Tips & tricks producing: remixing

Enkele essentials voor remixen met wereldfaam

Het moet gezegd, ze vliegen ons om de oren. Voor elke single die tegenwoordig wordt uitgebracht, kan je je verwachten aan een legertje remixen. Vaak doen de ‘dansbare’ herwerkingen het beter dan het origineel. Maar hoe begin je nu aan zo’n remix en waar liggen de zwaartepunten? Ziehier acht essentials om jouw track wat kracht bij te zetten.

Omgaan met grondstof

Vanzelfsprekend begint alles met de originele track en het bronmateriaal. Tegenwoordig word de grondstof voor een remix vaak aangeleverd in ‘stems’. Dit zijn partijen waarbij groepen van instrumenten samen zijn gemixt. Er kunnen bijvoorbeeld verschillende gitaarpartijen in een nummer zitten, maar in plaats van deze als aparte sporen aan te leveren, krijg je één gitaar-stem. De meeste producers vertrekken vanuit de vocals om hun remix op te bouwen, dit om hun eigen sound zo veel mogelijk in de remix te kunnen verwerken.

De analyse: kies tempo en toonaard

Nadat je de track enkele keren hebt beluisterd, ga je best op zoek naar het tempo en de toonaard. Dit is belangrijk voor de richting die je uit wil met je remix. Als je bijvoorbeeld een dubstep remix maakt, dan kan je uitgaan van een tempo van ongeveer 140 bpm (beats per minute). Afhankelijk van het origineel zal je de stems dus omhoog of omlaag moeten pitchen. Let wel op, want een te laag gepitchte vocal klinkt vaak sloom en een te hoge pitch zorgt voor het helium effect. Er zijn verschillende tricks om hier slim mee om te gaan, zoals ‘timestretch’. Dit is een techniek waarbij je de lengte of het ritme van de sporen/stems kan beïnvloeden zonder dat de toonhoogte verandert. De meeste hedendaagse DAW software heeft deze functie standaard ingebouwd. Natuurlijk laat een remix je toe om te gaan experimenteren, dus wees creatief!

Het belang van het genre

Eens je tempo en toonaard hebt bepaald, kan je aan de slag. De muzikale keuzes die je maakt, zijn natuurlijk afhankelijk van het genre waarin je werkt. Trance en zijn derivaten zijn vaak zeer melodisch, met nadruk op akkoordprogressies en ‘epic sounds’. De lange akkoordstructuren en drijvende arpeggiators vragen vaak om een zwevende vocal. Bij house, techno of dubstep zie je de omgekeerde benadering: hier is de ‘groove’ veel nadrukkelijker aanwezig. Drums, percussie en gesyncopeerde en offbeat baslijnen lenen zich beter tot ritmisch interessante vocals.

In hedendaagse elektronische muziek en remixes is het ‘geluidstimbre’ van groot belang. Producers besteden veel aandacht aan de klankkleur van hun elementen. Ook dit is zeer genregebonden, denk maar aan de scheurende electrobasslines met sidechain compressie of de wobbly ‘Reese’ baslijnen in dubstep. Hou voor ogen dat elk geluid dat je gebruikt in je remix mooi moet passen in de context van het nummer. Hoe je al die elementen in de mix plaatst, lees je hier.

Ook de in- en outro willen wat

Als je aan een remix voor de dansvloer werkt, kan je best een dj-vriendelijke versie maken. Dit wil zeggen dat je een degelijke intro en outro nodig hebt. De grootste gemene deler in bijna alle dance is de lineare structuur. De meeste ‘extended’ remixen beginnen met een simpele opbouw van drum- en percussielagen. Ze bouwen geleidelijk op tot het punt waarop de track echt begint. Dit om dj’s de kans te geven om jouw remix degelijk in te mixen.

Besteed veel zorg aan je arrangement

Elke track staat of valt bij het arrangement. Het is handig te werken vanuit het meest complexe stuk van jouw remix (vaak het refrein) en dan naar voor en achter verder te bouwen. Zo kan je voor de ‘bridge’ een gestripte versie van je refrein maken, eventueel met een aangepast akkoordenschema. Een remix kan je op verschillende manieren gaan arrangeren, een veel gebruikte dynamiek is de volgende:

remixing

De dynamiek tussen de strofes, het refrein en de bridge is van groot belang. Spanningsbogen zijn de drijfveer van elk muzikaal stuk! Je kan je remix interessant houden door in het laatste refrein een nieuw element toe te voegen. Dit hoeft geen complex element te zijn, soms is het kleinste lijntje genoeg voor die extra ‘lift’ van je track.

