Tips & tricks producing: pimp your mix

De juiste balans als vertrekpunt

De hedendaagse producer is niet langer bezitter van een hopeloos dure studio-uitzet. Tegenwoordig verdringen VST’s (lees: Virituele synths en effecten) en DAW’s (Digital Audio Workstations) de analoge stofverzamelaars van het firmament. Toegegeven, zo’n rijkdom aan echte knopjes om aan te draaien blijft de droom van ieder muziekfabricerend productietalent, maar dit hoeft geen must meer te zijn. Het komt er de dag van vandaag op neer om je (elektronische) muziek zo gebalanceerd mogelijk te producen. Na het creatieve proces van djingelen, djangelen, opnemen, arrangeren en herbeginnen, komt een zenuwslopend proces waarbij menig nekhaar al eens hoger is gaan staan: het afmixen. We helpen je een handje met deze 10 beknopte tips.

Behoud het overzicht

Oké, je hebt een hit geschreven, opgenomen en een passend arrangement gevonden. Dit resulteert vaak in een kluwen van audiosporen waar je op het einde niet meer van weet wat nu waar stond. Belangrijk is dat je een overzicht vindt in al deze tracks. Groepeer je sporen volgens de functie die ze hebben. De hedendaagse DAW’s hebben hiervoor meestal de mogelijkheid om je audiosporen kleuren te geven. Zo orden je best de ritmesectie (drums en bass), instrumenten, pads en effecten en stemmen.

Geef ruimte aan je mix

Als je eenmaal wat overzicht hebt in je song kan je aan de slag. Elk instrument of geluid in een nummer heeft een bepaald frequentiebereik. Je mix wordt een puzzel waarvan de stukjes mooi in elkaar moeten passen. De puzzel is in dit geval het frequentiespectrum. Dat gaat van heel lage tonen – zoals (sub)bass en kickdrums – over middentonen – zoals piano, gitaar of stem – tot hoge tonen – cymbalen en sweeps. Het is erg belangrijk om frequentiële ruimte (headroom) te creëren voor elk instrument, zodat ze niet met elkaar gaan botsen. Zo kunnen veel lage tonen bij opname van gitaar mee in het audiospoor sluipen. Het is belangrijk dat deze lage tonen niet interfereren met je bassopnames. Gebruik voor elk spoor een gerichte EQ (Equalizer) om de overbodige tonen weg te snijden of te verzwakken. Een EQ kan meerdere frequentiegebieden (banden) van het signaal versterken of verzwakken. Zo krijg je mix meer lucht en gaat het minder modderig klinken. De meeste EQ’s hanteren dezelfde principes:

  • De cutoff frequentie = De belangrijkste parameter van een filter. Het bepaalt vanaf welke frequentie signaal uitgefilterd wordt.
  • HP = Highpass filter. Alle frequenties boven de cutoff worden doorgelaten.
  • LP = Lowpass filter. Alle frequenties onder de cutoff worden doorgelaten.
  • BP = Bandpass filter. Enkel de frequenties rond de cutoff worden doorgelaten.
  • BS = Bandstop filter (Notch). Enkel de frequenties rond de cutoff worden weggefilterd.

Let op de dynamiek

Muzikale dynamiek gaat over sterkteverhoudingen, het verschil tussen luide en stille stukken. Sommige partijen zijn krachtiger gespeeld dan andere. Dit geldt voor ongeveer elk element in je mix. Dynamiek kan je song maken of kraken en zeker in het mixproces is dit een belangrijke factor. Er zijn verschillende vormen van dynamiek. Laat ons ons concentreren op de absolute dynamiek (volume-‘knop’ dynamiek). In een mix is het cruciaal dat al de instrumenten zich op een natuurlijke manier tot elkaar verhouden.

