, mocht Marc Steens in naam van de jury de winnaars in de bloemetjes zetten. Hij begon geheel terecht met Katrien Anthonis en Charlotte Smekens, die hun bachelorscriptie kort toelichtten. Beiden hadden ze het gevoel dat er nood was aan vernieuwende lesmethodes om de lessen Engels aantrekkelijker te maken. Maar nog meer dan dat, wilden ze de betrokkenheid en het welbevinden van hun leerlingen bevorderen. Ze keken met plezier terug op het zware werk dat ze hebben geleverd, maar moesten eerlijk toegeven dat de praktische uitvoering ervan niet makkelijk was. De sfeer in de klas bleek bepalend voor de slaagkans van hun project. Toch waren beide studentes blij te kunnen melden dat er alvast binnen de school grote interesse was in hun project, en dat verschillende leerkrachten er verder mee aan de slag wilden.

Deze zevende editie van de Popthesisprijs werd – zoals het hoort – afgesloten met een receptie. Benieuwd welke onderwerpen in 2013 aan bod zullen komen.