Afhankelijk van het genre dat je wil brengen, kan je ook volgens het ‘build and drop’ principe arrangeren. Hierin wordt het refrein vervangen door een ‘drop’, het punt waarop de track losbarst. Door het herhalen van het dit ‘build and drop’ principe behoud je de interesse van het publiek. De ‘breakdown’ fungeert als rustpunt, meestal gestript van de ritmesectie en de leidende instrumenten.

Time is … ?

Afhankelijk van het doel van je remix, speelt ook de tijd een belangrijke rol. Als je een ‘radio edit’ maakt, kan je best gaan voor een compacte popsong. Meestal duren zulke tracks rond de drie à vier minuten, en zijn er weinig muzikale solo’s. De vocal blijft vaak het hele nummer aanwezig.

Maak je een clubmix, dan ga je voor een track van zes à acht minuten. De in- en outro samen kunnen makkelijk twee à drie minuten in beslag nemen. In dit soort arrangement kan je alles lekker laten ademen, deels om je publiek de kans te geven helemaal mee te gaan in het nummer.

Test that shit!

De meeste producers weten wat het is, die eindeloze loop … Als je een hele poos rond één nummer werkt, kom je er wat te dicht op te zitten. Het kan goed zijn om af en toe eens afstand te nemen van je project. Test je creaties zeker ook op andere mensen, een verse luisteraar heeft vaak een veel objectievere perceptie van je track dan iemand die de remix al heeft horen evolueren. Luister vooral naar commentaar in functie van de techniek en dynamiek, minder naar genregebonden opmerkingen. “Het is mijn ding niet, maar straf gemaakt” is een ideaal antwoord. Ben je naast een studionerd ook een dj? Testen dat spul! Zo weet je meteen of jouw remix werkt op de dansvloer of niet.

Regels zijn er om te breken

De enige echte regel om een remix te maken is dat er eigenlijk geen regels zijn. Iedere producer zal een nummer op zijn eigen manier benaderen. Maar luister naar enkele succesvolle remixes en je merkt toch dat er gemeenschappelijke factoren zijn. Zo is het arrangement in de meeste dansmuziek vaak gekoppeld aan een zeer duidelijke formule. Probeer hier mee te experimenteren, beluister veel muziek en laat je inspireren door anderen. Succes!

Terminologie

  • DAW staat voor Digital Audio Workstation. Dit is software gemaakt voor het opnemen, aanpassen en afspelen van digitale audio. Veel gebruikte DAW’s zijn Cubase, Logic, Sonar en Reason.
  • Arpeggiator komt van de muziekterm ‘arpeggio’, wat in het Italiaans letterlijk ‘als een harp’ betekent. De term houdt in dat de diverse noten van een akkoord na elkaar worden gespeeld. De apeggiator automatiseert dit proces. Zo wordt het eenvoudig om complexe melodieën te spelen. Arpeggiators zijn vaak een onderdeel van een synthesiser of DAW.
  • Een side-chain compressor gebruikt een extern audiosignaal om de hoeveelheid compressie van het input signaal te sturen. Het wordt vaak gebruikt in hedendaagse electro om het ‘pumping’ effect te bekomen. Hoe een compressor werkt, lees je hier.
  • De term ‘Reese’ is afkomstig van Kevind Saunderson’s typische basklanken die hij gebruikte onder het alias ‘Master Reese’. Dit is een synthesizer basklank die wordt opgebouwd uit twee (of meer) ‘sawtooth waves’ die vals t.o.v. elkaar zijn gestemd (detuned). Hier lees je alles over het creëren van synth sounds.
Heb je vragen of opmerkingen bij deze pagina?
Popadvies op maat
Vind je hier toch niet het antwoord op jouw vraag? Poppunt geeft ook persoonlijk advies.
   popadvies@poppunt.be       Bel 02 504 99 00       Maak een afspraak