Wanneer een zangpartij van heel stil naar heel luid gaat, is dit heel erg moeilijk in te passen. Het verschil tussen heel luid en heel stil moet dus kleiner worden gemaakt. Op die manier wordt het aangenamer om er naar te luisteren en krijg je een betere verhouding met de andere elementen in de mix. Let wel op, overkill hierin is gevaarlijk. Een track zonder dynamisch karakter klinkt flets en heeft weinig ‘lift’.

Er zijn verschillende technieken mogelijk. Zo kan je manueel het volume doorheen elke track gaan aanpassen of je gebruikt een compressor om pieken op een dynamische manier te onderdrukken. Compressors worden gebruikt voor verschillende doeleinden. Compressie is oorspronkelijk bedoeld als correctiemiddel. Tegenwoordig worden compressors vaak ook als creatief instrument gebruikt, om signalen te kleuren, extra karakter mee te geven of meer “punch” toe te voegen. De belangrijkste principes van de werking van een compressor nog eens op een rijtje:

  • Threshold = drempelwaarde. Overtreft het volume van het signaal de drempelwaarde dan wordt het signaal verzwakt.
  • Ratio = bepaalt de hoeveelheid compressie. Doorgaans wordt dit uitgedrukt in een verhouding.
  • Attack = bepaalt hoe snel de compressie wordt toegepast als de drempelwaarde wordt overschreden.
  • Release (Decay) = bepaalt hoe snel het oorspronkelijke volume weer hervat wordt na compressie.
  • Knee (Q) = bepaalt of de overgang van onder naar boven de threshold-waarde abrupt of geleidelijk verloopt.
  • Gain = de compressor zorgt ervoor dat je geluid gemiddeld stiller wordt (pieken zijn weggewerkt). Met de gain kan je het gecompresseerde signaal in z’n geheel versterken.

Gebruik mix-bussen of subgroepen

Het is belangrijk dat je geluiden in de mix lekker aan elkaar lijmen. Zo is het goed dat je drums mooi samen zitten. Het is vaak een complex allegaartje van kicks, snares, hats, cymbalen, toms, opgeknipte drumloops … Je kan al die apparte sporen naar een ‘drums’ mix-bus (subgroep) sturen. In de meeste DAW’s is het ‘rooten’ van audiosporen naar groepen erg eenvoudig. Eens je een groep hebt gecreëerd, kan je effecten / processors toevoegen. Zo kan je een en dezelfde reverb, delay of distortion toevoegen aan een subgroep, zodat er cohesie ontstaat tussen alle elementen van die groep. Het helpt om een subgroep te voorzien voor elke sectie in je nummer. Zo kan je drums, bassen, melodische instrumenten en vocals groeperen. Mix-bussen zorgen ook voor meer overzicht bij de finale volumemix.

Bouw een stereoveld

Even belangrijk als je finale volumemix is het stereoveld. Wanneer al de elementen van je song zich in het centrum bevinden, kan het resultaat soms verwarrend en onaangenaam worden om naar te luisteren. Stel je een band voor op het podium, denk aan de plaats waar de leden zich bevinden. De gitarist staat vaak links terwijl de zanger(es) rechts van het midden staat. Voor het maken van een stereobeeld zijn geen concrete tips; probeer hier wat mee te experimenteren. Op die manier kan er en interessant ruimtelijk gevoel ontstaan. Hou wel rekening met de lage tonen. Doordat hun golflengtes lang zijn en meestal worden uitgestuurd door subwoofers, is hun projectie omnidirectioneel. Om faseverschillen te vermijden, maak je best alle tonen onder 500 Hz mono. Het faseverschil tussen twee geluidsgolven geeft aan hoeveel een golf of trilling vertraagd is (uit de pas loopt) ten opzichte van een andere golf of trilling die dezelfde frequentie heeft. Dit heeft een hoorbare impact op de weergave van het geluid.

Wanneer je klaar bent, check je best nog even je mix in mono, zodat het eindresultaat zich ook goed vertaalt op andere (mono) soundsystems.

Blaas leven in je mix

Of het nu gaat om techno, kleinkunst of hard rock, muziek is organisch, een spanningsboog met bewegende structuren. Vaak zijn audiosporen na opname droog of klinken ze klinisch. Via verschillende studiotricks kan je instrumentale partijen of stemmen meer ‘vibe’ geven. Zo kan reverb, delay of een phaser beweging in je sounds brengen. Een vaak gebruikte techniek is ook het ‘satureren’ van je geluiden. Dit wil zeggen dat je de audio gaat oversturen. Hierdoor ontstaat ‘storing’ of distortion. In essentie ontstaan er extra harmonische tonen die je geluid breder en warmer kunnen maken. Hiervoor worden vaak lampen- of tube-versterkers/-compressors gebruikt. Ze bestaan zowel in analoge als digitale versie. Het spreekt voor zich dat je dit naar eigen smaak kan gaan gebruiken. Vergeet nooit dat je headroom moet blijven behouden. Zo kan overdreven saturatie of reverb je mix terug modderig maken, doordat ze andere elementen in de weg gaan staan.

Less is more

Oké, overdrijven is tof, maar het brengt in het mixproces vooral frustratie met zich mee. Maak het niet moeilijker dan nodig! In realiteit begint het mixproces van zodra je de eerste opname maakt. Terwijl je aan een nummer werkt, is het belangrijk dat je zorgvuldige keuzes maakt over welke elementen samen zullen passen. Een solide mix met enkele goed gekozen en bewerkte instrumenten zal meer impact hebben dan een overload aan sounds die vechten om een plaatsje.

De volumemix, stap voor stap

Na de opkuis, ordening, processing … van je audiotracks kan je beginnen aan de volumemix. Belangrijk hierbij is dat het stap voor stap gebeurt. Je mix-bussen kunnen hierbij een handige en overzichtelijke tool zijn. Je begint best bij de ritmesectie, daarna de melodische instrumenten, pads en pas op het einde de vocals. Een klassieke mixfout is dat de vocals na lange sessies te stil in de balans zitten. Dit komt doordat je makkelijk went aan het stemgeluid. Hierdoor ga je ze onbewust minder luid zetten.

Zorg ervoor dat je de uiteindelijke mix niet tot tegen het dak van de 0 dB is gemixt. Je behoudt best wat headroom zodat de master engineer nog wat bewegingsvrijheid heeft. De volumemix is ook erg genregebonden; sommige genres vragen meer nadruk op de ritmesectie, andere dan weer op de melodie en nog andere – vooral popmuziek – op de vocals.

Gebruik referenties

Het warm water heruitvinden is erg moeilijk. Het is daarom goed om wat referentiemateriaal bij de hand te hebben tijdens je mixsessies. Verzamel werk van artiesten die je kan vergelijken met je eigen sound. Op die manier heb je een houvast bij het verfijnen van je mix. Het is natuurlijk enkel een referentie. Laat je er niet te veel door leiden en vertrouw vooral je eigen oren!

Wees avontuurlijk

Het mixen van muziek moet een ‘sonic joy’ zijn. Experimenteer, misschien stoot je wel op nieuwe technieken of een hoogst eigen geluid! Er zijn zo veel variabelen aan een mix dat een perfecte handleiding een utopie lijkt. Je moet vanaf het begin wel duidelijk weten waarvoor je aan het mixen bent. Er is een verschil tussen de mixdowns voor de club, de radio … Ook het medium speelt een rol: vinyl, cd of mp3 vergen een andere aanpak. Toch kan je met deze 10 handige tips aan de slag om je niveau wat op te krikken. Lees zo veel mogelijk opinies, bekijk YouTubetutorials, vraag advies aan mensen uit het milieu, want elke mixing engineer heeft zo zijn eigen methodes…

Veel meer over het mixingproces lees je hier
Heb je vragen of opmerkingen bij deze pagina?
Popadvies op maat
Vind je hier toch niet het antwoord op jouw vraag? Poppunt geeft ook persoonlijk advies.
   popadvies@poppunt.be       Bel 02 504 99 00       Maak een afspraak